MoM | Heldenverhalen, steeds hetzelfde

Heldenleven (StoryWorld, Groningenl klik = groot)

Je kunt verhalen op verschillende manieren analyseren. De kern is een plot waarin de diverse elementen noodzakelijk moeten samenhangen. Als twee kinderen alleen door het woud zwerven, moeten ze daar door hun stiefouders zijn achtergelaten, en dat moeten die stiefouders hebben gedaan omdat er grote armoede heerste. Er is daarnaast in een verhaal een achtergrond die je ter kennisgeving aanneemt. Alleen een scherpzinnig kind vraagt waarom een oude vrouw moederziel alleen op een afgelegen plek in het woud gaat wonen en een huis bouwt van pannenkoeken.

Ook binnen de plot zelf zijn, zeker als het om volksverhalen gaat, vaste elementen aan te wijzen. Dingen gaan in vertellingen bijvoorbeeld meestal twee keer verkeerd en de derde keer goed. Als een Griekse auteur schrijft dat Peisistratos twee keer vergeefs had geprobeerd de macht in Athene te grijpen voordat het de derde keer wel lukte, is dat een sterke aanwijzing dat de bron een mondelinge traditie is. De informatie is dus niet zo betrouwbaar. Iets dergelijks valt te zeggen over de geboorte van Caesar door middel van een keizersnede: een te gebruikelijk verhaalmotief om zomaar geloofd te mogen worden.

Deze twee voorbeelden tonen waarom de analyse van volksverhalen belangrijk is. Ze vormt een soort alarmbel die je op je qui vive maakt bij het lezen van antieke biografieën. En met het woord biografie belanden we als vanzelf bij de bestudering van mythen, sagen, legendes, heldenliederen en andere heldenverhalen.

Sjabloon van een heldenleven

Heldenverhalen zijn als genre het voorwerp van allerlei studies geweest. Een bekend voorbeeld is de theorie van Joseph Campbell, gepubliceerd in The Hero with a Thousand Faces (1949). Hij beschrijft een reeks stadia waaraan elk heldenleven zou voldoen. Vandaar de titel ook: er is één held maar in duizenden gedaanten. Hierboven ziet u de uitleg daarvan die ik zag in Storyworld in Groningen, de opvolger van het vorig jaar gesloten Stripmuseum.

Een andere manier om de materie te ordenen is die van de Nederlandse taalkundige Jan de Vries. Hij publiceerde zijn sjabloon in Heldenlied en heldensage (1959). Wat hieronder staat is zijn overzicht, met wat kleine aanpassingen. Er valt heus wel iets op aan te merken, maar het is wellicht nuttig een keer te hebben gezien dat antieke heldenverhalen dezelfde elementen bevatten.

Desondanks zijn ze onverminderd boeiend. Dat komt uiteindelijk minder door de inhoud, die immers weinig verrassend is, maar door de manier waarop elke cultuur het vertelt. Een goede vertaling geeft de lezer daarvan een indruk; dat element van “andersheid” is helaas ook het eerste wat wegvalt in een navertelling. Ik heb het al eens vermeld toen ik de een vertaling van de Theogonie van Hesiodos besprak: zorg dat je oude sagen in vertaling leest en vermijd navertellingen.

1. De verwekking van de held

  • De moeder is een maagd, die soms door een god overweldigd wordt, of ook zich buitenechtelijk met de heldenvader verbonden, heeft.
    • Griekse voorbeelden zijn: Danaë, de moeder van Perseus; Alkmene, de moeder van Herakles; Antiope, die Amfion en Zethos baarde; Tyro de moeder van Neleus en Pelias; Fylone, die van Leukastos en Parrhasios.
    • Voor Indië is te noemen Koenti, de moeder van Karna.
    • Voor de Romeinen Rhea Silvia, die aldus Romulus en Remus ontving.
    • In de Germaanse traditie is te noemen Hiltburg, de moeder van Wolfdietrich.
    • Bij de Ieren Dechtire, de moeder van Cúchulainn.
    • Bij de Hongaren komt het in de sage van Hunyadi voor.
    • In het verhaal van de strijd tussen vader en zoon is dit eveneens het haast vanzelfsprekende uitgangspunt; vergelijk bij de Perzen Rostam, Kawadh, Chosroev en Aboe Ga’far, in de Groot-Russische sage van lija en Sokolnitsjek, in Ierland die van Cúchulainn.
  • De vader is een god.
    • Bij de Grieken is dit een zeer geliefd motief. Zo verbindt zich Zeus met Danaë, Alkmene en Antiope; Poseidon met Tyro en Alope; Apollo met Rhoio; hij zou ook bij een maagd Pythagoras verwekt hebben!
    • Bij de Indiërs kennen wij het voorbeeld van de zonnegod met Koenti.
    • Bij de Romeinen van Ares en Rhea Silvia.
    • In de Ierse overlevering geldt Cúchulainn als de zoon van de god Lug en Dechtire.
    • In de oud-Noorse sage verwekt Odin bij de reuzin Rindr een zoon Vali.
  • De vader is een dier. Onder deze gedaante heeft zich vaak een god verborgen.
    • Zeus verwekt als stier bij Io Dionysos, als zwaan bij Nemesis Helena. Kronos verbindt zich in paardengestalte met Filyra en verwekt Cheiron, in de Alexanderroman is Alexander de zoon van Nektanebo, die in slangengestalte omgang met Olympias heeft.
  • Het kind wordt in bloedschande verwekt.
    • Kastor en Klytaimnestra zijn de vrucht van de verbinding van Tyndareus met zijn dochter Leda.
    • Een Ierse sage beschouwt Cúchulainn als de zoon van Conchobar en diens dochter Dechtire. De Ierse held Lugaid Riab n-Derg is de zoon van drie broers Bres, Nâr, Lothar en hun zuster.
    • De Noorse sage kent Sinfjötli, verwekt door Sigmundr bij zijn zuster Signý.

2. De geboorte van de held

  • Zij geschiedt langs onnatuurlijke weg.
    • Zeus baart Dionysos uit zijn dij, Athena uit zijn hoofd.
    • In Indië wordt verteld, dat Mâmdhâtr uit de zijde van zijn vader geboren is.
  • De “ongeboren” held, dat is het kind dat door de keizersnede van de moeder verlost is.
    • Dit wordt verteld van de Perzische Rostam, de Kymrische Tristan en de Russische Dobrynja Nikititsj. De Russische held Rogdai wordt zelfs uit het lijk van zijn moeder geboren.
De bedreigde jeugd van de held

3. De jeugd van de held wordt bedreigd

  • Het kind wordt te vondeling gelegd, hetzij door de vader, die door een droom gewaarschuwd is, dat het kind gevaarlijk voor hem zal worden, hetzij door de moeder, die daardoor haar schande tracht te verbergen.
    • De Indische overlevering bericht dit van Krishna, de Perzische van Cyrus, Feridun en Artachsîr.
    • Griekse voorbeelden zijn Aiolos en Boiotos, zoons van Nestor, verder van Antilochos, Oidipous, Hippothoos, de tweelingparen Amfion en Zethos, Pelias en Neleus, Leukastos en Parrhasios.
    • In de Duitse sage is Wolfdietrich te noemen.
    • Het van Mozes bekende motief, dat het kind in een korf of kist in de zee of in de rivier geworpen wordt, vertelt de Griekse overlevering van Peleus, Telefos, Anios en Dionysos, de Kymrische van Taliessin. Romulus en Remus worden in de Tiber geworpen.
  • Het aldus te vondeling gelegde kind wordt door dieren gezoogd
    • Door een hinde: de Griekse helden Antilochos en Telefos; de Germaanse held Siegfried en de Zwaanridder;
    • Wolvin: de Griekse sage kent Leukastos en Parrhasios, de Romeinse sage Romulus en Remus, de Ierse Cormac mac Airt. Naar dit motief heeft de Duitse held Wolfdietrich zijn naam ontvangen;
    • Berin: de Griekse held Paris en de Franse Ourson.
    • Een wolvin én berin: de Slavische helden Waligora en Wyrwidab;
    • Merrie: dit wordt verteld in de Griekse sage van Hippothoos en van de tweelingen Amfion en Zethos, in de Servische van Milosj Obilitsj;
    • Koe: de Perzische held Feridûn;
    • Geit: het beroemdste voorbeeld is Zeus en de geit Amaltheia. De Perzische sage vertelt het van Ardachsîr. In Babylonië is te noemen Nebukadnezzar;
    • Teef: behalve de Perzische Cyrus is hier ook te noemen de Griekse held Neleus;
    • Jakhals: dit wordt van Nimrod verteld;
    • Adelaar: in het Babylonische epos Gilgameš en bij de Perzen Achaimenes;
    • De vogel Simoerg: de Perzische held Zâl.
  • Daarna wordt het kind door herders enz. gevonden. Soms ook wordt het dadelijk door herders gevonden of bij hen gebracht;
    • Herders: dit wordt verteld van de Indische Krishna, van de Griekse Zeus; verder van de Perzische helden Cyrus, Kai Chosrev en Feridûn, van de Griekse helden Herakles, Oidipous, Orestes en de tweeling Aiolos en Boiotos;
    • Vissers: voorbeeld is de Griekse Peleus;
    • Tuinier: Sargon.
  • In de Griekse sage worden verschillende helden bij een mythische figuur opgevoed;
    • Zoals bij Cheiron: Achilleus, Aineias, Askiepios, Jason, Peleus en Polyxenos.
De opvoeding van de held

4. De wijze waarop de held opgroeit

  • De held openbaart reeds zeer vroeg zijn kracht moed of andere bijzondere eigenschappen.
    • Nog in de wieg toont Dionysos zijn godenaard door de diefstal van Apollo’s runderen, en Apollo doodt zeer jong de draak Python. Herakles wurgt acht maanden oud de door Hera gezonden slangen. Zo herovert Paris als kind gestolen koeien.
    • Vroegrijp zijn de Perzische helden Cyrus en Kai Chosrev.
    • In de Germaanse heldensage zijn bekende voorbeelden Siegfried en Mimir.
    • Eén nacht oud, wreekt de Noorse god Vali Balder.
    • Cúchulainn openbaart zijn kracht in de strijd met de drie maal vijftig knapen ook reeds als vijfjarig kind.
    • In de Tataarse heldenpoëzie is als voorbeeld te noemen het verhaal van de held die zijn ijzeren wieg stuk breekt en dan meteen begint zich pijlpunt, speer en zwaard te maken, de horens van zes steenbokken af te breken om er een boog uit te vervaardigen en de pees uit de huid van een olifant te snijden.
  • De knaap is daarentegen soms vaak zeer langzaam in zijn ontwikkeling, hij is stom of houdt zich zwakzinnig.
    • Onmannelijk in hun jeugd zijn Perceval en Starkad, evenals de Russische held Ilja Moerometsj. Het wordt ook van de Franse Rainoart en van de Foelbe-held Samba Koelloeng verteld.
    • De oud-Noorse saga noemt zulke helden kolbitr, de “kolenbijter”, dus omdat hij maar aan de haard luiert: zo worden ons getekend Grettir, Glúmr en Thorsteinn, de zoon van Thorgnýr.
    • Uit de Edda is bekend het voorbeeld van Helgi, de zoon van Hjörvard.
    • De Deense held Offa is in zijn jeugd stom; bekend is de figuur van Hamlet, die zich zwakzinnig houdt. Evenals ook de Perzische Kai Chosrev.

5. De held verwerft menigmaal onkwetsbaarheid

  • Allereerst de Griekse held Achilleus, die alleen aan de hiel gewond kan worden. Het schijnt, dat dit motief, dat eerst bij Apollonios van Rhodos optreedt, pas later toegevoegd werd; dat neemt men ook aan van Aias, Kyknos, Meleagros en Pterelaos. De Kretenzische koning Minos is evenals de Etruskische Messapus onkwetsbaar.
  • Hetzelfde geldt van de Germaanse held Siegfried, die door een hoornhuid beschermd werd, wat ook verteld wordt van de Ierse helden Fer Diad en Conganchnes (= hoornhuid).
  • Maar ook de Perzische held Isfandiar heeft een ondoordringbare huid.
  • Bijzonder gevrijwaard is de held die alleen aan de voetzool te treffen is, zoals de Indische Krishna, terwijl men de Deense Frogerus alleen kan doden, als men zand onder zijn voeten kan weghalen.
  • Door het oog zijn te verwonden de Perzische Spandijâdh en de Ierse Balor, aan de navel de Franse held Ferragus.
  • Aan zeer bijzondere voorwaarden is de dood van de Kymrische held Llew Llaw Gyffes verbonden. Verder kan Baldr slechts door een misteltwijg, de Finse Lemminkäinen door een scheerlingstengel gedood worden.
  • Meermalen komt het voor, dat een held alleen door zijn eigen zwaard kan worden gedood, zoals de Perzische Isfandiar en de Russische Charko.
De onkwetsbare held

6. Een der meest voorkomende heldendaden is de strijd met een draak of een ander monster

  • De drakenstrijd kennen wij van de Perzische helden Sâm, Rostam, Goesjtásp, Isfandiar, Ardachsir en Bahram Gôr,
  • van de Germaanse helden Siegfried, Beowulf, Wolfdietrich en Heimir,
  • terwijl het ook verteld wordt van Tristan (in het gedicht van Béroul).
  • In de Griekse sage is Herakles de grote bedwinger van allerlei soort monsters, maar ook Apollo overwint de draak Python, Perseus de Medousa, Theseus de Minotaurus en Bellerofon de Chimaira.
  • Het verhaal van de strijd met de draak, die de chaos symboliseert, kent de Babylonische mythe van Marduk, zowel als de Egyptische van de god Ra.
Drakendoder

7. De held verovert een jonkvrouw, gewoonlijk na het overwinnen van grote gevaren

  • Zo moet Perseus Andromeda van een draak bevrijden. Neleus moet als taak vervullen het halen van de koeien van Fylake, Pelias moet een leeuw en een beer aan een wagen spannen, Pelops een wedren met Oinomaos houden, Oidipous het raadsel van de Sfinx oplossen.
  • Siegfried en Wolfdietrich verwerven een jonkvrouw.
  • Hetzelfde vertelt het Finse epos Väinämöinen.
De held verovert een jonkvrouw

8. De held doet een tocht in de onderwereld

  • Dit vertelt het Babylonische epos van Gilgameš,
  • het Griekse van Herakles, Aias en Odysseus,
  • het Finse Kalevala van Vainamoinen.
De schaduwen voorbij

9. Als de held in zijn jeugd verbannen is, keert hij later terug en overwint zijn tegenstander

  • Soms moet hij daarna toch weer het zo moeizaam verworven rijk verlaten. Dit wordt verteld van de Indische Pândava’s van de Perzische Cyrus en Kai Chosrev , van de Griekse Jason en Peleus en de Gotische held Theodorik.
  • Pelias en Neleus doden Sideros, Amfion en Zethos bevrijden hun moeder Antiope. De Romeinse helden Romulus en Remus doden Amulius.
De terugkeer van de held

10. De dood van de held

  • Vaak sterven zij jong, zoals Achilleus, Siegfried en Cúchulainn.
  • Menigmaal is hun dood wonderbaarlijk. Romulus wordt in de hemel opgenomen, Herakles heeft zijn apotheose op de berg Oitos, Theseus wordt van de rots gestort op Skyros, terwijl Kai Chosrev in de woestijn verdwijnt.
Twee dode helden

35 gedachtes over “MoM | Heldenverhalen, steeds hetzelfde

  1. FrankB

    Dankjewel, nu begrijp ik waarom ik The Good, the Bad and the Ugly zoveel beter vindt dan Once upon a Time in the West. Ook wijs ik er op dat Frodo Balings en Thomas Covenant nauwelijks of niet aan deze stereotypen voldoen.

    1. Frans

      Misschien is dat ook omdat The Good (enz) gewoon een sterkere plot heeft? Once Upon a Time is eigenlijk Sergio Leone en Bernardo Bertolucci die alle westerns die ze ooit gezien hebben nog een keer overnieuw maken.

        1. Frans

          En toch is dat een sterke drijfveer. Schateiland is ook opgebouwd rond dat idee en daar ben ik ook dol op. En beide verhalen hebben een schurk die ook sympathiek is: Tuco/Long John Silver. Dat soort schelmen spreken altijd tot de verbeelding. Waarschijnlijk ligt daar de aantrekkingskracht.

          1. FrankB

            “Toch” is misplaatst – er is geen tegenstelling tussen “sterke drijfveer” en “magere plot”. Geen van beide is de reden waarom ik GBU zo veel beter vind. De reden is dat ik niet van superhelden houd.
            Achilleus bv. vind ik één der minst aansprekende karakters uit de Griekse mythologie. Hij wordt pas een beetje interessant als hij zijn gemok opgeeft en laaiend zijn tent uitstormt. Dat vond ik als kind al. Op dezelfde wijze vind ik Blondie (de gemeenste belichaming van het goede ooit) en Tuco (uitleg overbodig) vele malen interessanter dan Harmonica.
            GBU is een pervertering van de queeste – de weg ernaar toe is relevant, het doel is maar bijzaak. De drie karakters passen daar naadloos bij.

  2. Willem Vermeer

    Klopt die Finse Lemminidinen? Het Internet lijkt hem niet te kennen. Kan Lemminkäinen bedoeld zijn? (Ik vraag het aarzelend want Lemminkäinens c.v. is me niet bekend.)

  3. Martin

    Zie de Bergrede: https://bijbel.eo.nl/bijbel/matteus/5

    Wat daarin voorspeld wordt voor de underdogs is uiterst onwaarschijnlijk. Maar velen geloven het graag. Dat is altijd het probleem van religie geweest: als er een God is die almachtig is en het goed met ons meent, waarom merken wij daar dan zo weinig van? Bij de EO zie je vaak verhalen over christenen die jong zijn overleden; leg dat maar eens uit! Ja, zeggen theologen dan, dat is een moeilijke vraag, dat heet de Theodicee. Wat natuurlijk geen antwoord op de vraag is. Daarom zijn sprookjes zo aantrekkelijk: aan het eind overwint de underdog, wat in werkelijkheid niet vaak gebeurt.

  4. De Griekse held Paris? Ik ken alleen een Trojaanse Paris, maar dat zal best aan mij liggen…

    Overigens bestaat er een verhaal dat Hitler ooit bij een waarzegster geweest zou zijn, die hem tijdens dat consult voorspelde dat hij alleen door eigen hand kon sterven.
    Ondanks zijn oorlogsverwondingen en een stuk of wat aanslagen, moest hij inderdaad uiteindelijk de hand aan zichzelf slaan.

  5. Off topic: verdomde jammer dat het Stripmuseum niet meer bestaat- men had daar nog een leuke tentoonstelling (van de originele strippaginas) en boekpresentatie georganiseerd van mijn verstrippingen van de liedjes van Ede Staal.

  6. Debby Teusink

    Ik mis een held, de beroemdste van allemaal en die voldoet aan criterium 1, verwekt door een god, bij een maagd. Criterium 3, hij moest vluchten voor de boze koning. Criterium 4, de bijzondere jeugd, hij is zoek maar blijkt in het “huis “van zijn vader te zijn. Criterium 6, de verzoeking door de duivel in de woestijn en criterium 8, Christus’ hellevaart, na de kruisdood maar voor de opstanding zou Jezus naar de hel zijn gegaan om de aartsvaderen te redden, een apocrief verhaal.

    1. Dit is inderdaad de context waarin de verhalen moeten worden geplaatst. Een historisch personage trekt, om zo te zeggen, een kostuum aan van wat de mensen destijds aan motieven verwachtten. Net als Peisistratos en Caesar of Alexander.

  7. Jeroen

    Peperkoek. Het huisje is volgens mij van peperkoek. In een pannenkoekenhuisje kan je namelijk – ironisch genoeg – príma wonen.

  8. Klaas

    Ik dacht bij dat huisje van peperkoek altijd aan de smaak van kruidnoten (a.k.a. pepernoten). Misschien een hoop metselwerk, maar het moet je wel aanspreken Jona!

  9. Dirk

    Eigenlijk is Anakin meer dan Luke de held van Star Wars, zij het een tragische: verwekt bij een maagdelijke moeder, slaaf in zijn jeugd, onmiskenbaar talent maar moeilijke opleiding, wreekt zich op de moordenaars van zijn moeder, verovert jonkvrouw, bijna onkwetsbaar, doodt het monster Palpatine. Al bleek die ook weer niet echt dood, tss, sequels.

    Verrijzenis is een populaire heldenhobby: Holmes, Spock, Gandalf, allemaal in meer of mindere mate dood geweest of geacht. Arthurs wekker mag ook stilaan afgaan daar in Avalon want Albion is al geruime tijd het noorden kwijt.

      1. FrankB

        Nog een reden om de Star Wars films niet te gaan zien. Ik vond Dune (het boek) al vervelend.
        Het herrijzenis aspect van Gandalf vond ik ook al een zwak punt; gelukkig werd het al snel gecompenseerd door de spiegeling aan Saruman.

  10. Medellín, 21 september 2020

    Er was eens een tijd, lang geleden, dat aan de Universiteit Utrecht met ontzag en regelmaat verwezen werd naar Vladimir Propp (Sint Petersburg 1895 – Leningrad 1970) en zijn werk.

    Hier vindt u er een voorbeeld van: https://gointothestory.blcklst.com/vladimir-propps-31-narratemes-another-approach-to-story-structure-da756027ed13

    Doen de opvattingen van Propp nog mee in het huidige discours?

    En wat is er over van het werk van c.q. wat wordt er nog gedaan door bio-psychologen op het terrein van vooronderstelde structuren die het brein nodig zou hebben om informatie goed en snel te ordenen en te kunnen onthouden?

    Je zou zeggen dat met de huidige capaciteit aan data verwerking en de inmiddels goed gefundeerde kritiek op de volledig gestrande pogingen van Chomsky, ergens nieuwe school gemaakt wordt… George Lakoff c.s.?

    1. Willem Vermeer

      Ik moge dan slavist zijn, maar voor mij is hij niet meer dan een (grote) naam. Een beetje goegelen leert meteen dat het in Rusland een klassieker is, het wordt om de haverklap herdrukt en valt overal down te loaden. Niet vreemd, want het is een lekker overzichtelijk boek (150 blz.) en bloedhelder geschreven, zo mooi leesbaar en duidelijk kom je het niet iedere dag tegen. Leuke tip dus.

      Maar natuurlijk geen idee wat zijn status in de moderne wereld is.

      1. @ Willem Vermeer & Roger van Bever

        Medellín, 21 september 2020

        Dank voor uw beider reacties, observaties en verwijzingen. Ik ben in het geheel geen specialist zoals u beiden dat bent op uw beider vakgebied. Mijn enige ervaring met taalkunde deed ik op tijdens een kort bijvak in Utrecht, met name de bestudering van taalkeuze bij meertalige lieden in Suriname. In dat verband leerde ik, oppervlakkig, het werk van De Saussure kennen, en toen kwam Vladimir Propp, een beetje flauwig gesteld, op de proppen.
        (zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/Semiotic_literary_criticism )

        Nog even terugkomend op uw vragen, die ik als volgt samenvat.

        a. Huidige status.

        * Mij komt het voor dat Propp als vroeg structuralist in de taalkunde, een blijvende, en misschien niet in alle gevallen meer goed zichtbare impact heeft gehad, ook strekkend tot in de programmeertalen, de cryptologie, afluisterkunde en, meer recent, ¨machine learning¨ en ¨deep learning¨. Denk aan Naftali Tishby in Jerusalem, denk aan het werk aan de John Hopkins University (Hynek Hermansky), en denk aan het Watson lab van IBM in New York.

        Dagelijks maak ik gebruik van de schitterende toepassing en uitvinding van dr. Gereon Frahling uit Keulen (deepl.com).

        Zie ook: https://www.pauljorion.com/blog/wp-content/uploads/new-theory-cracks-open-the-black-box-of-deep-learning-20170921.pdf

        Een mooi voorbeeld vormt ook het volgende hedendaagse werk van Mark Finlayson, University of Florida

        https://users.cs.fiu.edu/~markaf/doc/j4.finlayson.2016.jaf.129.55_archival.pdf

        Al deze activiteit is ook voor de archeologie van het grootste belang, al liet Jona Lendering onlangs zien dat de kunde van langs deze wegen aanvullingen vervaardigen in ontbrekende tekstdelen, (papyrus en kleitabletten basis) nog in de vroege stadia van ontwikkeling verkeert.

        Tishby zelf is ook terughoudend in juichtaal die ‘anderen’ (i.e. niet materie deskundigen) zich veroorloven en claimt dat de huidige bovengrens aan accuratesse in sluitende vertalingen rond de 80 % ligt en dat ´voorlopig´, .i.e. de komende 20 jaar die grens niet of bijna niet zal opschuiven in de richting van de gedroomde 100 %.
        (Accuratesse te definiëren in protocollen op te stellen door in consensus tussen disciplinair erkende deskundigen, bereikte re-construeerbare conclusies, in voor inzicht, toezicht en opmerkingen toegankelijke fora.)

        b. Kennis verbeteren omtrent de ‘vraag’ naar structuur in brein en bewustzijn.

        Ook op dat kennisgebied ben ik geen deskundige. Maar, op mijn eigen vakgebied, de ontwikkelingskunde, is het verkrijgen van inzicht in het hoe, waarom en wanneer menselijke wezens ´leren´ en ´blijvend leren´ van essentieel belang. Ik verwijs naar vroege ordenaars op dit terrein in Nederland als de reus G.J. Kruijer (UvA, 1919 – 1986, merkwaardig is dat hij volgens een internetbron nog leeft, terwijl ik aanwezig was bij zijn crematie en door zijn dochter daar ben gefotografeerd tesamen met mijn eigen leermeester, die leerling van Kruijer was), en in Wageningen de grote A. van den Ban.

        Vanuit het aanpalende gebied van de ontwikkelingspsychologie, en ¨basic education¨, helaas slecht vertaalbaar in zijn UNESCO definitie in een Nederlands begrippenpaar, weten we dat mensen in hun ontwikkeling idolen (goden, helden, rolmodellen en gaat u maar door) nodig hebben. En omgekeerd: het al dan niet met geweld WEG-drukken van idolen en rolmodellen, of zelfs afstraffen met hoofd- of hand-afhakking of geseling van zelfs maar het verlangen naar idolen en rolmodellen, leidt zonder uitzondering en waar dan ook ter wereld en in welke menselijke groepering dan ook tot grote ellende.
        Teveel idolatrie is niet goed (Hitler, Mussolini en gaat u nog even door tot in onze dagen), maar te weinig is ook niet goed. Vanaf de prachtig gekleurde en getekende beelden met de vroegst mogelijk bekende oorsprong (grotten), maar dan via de bekende en soms nog overlevende ´tussenstations´ naar onze huidige samenlevingen, komen vormen van beren, poppen en idolen vervaardiging en verering c.q. aanbidding voor die, er is geen ontkomen aan de conclusie, kennelijk een vaste noodzaak vormen in de menselijke breinen en samenlevingen.

        Spinoza zei het, en voor en na hem velen met hem, en ik vat het in het kort samen: laat ze maar rustig met hun idolen in de weer gaan, als ze daar gelukkig van worden, en anderen geen kwaad doen, dan moet het kunnen.

        De mensheid heeft helaas nog (?) niet overal dat inzicht en die tolerantie bereikt, zoals bijvoorbeeld het gewelddadig met zwepen meppen van vrouwen door vrouwen dag in dag uit in Aceh laat zien. En dat met een geclaimde goedkeuringsgraad van de omringende bevolking van rond de 95 %. President Widodo, die wanhopig maar vergeefs tracht dit gruwelijks te stuiten, valt niet te benijden.

        Alle archeologen ter wereld weten wat er in Mosul en omgeving gebeurd is de afgelopen jaren.

        Verandering naar een wereld van vrede, goedheid, liefde en zorg is misschien toch zo’n gek verlangen nog niet.

        Lijkt me een blijde boodschap naar lieden die menen dat ontwikkelingssamenwerking een beetje soft gedoe in de marge, en geld verspilling is.

        Dat het veel beter is om er bommen op te gooien.

        Zelfs Robert McNamara zag dat in toen hij veranderde van steeds heviger bommensmijtende minister van defensie naar basic education financierende president van de Wereldbank.

        Lijkt me een goed voorbeeld. De imitatione.

        b.à.v. jl

    2. Hartelijk dank voor de verwijzing naar Vladimir Propp en het interessante artikel.

      … op het terrein van vooronderstelde structuren die het brein nodig zou hebben om informatie goed en snel te ordenen en te kunnen onthouden?…

      Ik vind dat er in de heldensagen wellicht ook een nostalgie naar het verleden een rol zou kunnen spelen. Er is voor veel mensen een behoefte aan epen en verhalen uit de oudheid en middeleeuwen (die zoals bekend in de meest diverse culturen voorkomen). Ze zijn zoals JL hierboven aangeeft, bijna altijd volgens een (min of meer) vast patroon en ze worden nog steeds met veel plezier gelezen worden.

      Maar waarom is denk is zeer complex. Er kan een theorie over opgesteld worden, maar die is moeilijk toetsbaar. Die vooronderstelde structuren in het brein en hun functie kan ook evolutionair zijn om gevaar af te weren door gevaarlijke dingen veilig door een bard te horen zingen, maar ondertussen zelf de gevaren te vermijden. De vraag is bijvoorbeeld waarom mensen zo graag thrillers lezen of spannende films bekijken.

      Die behoefte aan helden is met de tijd niet veranderd, ook al zijn we wat kwistiger geworden met het predicaat ‘held’. De ‘helden’ van de gezondheidszorg, de helden van de ‘Tour de France’, de ‘held’ Max Verstappen, de ‘helden’ van Ajax die zelfs ook nog ‘godenzonen’ genoemd worden, de vele striphelden, etc. Er bestaat zelfs een tijdschrift met de titel ‘Helden’.

      Het zou natuurlijk interessant zijn als we onze kennis op dit punt kunnen verbeteren.

      Ik wil nog even wijzen op een masterscriptie van een student van de UU:

      https://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/22774/masterscriptie%20roxy.pdf?

      Mvg!

      Roger

  11. Paulke Snijders

    ‘Zeus verwekt als stier bij Io Dionysus’, moet dit niet, in plaats van Dionysus, Epaphus zijn die later koning van Egypte wordt en Memphis sticht en vereenzelvigd wordt met de Egyptische god Apis?
    Dionysus werd door Zeus bij Semele verwekt. Semele had gevraagd (ingefluisterd door de listige en jaloerse Hera) of Zeus in zijn ware gedaante zou verschijnen. Dit geschiedde en betekende haar dood (als gevolg van de bliksem). Zeus verborg het ongeboren kind Dionysos (de tweemaal geborene) in zijn dij.

Reacties zijn gesloten.