#Romeinenweek: Nebisgast

Romeins masker van een Germaan: let op de knoop in het lang gedragen haar (British Museum)

[Momenteel is de Romeinenweek. Er zijn tientallen activiteiten in het hele land en ze zijn zonder uitzondering allemaal ontzettend leuk. Het thema is “100% Romeins?”: hoe Romeins was de Romeinse tijd eigenlijk? Ik publiceer elke dag een stukje – en vandaag is dat een nog nooit eerder in het Nederlands vertaalde bron.]

Eunapios van Sardes is een laat-Romeinse historicus, die leefde rond het jaar 400 n.Chr. Hij was geen christen en zoals wel meer mensen in zijn tijd had hij grote bewondering voor keizer Julianus de Afvallige, die werd beschouwd als laatste kampioen van het heidendom. Nu was Julianus’ regering spectaculair onsuccesvol geweest, en daarom legden zijn bewonderaars vaak de nadruk op de militaire successen die hij, vóór hij keizer was geworden, had behaald in West-Europa.

Eén campagne voerde hem naar de Lage Landen, waar de Franken en Chamaven een inval hadden gedaan. Julianus stond de Franken toe zich als boeren te vestigen in de Kempen: zandgrond die de Romeinen konden missen. (De lössgronden hielden ze voor zichzelf en zo komt het dat de Taalgrens ruwweg samenvalt met de grens tussen löss en zand.) De Chamaven kregen opdracht terug te keren naar de Liemers, d.w.z. het gebied tussen Rijn en Oude IJssel. Ergens aan de Rijn kwam het tot een ontmoeting tussen generaal Julianus en de Chamaafse leider Nebisgast. Eunapios’ verslag, het twaalfde fragment uit zijn geschiedwerk, is gekleurd maar interessant. Het was nog nooit eerder in het Nederlands was vertaald, tot Hein van Dolen dit varkentje waste. Dank je wel Hein!

Lees verder “#Romeinenweek: Nebisgast”