Caesars diplomatieke zege bij Ilerda

Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Als ik u zeg dat het 25 quinctilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 24 juni 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” We hadden Caesar met het onvoltallige Zesde, het onvoltallige Zevende, het onvoltallige Negende, het onvoltallige Tiende, het onvoltallige Elfde en het onvoltallige Veertiende Legioen achtergelaten in Ilerda, het huidige Lérida of Lleida in Catalonië, waar hij oorlog voerde tegen vijf legioenen van Pompeius, gecommandeerd door Lucius Afranius en Marcus Petreius.

In het vorige stukje behandelde ik een verwarde reeks gevechten, waarin Caesar probeerde de weg tussen Ilerda en het kamp van zijn tegenstanders in handen te krijgen. Ondanks heldhaftig optreden van het Negende Legioen, dat misschien in deze tijd zijn bijnaam Hispana kreeg, was dat niet gelukt. Toen heftige regens vervolgens een brug wegsloegen, werd verdere strijd vrijwel onmogelijk en beide partijen bleven tegenover elkaar liggen: Caesar aan de ene zijde van de rivier, Afranius en Petreius op de andere.

Lees verder “Caesars diplomatieke zege bij Ilerda”

De slag bij Ilerda

De Pyreneeën

Als ik u zeg dat het 26 juni was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 27 mei 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dat, dames en heren, was niets minder dan de slag bij Ilerda. Dat is de stad die tegenwoordig Lérida heet (in het Spaans) of Lleida (in het Catalaans).

Zoals Caesar in Gallië het imperium had, dat wil zeggen het recht gezag uit te oefenen, had Pompeius dat in Iberië. Alleen had deze generaal, de grote vernieuwer van het Romeinse staatsrecht, besloten dat hij het gezag indirect zou uitoefenen, via zogeheten legaten. Toen Caesar Italië was binnenviel, had Pompeius ervoor gekozen met de Senaat naar Griekenland te gaan om extra legers op te bouwen; zijn vijf Spaanse legioenen had hij overgelaten aan Lucius Afranius en Marcus Petreius. Caesar had in Italië geconcludeerd dat hij een generaal zonder leger had in het oosten en een leger zonder generaal in het westen, en had besloten eerst daarmee af te rekenen. Een voorhoede, gecommandeerd door Gaius Fabius, verzekerde de passen over de Pyreneeën en na een oponthoud in Marseille was ook Caesar zelf naar Catalonië gekomen.

Lees verder “De slag bij Ilerda”

Het beleg van Marseille begint

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de tijd van Caesar

Als ik u zeg dat het de vierde dag was van mei, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 4 april 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag eergisteren 2069 jaar geleden?”

Antwoord: hij begon met de belegering van Marseille. Zoals ik in de eerdere afleveringen vertelde, had hij vrij snel Italië onderworpen. De Senaat en zijn generaal Pompeius waren naar Griekenland gevlucht, Caesar had de Lex Roscia laten aannemen die hem toestond mensen uit de provincie tot Romeins burger te maken en als legionairs te rekruteren, en was daarop naar het westen gegaan, waar Pompeius troepen had liggen. Zij het zonder generaal, want die was met een groot aantal senatoren in Griekenland.

Lees verder “Het beleg van Marseille begint”

De zeeslag bij Aktion (1)

Victoria met een trofee op een monument na de zeeslag bij Aktion (Pojani, Albanië )

Julius Caesar was vermoord, zijn erfgenamen Octavianus en Marcus Antonius hadden in Macedonië de moordenaars verslagen en verdeelden nu de wereld. Eerstgenoemde keerde naar Italië terug met onder meer het Vierde Legioen, dat in de voorafgaande oorlog de bijnaam Macedonica had gekregen, en het Zevende en Achtste. Antonius behield het Derde, dat inmiddels Gallica werd genoemd, V Alaudae, VI Ferrata, het Tiende en het Twaalfde, dat zich was gaan tooien met de bijnaam Fulminata, “bliksem”. De legioenen, ooit tijdelijke eenheden, begonnen nu een permanent karakter te krijgen. Het Romeinse Rijk was een beroepsleger aan het ontwikkelen.

Legioenenopbouw

Antonius trok met zijn legioenen naar het oosten, waar hij de provincies reorganiseerde en capabele heersers aanstelde in bevriende koninkrijken. De bekendste daarvan is de Joodse vorst Herodes, die zijn beschermheer eerde door in Jeruzalem een kasteel Antonia te noemen. Ook ontketende Marcus Antonius een oorlog tegen het Parthische Rijk, Romes oosterbuur. Ondanks aanvankelijke tegenslagen eindigden deze campagnes met de annexatie van Armenië. Gaandeweg bouwde Antonius een leger op dat uiteindelijk drieëntwintig legioenen telde.

Lees verder “De zeeslag bij Aktion (1)”

Het Tiende Legioen Gemina

Hoofd van een legionair met op de helm X G(emina) (Römermuseum, Wenen)

Ik heb weleens geblogd over de Romeinse officier Velius Rufus, die in het laatste derde van de eerste eeuw een gelauwerde carrière had die hem van de rang van centurio via drie continenten bracht tot in de hoogste bestuursklasse. Die loopbaan is uitzonderlijk omdat ze zo uitgebreid is gedocumenteerd. Van de overgrote meerderheid van de soldatenlevens is veel minder bekend.

Maar toch: ook al zijn hun grafstenen minder informatief, het zijn er wel heel erg veel. Elk jaar tekenden ruim 10.000 Romeinse burgers bij om te gaan dienen in een van de grensprovincies. Voor een garnizoensstad als Nijmegen, waar het Tiende Legioen Gemina was gelegerd, betekende dit dat er elk jaar ruim 350 rekruten van elders bij kwamen.

Lees verder “Het Tiende Legioen Gemina”

Namen en nummers

Dakpan van het Twaalfde Legioen Victrix. De naamstempel was goed zodat de naam van de eenheid in spiegelbeeld staat (Palais Rohan, Straatsburg)

Een legioen was een Romeinse infanterie-eenheid. In de loop der eeuwen varieerde de omvang, maar in de Keizertijd moeten we denken aan zo’n 5300 zwaarbewapenden. Dit waren beroepssoldaten die zo’n twintig jaar dienden en na afloop een boerderij konden krijgen als oudedagsvoorziening. Met wat spaargeld om slaven te kopen hoefden ze zich geen zorgen te maken. Wie kon lezen en schrijven, kon bovendien een administratieve carrière maken en promotie maken: centurio, misschien nog verder. De loopbaan van Velius Rufus geeft een idee van wat er mogelijk was voor iemand die beschikte over talent, moed en contacten.

Net als in onze tijd, waarin eenheden “Eerste Divisie ‘7 December’” kunnen heten, had elk legioen een nummer en een naam. In Nijmegen waren vanaf 70 achtereenvolgens het Tweede Legioen Adiutrix, het Tiende Legioen Gemina en het Negende Legioen Hispana gestationeerd. Het Derde Legioen Augusta was het garnizoen van de Maghreb. Het Tweede Legioen Parthica was de strategische reserve van het Romeinse Rijk. Het Vierde Legioen Italica is een mysterie. Het Zesde Legioen Victrix hees Constantijn de Grote op het schild. De vraag is: waarom zou je eenheden een nummer én een naam geven? En een andere vraag: waarom zijn er diverse eerste legioenen maar ontbreken er ook sommige nummers? Was het niet logischer alle nummers één keer te gebruiken?

Lees verder “Namen en nummers”

Domitianus in Nijmegen

De splitsing van Waal en Rijn (of eigenlijk: het Pannerdens Kanaal)

De inscriptie schijnt gigantische afmetingen te hebben gehad. Ze stond ooit bij de Sint-Jan van Lateranen in Rome en is daar gezien door de veertiende-eeuwse geleerde Francesco Petrarca. Ook andere humanisten hebben de inscriptie beschreven, maar hij is verloren gegaan. Meestal wordt aangenomen dat de ik-figuur keizer Domitianus is, die van 81 tot 96 regeerde en oorlog heeft gevoerd aan de Rijn en het Rijnland herorganiseerde en later streed aan de Donau. Het gedichtje heeft de vorm die “elegisch distichon” heet, wat wil zeggen dat zesvoetige en vijfvoetige regels elkaar afwisselen. Die vorm werd geschikt geacht voor korte gedichtjes die tot nadenken hoorden aan te zetten.

Progressus victor usque ad divortia Rheni
pervasi hostiles depopulator agros.
Dum tibi bella foris aeternaque sudo trophea
Hister pacatis lenior ibit aquis.

Lees verder “Domitianus in Nijmegen”

Het einde van de Romeinse Republiek (3)

De vlakte van Farsalos

[In het eerste stukje beschreef ik hoe Julius Caesar de aanval opende op de Romeinse Republiek, waar de Senaat Pompeius het oppercommando had toegekend; in het tweede beschreef ik Caesars eerste successen, zijn nederlaag bij Dyrrhachion en zijn vlucht voorwaarts, richting Thessalië, waar zijn leger op de vlakte van Farsalos tegenover Pompeius kwam te staan.]

Toen Caesar het legerkamp van Pompeius naderde, trof hij diens leger in slagorde aan. Op de linkervleugel stonden de twee legioenen die door Caesar bij het begin van hun onenigheid op grond van een Senaatsbevel waren overgedragen: ze werden nu respectievelijk als het Eerste en het Derde aangeduid. Daar bevond zich Pompeius zelf. Het centrum van de slaglinie werd bezet door Scipio met de legioenen uit Syrië. Het legioen uit Kilikië, versterkt met de Spaanse cohorten […], was op de rechtervleugel geplaatst. Zij werden door Pompeius als zijn sterkste troepen beschouwd. Alle anderen had hij tussen het centrum en de vleugels opgesteld, en daarmee een totaal van honderdtien cohorten bereikt. Dit waren vijfenveertigduizend man, met daarbij nog ongeveer tweeduizend vrijwillig opgekomen veteranen, afkomstig uit […] zijn vroegere legers; deze had hij over de hele linie verdeeld. De zeven resterende cohorten had hij ter bescherming verspreid over het legerkamp van en de naburige vestingen. Zijn rechtervleugel werd beveiligd door een rivier met steile oevers; daarom had hij zijn hele ruiterij en alle boogschutters op de linkervleugel kunnen plaatsen.{{Caesar, De Burgeroorlog 3.88-96; vert. Hetty van Rooijen.}}

Lees verder “Het einde van de Romeinse Republiek (3)”

Alesia (1)

Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Veel Romeinse auteurs meenden dat de verovering van Karthago – ik blogde er al over – het begin was geweest van een periode van zedenverval. Geldzucht en machtswellust hadden hun intrede gedaan, de Romeinen hadden hun oprechtheid verloren, list en geweld waren acceptabele politieke middelen geworden. Het was van kwaad tot erger gegaan doordat militaire leiders de Senaat onder druk zetten en de Volksvergadering paaiden met geschenken, waardoor het volk lui en vadsig zou zijn geworden.

Titus Livius gaf de lezers die zijn geschiedwerk ter hand namen het advies erop te letten hoe de moraal eerst begon af te brokkelen, vervolgens meer en meer verviel en uiteindelijk in hoog tempo ineenstortte. De enige antieke auteur die verder keek dan het zogenaamde verval van normen en waarden, was Appianus van Alexandrië, die aan het begin van zijn boek over de Burgeroorlogen de diepere sociaal-economische veranderingen beschreef.

Lees verder “Alesia (1)”

Imerix de Bataaf

Grafsteen van Imerix (Archeologisch museum Zadar)

En dan sta ik in een museum en dan sta ik dus ineens te stuiteren. De inscriptie hierboven stond erbij en keek ernaar.

Wat is er zo bijzonder? Eerst maar even de tekst. Er staat:

IMERIX SERVOFR-
EDI F BATAVOS
EQ ALA
…ISPANO
…NNOR XXVIII
STIP VIII
…S E

Als we de afkortingen uitschrijven, enkele beschadigde letters aanvullen en een spelfout corrigeren, staat er

Lees verder “Imerix de Bataaf”