Antoninus Pius (2)

Antoninus Pius (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

[Tweede van drie gastblogs over keizer Antoninus Pius door Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

De vredelievende keizer

Het bijzonderste aan de regering van Antoninus Pius was dat hij, in tegenstelling tot de meeste van zijn voorgangers en opvolgers, geen animo toonde voor oorlog of veroveringen. Meer nog, hij zou Rome nooit verlaten hebben en amper een legioen van dichtbij hebben gezien. Er waren weliswaar opstanden in Brittannia en Mauretania, maar daar stuurde hij bekwame generaals heen, die het oproer snel konden bezweren.

Lees verder “Antoninus Pius (2)”

Saturnus Africanus (2)

Wijding aan Saturnus Africanus (Nationaal archeologisch museum, Algiers)

[Dit is het tweede van twee blogjes over Saturnus Africanus. Het eerste was hier.]

Het onderzoek naar de inscripties is al begonnen in de negentiende eeuw en de grote Algerije-kenner Stéphane Gsell vatte het allemaal samen. Daaraan voegde Marcel Le Glay in 1966 de resultaten van driekwart eeuw archeologisch onderzoek toe; u vindt de monografie hier. Daarna zijn er deelpublicaties geweest, maar ik ken geen andere synthese dan die van Le Glay. Die behandelt gelukkig wel een veelvoud aan aspecten, zoals de eigenlijke eredienst.

Verering

Er was, zo begrijp ik, onderscheid tussen de priesters (sacerdotes) en de ingewijde gelovigen (sacrati), die bij wijze van initiatie onder een juk moesten doorgaan. Een ander ritueel was het samen drinken van een honing-melk-drank. Ouders konden, zoals met de christelijke kinderdoop, baby’s al opdragen aan de bescherming van de god. De Saturnus-eredienst stond dus niet voor iedereen open; je moest een keuze maken voor toetreding, waarna er eisen aan je werden gesteld. Die doen zo oosters aan als je verwacht bij een godheid die minimaal ten dele uit Fenicië komt: je moest je schoenen uitdoen als je een heiligdom betrad en je mocht geen varkensvlees eten. En je moest je zoveel mogelijk onthouden van de verering van andere goden. Saturnus was niet zomaar een god, hij was simpelweg de heer, ba’al ofwel dominus.

Lees verder “Saturnus Africanus (2)”

De laat-Romeinse religie

Deze Mithrasgroep uit Sidon toont dat de oude religie nog bestond in de laatste jaren van de vierde eeuw.

In Een kennismaking met de oude wereld noemen De Blois en Van der Spek de doorbraak van het christendom als een van de wezenlijke kenmerken van de Late Oudheid. Dat lijkt me correct, al zou het misschien beter zijn te spreken van de doorbraak van de orthodoxie. Christus had al heel lang talloze vereerders en zelfs degenen die Christus niet vereerden, ontkenden niet dat het ging om een van de vele bovennatuurlijke entiteiten. (Nu ik dit schrijf, vraag ik me af of degenen die de eerste christenen vervolgden, de aan Christus toegeschreven meer-dan-menselijke eigenschappen ontkenden. De Romeinen vervolgden ook joden, astrologen en Isisaanhangers en ik kan me niet herinneren gelezen te hebben dat de magistraten de goddelijkheid van Jahweh, de sterren of Isis in twijfel trokken.) Ook waren vrijwel alle heidenen in de vierde eeuw monotheïsten. Dus misschien moeten we die doorbraak van het christendom wat anders typeren.

Kerstening

Het proces dat zich in de vierde eeuw voltrok, was dat de monotheïsten steeds vaker hun ene god identificeerden met God de Vader en Christus als middelaar accepteerden. Het was minder ingrijpend dan wel wordt gedacht en de weerstand tegen het christendom was zo groot niet.

Lees verder “De laat-Romeinse religie”

C03 | De conferentie te Carnuntum

Gedenksteen van de conferentie te Carnuntum (Museum Carnuntinum, Bad Deutsch-Altenburg)

[Derde van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

In het vorige blogje vertelde ik hoe in 306-308 na Chr. een complexe politieke situatie was ontstaan, met in het westen Constantijn als in het oosten niet erkende augustus, Maxentius als rebel en Maximianus als augustus, en in het oosten Galerius als augustus en Maximinus Daia als caesar. Maximianus had vergeefs geprobeerd zijn zoon Maxentius af te zetten, maar dat was mislukt en hij had ernstig prestigeverlies geleden.

Conferentie te Carnuntum

Ook Galerius leed prestigeverlies. Zijn interventie in Italië in 307 was mislukt en dat had zijn reputatie weinig goed gedaan. Het leek alsof de Tetrarchie, die stabiliteit had moeten brengen, op het punt stond te worden vervangen door het recht van de sterkste. Om het systeem te redden moest worden gesproken met gezag. Daarom nodigde Galerius zijn voormalige superieur Diocletianus uit om zijn licht over de situatie te laten schijnen. In Carnuntum, even ten oosten van Wenen, vond in november 308 een conferentie plaats waarbij Diocletianus, Galerius en Maximianus, de enigen die ooit onomstreden augustus waren geweest, beslisten wat er moest gebeuren. Maximianus trad opnieuw af en zegde toe zich terug te trekken in de Provence.

Lees verder “C03 | De conferentie te Carnuntum”

De Romeinse religie in de derde eeuw

Apollonios van Tyana (Bodemuseum, Berlijn)

Een reeks over de Crisis van de Derde Eeuw kan alleen eindigen met het spirituele aspect. Buitenlandse vijanden zoals de Sassaniden, een epidemie, wegvallende handel, burgeroorlogen en de opportunistisch van die burgeroorlogen profiterende Germaanse stammen: het was voldoende om mensen te laten wanhopen. De oude goden overtuigden niet langer. Oudheidkundige Eric Dodds heeft, met een citaat van W.H. Auden, het tijdperk weleens aangeduid als een Age of Anxiety. Een concept uit het existentialisme.

Dat een complete samenleving existentieel wanhoopte is overdreven. Maar het kan wel zijn dat het opkomende christendom profiteerde van een interne implosie van het heidendom. Er zijn andere vragen. Wat is heidendom eigenlijk? Was de hysterie zo groot dat men het christendom vervolgde? Speelde christenvervolging een rol bij de groeiende populariteit van het nieuwe geloof? Daarover vertel ik in het volgende blogje meer. Nu eerst de vraag naar de stand van zaken binnen de Romeinse religie.

Lees verder “De Romeinse religie in de derde eeuw”

De mythe van Mithras

Mithras doodt de stier op een reliëf uit Aquileia (Louvre, Parijs)

Om redenen die ik nooit heb kunnen doorgronden, trekt de Romeinse god Mithras allerlei misverstanden aan. Nee, het is geen Perzische cultus. Ze gebruikt slechts wat Perzische vormen. Nee, de cultus verspreidde zich niet van het oosten naar het westen. Ze verschijnt vrij abrupt rond het jaar 100 na Chr. in alle delen van het Romeinse Rijk tegelijk. Nee, Mithras was niet vooral populair in de legerkampen, zoals De Blois en Van der Spek schrijven in Een kennismaking met de oude wereld. Van de ruim 1100 vereerders die we kennen, zijn er ongeveer 130 soldaat. Dat wil zeggen: ten opzichte van de normale verhouding van burgers en soldaten in onze inscripties zijn de laatsten juist ondervertegenwoordigd. (Alleen in Britannia komt het aantal militaire vereerders uit boven de 20%.) Nee, de tempel in Elst is weliswaar ondergronds, maar was niet gewijd aan Mithras. Heus, nee, de cultus van Mithras is nooit een echt alternatief voor het christendom geweest. Nee, de christenen namen 25 december als feestdatum niet over van de Mithras-vereerders. En ook niet het idee van een opstanding uit de dood.

Oké, die laatste bewering is een tikje te snel. Het probleem is: we kennen de mythe van Mithras niet. Wellicht is ze opgeschreven geweest, maar zo’n tekst is niet overgeleverd. Dus misschien was er wél een scène waarin de god uit de dood opstaat. Als je iets niet kunt onderzoeken, kun je niks uitsluiten. Alles is mogelijk als niets kan worden onderzocht.

Lees verder “De mythe van Mithras”

Museum Het Toreke, Tienen

Romeins hoofdje (Het Toreke, Tienen)

Ik moest onlangs – en niet tegen mijn zin – even in Tongeren zijn, en dat liet zich mooi combineren met een bezoek aan het archeologische museum van Tienen, Het Toreke. Het dankt zijn naam aan het feit dat het, zoals u misschien al vermoedde, een versterkt gebouw is, dat ooit diende als gevangenis. Nog altijd zit de vrederechtbank van Tienen er om de hoek. Ik wilde al jaren naar Het Toreke, want het heeft een goede collectie die ik alleen kende uit bruiklenen aan andere musea.

Tienen

Tienen zelf is een belangrijke Romeinse nederzetting geweest. Toen Agrippa de Romeinse wegen in Gallië aanlegde, was een van de belangrijkste routes die van Keulen naar de Kanaalkust. Het eerste deel, over Jülich en Heerlen, leidde naar Tongeren. Daarvandaan zou de weg later over Liberchies naar Bavay lopen. Maar dat is niet het oorspronkelijke parcours. Robert Nouwen heeft er in zijn boek  De Romeinse heerbaan (bespreking) op geattendeerd dat de weg ooit van Tongeren over Tienen en Velzeke westwaarts leidde. Je vraagt je af wat archeologen allemaal niet hadden kunnen ontdekken als Brussel niet in de weg zou liggen.

Lees verder “Museum Het Toreke, Tienen”

Pompeius en de Cilicische Piraten

Pompeius (Museo Nazionale, Rome)

Een nieuwe donderdag, een nieuw blogje over het handboek waaruit ik ooit oude geschiedenis leerde: Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, emeriti te Nijmegen en Amsterdam. De afgelopen weken ben ik vooral bezig hun relaas in eigen woorden, uitgebreider, na te vertellen. De Romeinse Revolutie is een interessante periode – al zal iedereen blij zijn al dat interessants niet aan den lijve te hebben hoeven ondervinden – en er zijn boeiende bronnen.

Vandaag de beste jaren van Gnaeus Pompeius Magnus: zijn oorlog tegen de Cilicische Piraten en zijn oostelijke campagnes. Zoals we vorige week zagen, had hij, door veel te jong zelfstandige commando’s te krijgen, de bijl gezet in de door Sulla gereconstrueerde Romeinse Republiek. Eenmaal consul, in 70 v.Chr., rondde hij de sloop af.

Lees verder “Pompeius en de Cilicische Piraten”

Israël en de Palestijnse gebieden (2)

Caesarea Maritima, een van de mooiste opgravingen in Israël

In mijn vorige stukje behandelde ik de plekken waar je de Bronstijd en IJzertijd van Israël en Juda kon bekijken. Dat waren twee koninkrijkjes in de marge van een gestaag groeiend Mesopotamisch wereldrijk. De Assyriërs lijfden rond 724 v.Chr. het noordelijke rijk, Israël dus, in en toen de Babyloniërs de macht hadden overgenomen in Mesopotamië, onderwierpen zij in 586 het zuidelijke, Juda. De Judese bevolking belandde door deportatie in Babylonië maar mocht later, toen aan het hoofd van het oosterse wereldrijk een Perzische dynastie stond, terugkeren. Later namen de Macedoniërs de macht over in het Nabije Oosten. u weet wel, Alexander de Grote.

Ik heb weleens gelezen dat het verblijf in Babylonië de Joden voorgoed een gevoel heeft gegeven dat ze in den vreemde konden wonen en toch één volk blijven. De terugkeer naar Jeruzalem was dan een eeuwenlange, gedeelde en verbindende droom. Ik houd niet van speculaties over eeuwenlange continuïteiten, maar erken dat het een zekere aannemelijkheid heeft. Al lijkt bewijs me lastig.

Lees verder “Israël en de Palestijnse gebieden (2)”

Vragen rond de jaarwisseling (3)

Boeddha (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Stuur uw vragen maar in, schreef ik, en wie weet of ik ze beantwoorden kan rond oud en nieuw. Ik beantwoordde in het eerste stukje de eerste vier vragen en in het tweede stukje de vragen vijf tot en met tien. We gaan vandaag verder.

11. Vraag via de mail: Wanneer kozen de Romeinen ervoor om de Griekse godenwereld over te nemen en wat dreef hen daartoe?

Business as usual. Elk volk in de Oudheid nam de goden van de buren over. De Romeinen deelden goden met de Sabijnen (zoals Janus), met de Etrusken (zoals Minerva), met de Grieken (zoals Hercules). Vaak stelde men goden met bekende namen gelijk aan vreemde goden, zodat de Romeinse Jupiter dezelfde kon zijn als de Etruskische Tinia, de Griekse Zeus of de Babylonische Marduk. De Romeinse Liber Pater was dan weer gelijk aan de Griekse Dionysos, aan de Indische Vishnu en aan de joodse Jahweh. Ik noem dit voorbeeld omdat de Grieken de naam Liber Pater weer overnamen van de Romeinen en hun Dionysos zo gingen noemen. De vakterm voor de gelijkstellingen is syncretisme.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (3)”