Crossroads

In de vijftiende eeuw was ze er ineens, de term “Middeleeuwen”. Het achterliggende idee was dat er ooit een glorieuze Romeinse Oudheid was geweest, dat het daarna allemaal minder was geweest maar dat men nu, in het Italië van de Renaissance, althans de ambitie had die glorieuze tijd te doen herleven. De driedeling Oudheid – Middeleeuwen – Nieuwe Tijd is sindsdien blijven bestaan, inclusief de negatieve beoordeling van het middelste tijdvak. Het is geen compliment als iemand je toevoegt dat je er middeleeuwse denkbeelden op nahoudt.

Geen historicus die er nog zo over denkt. Enerzijds omdat aan het einde van de Middeleeuwen het belang van de Italiaanse Renaissance sterk is genuanceerd, anderzijds omdat aan het begin van de Middeleeuwen in feite een compleet nieuw tijdvak “ertussen is geschoven”. Werd vroeger een cesuur aangenomen op het moment dat het Romeinse staatsapparaat in West-Europa in de late vijfde eeuw desintegreerde, tegenwoordig zien historici de periode tussen pakweg 300 en 1000 meer als eenheid. Ik heb weleens geblogd over Chris Wickham, een van de historici die deze omslag hebben bewerkstelligd. Het Amsterdamse Allard Pierson-museum wijdt momenteel een prettige expositie aan dit tijdvak.

Het zijn niet alleen de Late Oudheid en de Vroege Middeleeuwen die in het museum samenkomen, maar het zijn, grof samengevat, ook het Frankische westen, het Byzantijnse Rijk en het Arabische zuiden en oosten. De dichotomie tussen een islamitisch oosten en een christelijk westen is immers ook alweer een tijdje dood en begraven. De Crossroads-expositie stelt de verbanden tussen die culturen centraal.

Zoiets kun je doen met wat slim gekozen thema’s, zoals de boeken waarmee kennis werd overgedragen. Eigenlijk gebeurde dat in de Frankische, Byzantijnse en Arabische wereld op dezelfde manier en had men ook overal veel respect voor de voorgangers. Hun oeuvre werd zorgvuldig gekopieerd en eeuwenlang doorgegeven. Ik zou wat meer Arabische en Byzantijnse manuscripten hebben willen zien, maar wat er lag was al erg mooi en ik baalde ervan dat fotografie niet was toegestaan. De pointe is dat er in elk geval als het gaat om kennisoverdracht veel is dat al die culturen verbindt.

Je kunt de verbanden tussen de diverse culturen ook tonen door een paar reizigers te noemen: de christelijke pelgrim Egeria, de Byzantijnse prinses Theophano, de joodse geleerde Hasday ibn Shaprut, de olifant Abulabbas en de poolreiziger Ohthere. Van die laatste had ik nog nooit gehoord maar hij bleek de noordelijke kusten van het huidige Rusland te hebben verkend. Ik krijg dan meteen fantasieën over wat zo’n vroege explorator kan hebben bewogen.

Weer een andere manier om het verhaal te vertellen is het tonen van overeenkomstige voorwerpen. Vooral het textiel vond ik erg mooi. Ik wist niet dat er zoveel over was en was ronduit verbaasd dat een deel behoorde bij de collectie van het Allard Pierson-museum. Waarom is me dat nooit eerder opgevallen? Ik had die ervaring vaker, overigens, dat ik stukken uit mij bekende musea zag die ik nooit eerder (bewust) had gezien. De museale depots blijken weer eens groot te zijn.

Weer een andere manier om de culturele verwevenheid te illustreren is het tonen van voorwerpen waarin symbolen samenkomen uit diverse culturen. Het anch-teken, een oeroud Egyptisch symbool voor “leven”, wordt op een stukje textiel gecombineerd met een christogram en op een grafmonumentje met de letters alfa en omega én korinthische zuiltjes. Hier werd Christus dus gelijkgesteld aan de oude goden. Niet op de tentoonstelling te horen is een hymne die Christus identificeert als “de ware Apollo”. Zoiets spreekt boekdelen.

Of neem de eveneens Egyptische, christelijke grafsteen waarop de adelaar van Zeus staat afgebeeld. (Persoonlijk dacht ik altijd dat dit monumentje, dat bij de standaardopstelling van het museum behoort, een feniks voorstelde, maar dat is blijkbaar niet zo.) Andere gave voorwerpen zijn een halssnoer waarin zowel barnsteen van de Oostzee als schelpen uit de Egeïsche Zee zijn opgenomen en een Germaanse mantelspeld die door een Byzantijnse officier gedragen is geweest, opnieuw met een christogram, zodat aspecten samenkomen uit het hoge noorden, het centrum van de Mediterrane wereld en het Midden-Oosten.

Nog een paar laatste observaties. Ten eerste: het Allard Pierson-museum is vooral goed in wat kleinere exposities en in het verleden was de ruimte die daarvoor beschikbaar was, ook weleens wat klein. Deze tentoonstelling is echter wijd opgezet – hier en daar zelfs op het lege af. Je kunt alles op je gemak bekijken.

Ten tweede: in feite haakt het Allard Pierson-museum hier in op het trendy thema van mobiliteit. Het wordt steeds duidelijker dat mensen en ideeën veel beweeglijker zijn geweest dan historici en oudheidkundigen lang hebben gedacht. Ik zou over die algemene omslag iets meer hebben willen zien of lezen – al weet ik eerlijk gezegd ook niet goed hoe dat zou hebben gemoeten.

Ten derde: gave animaties.

Tot slot: de catalogus is werkelijk piekfijn. Als u niet in de gelegenheid naar Crossroads te gaan, zorg dan in elk geval dat u die te pakken krijgt (hier).

***

De tentoonstelling Crossroads duurt tot en met 2 april.

38 gedachtes over “Crossroads

  1. Rudmer Koopal

    Alleen jammer en onbegrijpelijk dat het museum op zaterdag en zondag maar van 13.00-1700 uur open is.

  2. Kortom, we hebben nog net iets meer dan twee dagen om Crossroads te bezoeken… Maar de tentoonstelling is inderdaad zeer de moeite waard, al is het fotografieverbod buitengewoon irritant. De mooie vloeranimatie in een van de zalen maakt gelukkig veel goed. Ik heb zelden zoveel mensen gezien die geboeid langs de randen stonden te kijken. Want je loopt natuurlijk niet even lomp door de migratie van de Avaren heen. Grappig overigens om te lezen hoe Theophano zelf aankeek tegen haar huwelijk met Otto II en haar tocht naar het ‘duistere’ en ‘barbaarse’ West-Europa. Zo draagt een tentoonstelling die juist wil werken aan de bestrijding van dat beeld toch weer bij aan de instandhouding ervan.

    Het is trouwens de vraag of Theophano de term ‘Byzantijnse Rijk’ erg zou hebben gewaardeerd. Haar eerste man was in elk geval erg beledigd toen hij als ‘keizer van de Grieken’ werd aangeduid. Hij beschouwde zich immers als keizer van de Romeinen.

    1. Rudmer Koopal

      De term Byzantijns of Byzantium is een term die de Duitse humanist Hieronymus Wolf voor het eerst gebruikte in zijn boek ‘Corpus Historiae Byzantinae’ uit 1557. Voorheen was Byzantium, zoals bekend, alleen de benaming voor de voor-Christelijke stad. Dus alle keizers noemden zichzelf Romeins. De Varangiërs noemden het rijk zelfs Romeins. En Mehmet II noemde zich Kayser-i Rûm na de val van Constantinopel. Niks geen Byzantijns.Tijd om de term Byzantijns ook maar eens op de schop te nemen.

      1. Ik weet het niet. “Middeleeuwen” is ook pejoratief. Zou je ook kunnen aanpakken. Hetzelfde geldt voor “Sumerische Renaissance” (met antisemitische implicaties voor het voorgaande, Akkadische (semitischschrijvende) rijk van Sargon. Zo is er altijd wel wat. Politionele acties of Indonesische Oorlogen? Waar begin je te tellen met de Golfoorlogen?

        Je kunt niet elke term steeds aanpassen aan de (op zich interessante) inzichten van vandaag de dag. Als ik zo’n term introduceer, zoals Middeleeuwen hierboven, wijs ik op de problemen en daar laat ik het bij.

        Zo zou ik ook geen bezwaar hebben tegen het handhaven van standbeelden – met uitleg van het problematische. De burger hoeft niet bij het handje gehouden te worden gehouden.

        1. Rudmer Koopal

          “Politionele acties of Indonesische Oorlogen? Waar begin je te tellen met de Golfoorlogen? ”
          Dit lijken mij wat meer politieke standpunten en minder discutabele termen.
          Ik zie geen reden om, als er meer inzicht is, om iets anders te noemen wat een langdurig tijdperk beslaat en historisch grote bekendheid geniet. Dit heeft niet te maken met politiek correctheid, maar met wetenschappelijke correctheid en inzicht. De term Indo-Germaans is bijvb ook verdrongen door Indo-Europees omdat dit correcter is. Ook is bijvb. de term Noormannen beter dan Vikingen. Dit laatste is min of meer een activiteit van de eerste. Gelukkig zie je steeds vaker dat Noormannen wordt gebruikt in Nederlandse boeken en ook Engelstalige boeken en veel minder (het Hollywood-achtige) Vikingen.
          Waarom niet op de zelfde manier met Byzantijns omgaan? Het verandert toch niet van de één op ander dag.

          En met die standbeelden: gewoon laten staan en een link toevoegen aan het beeld of iets dergelijks, dan zie je vanzelf dat het een ander soort ‘held’ is.

      2. Ja, ik spreek zelf liever – en hopelijk consequent – van het Oost-Romeinse Rijk. Met de term ‘Byzantijns’ om een bepaalde stijl aan te duiden (van mozaïeken bijvoorbeeld) heb ik minder moeite, maar een Rijk een naam geven die het nooit heeft gehad lijkt me niet (meer) juist. We zitten volgens mij op één lijn wat dat betreft.

        Het incident met Otto I en Nikephoros II Phokas is dan wel weer illustratief om aan te tonen dat niet iederéén het Oost-Romeinse Rijk als Romeins zag. Otto zag zichzelf als de opvolger van de Romeinse keizers, Nikephoros was voor hem – slechts – een Griek.

        1. Ik ijver ook steeds voor het gebruik van ‘Romeins’ (niet eens Oost-Romeins). Probleem naast de gewenning aan ‘Byzantijns’ is ook dat de moderne Grieken deze term juist wél bezigen om zich af te zetten tegen wat zij toch als vreemde overheersing zien – voor hen is het ‘Byzantijnse Rijk’ namelijk iets anders, Grieks.

          Het incident tussen Otto en Nikephoros had er niets mee te maken hoe Otto het zag – hij wist donders goed dat dit om een keiharde politieke claim ging die op z’n minst terugging tot de kroning van Karel de grote als Romeins keizer. Als nazaat van Karel claimde Otto ook die titel en natuurlijk werd dit ook niet erkend door de Romeinse keizers in Constantinopel.

        2. Rudmer Koopal

          Dit zit toch iets anders in elkaar en vrij complex. Paus Johannes XIII ( die persoonlijk veel aan Otto I had te danken) had bij Otto I aangegeven om hem Grieks te noemen (de naam Byzantijns wordt nergens genoemd). Er waren eerder al twee gezantschappen gestuurd, maar die liepen op niets uit omdat er wat keizer-wisselingen waren in Constantinopel. Ik kan me niet voorstellen dat Otto I Nikephoros wilde schofferen, omdat hij een dochter van de keizer wilde voor zijn zoon. Ook is niet duidelijk of Gero, aartsbisschop van Keulen (hoofd van het derde gezantschap) en Liutprand van Crenoma (ambassadeur van Otto in Constantinopel) van de benaming Grieks op de hoogte waren. Ook dit kan ik me niet voorstellen, tenzij je de missie wilt laten mislukken. Liutprand had Otto anders wel ingefluisterd dat de missie in gevaar kwam als je de keizer Grieks noemt.
          Nikephoros revancheerde zich door Theophanu te sturen (ipv van een eigen dochter).
          Otto I ging gewiekst akkoord en nam iedereen de wind uit de zeilen. Een betere echtgenote, zo zou later blijken, voor zijn zoon Otto II had hij niet kunnen krijgen. En Otto III, (net niet geboren op de Pfalz in Nijmegen, maar in het Reichswald) geen betere moeder en regentes.

          1. Het is zeker complex. In het verslag dat Liutprand van Cremona zelf schreef staat – ik parafraseer – dat de gezanten van paus Johannes XIII de keizer in Constantinopel een brief overhandigden waarin deze als ‘keizer van de Grieken’ werd aangesproken, tot grote woede van de aanwezigen. Een maand later meende, volgens datzelfde verslag, een patriciër genaamd Christophoros dat de paus die brief alleen maar op instigatie van Otto kon hebben geschreven. Deze Christophoros, een eunuch, zag Johannes kennelijk als een zetbaas van Otto.

            Even los van de betrouwbaarheid van het verslag van Liutprand, je kunt je dus afvragen wie nu wie heeft geadviseerd bij het schrijven van de brief aan Nikephoros. Als het Otto was die achter het ‘keizer van de Grieken’ zat, dan zijn er verschillende opties. Het kan een diplomatieke faux pas zijn (die worden nog steeds gemaakt), of politieke grootspraak bedoeld om aan te geven hoe de machtsverhoudingen lagen (Judith Herrin noemt Otto “een vorst met aanzienlijk meer macht” [dan Nikephoros]). De intentie tot schofferen zal niet aanwezig zijn geweest, maar het resultaat was er evident wel.

            Dat Nikephoros zich revancheerde door Theophanu te sturen, lijkt me echter niet juist. Nikephoros werd in 969 vermoord. Theophanu kwam pas in 972 in Rome aan voor haar huwelijk met Otto II. Ze was gestuurd door Nikephoros’ opvolger, Johannes I Tzimiskes, haar vermoedelijke oom.

      3. jacob krekel

        Interessante nieuwe kennis voor mij. Is ook iets bekend over hoe zo’n nieuwe naam dan algemeen wordt? B.v. wanneer die in een volgende werk voorkomt en wanneer dit in geleerde discussies een algemeen gebruikelijke term is? Of dat er mensen waren die bezwaar maakten tegen deze nieuwe naam?

          1. Rudmer Koopal

            Ik heb ooit college gehad en genoten van Piet de Rooy in grote en kleine kring en heb hem hoog in het vaandel staan, maar verandering begint niet bij de Canon of de commissie. Als er over tien jaar door een grote groep in en buiten universiteit over Romeins ipv Byzantijns wordt gesproken, zijn we al heel ver.

        1. Rudmer Koopal

          Wolf is de grondlegger van de Duitse Byzantinistik. Het zijn vooral Humanisten die er verder zich mee bezig houden. In Frankrijk zijn er en paar in de zeventiende en achtiende eeuw. En dan houdt mijn kennis wel op. In de 19 eeuw, zoals bekend, neemt het een vogelvlucht.

        2. mnb0

          Men dient onderscheid te maken tussen wetenschappelijke en alledaagse termen. Mijn favoriete vak, natuurkunde, geeft talloze voorbeelden hoe die kunnen verschillen.
          Wetenschappers veranderen hun terminologie als ze er behoefte aan hebben om onderscheid te maken. Dus spreken ze in de Moderne Natuurkunde niet meer over krachten maar over interacties. Dan hangt het ook nog eens van de taal af. In het Engels is deze overgang makkelijker, omdat gravity niet verwijst naar force. Een Nederlandse equivalent is er niet, dus krijgen we het moeizame zwaartekracht is één van de vier interacties.
          Zodra historici problemen krijgen met de term Byzantium (vergelijk Donkere Eeuwen) zullen ze iets nieuws invoeren. De rest van de mensheid volgt later of helemaal niet.

    2. Correctie: ik realiseer me nu dat ik twee Theophano’s door elkaar haal. Dom, dom, dom. De vrouw van Nikephoros II heette Theophano, maar dat was natuurlijk een andere Theophano (of Theophanu) dan degene die met Otto II trouwde. Die laatste was vermoedelijk een nichtje van Johannes I Tzimiskes, Nikephoros’ opvolger.

  3. Jeff

    Ik had de hoop al opgegeven om deze tentoonstelling nog te bezoeken.
    Maar als ik het goed begrijp is er nog hoop vanwege een verlenging?
    Wat raar dan, dat de website van het museum daarover in alle talen zwijgt! Net nog even gekeken en ik kan helemaaaaaal niets vinden over een verlenging. Einddatum 11 februari 2018.
    Met die informatie stap ik niet in de auto c.q. trein.
    Het is niet zo dat ik om de hoek woon en even op het fietsje kan gaan kijken hoe het er voor staat.
    Dus … waar komt die informatie over verlenging vandaan? Fake news?

    1. Ik begrijp de ratio eerlijk gezegd ook niet. Er is geen betere ambassadeur voor het erfgoed dan een museumbezoeker die zijn foto’s deelt. Ik snap weer wél dat je niet moet flitsen boven bijvoorbeeld een kwetsbare papyrus en ik ben daarmee zelf ook wel eens de mist in gegaan: dat ik dacht dat ik mijn flits uit had staan en toch een lichtbad smeet op zo’n kwetsbaar document.

  4. Marieke

    Het fotografieverbod heeft te maken met de eisen van een van de bruikleengevers en de bindende regelgeving van het ministerie hierover in het land van de bruikleengever.

    1. Rudmer Koopal

      Begrijpelijk, ik loop in Duitsland hier altijd tegen aan, minder in Nederland. Gek genoeg kun je de geleende stuken in de musea waar ze normaliter deel zijn van de vaste collectie wel fotograferen: het is een geldkwestie dus. Je zou ook, als bezoekers willen fotograferen, een paar euro extra kunnen vragen als entreeprijs en die aan de bruikleengever kunnen geven. Beetje Buma/Stemra verhaal dus.

  5. habus

    Absolute aanrader, met als kanttekening dat het toch vooral kenners zal boeien. Daarnaast grappig dat je e.e.a. als ‘wijd opgezet’ hebt ervaren. In mijn beleving zijn de ruimtes juist nogal hokkerig (tja, oud gebouw) en zijn sommige vitrines nogal volgepropt met objecten, die met wat meer lucht (en licht!) beter tot hun recht zouden komen.

  6. Roger Van Bever

    Ik heb een jaar of twee, drie geleden ‘The Inheritance of Rome. A History of Europe from 400 to 1000’ van Chris Warwick gelezen. Dat boek heeft een diepe indruk op mij gemaakt. Slechte slaper als ik ben (collega’s, Jona!) verkies ik in bed fictie te lezen ter ontspanning. Momenteel de ‘roman fleuve’ van Roger Martin du Gard ‘Les Thibaults’ bijna uit. Ik had dertig jaar geleden 4 delen gekocht, heb het toen gelezen, nu herlezen, met het 5de deel van de Folio-uitgave van Gallimard erbij. Een monument! Is nu pas bijna helemaal in het Nederlands vertaald. Aanbevolen, maar dit terzijde!

    Chris Wickham (in de Penguin-editie) heb ik in een ruk uitgelezen.

    Wij gaan zeker, nu ze verlengd is, naar die tentoonstelling in het Allard-Pierson. Leuk museum, inderdaad aan de kleine kant, maar ik kan sowieso maar 2 1/2 uur in een museum doorbrengen. Alleen de museumwinkel vind ik aan de kleine kant, maar voor de rest vind ik het een prima museum!

    Wat die periodisering betreft, dat vind ik altijd een vervelend probleem. De geschiedenis is een fluidum en moeilijk te periodiseren. De middeleeuwen zijn even interessant als de Oudheid of de Nieuwe tijd. De mens vindt het prettig om alles in keurige hokjes te stoppen, dat werkt gemakkelijk. Maar hoe komen we er ooit vanaf, van al die onbevredigende en vooringenomen indelingen?

  7. Dirk

    Grieks, Romeins, Byzantijns…laten we vooral niet vergeten dat mede dankzij Theophano de aandacht van het westen voor Sint-Nicolaas toenam, en, wat nog belangrijker is, vice versa.

    1. Rudmer Koopal

      Klopt helemaal Dirk. Ik heb het maar even weggelaten uit mijn reactie eerder om het niet groter te maken dan het is. Als dank voor de makkelijk en gezonde bevalling heeft Theophanu de kapel op het Valkhof gewijd aan (Sint-)Nicolaas.
      Zonder Theophanu geen Nicolaasverering of Nicolaasfeest in Nederland.
      Theophanu is in Nederland helaas, ten onrechte, een vergeten historische persoonlijkheid.

  8. Reizigers in de “Middeleeuwen”
    Je vermeldt Hasdai ibn Shaprut maar bedoel je niet Benjamin van Tudela? Deze bereisde de landen rond de Midellandse Zee tot aan Jemen
    En wat te denken van Ibn Battuta

  9. A. Harmens

    Het is een mooie tentoonstelling geworden. Of het fameuze l’an mil zo’n grote scheidslijn is geweest, vraag ik me wel af. Lang geleden las ik het boek Early Medieval Italy van Chris Wickham. Zijn visie op de geschiedenis zit wel erg in het Marxistische stramien, zeker zijn opvattingen over het feodalisme. De scherpe kantjes zijn daar in zijn Inheritance of Rome wel vanaf, maar zelf zie ik die cesuur rond 1000 niet zo. De intellectuele geschiedenis van de 12e eeuw bouwt nog wezenlijk voort op die van de Karolingers. Chris Wickham is overigens getrouwd met Leslie Brubaker, die belangrijke boeken heeft geschreven over het Byzantijns (of Oost-Romeins?) iconoclasme.

  10. Peter Flipkens

    Ik vond de catalogus een teleurstelling. Hij is te dun. De bijdragen zijn saai geschreven. Enig pluspunt: mooie foto’s. Ik heb de catalogus uit mijn bibliotheek verwijderd.

  11. Rob van Dam

    Inmiddels heb ik uit de catalogus een aantal artikelen gelezen. Jammer: zonder uitzondering van een stratosferische ijheid vanwege de verregaande abstraheringen en algemeenheden. De stukken van de Ierse medewerkster zijn m.i. ronduit onleesbaar.
    Zodra de concrete verhalen en museumstukken centraal staan, is het boek veel beter, en de illustraties zijn inderdaad goed. Wel weer jammer dat er slechts één kaart in staat.

Reacties zijn gesloten.