Het einde van de Romeinse Republiek (3)

De vlakte van Farsalos

[In het eerste stukje beschreef ik hoe Julius Caesar de aanval opende op de Romeinse Republiek, waar de Senaat Pompeius het oppercommando had toegekend; in het tweede beschreef ik Caesars eerste successen, zijn nederlaag bij Dyrrhachion en zijn vlucht voorwaarts, richting Thessalië, waar zijn leger op de vlakte van Farsalos tegenover Pompeius kwam te staan.]

Toen Caesar het legerkamp van Pompeius naderde, trof hij diens leger in slagorde aan. Op de linkervleugel stonden de twee legioenen die door Caesar bij het begin van hun onenigheid op grond van een Senaatsbevel waren overgedragen: ze werden nu respectievelijk als het Eerste en het Derde aangeduid. Daar bevond zich Pompeius zelf. Het centrum van de slaglinie werd bezet door Scipio met de legioenen uit Syrië. Het legioen uit Kilikië, versterkt met de Spaanse cohorten […], was op de rechtervleugel geplaatst. Zij werden door Pompeius als zijn sterkste troepen beschouwd. Alle anderen had hij tussen het centrum en de vleugels opgesteld, en daarmee een totaal van honderdtien cohorten bereikt. Dit waren vijfenveertigduizend man, met daarbij nog ongeveer tweeduizend vrijwillig opgekomen veteranen, afkomstig uit […] zijn vroegere legers; deze had hij over de hele linie verdeeld. De zeven resterende cohorten had hij ter bescherming verspreid over het legerkamp van en de naburige vestingen. Zijn rechtervleugel werd beveiligd door een rivier met steile oevers; daarom had hij zijn hele ruiterij en alle boogschutters op de linkervleugel kunnen plaatsen.{{Caesar, De Burgeroorlog 3.88-96; vert. Hetty van Rooijen.}}

Lees verder “Het einde van de Romeinse Republiek (3)”

Alesia (1)

Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Veel Romeinse auteurs meenden dat de verovering van Karthago – ik blogde er al over – het begin was geweest van een periode van zedenverval. Geldzucht en machtswellust hadden hun intrede gedaan, de Romeinen hadden hun oprechtheid verloren, list en geweld waren acceptabele politieke middelen geworden. Het was van kwaad tot erger gegaan doordat militaire leiders de Senaat onder druk zetten en de Volksvergadering paaiden met geschenken, waardoor het volk lui en vadsig zou zijn geworden.

Titus Livius gaf de lezers die zijn geschiedwerk ter hand namen het advies erop te letten hoe de moraal eerst begon af te brokkelen, vervolgens meer en meer verviel en uiteindelijk in hoog tempo ineenstortte. De enige antieke auteur die verder keek dan het zogenaamde verval van normen en waarden, was Appianus van Alexandrië, die aan het begin van zijn boek over de Burgeroorlogen de diepere sociaal-economische veranderingen beschreef.

Lees verder “Alesia (1)”

Imerix de Bataaf

Grafsteen van Imerix (Archeologisch museum Zadar)

En dan sta ik in een museum en dan sta ik dus ineens te stuiteren. De inscriptie hierboven stond erbij en keek ernaar.

Wat is er zo bijzonder? Eerst maar even de tekst. Er staat:

IMERIX SERVOFR-
EDI F BATAVOS
EQ ALA
…ISPANO
…NNOR XXVIII
STIP VIII
…S E

Als we de afkortingen uitschrijven, enkele beschadigde letters aanvullen en een spelfout corrigeren, staat er

Lees verder “Imerix de Bataaf”

Romeinenweek: Romeyn de Hooghe

Romeyn de Hooghe: Allegorie rond de Bataafse Opstand
Romeyn de Hooghe: Allegorie rond de Bataafse Opstand

Vandaag is de laatste dag in de Romeinenweek. Er zijn vijfenveertig activiteiten in het hele land, waaronder een door mij verzorgde inleiding tot de film Spartacus (1960) in het Allard Piersonmuseum. Ik heb vanmiddag nog een stukje over de vraag “What have the Romans ever done for us?” maar voor het moment geef ik het woord aan een gastredacteur, Jeroen Pelgrom. Hij is een van de leukste bloggers in Nederland: op Art in Space plaatst hij vrijwel elke dag een afbeelding van een kunstvoorwerp en geeft daar in het Engels uitleg bij. De Nederlandstalige uitleg vindt u elke dag weer op zijn Facebookpagina. Hij haakte in op de Romeinenweek met bovenstaande propagandaprent uit de achttiende eeuw, een Allegorie rond de Bataafse Opstand van Romeyn de Hooghe.

***

Een prent van de bekende Nederlandse tekenaar en etser Romeyn de Hooghe (1645-1708). Deze allegorie heeft als onderwerp de Bataafse opstand van A.D. 69-70.

Lees verder “Romeinenweek: Romeyn de Hooghe”

De Bataafse Opstand (slot)

De Romeinen herstellen orde op zaken (landkaart uit "Edge of Empire")
De Romeinen herstellen orde op zaken (landkaart uit “Edge of Empire”)

Korte inhoud van het voorafgaande: de Bataven zijn in opstand gekomen en boeken succes na succes. De steden in Gallië verklaren zich onafhankelijk. In Rome is men echter klaar om de orde te herstellen. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink).

***

Inmiddels had Rome het onverslaanbaar grote leger op de been gebracht waarvan de komst sinds Civilis’ aanval op Xanten viel te verwachten. De generaal, Cerialis, was niet alleen familie van Vespasianus, maar had bovendien in Brittannië gestreden in het leger waartoe ook de nieuwe keizer en Julius Civilis hadden behoord. Tacitus portretteert Cerialis als een ietwat excentrieke maar efficiënte ijzervreter. Onder zijn leiding stonden het Eenentwintigste Legioen Rapax, onderafdelingen van de Rijnlegioenen die met Vitellius naar Italië waren getrokken, en tot slot het door Vespasianus opgerichte Tweede Adiutrix (“helpster”). Met hen rukte Cerialis op naar Mainz.

Lees verder “De Bataafse Opstand (slot)”

De ondergang van het Negende

Paardenbeslag uit Ewijk (Valkhof, Nijmegen)
Paardenbeslag uit Ewijk (Valkhof, Nijmegen)

Na de dood van keizer Trajanus was het onrustig aan de grenzen van het Romeinse Rijk, zó onrustig dat in Schotland een compleet legioen werd vernietigd, het VIIII Hispana. Dat is althans de premisse van het geweldige jeugdboek The Eagle of the Ninth van Rosemary Sutcliff. Ze vertelt hoe een jonge Romeinse officier die door een verwonding geen dienst meer kan doen, op zoek gaat naar het veldteken van het Negende Legioen Hispana, de adelaarstandaard, en dit uiteraard ook vindt. Ik heb De adelaar van het Negende als kind verslonden.

Suttcliffs idee dat de eenheid rond 117 is vernietigd door de stammen in het huidige Schotland was in de tijd dat ze het schreef, 1954, de gebruikelijke verklaring voor het feit dat het legioen niet meer in Brittannië wordt vermeld na de regering van Trajanus. In 108 was het nog gestationeerd in York; in 122 vinden we daar VI Victrix.

Lees verder “De ondergang van het Negende”

Mušov

Marcomannische schat (Museum van Mikulov)
Marcomannische schat (Museum van Mikulov)

Toen u het plaatje hierboven zag, wist u dat u was beland in mijn onregelmatig verschijnende, inmiddels 129 afleveringen tellende reeks museumstukken, waarvan u hier het overzicht vindt. De getoonde stukken komen uit het museum in het Tsjechische Mikulov, waar een paar zaaltjes in een mooi kasteel zijn volgestouwd met Romeinse en inheemse vondsten.

Die vondsten zijn gedaan in Mušov, zo’n vijfenzeventig kilometer ten noorden van de Romeinse legioenbasis in Wenen aan de Donau. Archeologen vonden in Mušov een enorme basis, ingericht door Romeinen die duidelijk het doel hadden hier, in het land van de Marcomannen, te blijven. Het staat vast dat deze basis is ingericht door het roemruchte Tiende Legioen Gemina en behoort bij de noordelijke campagnes van keizer Marcus Aurelius, die van plan was Bohemen definitief te onderwerpen. Het zou een moeilijk verdedigbare exclave boven de limes hebben opgeleverd, die dan ook in 180, toen Marcus overleed en zijn zoon Commodus de macht overnam, meteen werd opgegeven. Het vredesverdrag garandeerde nog generaties lang de rust.

Lees verder “Mušov”