Bij de dood van Géza Vermes

Vermes’ laatste boek

Vandaag, 8 mei 2013, is Géza Vermes overleden. Zoals een echte geleerde betaamt, was hij niet te vangen met een simpel etiket als “oudhistoricus”, “nieuwtestamenticus”, “theoloog”, “judaïst”, “qumranoloog” of “exegeet”. Hij beperkte zich niet, sprak overal over mee en had altijd iets zinvols te melden. Dat wil niet zeggen dat er in zijn brede oeuvre geen zwaartepunten zouden liggen, want die waren er wel: enerzijds de Dode Zee-rollen, anderzijds de historische Jezus. En die houden met elkaar verband.

De Dode Zee-rollen zijn ontdekt in 1947. Het gaat om enkele complete boekrollen, zo’n 700 perkamentfragmenten die behoren tot niet minder dan zeventig teksten, en zo’n 15.000 snippers. Ze zijn allemaal geschreven tussen 200 v.Chr. en 70 n.Chr. en geven een beeld van het pluriforme jodendom uit die tijd, dat na de verwoesting van de tempel plaats maakte voor slechts twee stromingen, enerzijds het farizeïsme, dat zich ontwikkelde tot het rabbijnse jodendom, en anderzijds de beweging rond Jezus, waaruit het christendom is voortgekomen.

 

De aanhangers van deze stromingen hadden veel destijds al oude teksten niet langer nodig, kopieerden ze niet en beletten op die manier dat ze werden doorgegeven aan latere generaties. Met de vondst van de Dode Zee-rollen kregen de zo tot zwijgen gebrachte groepen joden ineens weer een stem. Alleen: wie waren dat?

Het was in elk geval duidelijk dat de mensen van de Dode Zee-rollen geen farizeeën waren, want het materiaal lijkt totaal niet op het rabbijnse materiaal, waarin de farizese opvattingen zijn vastgelegd. Christelijk was het ook niet. Het zou echter het materiaal kunnen zijn van bijvoorbeeld de sadduceeën of de essenen. Vermes was de eerste die erop wees dat wat we lazen in de Dode Zee-rollen en wat we wisten over de essenen, redelijk overeenkwam.

Dat is sindsdien de dominante theorie gebleven, al is er altijd kritiek op geweest. Misschien was het een afsplitsing van de essenen. Of misschien was de verzameling wel de bibliotheek die ooit had gelegen in de tempel. Een recente theorie is dat het materiaal helemaal geen eenheid vormt, maar heeft gelegen in verschillende synagogen in Galilea, en is meegenomen door diverse groepen vluchtelingen die uit angst voor de Romeinse legers naar het zuiden trokken en hun kostbare boeken achter lieten in de grotten bij de Dode Zee. Dat sluit overigens niet uit dat er, zoals Vermes constateerde, materiaal bij ligt dat behoorde tot de sekte der essenen.

Vermes publiceerde ook over de historische Jezus, die hij binnen de kaders van het jodendom analyseerde. Er waren wel meer charismatische wonderdoeners in die tijd. Een belangrijke kwestie hierbij is of Jezus zijn missie beschouwde als een “intern-joodse” aangelegenheid of dat hij zich ook richtte tot de volken buiten Judea en Galilea. Wie het eerste standpunt inneemt, zal al snel verhalen als dat over de honderdman interpreteren als een christelijke toevoeging, en misschien is dat ook wel zo, maar je kunt Vermes’ theorie ook zien als een manier om een beeld te scheppen van een Jezus die voor moderne joden aanvaardbaar is.

Deze poging het verre verleden betekenis te geven voor mensen tegenwoordig is ideaal voor wie onderzoek gesubsidieerd moet zien te krijgen, maar het is uiteraard een verkeerde manier om met de Oudheid om te gaan. De eis tot relevantie is nu eenmaal de vijand van de geschiedenis. Van de andere kant: Vermes heeft zijn leven lang tussen een joodse achtergrond en een katholieke opvoeding gebalanceerd en het zij hem vergeven dat hij de verleiding niet kon weerstaan een Jezus te scheppen die in het hedendaagse jodendom paste, en zo zijn dubbele identiteit te harmoniseren.

De blijvende winst – die overigens niet uitsluitend op Vermes’ conto valt te schrijven – is dat het joodse karakter van mannen als Jezus en Paulus nu gemeengoed is. Geen wetenschapper zal nog beweren dat het christendom al voor de verwoesting van de tempel in 70 onherroepelijk van het jodendom was gescheiden. Meer daarover in dit boek, dat ondenkbaar zou zijn zonder Vermes’ oeuvre.

Twee boeken van Vermes zijn mij erg dierbaar. Het eerste is The Dead Sea Scrolls: Qumran in Perspective, dat is verschenen in 1977. Veel van het materiaal lag nog onder embargo toen hij deze synthese schreef; hij heeft het boekje steeds aangepast, het grondigst nadat in 1994 het embargo werd opgheven. Elke recentere druk is nog steeds de moeite van het lezen waard. Het andere is Who’s Who in the Age of Jesus (2005), dat een ontzettend handig hulpmiddel is voor wie zich voor het eerst grondig bezighoudt met de evangeliën.

2 gedachtes over “Bij de dood van Géza Vermes

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s