De Peloponnesische Oorlog (2)

Inscriptie met de namen van gesneuvelde Atheners (Louvre, Parijs)

In het eerste stukje legde ik de hoofdlijn van de oorlogen tussen 431 en 387 v.Chr. uit. Wat opvalt in het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, is hoe traditioneel het is. De auteurs volgen Thoukydides, die de Archidamische en Dekeleïsche Oorlog samenneemt tot één conflict. De Korinthische Oorlog, die uitbrak na Thoukydides’ dood, behandelen ze afzonderlijk.

Voor wat samen hoort en wat niet, volgen ze dus het oordeel van hun bron. Daar ligt een reëel probleem, want het is denkbaar dat als Thoukydides langer had geleefd, hij alle drie oorlogen had beschreven. Er is namelijk een aanwijzing dat hij Athenes herstel nog heeft herkend, aangezien hij het ergens heeft over de onvermijdelijkheid waarmee dingen zich ongeveer herhalen zoals ze al zijn gebeurd. De discussie over de interpretatie daarvan is hopeloos complex en hangt samen met die over zijn sterfjaar.

Thoukydides was geen historicus

Los daarvan graaft Thoukydides veel te diep om historicus te zijn. Hij wil doorgronden wat een demagoog doet, wat een veldslag is, wat er gebeurt tijdens een burgeroorlog. Dat leidt tot indrukwekkende beschrijvingen, bijvoorbeeld over taalverandering, maar maakt zijn boek niet tot een goed geschiedwerk. Het is eerder een sociologische of morele studie. Hij beschrijft één burgeroorlog in detail en beperkt zijn verslag van alle andere interne conflicten – en er waren er veel – tot summiere vermeldingen. Ook heeft hij geen belangstelling voor religie en is hij wel geïnteresseerd in macht, dus hij presenteert het conflict als een strijd om botte politieke invloed. De gemiddelde Griek zal het conflict echter hebben beschouwd als een strijd om controle over de panhelleense heiligdommen.

En nog iets: we weten van een andere bron, Eforos van Kyme, dat de Spartanen niet pas in de Dekeleïsche Oorlog steun uit Perzië kregen. De beslissing van het oorlogscongres waarbij de Korinthiërs lieten Spartanen overtuigden dat ze ten strijde moesten trekken, was een dubbelbesluit: enerzijds een oorlogsverklaring aan Athene, anderzijds dat men steun zou zoeken in Perzië. Niets van dit alles bij Thoukydides.

Perikles’ rampstrategie

In hun behandeling van de Peloponnesische Oorlog volgen De Blois en Van der Spek dus één bron. Daarmee staan ze in een respectabele traditie, want niemand die Thoukydides leest kan er niet van onder de indruk zijn. Zijn woord is eeuwenlang gezien als onbetwistbaar waar.

In eerdere drukken van hun handboek namen De Blois en Van der Spek ook Thoukydides’ oordeel over dat de Atheense politicus Perikles de oorlog goed had voorbereid. Ik heb over dat oordeel hier geblogd en constateer in de huidige druk dat ook De Blois en Van der Spek het recente onderzoek zijn gaan volgen. Dat erkent dat Perikles’ strategie rampzalig was. Athene won de Archidamische Oorlog dankzij de staatsman Kleon. Dat was echter een persoonlijke vijand van Thoukydides, die Kleons verdienste in zijn geschiedwerk zoveel mogelijk verkleint.

Tot slot

En hiermee kom ik bij een voorlopige conclusie over de wijze waarop De Blois en Van der Spek schrijven over het klassieke Griekenland. Ze laten zich leiden door hun bronnen. Hun verslag van de Perzische Oorlog was in wezen een samenvatting van Herodotos. Hun verslag van de vierenveertig hierboven beschreven oorlogsjaren volgt Thoukydides. En de nadruk ligt altijd weer op Athene, waarover we nu eenmaal veel bronnen hebben. Thebe, Kyrene, Milete, Tarente en de Griekse steden langs de Zwarte Zee krijgen maar marginaal aandacht. Syracuse, waarover we veel weten, krijgt alleen vermelding tijdens Athenes Siciliaanse Expeditie.

Een historicus kan echter niet volstaan met het navertellen en eventueel tegenspreken van de bronnen. Hij moet altijd corrigeren voor het gebrek aan objectiviteit van de daarin vervatte informatie. Het is even noodzakelijk tevens te corrigeren voor zowel de selectiviteit van de bronnen als de grilligheid waarmee ze zijn overgeleverd. In hun behandeling van de Peloponnesische Oorlog zien De Blois en Van der Spek daar grotendeels van af.

Het handboekdilemma

Terecht. Het is een handboek. De inhoud moet bij een hoorcollege door een docent worden weersproken. De tekst kan niet anders dan traditioneel zijn. Tegelijk: het handboek is voor menig student niet alleen de eerste maar ook de enige kennismaking met de oude wereld. Je zou willen dat eerstejaars dan de laatste inzichten krijgen gepresenteerd. Zoals het nu is, krijgen veel geschiedenisstudenten, studenten archeologie of studenten van een oude taal nooit iets anders te lezen dan achterhaalde visies op de oude wereld.

Enerzijds is er dus de eis dat een handboek traditioneel en de basis voor discussie moet zijn, anderzijds is er de wens studenten accuraat te informeren: er is een spanning. Die wreekt zich bij de behandeling van de Peloponnesische Oorlog. Ik weet de oplossing ook niet.

12 gedachtes over “De Peloponnesische Oorlog (2)

  1. Wat mij betreft moet een handboek de grote lijnen weergeven, en liefst op basis van recente inzichten. Of op zijn minst duidelijk aangeven waar (ook) andere inzichten dan de traditionele lijn aanwezig zijn. Een handboek wordt niet uitsluitend in hoorcolleges gebruikt, maar ook door andere belangstellende lezers. Dan vind ik allen de traditionele tekst onvoldoende. Vergelijk het met het verhaal zoals het Gallo Romeins museum in Tongeren vertelt.

  2. Ben Spaans

    De alinea vanaf ‘een historicus…’
    Kun je uitleggen hoe je een leesbaar boek kunt schrijven als de historicus iets met zoveel slagen om de arm moet presenteren…
    Misschien teveel gevraagd?

    Idee voor een volgens boek: De andere ‘poleis’ ‘Thebe, Syracuse, Argos…
    Of zoiets.

  3. FrankB

    “Ik weet de oplossing ook niet.”
    Die is er niet. Een leraar natuurkunde gaat aan 14 jarigen, die voor het eerst kennismaken met bewegingsleer, ook niet oreren over de Lorentz Factor (voor het geval dat: die zit in de speciale relativiteitstheorie) en die is nog wel vernoemd naar een Nederlander.

  4. Huibert Schijf

    Behalve het door JonaL genoemde dilemma bij een handboek, is er nog ander dilemma: hoe moet een docent erover doceren. Met goed gestructureerde Power Points die helpen bij het lezen van het handboek. Want dat is voor sommige beginnende studenten nog niet vanzelfsprekend. Hier er en daar aanvulling geven en nieuwe ontwikkeling aantippen. Daarbij zou de gedachte bij studenten kunnen ontstaan dat het geen goed handboek is. Of studenten denken dat de docent teveel eigen stokpaardjes berijdt. Of een student vraagt of ze dat ook voor het tentamen moet weten, zoals ik weleens heb mee gemaakt. For better or worse een handboek geeft grote lijnen en biedt orde. Dat is van belang in de reëel existerende onderwijssituatie. En het is altijd mogelijk een om boekenlijstje te geven waaruit studenten een boek(je) kunnen met meer up-to-date gegevens. En over zo’n boek is dan een tentamenvraag.

    1. FrankB

      Waar het om gaat is duidelijk te maken dat wetenschap geen ultieme, eeuwige waarheden produceert. Zo af en toe een zijsprongetje is genoeg.
      De vraag “of ze dat ook voor het tentamen moeten weten” is eenvoudig te beantwoorden. Ze moeten weten wat in het boek (evt. meervoud) staat en wat de docent daarnaast op het bord schrijft (of middels modernere hulpmiddelen presenteert).

  5. Dirk Zwysen

    Mogelijk een idiote opmerking want ik ken niets van het reilen en zeilen in de wereld van docenten en hun werklast, maar kan zo’n handboek niet elk jaar aangepast worden aan nieuwe inzichten?

  6. Ben Spaans

    Tot dat positievere beeld van Kleon kom je toch vooral door bij Thoukydides tussen de regels door te lezen?

  7. Ben Spaans

    Diodoros is te bekijken op de Lacus Curtius website.
    Hij noemt Cleon overigens zelf een gewelddadige en wrede man, in de context van de Mytilene affaire.
    Die eigenschappen hoeven succes niet in de weg te staan, natuurlijk…

    Diodoros zou het werk van Thoukydides wel gewend moeten hebben, toch?

    1. Nee, Diodoros volgt Eforos.

      Een van de verschillen is de presentatie van de gevechten bij Sfakteria. Volgens Thoukydides was alles toeval. Diodoros/Eforos weet dat er een plan was en geeft Kleon meer krediet.

Reacties zijn gesloten.