Nogmaals El-Andalus

Een tijdje geleden blogde ik over het boek Muslim Spain Reconsidered (2014) van Richard Hitchcock over de geschiedenis van…, eh, ja, hoe moeten we dat nou noemen? Arabisch Spanje? Nee, want er is ook Portugal, en veel mensen in het Emiraat van Córdoba (en zijn opvolgerstaten) beschouwden zich niet als Arabieren. Islamitisch Iberië? Onnauwkeurig, want er waren lange tijd grote christelijke en joodse minderheden. Ik koos destijds voor El-Andalus, en doe het vandaag opnieuw, maar het is een verlegenheidsoplossing. In elk geval: de tijd waarin Arabischsprekenden heersten over het Iberische Schiereiland.

Die vervelende hype weer

Ik las er inmiddels nog een ander boek over: Kingdoms of Faith (2021) van de Amerikaanse mediëvist Brian A. Catlos. De kritiek die ik had op het hierboven genoemde boek, namelijk dat ik niet herkende wat er nou reconsidered was, is ook dit keer van toepassing. Dat religie niet zo belangrijk was als eerdere auteurs hebben beweerd? Dat wist ik als student al. Dat de reconquistà grotendeels een later verzonnen mythe is? Ook geen nieuws.

Lees verder “Nogmaals El-Andalus”

Het scheiden der wegen

Schema van het scheiden der wegen (klik=groot)

Het is niet voor het eerst dat ik schrijf over het scheiden van de wegen van joden en christenen. Voor negentiende-eeuwse christenen was dat simpel: er was een Oud Verbond en omdat de joden Jezus van Nazaret niet hadden erkend als messias, was er een Nieuw Verbond, waarin de joden als verbondsvolk waren vervangen door de christenen. En voor joden was het ook al simpel: christendom was monotheïsme voor de export, maar niet het onversneden echte spul. Beide groepen – de negentiende-eeuwse christenen en de negentiende-eeuwse joden – claimden het tempeljodendom als hun eigen erfgoed en meenden dat de andere religie zich van de rechte leer had afgesplitst.

De geschiedenis van het christendom werd lange tijd eigenlijk even simpel voorgesteld. Ooit was er een zuivere kerk geweest, waar links en rechts aftakkingen van waren, met één orthodoxe stroming die in een rechte lijn vanaf de apostelen ging naar het eigen kerkgenootschap.

Lees verder “Het scheiden der wegen”

De joodse Diaspora (2)

Joods grafschrift uit Rome (Museo nazionale delle terme, Rome)

In het vorige stukje noemde ik de plaatsen waar aan het begin van de jaartelling Joden leefden. Dat was eigenlijk in de hele antieke wereld.

Variatie

Het gaat om groepen wier interne autonomie door het Romeinse Recht werd erkend, wat ook logisch was, want men kon alleen leven naar de eigen regels als de rest van de stedelijke gemeenschap daar een beetje rekening mee hield. Flavius Josephus biedt een opsomming van de rechten die Julius Caesar in een dozijn steden verleende aan de Joodse minderheden.

Ik gebruik tot nu toe de hoofdletter J, want tot nu toe ging het nauwelijks om religie. Maar de verspreiding van het volk betekende wel dat variatie ontstond in de joodse godsdienstige gebruiken en ideeën. Er waren allerlei afwijkingen van wat in het moederland gangbaar was. Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen dat Diaspora-Joden tijdens de sabbat vastten, wat mogelijk een manier was om in een overwegend niet-Joodse omgeving de spijswetten en sabbatsrust enigszins in acht te nemen. Later zou men in Rome het paaslam slachten zoals men dat in Jeruzalem had gedaan toen de tempel er nog stond, hoewel deze gewoonte in Judea was afgeschaft.

Lees verder “De joodse Diaspora (2)”

Etniciteit in de Romeinse Maasvallei

Wijding aan Vihansa (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik blogde gisteren over Al-‘Ula, de oase aan de rand van de antieke wereld. Ik vertelde dat oudheidkundigen het pluriforme karakter van de toenmalige samenleving reconstrueerden aan de hand van het gebruik van diverse talen. Ook de vereerde goden, afkomstig uit de hele regio van Syrië tot en met Jemen, vormden een aanwijzing. Wat geldt voor Saoedi-Arabië, geldt ook voor de andere uithoek van de oude wereld: de Lage Landen. Omdat volgende week in Leiden een expositie begint over de villa’s van Romeins Limburg, gaan we eens kijken in de Maasvallei.

Eerste constatering: na de genocidale campagne waarmee Julius Caesar de Eburonen had uitgeroeid, was het landschap betrekkelijk leeg. Er zullen heus wel wat mensen zijn geweest, maar pollenonderzoek toont dat akkers werden opgegeven en bossen terrein wonnen. Het voorbeeld dat ik ken is Jülich en hoe representatief dat is weet ik eigenlijk niet. Hoe dat ook zij: er was ruimte voor nieuwkomers. En die kwamen inderdaad.

Lees verder “Etniciteit in de Romeinse Maasvallei”

Het scheiden der wegen

Het is er twee weken niet van gekomen, maar meestal gebruik ik de zondag voor een stukje over het Nieuwe Testament. Ik probeer dat te lezen vanuit zijn joodse context. Niet dat ik iets tegen het hedendaagse christendom heb, maar ik ben historicus en wil de oude teksten lezen als onderdeel van toenmalige discussies, verwijzend naar toenmalige situaties en als deel van de toenmalige ideeënwereld. Als iemand voor 2022 inspiratie aan de Bijbel wil ontlenen, prima, maar als historicus ga ik daar niet over.

Dat gezegd zijnde: het is natuurlijk niet zo dat de Grote Historische Waarheid zich openbaart zo snel je een tekst leest of een vondst bekijkt. De schaarse oudheidkundige data veronderstellen interpretatie en daarbij doet je perspectief ertoe. De perfecte formulering van mijn perspectief vond ik onlangs in de titel van een boek: The Judaisms of Jesus’ Followers (2017). Ik wou dat ik die formulering zelf had bedacht, maar de Amerikaanse rabbijn Juan Marcos Bejarano Gutierrez was me voor. Het boek is wat klungelig uitgegeven maar biedt een prima geschiedenis van de volgelingen van Jezus die de Wet van Mozes bleven onderhouden.

Lees verder “Het scheiden der wegen”

Daniël De Waele, Ontluikend christendom

Een religieuze stroming in een uithoek van het Middellandse-Zee-gebied groeit uit tot de dominante religie van een imperium: de opkomst van het christendom is een van grote verhalen uit de Oudheid. Hierbij trekken twee vernieuwingen de aandacht. De eerste is het idee dat wie Christus vereerde, niet ook andere hemelse machten mocht vereren. In een wereld waarin iedereen zelf uitmaakte welke goden (meervoud) hij of zij vereerde, was dit ongebruikelijk. Nog eind vierde eeuw waren er mensen als generaal Bacurius, die in het ene gezelschap gebeden uitsprak voor Christus en in een ander gezelschap voor de oude goden. Dat was niet hypocriet, maar zoals het altijd was gegaan.

De tweede vernieuwing is de opvatting dat er één juiste manier zou bestaan om te denken over de goddelijkheid van Christus. Voor de Romeinen waren de bovennatuurlijke krachten alomtegenwoordig. De vraag op welke wijze iets of iemand goddelijk was, kwam daardoor niet meteen op. Die was meer iets voor filosofen. De andere Romeinen bekreunden zich meer om het volbrengen van de rituelen.

Lees verder “Daniël De Waele, Ontluikend christendom”

Libanon en tabouleh

Hoewel Libanezen tabouleh beschouwen als hun nationale gerecht, is het een salade die wordt gegeten in het gehele Midden-Oosten. Het gaat om een stevige hoeveelheid fijngesneden peterselie met blokjes of schijfjes tomaat. Daarnaast kun je er stukjes bosui en munt in aantreffen, en vaak ook gemalen tarwe (bulgur). Tabouleh wordt op smaak gebracht met olijfolie, peper, zout en vooral citroensap, wat zorgt voor de frisse smaak.

“Libanon is als tabouleh”, hoorde ik in Sidon vertellen: je kunt de peterselie niet weglaten, want dan is het geen tabouleh meer. Waarna, in goede oosterse vertellerstraditie, de spreker alle ingrediënten opsomde: je kon de tomaten niet weglaten, “want dan is het geen tabouleh meer”, je kon het citroensap niet weglaten, “want dan is het geen tabouleh meer”, je kon de olie niet weglaten… Het voorbeeld was precies wat ik nodig had om aan u uit te leggen wat me zo aantrekt in Libanon.

Lees verder “Libanon en tabouleh”

Het ongrijpbare antieke christendom (1)

Orfeus, die met zijn muziek de dood overwon, staat hier afgebeeld op een mozaïek uit een kerk in Theodorias. Het was voor christenen niet moeilijk zich dit heidense motief toe te eigenen: ook Christus had immers de dood overwonnen. Zulke ontleningen waren volkomen normaal.

Wat is een christen? Er is geen definitie die klopt. Zo omschrijft “iemand die staat ingeschreven bij een kerkgenootschap” enerzijds teveel (hoeveel mensen hebben de moeite genomen zich uit te schrijven?) en anderzijds te weinig (hoeveel kerkbezoekers staan ook ingeschreven?). “Iemand die de geloofsbelijdenis onderschrijft”? Menigeen zal die kunnen reciteren maar slechts een enkeling begrijpt welke gedachte vierde-eeuwers in hun cultuurwereld hebben willen uitdrukken en hoe wij die in onze tijd formuleren. “Iemand die leeft naar de christelijke waarden”: opnieuw enerzijds teveel (kijk hoe de Amerikaanse evangelicals Donald Trump omhelzen) en anderzijds te weinig (het humanisme deelt waarden met het christendom). Mocht u het doopsel beschouwen als definiërend voor wat iemand tot christen maakt, lees dan eens iets over het ontstaan van de gereformeerde kerken (vrijgemaakt).

Kortom, het is lastig te definiëren wat een christen is. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor joden en moslims, Nederlanders en Belgen, vrouwen en mannen. Of Germanen en Kelten. Ik blogde al eens over Romeinen en Feniciërs. De crux is in alle gevallen dat de werkelijkheid te veelvormig is om te vangen in een definitie. In de praktijk hanteren historici dan ook familiegelijkenissen: er is weliswaar geen eigenschap die alle gelovigen delen en daarbuiten niet wordt aangetroffen, maar ze lijken desondanks wel op elkaar. Daarmee zet je het probleem van de onmogelijke definitie tussen haakjes maar haal je een conceptueel Trojaans Paard binnen, want je ontkomt zo niet aan subjectiviteit. Jij bent immers degene die bepaalt wat je op elkaar vindt lijken. Naarmate je verder teruggaat in de tijd, wordt dat problematischer.

Lees verder “Het ongrijpbare antieke christendom (1)”

Bij de dood van Géza Vermes

Vermes’ laatste boek

Vandaag, 8 mei 2013, is Géza Vermes overleden. Zoals een echte geleerde betaamt, was hij niet te vangen met een simpel etiket als “oudhistoricus”, “nieuwtestamenticus”, “theoloog”, “judaïst”, “qumranoloog” of “exegeet”. Hij beperkte zich niet, sprak overal over mee en had altijd iets zinvols te melden. Dat wil niet zeggen dat er in zijn brede oeuvre geen zwaartepunten zouden liggen, want die waren er wel: enerzijds de Dode-Zee-rollen, anderzijds de historische Jezus. En die houden met elkaar verband.

De Dode-Zee-rollen zijn ontdekt in 1947. Het gaat om enkele complete boekrollen, zo’n 700 perkamentfragmenten die behoren tot niet minder dan zeventig teksten, en zo’n 15.000 snippers. Ze zijn allemaal geschreven tussen 200 v.Chr. en 70 na Chr. en geven een beeld van het pluriforme jodendom uit die tijd, dat na de verwoesting van de tempel plaats maakte voor slechts twee stromingen, enerzijds het farizeïsme, dat zich ontwikkelde tot het rabbijnse jodendom, en anderzijds de beweging rond Jezus, waaruit het christendom is voortgekomen.

Lees verder “Bij de dood van Géza Vermes”

Israël hersteld

Munt van Bar Kochba (Staatliche Münzsammlung, München)

In de zekerheid des Doods, maar in de onzekerheid van de ure van dien, heb ik besloten dat ik niet langer mag wachten, maar dat ik vandaag, op ditzelfde ogenblik, door het neerschrijven van deze en geen andere zin, Israël hersteld moet beginnen…

… sorry, mijn verlangen de prachtige zin van Gerard Reve éénmaal te kunnen parafraseren was groter dan mijn waarheidsliefde, want Israël hersteld is al een tijdje min of meer gereed. Dat wil zeggen: het onderzoek is ruwweg gedaan, de structuur van de tekst ligt op hoofdlijnen en zelfs in enig detail vast. “Het enige wat nog moet gebeuren is”, om Menandros te citeren, “het schrijven van de zinnen”. Dat zal ook dit keer wel weer een heidens karwei blijken. Elk boek kost me meer moeite dan het vorige.

Lees verder “Israël hersteld”