Middeleeuwse monsters

Een eend op een draak (Qasr Libya)

Het dierenrijk valt te verdelen in drie categorieën: (1) levende dieren, (2) uitgestorven dieren en (3) fabeldieren. Dat lijkt simpel, maar de grenzen zijn niet helemaal scherp. De coelacant promoveerde bijvoorbeeld in 1938 van de tweede naar de eerste divisie. En van diverse fabeldieren is aannemelijk gemaakt dat degenen die ze hebben verzonnen, waren geïnspireerd door dinosaurusbotten. Zulke dieren promoveerden van de derde naar de tweede divisie.

Cryptozoölogie

Fabeldieren mogen dan niet bestaan, ze zijn het voorwerp van serieus antropologisch, biologisch en historisch onderzoek. Lezenswaardig boek is het in 2008 verschenen boek Yeti-jagers (2008) van antropoloog en jurist Tjalling Halbertsma, die in Mongolië de Verschrikkelijke Sneeuwman achterna ging en terechtkwam bij zowel wetenschappelijke als pseudowetenschappelijke onderzoekers.

Lees verder “Middeleeuwse monsters”

Een Etruskische hydra

Held met hydra (Antikensammlung, München)

Hierboven ziet u een deel van een amfoor die ooit is gevonden in de Etruskische stad Vulci. Veel aardewerk dat in het antieke Etrurië is gevonden, is geïmporteerd uit Griekenland, maar dit is een lokaal product, rond 520 v.Chr. gemaakt door de zogeheten Tityos-schilder. De vaas is tegenwoordig te bewonderen in de prachtige Antikensammlung aan de Königsplatz in München.

Hydra

Maar wat stelt het voor? Rechts herkennen we een veelkoppig fabeldier, dat we zonder veel problemen kunnen identificeren met een hydra. Dat was een vervelende waterslang, die zich nogal slecht liet bestrijden doordat voor elke afgehakte kop meer dan één kop terug aangroeide. Bovendien was een van de koppen onsterfelijk. De halfgod Herakles schakelde het ondier gelukkig uit door niet alleen de koppen af te hakken, maar de wond ook dicht te schroeien voor nieuwe koppen konden opsteken. Tot slot hakte hij de onsterfelijke kop af, en begroef die. Die moet dus nog ergens in Griekenland liggen.

Lees verder “Een Etruskische hydra”

Een bijl uit Margiana

Een bijl uit Margiana (Louvre, Parijs)

In de afdeling Nabije Oosten in het Louvre in Parijs is momenteel een kleine expositie van voorwerpen die normaal gesproken in het Metropolitan Museum in New York zijn. Er zijn duizend redenen om naar het Louvre te gaan, maar deze tentoonstelling behoort er niet toe: het gaat namelijk om zegge en schrijve tien objecten. Die liggen dan naast voorwerpen uit het Louvre die er enigszins op lijken, wat in museale koeterwaals dan heet dat ze een dialoog aangaan.

Een van de Amerikaanse voorwerpen is bovenstaande bijl. Het voorwerp komt – en eigenlijk klinkt dit verdacht – uit een na de Iraanse Revolutie van 1979 naar de Verenigde Staten overgebrachte collectie van een Iraanse verzamelaar. Ik heb niet kunnen achterhalen waar die verzamelaar de bijl heeft verworven, maar het voorwerpje behoort tot het zogeheten Bactria-Margiana Archaeological Complex (BMAC). Dat is een bronstijdcultuur uit het zuiden van Turkmenistan en Oezbekistan en het noorden van Afghanistan, die u moet plaatsen tussen 2200 en 1700 v.Chr. Ze kenmerkt zich door opvallend grote burchten – ik heb Gonur Deppe weleens genoemd – en handelscontacten met India, de (Indo-Europese) Andronovo-cultuur en Mesopotamië.

Lees verder “Een bijl uit Margiana”

Jehan de Mandeville

Jehan de Mandeville

Weinig lectuur zo leuk als een goed reisverhaal. Dat vonden de mensen in de Oudheid al – men leze de Odyssee van Homeros. De betrouwbaarheid was echter anders dan we zouden verwachten. De grens tussen een in principe betrouwbaar reisverslag en een mogelijk totaal verzonnen reisverhaal was vloeiend. Dat maakt voor ons zo’n verhaal natuurlijk alleen maar interessanter.

Middeleeuwse reisverhalen

Eén van de bekendste middeleeuwse reisverhalen is de Navigatio sancti Brendani abbatis, het negende- of tiende-eeuwse verhaal over een Ierse abt die een reis maakte over de Atlantische Oceaan. (Er is een vertaling van de Latijnse tekst door Vincent Hunink, maar er is ook een middelnederlandse bewerking van de Reis van Sente-Brandane.) Hoewel het niet onmogelijk is dat een Brandaan ooit zo’n reis heeft gemaakt, is het overgeleverde verslag weinig realistisch. Zo vindt Brandaan een pratend reuzenhoofd op het strand, verjaagt een hert in de wolken een draak en meert hij aan op een eiland dat een vis blijkt te zijn.

Lees verder “Jehan de Mandeville”

Heldenverhalen, steeds hetzelfde

Heldenverhalen zijn steeds hetzelfde, zoals de Leeuwenkoning (StoryWorld, Groningenl klik = groot)

Je kunt verhalen op verschillende manieren analyseren. De kern is een plot waarin de diverse elementen noodzakelijk moeten samenhangen. Als twee kinderen alleen door het woud zwerven, moeten ze daar door hun stiefouders zijn achtergelaten, en dat moeten die stiefouders hebben gedaan omdat er grote armoede heerste. Er is daarnaast in een verhaal een achtergrond die je ter kennisgeving aanneemt. Alleen een scherpzinnig kind vraagt waarom een oude vrouw moederziel alleen op een afgelegen plek in het woud gaat wonen en een huis bouwt van pannenkoeken.

Ook binnen de plot zelf zijn, zeker als het om volksverhalen gaat, vaste elementen aan te wijzen. Dingen gaan in vertellingen bijvoorbeeld meestal twee keer verkeerd en de derde keer goed. Als een Griekse auteur schrijft dat Peisistratos twee keer vergeefs had geprobeerd de macht in Athene te grijpen voordat het de derde keer wel lukte, is dat een sterke aanwijzing dat de bron een mondelinge traditie is. De informatie is dus niet zo betrouwbaar. Iets dergelijks valt te zeggen over de geboorte van Caesar door middel van een keizersnede: een te gebruikelijk verhaalmotief om zomaar geloofd te mogen worden.

Deze twee voorbeelden tonen waarom de analyse van volksverhalen belangrijk is. Ze vormt een soort alarmbel die je op je qui vive maakt bij het lezen van antieke biografieën. En met het woord biografie belanden we als vanzelf bij de bestudering van mythen, sagen, legendes, heldenliederen en andere heldenverhalen.

Lees verder “Heldenverhalen, steeds hetzelfde”

De vier beesten van Daniël

Gevleugelde leeuw uit Nimrud (British Museum, Londen)

Een tijdje geleden beloofde ik een stukje over de wijze waarop de mensen in de Oudheid omgingen met voorspellingen. Als je de antieke teksten leest, komen die namelijk altijd uit. Eén verklaring is dat ze multi-interpretabel waren. Spreuken werden mondeling overgeleverd en er waren allerlei varianten in omloop. Thoukydides vertelt bijvoorbeeld over de tyfusepidemie die in 430 v.Chr. Athene trof:

In deze ellende was het begrijpelijk, dat de Atheners zich de volgende versregel herinnerden, volgens de ouderen een vroegere voorspelling:

“Eens komt een Dorische oorlog en de pest vergezelt hem.”

De mensen werden het er niet over eens of in deze oude versregel gesproken was van loimos (pest) of van limos (honger), maar natuurlijk behaalde in de gegeven omstandigheden het woord loimos de overwinning; want de mensen pasten hun herinnering aan aan het leed dat hen trof. Maar – zo komt het mij voor – als ooit een andere Dorische oorlog mocht uitbreken en gepaard gaat met honger, dan zullen zij vermoedelijk de andere lezing verkondigen. (vert. M.A. Schwartz)

Lees verder “De vier beesten van Daniël”

Het Uddelermeer

Uddelermeer
Uddelermeer

Het belooft een mooie (wellicht tropische) dag te zijn dus ik geef u nog eens een stukje over een mogelijk zomers fietstochtje: naar het Uddelermeer. Als u begint in Ermelo of Harderwijk, passeert u op de Ermelose heide nog een Romeins marskamp, dat wordt aangegeven met een helaas niet al te geslaagd standbeeld van een legionair. Verder fietsend langs de Flevoweg passeert u wat bossen en weilanden, aan uw rechterhand nog een heide (waarvan ik de naam niet weet) en aan uw linkerhand het Nationaal Hippisch Centrum. Na een kleine afslag naar links, de Paleisweg, komt op een rotonde een wat grotere afslag, de Garderenseweg, die u leidt naar Uddel. Tegenover het theehuis aan uw linkerhand ligt het Uddelermeer.

Ik was er tot een paar jaar geleden nog nooit geweest en dat is toch vreemd want als kind heb ik Pim Pandoer en het monster van de Uttiloch van Carel Beke verslonden. Het Uddelermeer is een van de weinige wat vochtiger plekken in een vrij droog gebied, en bovendien wordt in dit gebied ijzer gewonnen, zodat hier al in de IJzertijd mensen woonden.

Lees verder “Het Uddelermeer”

Byzantijnse krabbel (7): Walvis

Walvis op een gevelsteen (Elleboogsteeg 12, Amsterdam)

Nee, dat dit Byzantijnse krabbel numero zeven is, wil niet zeggen dat u er zes hebt gemist. De waarheid is dat ik een klein dozijn in de pen heb om later te publiceren, maar dat één ervan ineens actueel is, zodat ik die nu naar voren haal. Het is een geweldige anekdote uit de Geschiedenis van de oorlogen van Prokopios, een zesde-eeuwse hoveling uit de tijd van keizer Justinianus (r.527-565).

In die tijd werd de walvis (κῆτος) gevangen die de inwoners van Constantinopel Porfyrios noemden. Het dier had Byzantium en omliggende steden zo’n vijftig jaar lastig gevallen, hoewel niet aan een stuk. Soms was het er voor enige tijd niet, maar op andere momenten bracht het schepen tot zinken en joeg het de opvarenden van andere schepen zoveel schrik aan dat ze lange omwegen maakten. Het was daarom een punt van aandacht voor keizer Justinianus om het dier te vangen.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (7): Walvis”

Manuscript met drakendoder

Middeleeuws Ovidius-manuscript (Vaticaanse Bibliotheek, Rome)

Scherp als uw ogen zijn en paraat als uw kennis van de Latijnse poëzie is, had u het bovenstaande natuurlijk terstond geïdentificeerd als de regels 27 tot en met 58 uit het derde boek (zie het cijfer bovenaan) van de Metamorfosen van Ovidius. Dat is het begin van een heel mooi verhaal dat ik hieronder aan u zal geven in de vertaling van Marietje d’Hane-Scheltema. Het manuscript is afkomstig uit de Vaticaanse Bibliotheek.

Het verhaal? Jupiter (zoals de Romeinen Zeus noemen) heeft van het strand bij de Phoenicische stad Tyrus – ik blogde er al eens over – het meisje Europa ontvoerd. Haar broer Cadmus gaat haar zoeken. Diens naam is overigens Semitisch: qedem betekent zoiets als “oosterling”. Hij belandt met wat vrienden in Griekenland en wil daar een stad gaan stichten. Hieronder leest u wat er toen gebeurde. Daarna, nog verder naar onder, nog een enkel woord over de slang in de boom.

Lees verder “Manuscript met drakendoder”

De Franken

Een Frankische krijger: de Heer van Morken (Johnny Shumate)

De laatste Romeinse keizer die nog belang stelde in de gebieden ten noorden van de Alpen was Majorianus (r.457-461). Dat betekende dat hij het conflict aanging met de Franken, die inmiddels in het noorden van Gallië een staat aan het opbouwen waren. Ik blogde al eens over hun leider Childerik.

De Romeinse auteur Sidonius Apollinaris hield een lofrede op zijn keizer, waarin hij alle stereotypen uit de kast haalde om de Franken neer te zetten als allerafschuwelijkste woestelingen. De toekomst behoorde echter wél aan die woestelingen: Majorianus bereikte weinig en de Franken namen de macht in Gallië over. Over deze episode is groot nieuws op komst maar het is nog onder embargo.

Lees verder “De Franken”