De Hemelschijf van Nebra in Assen

De afgelopen dagen vertelde Ab Langereis al het een en ander over de hemelschijf van Nebra: over de Únětice-cultuur, over de ontdekking, over de mogelijkheid (hoe onwaarschijnlijk ook) van een Babylonische connectie en over de mogelijke redenen waarom het voorwerp uiteindelijk is begraven. De aanleiding voor die vier blogjes was dat het Drents Museum in Assen momenteel een betoverend mooie expositie wijdt aan het voorwerp. Die duurt nog zes weken.

Zoals Ab al aangaf, moeten we veel speculeren. Ik was heel benieuwd hoe het museum in Assen dat zou aanpakken. Ik geloof weinig van de door Harald Meller gelegde relatie met de Babylonische astronomie, die hij overigens ook zelf presenteert als speculatie. Je kunt als museum de puzzel centraal stellen, en omdat we sinds de sluiting van het archeologiemuseum van Brugge nauwelijks uitleg hebben van wat archeologie is, zou het best zinvol zijn geweest weer eens ergens te vertellen over hypothesevorming en -toetsing. Conservator Bastiaan Steffens maakte een andere keuze.

Expositie

Hij heeft namelijk besloten het voorwerp te tonen vanuit de Bronstijd-context. We zien dus eerst iets over de toenmalige samenleving: een agrarische wereld waarover we mede dankzij grafheuvels iets weten. De mensen in die wereld lijken de woeste veengebieden geassocieerd te hebben met een parallelle wereld. Niet per se bovennatuurlijk – een woord dat het museum in de uitleg vermijdt – maar wel een plek die anders was dan het bewerkte akkerland. In het veen liet men voorwerpen achter die wij nu rangschikken onder offers. Twee schedels tonen dat er ook mensenoffers waren. Een voor mij verrassende interpretatie: “ze kregen geen grafmonument maar werden een met het landschap”.

Het Drents Museum toont de rijkdom van de Únětice-cultuur met voorwerpen uit het Duitse Naumburg. Die zijn inderdaad verbluffend. Een bijl lijkt op het materiaal uit Roemenië dat op de Racines-expositie in 2019 in Luik was te zien, maar een analyse van het gebruikte koper bewees dat dit kwam uit Slowakije. Het is dus niet altijd langeafstandshandel in metalen in de Bronstijd, maar wat wel een lange reis heeft gemaakt is het ontwerp.

Er is wat aandacht voor het astronomische heiligdom van Pömmelte waarover ook Ab al schreef. De daar gedocumenteerde visie op de hemelverschijnselen raakte echter in onbruik; het astronomische heiligdom werd althans verlaten. De Únětice-mensen hadden een andere visie, die dus is gedocumenteerd in de Hemelschijf. En toen de mensen het voorwerp rond 1600 begroeven, was ook die visie achterhaald. Terwijl de Hemelschijf zélf ook aanpassingen toont en bewijst dat de Úněticers eveneens een ontwikkeling meemaakten in hun denken. Welke ontwikkeling precies, is onderwerp van speculatie.

Belang

Tot slot: waarom is dit voorwerp belangrijk? Oudheidkundige data zijn slechts oudheidkundige data. De wetenschappelijke dynamiek (en het feitelijke nieuws) zit in de veranderende technieken, zoals Lidar of digitale paleografie of DNA. De Hemelschijf van Nebra is nu een van die heel zeldzame vondsten die ons dwingt anders te gaan kijken naar een tijdperk waarvan we de hoofdlijnen meenden te kennen. Dankzij deze vondst is duidelijk geworden dat men destijds niet alleen een visie had op het bovenmaanse, maar ook moeite deed om die aan te passen, te corrigeren, te verbeteren. Daarmee is de Hemelschijf van Nebra, zoals Steffens verwoordde, een ode aan de nieuwsgierigheid. Het intellectuele avontuur van de antieke mens heeft onverwacht een heel nieuwe dimensie gekregen.

Zoiets gebeurt niet vaak. De Dode-Zee-rollen, die een jodendom tonen van vóór het ontstaan van het christendom en vóór de groei van het rabbinaat, zijn het eerste voorbeeld dat me te binnen schiet van een vondst die leidde tot zoveel nieuw inzicht.  In de oudheidkundige disciplines zit de dynamiek vrijwel altijd in de methodische vernieuwing. Maar in deze twee gevallen niet. Er zullen er meer zijn maar die schieten me nu even niet te binnen.

Bij de persrondleiding merkte directeur Harry Tupan op dat hij had geleerd dat je nooit moest opscheppen dat iets het mooiste, eerste of beste was – maar de Hemelschijf van Nebra is wel degelijk heel bijzonder. Dit is geen gevalletje oudheidkundige standaardoverdrijving. Dus gaat dat zien.

***

[De Hemelschijf van Nebra is nog zes weken in het Drents Museum. Op 14 augustus pakken in Assen ook de astronomen uit met lezingen en een planetarium. Verder is er natuurlijk de mooie expositie over Armenië. Er zijn trouwens nog tweeënvijftig redenen om naar Drente te gaan.]

4 gedachtes over “De Hemelschijf van Nebra in Assen

  1. Karel van Nimwegen

    Ik ben al gegaan en ik vond het ook een erg geslaagde tentoonstelling. Ik kan de andere volgers van deze blog een bezoek zeker aanraden. Ook Armenië is mooi gedaan.

  2. Rinus

    Mooi en genuanceerd verhaal, dat meer recht doet aan de hemelschijf van Nebra.

    Twee dingen komen bij mij op:

    1: Het astronomische heiligdom had zeer waarschijnlijk een praktische functie, het vaststellen van het moment van een of ander astronomisch fenomeen: doorgang zon of een ander hemellichaam dat waarschijnlijk een belangrijk moment in het leven van de gebruikers aangaf.
    De hemelschijf is een mobiel artefact, meer een materialisatie van een bepaalde overtuiging met astronomische aspecten of een visualisatie van een bepaald idee (ook met astronomische kenmerken). Ik vraag me af of een verschil in datering voldoende onderbouwt dat er verschillende visies zijn geweest.
    Ik vraag me zelfs af of het begraven van de hemelschijf gekoppeld kan worden aan een ontwikkeling in denken, misschien is de schijf wel een grafgift geweest van iemand.
    [@JL: het lijkt wel te raken aan ‘jouw’ eerste wet van de archeologie 😉 ]

    2: Als archeoloog, denk ik meer in de lijn van dat de hemelschijf, en ook de Dode-zee-rollen, ons inzicht heeft gegeven op een andere dimensie van het intellectuele avontuur van de antieke mens. Zij zijn niet veranderd door deze vondsten, de verandering heeft plaats gevonden bij ons.

    [Een reisje naar Assen staat gepland, ik ben benieuwd naar de tentoonstelling over Armenie en deze schijf]

  3. Mijn (late) commentaar op de theorie uit dat boek:

    “dat de kroonprins van een (hypothetische) Únětice-staat bij het hof van een Mesopotamische vorst op bezoek is geweest, bijvoorbeeld ter versterking van de goede handelsrelaties. Vergelijk het met de wijze waarop wij tegenwoordig handelsmissies organiseren met onze koning aan het hoofd. Die Mesopotamische vorst zou mogelijk de van zijn Wetten bekende Babylonische koning Hammurabi kunnen zijn geweest”

    Ja, volkomen kul dus. Er bestonden geen handelsrelaties tussen een volk in de Harz en het hof van Babylon. En dan nog Hammurabi, waarom niet! Die zal zijn goeie vrind uit de Harz (die vast een vat pils meenam) van harte welkom hebben geheten! Na al die tijd brieven schrijven! 😉

    Natuurlijk weten we dat handel over deze afstanden via tussenhandel ging, en we kennen ook die tussenhandelaren van zulke activiteiten. De vorsten van Únětice stuurden geen handelsmissies naar Iraq, maar waarschijnlijk naar de Balkan, Noor-Italië of het Egeïsch gebied. En die gingen weer verder, het is mogelijk dat er wel 3 of 4 tussenstations waren.

    En waarom trouwens Babylon? Er zijn zat plaatsen te bedenken waar men ook langer zich kon hebben op de sterren. Als men Stonehenge in Engeland kon bouwen (en ga nou niet vertellen die die óók naar Hammurabi reisden!!) was die kennis ook dichterbij te krijgen. Misschien Anatolië, of het Mediterrane gebied, of de Oekraïense steppe.

    “Deze kennis moet geheim zijn gehouden, want na enkele generaties moeten de gebruikers zijn teruggevallen”
    Ja, mooi makkelijk als je zo gaat redeneren. Misschien is de verklaring gewoon anders.

    “Meller oppert dat de toenmalige vorsten kennis hebben genomen van de zonnecultus in Egypte en misschien daar zelfs op bezoek zijn geweest.”
    Ja waarom niet, als je geen bewijzen hoeft neer te leggen kun je mensen zelfs met gemak Amerika laten ontdekken. Echt heel zwak en puur sensationeel.

Reacties zijn gesloten.