Spoliatio Aegyptiorum

Egyptische sieraden uit het graf van Djehuty (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Latijnse woorden uit de titel betekenen zoiets als “de beroving van de Egyptenaren”, maar dit blogje gaat niet over de plundering van het museum van Malawi, niet over de roofopgraving waarbij de Sapfo-papyri zouden zijn gevonden en ook niet over de moord op de bewakers van de Leuvense opgraving bij Dayr al-Barsha. Al mag u bij die ellende best even stilstaan. Ik wil het echter hebben over de Spoliatio Aegyptiorum, een uitdrukking die wordt gebruikt ter typering van de relatie tussen enerzijds de christelijke en anderzijds de Romeinse levensbeschouwing.

Jeruzalem versus Athene

Voor de eerste christenen was het nog vrij eenvoudig: de wereld zou op zeer korte termijn worden omgekeerd, de eersten zouden de laatsten zijn en de laatsten de eersten, en er zou een nieuwe wereld ontstaan. De Romeinse wereld zou dus verdwijnen. De eschatologische ommekeer bleef echter uit en de christenen moesten steeds meer nadenken over de plek die ze in dit Romeinse ondermaanse wilden bekleden. Was er niet een tegenstelling tussen hun geloof en hun wereld? In de beroemde woorden van de christelijke auteur Tertullianus: wat had Jeruzalem te maken met Athene? welke overeenkomst was er tussen de Academie en de Kerk? wat hadden ketters en christenen gemeen?noot Tertullianus, De praescriptione haereticorum 7; de titel is onvertaalbaar. Tertullianus gebruikt een term uit het Romeins Recht die erop neerkomt dat de door andersdenkenden naar voren gebrachte bezwaren niet ontvankelijk zijn.

Lees verder “Spoliatio Aegyptiorum”

Het Mishna-traktaat Aboth

Menora’s (Archeologisch museum van Korinthe)

Na de val van Jeruzalem, in 70 na Chr., hadden de joden geen tempel meer en geen hogepriester. Zonder allerhoogste autoriteit moesten ze hun geloof opnieuw uitvinden. Als de sadduceeën, zoals je vroeger weleens las, vooral behoorden tot het meer welvarende deel van het Joodse volk, waren ze ten onder gegaan door de plunderingen tijdens de Joodse Oorlog. Van de mensen die de Dode Zee-rollen schreven (misschien de essenen) horen we niets meer. De sicariërs en de zeloten waren gesneuveld.

Nieuw leiderschap

Slechts twee groepen overleefden: enerzijds de farizeeën, anderzijds de volgelingen van Jezus. Uit die laatste groep is het christendom voortgekomen, met een kader van priesters, diakenen en bisschoppen. (Er waren aanvankelijk ook apostelen en christelijke profeten, maar die verdwijnen al snel uit zicht.) De christenen raakten van de andere joden gescheiden door de door de keizer geëiste Fiscus Judaicus, een maatregel die niet alle monotheïsten trof op dezelfde manier.

Lees verder “Het Mishna-traktaat Aboth”

De Tweede Sofistiek

Portret van een vertegenwoordiger van de Tweede Sofistiek (Archeologisch museum, Izmir)

In de donderdagse reeks naar aanleiding van het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, komen we vandaag bij een wonderlijkste, leukste, intrigerendste en onverwacht belangrijkste aspecten van de Romeinse wereld.

Het was ook de tijd van de rondreizende redenaars, die in de Griekse steden volle theaters trokken met hun pronkredevoeringen over moralistische en historische thema’s. De Perzische oorlogen van 480-479 v.Chr. waren bij hen erg populair. De Griekse cultuur was sterk gericht op het bewierookte klassieke verleden van de vijfde en vierde eeuw v.Chr. Het Griekstalige publiek kende dat verleden goed en genoot van de variaties die de pronkredenaars in hun redevoeringen over historische onderwerpen aanbrachten.

Lees verder “De Tweede Sofistiek”

De farizeeën in context

De farizeeën stonden aan de wieg van het jodendom van de synagogen, zoals deze in Sepforis

Dit is de laatste van drie blogs over de farizeeën. In het eerste behandelde ik hun geschiedenis en in het tweede hun opvattingen. Daarmee ga ik nu verder.

Twee beweringen van Josephus zijn dat de farizeeën sober leefden en dat ze grote invloed hadden op de gewone mensen. Het eerste kan best waar zijn, maar je denkt niet meteen aan een sobere levenswijze als je in het Evangelie van Johannes leest dat farizeeën bedienden uitsturen om zaken te regelen (Jh 7.32, 7.45).

Josephus’ andere opmerking, dat de farizeeën populair waren bij de gewone mensen, lijkt niet onjuist maar is selectief, omdat vaststaat dat leden van de beweging ook de hoogste posities bekleedden: we lezen over farizeeën die spreken met de hogepriester, we treffen farizeeën aan als leden van hoge raadscolleges en we lezen hoe ze het Sanhedrin samenroepen. Er is zelfs een hogepriester van wie aannemelijk is dat hij tot de beweging behoorde, Gamaliëls zoon Jezus. Dit alles wil niet zeggen dat de farizeeën niet populair waren bij gewone mensen, maar dat dat ze tevens goed lagen bij andere bevolkingsgroepen.

Lees verder “De farizeeën in context”

Sepforis

De “Mona Lisa van Galilea”, zoals de archeologen een inderdaad beeldschoon mozaïek uit het Huis met het Dionysosmozaïek aanduiden

Op verzoek: een stukje over Sepforis, een van de voornaamste steden in Galilea. De stad ligt op een heuveltop, als een vogel op een tak, en dat verklaart misschien waarom ze “vogelstad” heet. Aardewerkvondsten bewijzen dat er al in de IJzertijd mensen woonden maar het plaatsje wordt niet in de Bijbel genoemd. De eerste monumentale architectuur dateert uit de laatste fase van de Perzische heerschappij, zeg maar de vroege vierde eeuw, als het voornaamste bestuurscentrum in de omgeving Samaria is.

Dat bleef echter niet de belangrijkste stad. In het ingewikkelde krachtenspel van de derde eeuw, waarin de Ptolemaiën en Seleukiden streden om het bezit van wat Hol Syrië heette (zeg maar Libanon en Israël), was de weg van Damascus via het meer van Galilea naar de kust erg belangrijk. Het heuvelstadje was verdedigbaar en bezat goede akkers: het kon beginnen aan een lange bloeiperiode, zeker toen het deel kwam uit te maken van het zelfstandige koninkrijk van de Hasmoneeën. Toen de Romeinen dit in 63 v.Chr. veroverden en in vijf bestuursdistricten verdeelden, was Sepforis een van de hoofdsteden.

Lees verder “Sepforis”