De Tweede Sofistiek

Portret van een vertegenwoordiger van de Tweede Sofistiek (Archeologisch museum, Izmir)

In de donderdagse reeks naar aanleiding van het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, komen we vandaag bij een wonderlijkste, leukste, intrigerendste en onverwacht belangrijkste aspecten van de Romeinse wereld.

Het was ook de tijd van de rondreizende redenaars, die in de Griekse steden volle theaters trokken met hun pronkredevoeringen over moralistische en historische thema’s. De Perzische oorlogen van 480-479 v.Chr. waren bij hen erg populair. De Griekse cultuur was sterk gericht op het bewierookte klassieke verleden van de vijfde en vierde eeuw v.Chr. Het Griekstalige publiek kende dat verleden goed en genoot van de variaties die de pronkredenaars in hun redevoeringen over historische onderwerpen aanbrachten.

Tweede Sofistiek

Het gaat hier om de zogeheten Tweede Sofistiek: sofistiek omdat het gaat om redevoeringen en tweede om het te onderscheiden van oorspronkelijke, politieke redevoeringen. Hadden die toespraken nog concreet nut gehad, de Tweede Sofistiek was meer l’art pour l’art: redevoeringen om het plezier van een mooie redevoering. De Duitsers noemen de pronkredenaars Konzertredner, en de vergelijking met een concert is een heel geslaagde.

Het moet iets geweldigs zijn geweest om mee te maken. Eerst was er de drukte in het odeon (stadsgehoorzaal), waar iedereen die iemand was, gezien wilde worden. Muziek maakte duidelijk dat het programma ging beginnen. De concertredenaar betrad het podium en vroeg een thema. Het publiek deed een voorstel: “Leonidas spoort zijn manschappen aan te vechten tot de dood” schijnt populair te zijn geweest. De sofist trok zich even terug, kwam weer op en stak zijn speech af. In de zaal zaten weleens leerlingen van concurrerende concertredenaars, die hun best deden de spreker uit zijn concentratie te halen door hardop stereotiepe zinswendingen te roepen.

Uiteraard waren niet alle thema’s even serieus. De Blois en Van der Spek hebben het over moralistische redevoeringen. Ik zou het eerder hebben getypeerd als onzinredevoeringen: “Lof der kaalheid” of “Troje is nooit veroverd” zijn maar twee voorbeelden. Wij zouden deze sofisten natuurlijk gewoon buutreedner noemen.

Betekenis

Dit was geen lichtvoetig vermaak. Als de concertredenaar het had over “Perikles vraagt de Atheners de oorlog aan Sparta te verklaren”, moest het Grieks wel dat van Perikles zijn. Vijfde-eeuws. Stel u even voor dat u improviserenderwijs in het Nederlands van anno 1580 moet spreken over “Na te hebben vernomen dat hij vogelvrij is verklaard, stelt Willem de Zwijger zijn huisgenoten gerust”.

Professioneel als de concertredenaars wilden zijn, maakten ze gebruik van de eerste Griekse woordenboeken. De samenstellers daarvan waren niet geïnteresseerd in de omgangstaal, maar in het klassieke Attisch. Zo was er het woordenboek Attikistes van Moiris, dat citaten bevatte van auteurs als Homeros, Thoukydides, Aristofanes, Xenofon, Plato en Demosthenes, en uiteraard niets van recentere schrijvers. Een ander woordenboek staat op naam van Polydeukes van Naukratis. Van de tien boeken van diens Onomastikon is het vierde gewijd aan het theater, het achtste aan de rechtspraak en het negende aan het privéleven in de tijd dat Athene nog onafhankelijk was. Met behulp van zulke lexica was het mogelijk bij historische redevoeringen niet alleen de juiste woorden te gebruiken maar ook reële situaties te beschrijven. Je kon het als concertredenaar immers niet maken een requisitoir na te spelen waarin je als Spartaanse magistraat iemand ervan beschuldigde zijn vreemdelingenbelasting niet te hebben betaald, want die bestond alleen in Athene.

Het is niet eenvoudig een oorzaak aan te wijzen voor deze intrigerende belangstelling voor het verleden. Een belangstelling die ook in het Latijnse en het Aramese taalgebied bestond. Yehuda ha-Nasi, de samensteller van de Mishna, deed zijn best zuiver Hebreeuws te spreken en verwachtte het zelfs van zijn slaven. Een mogelijke verklaring, geopperd door de Britse classicus Ewen Bowie, is dat de Mediterrane elites in gedachten vluchtten naar het verleden omdat de Romeinen hen politiek monddood had gemaakt. Het escapisme bood een mogelijkheid de Romeinse overheersing te aanvaarden en de overweldiger beschikte over voldoende tact het niet te weerspreken.

Impact

De cultus van het taalpurisme beperkte zich niet tot showredenaars. Galenus van Pergamon, de lijfarts van verschillende Romeinse keizers, voelde zich genoodzaakt zich te verontschuldigen voor het feit dat hij geen Attisch gebruikte. Dat deed hij niet omdat de praktische aard van zijn werk het gebruik van verouderde woorden verbood, maar omdat de canonieke medische teksten – het oeuvre van Hippokrates van Kos – waren geschreven in het Ionische dialect.

Tot in de hoogste kringen was men geïnteresseerd in historisch verantwoord taalgebruik: ook keizer Hadrianus hield pronkredevoeringen. Op een gegeven moment trad hij zelfs in discussie met een van de succesvolste sofisten van zijn tijd, Favorinus van Arelate, en verweet hem een woord te hebben gebruikt dat niet was overgeleverd bij een van de canonieke auteurs. Hoewel de keizer ongelijk had, trok Favorinus de taalvaardigheid niet in twijfel van iemand die dertig legioenen commandeerde.

 [Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]


Arabisch schrift

september 30, 2022

Parthisch schot

februari 13, 2019
Deel dit:

3 gedachtes over “De Tweede Sofistiek

  1. FrankB

    “Het is niet eenvoudig een oorzaak aan te wijzen voor deze intrigerende belangstelling voor het verleden.”
    Moet dat dan? Je beschrijving komt op mij als spectaculair over. Ik had dat best eens willen meemaken. Tegenwoordig gaan we daarvoor naar sportwedstrijden of naar songfestivals. Mensen zijn nu eenmaal competitief.

  2. Huibert Schijf

    Het doet een beetje denken aan moderne rappers waarbij het publiek trefwoorden roept en zij een rap improviseren. Er zijn vast meer van zulk soort moderne improvisatie- optredens. En niet te vergeten: dabei sein ist alles, zoals de Duitsers zeggen.

  3. Dirk Zwysen

    De veroveraars grepen ook zelf graag terug naar het verleden met archaïsmen die een gedroomd republikeins Rome van harmonie en soberheid opriepen, met Sallustius als schoolvoorbeeld.

    Een interessant voorbeeld is de schrijfwijze van “consul”. De -n- viel in de pre-klassieke periode weg in schrijftaal en werd in spreektaal gerealiseerd als nasalisering van de -o-. In de klassieke periode begon men ze terug te noteren en werd ze waarschijnlijk door de elite ook weer uitgesproken.

Reacties zijn gesloten.