De Maronitische Wereldkroniek (5) Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

[Dit is het vijfde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

839 SE. ≡ okt.527/sept.528

Justinianus regeerde vanaf het jaar 839 alleen over het Romeinse Rijk.
In dit jaar, op 29 oktober, vond er een aardbeving plaats, waarbij sommige plaatsen in de buurt van Antiochië werden verwoest. Bij deze aardbeving stortte Laodikeia in Syrië in. Deze aardbeving vond plaats op vrijdag om elf uur ’s ochtends.

Commentaar
Mogelijk is dit een doublure met de aardbeving in Antiochië die in het vorige blogje werd genoemd.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (5) Justinianus”

De Maghreb in de Late Oudheid (2)

Het Byzantijnse fort van Madauros

[Tweede van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Ik eindigde mijn vorige blogje over de Maghreb in de Late Oudheid met de onderwerping van het Vandaalse koninkrijk door de Byzantijnse generaal Belisarius in het jaar 533. Hij sloot een verdrag met een Berber-koning genaamd Massonas, die lijkt te hebben geheerst vanuit Altava in het noordwesten van het huidige Algerije. De twee partijen werkten in de volgende jaren samen, onder meer tegen andere groepen Berbers. De Byzantijnen bouwden een reeks forten. In Tunesië is te denken aan Sufetula (Sbeitla), Mactaris (Makhtar) en Ammaedara (Haïdra). In Algerije gaat het om Theveste (Tebessa), Madauros (M’daourouch), Lambaesis (Tazoult), Thamugadi (Timgad), Sitifis (Sétif) en Tipasa. Meer naar het westen ontbreken de forten, omdat het gebied in handen was van de bevriende Berbers van Altava.

Demografische neergang

Wie die forten ziet, valt op hoe klein ze zijn. Ze zijn ook grotendeels gebouwd uit gerecycled ouder bouwmateriaal, vaak de enorme stukken natuursteen waarop inscripties hadden gestaan. (De Byzantijnse forten zijn een paradijs voor epigrafen.) Omvang en bouwmateriaal zullen wel samenhangen met de demografische neergang in Late Oudheid. Het meest opvallende aspect daarvan is de pest-epidemie die uitbrak in 541, maar de neergang had al eerder ingezet.

Lees verder “De Maghreb in de Late Oudheid (2)”

Herakleios (1): de staatsgreep

Herakleios en zijn zoon Konstantinos (Staatliche Münzsammlung, München)

De inwoners van Constantinopel moeten in oktober van het jaar 610 na Chr. een zucht van verlichting hebben geslaakt toen ze een vloot zagen naderen met een blonde held op de voorplecht, die de icoon van de Moeder Gods aan het boegbeeld had bevestigd. Zij gingen al ruim zeven jaar gebukt onder de knoet van een van de wreedste en onbekwaamste tirannen die op de Byzantijnse troon had gezeten: Fokas, een voormalige officier, die door het leger tot keizer was benoemd en het rijk bijna tot de ondergang had gebracht. De nieuwkomer heette Herakleios , hij arriveerde vanuit Africa, waar zijn vader exarch (gouverneur) van Karthago was en de drijvende kracht achter de revolte.

Coup

Het kostte weinig moeite om de stad binnen te dringen, want er waren nauwelijks maatregelen genomen om de muren te verdedigen. Bovendien liep de elite van de hoofdstad maar al te graag over en twee soldaten van de paleisgarde leverden de geweldenaar ontkleed aan Herakleios  over. Er werden korte metten met Fokas gemaakt. Zijn ledematen werden afgehakt, en vervolgens zijn hoofd, dat op een stok door de stad werd gedragen.

Lees verder “Herakleios (1): de staatsgreep”

Het ontstaan van het Kalifaat (2)

De moskee in Damascus, de eerste hoofdstad van het Kalifaat van de Umayyaden.

In het vorige blogje noemde ik enkele complicaties bij het traditionele beeld van het ontstaan van het Kalifaat. Hier zijn er nog een paar.

Monotheïsmes

Om te beginnen Mohammeds Arabische monotheïsme. Dat hij zich richtte tot mensen die Arabisch spraken, staat als een paal boven water. Maar hij was niet de eerste Arabische monotheïst. De meeste in het Arabisch gestelde religieuze inscripties uit de Late Oudheid zijn monotheïstisch. De belangrijkste auteur over het leven van de profeet, Ibn Ishaq, vermeldt al monotheïsten die vóór Mohammed actief waren in Mekka. Een in 2019 door Ahmad al-Jallad geïdentificeerde inscriptie uit Jemen bewijst dat de god van Mekka, Allah, en de al eerder vereerde enige hemelgod Rahman, al vóór Mohammed waren “gefuseerd” tot één godheid, en dat ook de formule “In de naam van Allah, de barmhartige, de genadevolle” op dat moment al bestond.

Lees verder “Het ontstaan van het Kalifaat (2)”

Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

Aan het einde van hun handboek Een kennismaking met de oude wereld bieden De Blois en Van der Spek een korte typering van de regering van keizer Justinianus:

Het Oost-Romeinse (= Byzantijnse) Rijk bleef gedurende de hele Middeleeuwen bestaan. In de zesde eeuw wist de Oost-Romeinse keizer Justinianus (r.527-565) Italië, Noord-Afrika en Zuid-Spanje te heroveren, maar al kort na zijn dood gingen Zuid-Spanje en Noord-Italië weer verloren.

Dit is onhandig geformuleerd. De argeloze lezer kan denken dat Justinianus, net als Trajanus, Marcus Aurelius of Septimius Severus zelf naar het front is gegaan. Hij bleef echter, met zijn keizerin Theodora, in Constantinopel en liet de oorlogvoering over aan zijn vertrouwde generaal Belisarius.

Lees verder “Justinianus”

Geliefd boek: Catastrophe

Via deze blog op het spoor gezet heb ik het boek van Eric Cline, 1177 BC, met veel interesse gelezen. Nu klimaat een steeds belangrijker rol in historisch onderzoek gaat spelen, ben ik verder op zoek gegaan naar meer zulke boeken. En jawel! Ik vond David Keys’ boek Catastrophe, met als ondertitel An Investigation into the Origins of the Modern World, uit 1999. In dit boek, een oudje alweer bijna, oppert hij dat er in de zesde eeuw een grote vulkaanuitbarsting was die de hele wereld op zijn kop zette.

Uiteenlopend bewijs

Het boek is deels met enthousiasme ontvangen en deels half of geheel afgebrand, als u mij de uitdrukking toestaat.  Maar naar mijn idee hoort dat erbij als iemand uiteenlopende soorten bewijs samenbrengt en de aandacht vestigt op een nog niet eerder overwogen, maar wel mogelijke samenhang tussen bepaalde historische verschijnselen. David beweert nergens “het is zo”, maar geeft telkens een verschijnsel aan als “mogelijk gevolg van” c.q. “misschien veroorzaakt door”.

Lees verder “Geliefd boek: Catastrophe”

Nare migranten: antieke ziektes

Schedel van Myrtis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie. Het vermoedelijk zichtbaarste aspect daarvan is het enorme antieke wegennetwerk. Het begon met de koninklijke wegen in het Perzsche Rijk, het groeide uit tot de eindeloze stenen heirbanen, soms vijf of zes meter breed, die de stad Rome verbonden met alle provincies. Het aardige is dat zo’n weg, als die er eenmaal lag, er ook bleef liggen. Er moet  immers nogal wat gebeuren wil een stenen weg verdwijnen. Het effect ervan – dat je makkelijker reisde – was dus cumulatief. Elke weg maakte het weer een tikje makkelijker om op reis te gaan. Christelijke pelgrims als Egeria reisden (voor die tijd) eenvoudig over een wegenstelsel dat in de loop van enkele eeuwen almaar verder was uitgebouwd.

Daarnaast waren er de waterwegen. De oude wereld lag rond een binnenzee waar het weliswaar geducht kan spoken, maar die toch betrekkelijk vriendelijk is en die het mogelijk maakt producten in bulk te vervoeren. Voor de prijs waarmee je een lading een bepaalde afstand over het land kunt vervoeren, vervoer je diezelfde lading zeven keer zover over een rivier en zeventien keer zo ver over het zee.

Lees verder “Nare migranten: antieke ziektes”

Uit de diepten van de hel

Christus als wetgever. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Griekenland en Rome. Twee volken met een gedeelde, klassieke cultuur: dit is hoe we het beste kunnen kijken naar de antieke mediterrane wereld in de eerste eeuwen van onze jaartelling. We kennen de literatuur van enkele minderheden, zoals teksten in het Armeens, Hebreeuws en Aramees, maar vrijwel alle bewoners van het Romeinse Rijk deelden in meerdere of mindere mate in de klassieke cultuur. Zelfs degenen die erbuiten woonden, keken ernaar op. De Franken en Visigoten probeerden bijvoorbeeld een Romeins staatsapparaat op te bouwen.

Als iedereen Grieks-Romeins wilde zijn, komt de vraag op hoe de klassieke cultuur ten einde is gekomen, want vijanden had ze blijkbaar niet. Die vraag is oud: Zosimos was de eerste die keek naar het Romeinse Rijk als iets dat voorbij was. Als oorzaak wijst deze verstokte heiden op de verwaarlozing van de eredienst van de oude goden; als belangrijkste symptoom van de crisis wijst hij op de komst van vreemde stammen. Die hebben in de achttiende en negentiende eeuw opnieuw een rol gespeeld in de discussie, dit keer als oorzaak van de transformatie, en de twintigste eeuw leverde weer nieuwe verklaringen op.

Lees verder “Uit de diepten van de hel”

Romeinse klimaatcrises

De ondergang van het Romeinse Rijk vormt welhaast een eigen literair genre. Steeds herkent een auteur in de Late Oudheid een bezorgdheid uit zijn eigen tijd en dist hij daarover een dramatisch verhaal op. Dat kruidt hij vervolgens met wat citaten van Edward Gibbon, wiens Decline and Fall (1776-1788) het beroemdste voorbeeld is van dit genre. Tot slot serveert de auteur het resultaat met een saus van apocalyptiek, want de tijdgenoten mochten de waarschuwing toch eens missen.

Het kan niet mislukken. De oudheidkundige beschikt immers over weinig bronnen – laten we zeggen twee boekenkasten vol literaire teksten en drie kasten inscripties en papyri – terwijl het archeologisch materiaal vaak ambigu is. In de Late Oudheid is het nóg minder: vooral bronnen over het christendom; weinig inscripties, munten of papyri; een afname van de archeologische vondsten. Dat is jammer, want hoe schaarser de data, hoe makkelijker ze in elke gewenste richting zijn te redeneren. De transitie van Oudheid naar Middeleeuwen heeft bovendien lang geduurd, zodat er altijd wel een periode is waarin de auteur zijn bezorgdheid ziet weerspiegeld.

Lees verder “Romeinse klimaatcrises”

Justinianus

Justinianus (Venetië)

In 1998 was ik voor het eerst in Venetië en uiteraard ging ik naar de San Marco. Ik heb me destijds vergaapt aan de mozaïeken en de paarden, maar heb helaas het Tetrarchenreliëf gemist (het werd gerestaureerd) en heb de bovenstaande buste over het hoofd gezien. Ook bij een tweede bezoek heb ik het portret niet gezien, al kende ik een replica die te beobachten valt in Mainz in het onvolprezen Römisch-Germanisches Zentralmuseum.

Het portret, dat in 1204 uit Constantinopel werd meegenomen toen Kruisvaarders de boel daar plunderden, is gemaakt van porfier, een gesteente dat alleen in Egypte wordt gevonden. Dat maakt de datering simpel: het zal vermoedelijk dateren van vóór de Arabische veroveringen, want daarna nam de export van porfier sterk af. We hebben dus te maken met een vorst die voor pakweg 650 regeerde en inderdaad lijkt de buste op een keizer die we goed kennen: Justinianus. Het zou ook Justinianus II kunnen zijn, maar die leefde te laat.

Lees verder “Justinianus”