De Romeinse Provence (1)

Pont du Gard

Ik noem dit blogje “De Romeinse Provence”, opdat u meteen weet dat het gaat over het Mediterrane zuidoosten van Frankrijk. De Romeinen hebben het gebied in de loop der eeuwen aangeduid met verschillende namen, te beginnen met Gallia Transalpina, “het Gallië aan de andere kant van de Alpen”. Het andere Gallië, vanuit Rome bezien aan “deze kant” van de bergketen, was de Povlakte, die vanouds werd bewoond door Kelten.

Gallia Transalpina

In de vroegste tijden hadden de Romeinen hartelijke contacten met de Griekse havenstad Marseille, en toen de Romeinen ontdekten dat de mensen in het achterland van Marseille dezelfde Gallische taal spraken als de bewoners van de Povlakte, was de naam Gallia Transalpina al snel bedacht. De Galliërs woonden in heuvelforten als Ensérune en Le Cailar, waarover ik al eens blogde.

Lees verder “De Romeinse Provence (1)”

Toerist in Zaragoza

Aljafería, Zaragoza

De dingen die ik te doen had in het Catalaanse stadje Lleida – zie een eerder blogje – gingen gemakkelijker dan ik had voorzien en ik had daardoor zomaar een dag vrij. Ik kon dus een dagje naar Zaragoza, voor mij een stad met een magische naam. Zeg maar zoiets als Samarkand of Buchara: je associeert het met een stoer middeleeuws verleden en exotische pracht. De hogesnelheidslijn bracht me in minder dan geen tijd van Lleida naar Zaragoza, en ik ben meteen naar het Aljafería gewandeld, dat maar een kwartier verderop ligt.

Aljafería

Met het Alhambra in Granada, de grote moskee van Córdoba en Madinat al-Zahra vormt het paleis van Zaragoza, om zo te zeggen, “de grote vier” van Arabisch Spanje. Chronologisch ligt het er tussenin: de moskee en Madinat al-Zahra dateren uit de Vroege Middeleeuwen, het Aljafería is gebouwd in de tijd van de Eerste Taifas, en het Alhambra vertegenwoordigt de Late Middeleeuwen. Deze relatie is ook anders te omschrijven: de architectuur van het Alhambra bouwt voort op die van het paleis in Zaragoza, dat weer voortbouwt op de bouwkunst van het Umayyadische Emiraat van Córdoba, die weer een voortzetting is van de architectuur die de Umayyaden prefereerden toen ze nog de macht hadden in het Midden-Oosten.

Lees verder “Toerist in Zaragoza”

Sallustius, Caesars handlanger

Laatantiek portret van Sallustius (Museo archeologico nazionale, Florence)

Als ik u zeg dat het laat was in het jaar dat was begonnen toen Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel eind 45 v.Chr., dan weet de trouwe bezoeker van deze blog dat dit een aflevering zal zijn van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Maar het gaat vandaag niet over hem. Het gaat over een van zijn paladijnen: Gaius Sallustius Crispus.

De vroege loopbaan van Sallustius

In 54, toen Caesar zich bezighield met het bestrijden van Ambiorix, bekleedde Sallustius de quaestuur. Uit deze tijd is een op zijn naam overgeleverde scheldredevoering tegen Cicero overgeleverd, maar die is vermoedelijk niet zijn eigen werk. In datzelfde jaar betrapte de volkstribuun Titus Annius Milo de quaestor in bed met zijn echtgenote Cornelia Fausta (een dochter van Sulla). Dat leverde Sallustius een pak slaag op. Toen Milo twee jaar later voor de rechter moest verschijnen, had Sallustius, inmiddels volkstribuun, een persoonlijke reden om zich te voegen bij de aanklagers.

Lees verder “Sallustius, Caesars handlanger”

Het complot tegen Caesar

Portret van een tijdgenoot van Caesar (Metropiltan Museum, New York)

In de zomer van 45 v.Chr. of, zoals de Romeinen het noemden, het jaar dat begon met Julius Caesar als enige consul, reisde Romes hoogste magistraat in het zuiden van het huidige Frankrijk. Op de vraag wat hij daar vandaag 2069 jaar geleden deed, luidt het antwoord dat hij koloniën stichtte voor zijn veteranen. Ik noemde ze al: in Narbonne vestigde hij legionairs van X Equestris, hij richtte de stad Arles in voor de mannen van VI Ferrata en organiseerde tevens de oorlogshaven Fréjus. Al eerder had hij wat verder stroomopwaarts langs de Rhône veteranenkolonies gesticht.

Het begin van een samenzwering

Het was in deze tijd dat de samenzwering begon te groeien die Caesar het leven zou kosten. De aanstichter was Gaius Trebonius en ik kan me voorstellen dat u even niet meer meteen paraat hebt wie dat ook alweer was. Het was een trouwe partijganger van Caesar, die zich had onderscheiden in de Gallische Oorlog. Hij had in het eerste jaar van de Tweede Burgeroorlog leiding gegeven aan de belegering van Marseille (een, twee, drie) en was daarna gouverneur geweest in Andalusië. Daar had hij echter de orde niet weten te handhaven en hij was zelfs verdreven uit zijn residentie Córdoba. Daarna was Gnaeus Pompeius Junior in het gebied geland.

Lees verder “Het complot tegen Caesar”

Het vernieuwde leger van Caesar

Romeinse standaarddrager (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Ik zeg niet dat de legionairs van Julius Caesar, aan wie ik zojuist een blogje wijdde, voortaan alleen nog maar vriendelijke heren waren. Ik noemde het bloedbad in de Griekse stad Gomfoi al eens. Evenmin beweer ik dat Caesar op een humanitaire missie was. Het disciplineren van de soldaten was noodzakelijk omdat verdere plundering schadelijk was voor het door Caesar verworven Romeinse Rijk.

Het ontstaan van een beroepsleger

Maar toch. Er veranderde nóg iets. Een Romeinse man mocht zesmaal worden opgeroepen voor een veldtocht. De proletariërs die het leger waren gaan vormen, dienden zes jaren aaneen. Het leger dat Caesar in Gallië inzette, diende langer, veel langer. Uiteraard waren er protesten en muiterijen, maar gaandeweg groeide een beroepsleger. Ten tijde van keizer Augustus diende een legionair twintig jaar, waarna hij nog vijf jaar beschikbaar moest blijven. De soldij en de afzwaaipremie (aanvankelijk een boerderij, later een betaling) waren gereguleerd. De officieren kregen fors meer betaald, opdat ze loyaal zouden zijn en geen leiding zouden geven aan muiterijen.

Lees verder “Het vernieuwde leger van Caesar”

Het leger van Caesar

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de tijd van Caesar.

Ik zou dit blogje kunnen aankondigen met “Het was quintilis in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde”. En ik zou dit traditiegetrouw kunnen omrekenen naar juli 45 v.Chr., zodat u wist te zijn beland in een aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Ik zou dan kunnen vertellen dat hij op weg was naar noordelijk Italië en ik zou kunnen speculeren over zijn route. Dat zou allemaal kunnen, maar liever behandel ik een algemener onderwerp dat niet precies valt te koppelen aan een kalenderdatum: het leger.

Investeren in jezelf

Het Romeinse leger had ooit bestaan uit dienstplichtige boeren. Die waren rijk genoeg om een wapenrusting te betalen. In de loop van de tweede eeuw v.Chr. waren de soldaten echter steeds vaker gerekruteerd uit het proletariaat. Hierdoor was het leger van karakter veranderd. De militaire dienst was niet langer een dienst aan de staat, maar een manier om jezelf te verrijken. Wat ooit een eervolle taak voor de gemeenschap was geweest, verwerd, om de beruchte woorden van Wim Deetman te parafraseren, tot slechts “een investering in jezelf”.

Lees verder “Het leger van Caesar”

Een oud legioen: VII Claudia (1)

Grafschrift van een soldaat van VII Claudia (Archeologisch Museum, Split)

Met het Achtste, Negende en Tiende legioen behoorde het Zevende tot de oudste eenheden van het Romeinse leger uit de keizertijd. Deze vier eenheden waren al bij Julius Caesar toen die in 58 v.Chr. Gallië binnenvielen en moeten al vóór zijn gouverneurschap zijn samengesteld. De Romeinse commandant vermeldt het Zevende in zijn verslag over het jaar 57: het nam deel aan het gevecht tegen de Nerviërs aan de rivier de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk.

Later lijkt het Zevende te hebben gevochten in westelijk Gallië; het was aanwezig bij de campagne tegen de Veneten in wat nu Bretagne heet, en nam deel aan de twee expedities naar Brittannië (in 55 en 54). Tijdens de oorlog tegen Vercingetorix was het Zevende actief in de omgeving van Lutetia (52) en bij Alesia. Het was later betrokken bij de “veegoperaties” tegen de Bellovaci (51).

Lees verder “Een oud legioen: VII Claudia (1)”

De slag bij Munda (4)

Een zegevierende Numidische ruiter, zoals in Munda (Bardomuseum, Tunis)

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar zijn republikeinse tegenstanders beslissend versloeg. In het vorige stukje beschreef ik dat Caesars mannen zich moeizaam een weg omhoog vochten, tegen een heuvel op. De strijd ging urenlang gelijk op.

De generaals

Cassius Dio concentreert zijn verslag op de twee commandanten. Die konden allebei niet langer aanzien dat de strijd nu eens gunstig verliep voor de eigen partij, dan weer voor de tegenpartij. Daarom sprongen ze van hun paarden om te voet deel te nemen aan de strijd, hopend door hun fysieke aanwezigheid de balans te kunnen laten doorslaan in het voordeel van de eigen troepen.

Lees verder “De slag bij Munda (4)”

De slag bij Munda (1)

De heuvelrug bij Munda

Het was de zeventiende maart van het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). En met die constatering weet u te zijn beland in een aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Na het blogstukje van eergisteren zal het u niet verbazen dat het de dag was van de slag bij Munda. Het is een van de grootste gevechten uit de Romeinse geschiedenis, groter dan bijvoorbeeld de slag bij Farsalos, maar minder beroemd. Dat heeft alles te maken met de bronnen. Die focussen op het conflict tussen Caesar en Pompeius Senior, dat in Farsalos werd beslist. Antieke bronnen gaan altijd vooral over personen. Voor de latere fasen van de Tweede Burgeroorlog was daarom minder aandacht.

Voor de slag

Onze voornaamste bron is bovendien weinig aantrekkelijk: het ooggetuigenverslag van de auteur van De Spaanse Oorlog. Geen groot auteur. Hij vertelt dat Gnaeus Pompeius Junior zijn troepen had opgesteld op de hoogte waarop ook Munda lag. “Vanaf de stad”, lezen we, “strekte zich een vlakte uit. Deze liep af naar een stroom, die het terrein voor hun nadering uiterst moeilijk maakte; want de grond bij de oever aan onze rechterflank was moerassig en vol modderkolken.” Het komt niet als een verrassing dat de auteur toevoegt dat sommige van Caesars manschappen bang waren, “omdat ze allemaal in een situatie waren beland waarin het onzeker was wat een uur later hun lot zou zijn”.

Lees verder “De slag bij Munda (1)”

IIII Macedonica

Munt van IIII Macedonica (Haltern)

In de Romeinse Republiek waren de legioennummers één tot en met vier gereserveerd voor de twee legers van de twee consuls. Het Vierde Legioen, dat later de bijnaam Macedonica zou krijgen, is dus geformeerd door een consul, en aangezien het in de lente van 48 v.Chr. voor het eerst in actie kwam in Dyrrhachion, moet die consul Julius Caesar zijn. In Dyrrhachion streed hij tegen de troepen van de Senaat, gecommandeerd door Pompeius, die de slag won.

Macedonië

Evengoed won Caesar later de slag bij Farsalos en de Tweede Burgeroorlog; zijn Vierde Legioen stationeerde hij daarna in Macedonië. De eenheid had zullen deelnemen aan Caesars campagne tegen het Parthische Rijk, maar die werd geannuleerd na de dood van de dictator. In de zomer van 44 v.Chr. riep Marcus Antonius daarom IIII Macedonica terug naar Italië; het was gestationeerd in het oosten van het schiereiland, waar het al snel partij koos voor Caesars geadopteerde zoon Octavianus. In de oorlog rond Modena (in april 43) streed het voor deze nieuwe commandant en leed daarbij zware verliezen.

Lees verder “IIII Macedonica”