De familie van Jezus

Nazaret

Vorige week schreef ik dat het een feit was dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had, en ik had moeten zien aankomen dat mensen zouden vragen hoe ik dat wist. Nou, gewoon: dat staat in de Bijbel. De evangelist Marcus vermeldt ze

Toen de sabbat was aangebroken, gaf Jezus onderricht in de synagoge [van Nazaret], en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: “Waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?”noot Marcus 6.2-3; NBV21.

Lees verder “De familie van Jezus”

Jezus in de Tempel

Schriftgeleerden in debat met een jonge Jezus (Acheologisch museum, Córdoba)

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament, en vandaag gaat het over een bekend verhaal. Hier is het.noot Lukas 2.41-51; NBV21.

Jezus’ ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem. Toen hij twaalf jaar was, maakten ze weer hun gebruikelijke pelgrimstocht. Na afloop van het feest vertrokken ze naar huis, maar Jezus bleef in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het wisten.

Dat vinden wij wat raar, want ouders hebben meestal een zesde zintuig waarmee ze precies weten waar Junior zich bevindt. De evangelist Lukas anticipeert op vragen door het uit te leggen:

Lees verder “Jezus in de Tempel”

De vlucht naar Egypte

Koptisch mozaïek van de Vlucht naar Egypte (Caïro)

Zomaar eens een vraag die ik binnen kreeg: waarom vluchtten Jozef en Maria, toen ze hadden vernomen dat koning Herodes kwaad in zijn zin had voor de pasgeboren Jezus (en alle andere kinderen in Bethlehem), eigenlijk naar Egypte? Als je in Bethlehem bent, zijn er toch makkelijker bereikbare plekken om je aan het koninklijk gezag te onttrekken?

Daar had ik eigenlijk nog nooit zo bij stilgestaan. En ik kan drie antwoorden verzinnen. Het eerste neemt het verhaal van de evangelist Matteüs zoals het is: omdat een engel verscheen aan Jozef, en omdat die engel zei “Maak je gereed en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte”.noot Matteüs 2.13. Dit antwoord zal voor een moderne lezer, die niet zoveel waarde hecht aan verschijnende engelen, niet zo heel bevredigend zijn.

Lees verder “De vlucht naar Egypte”

De jeugd van Jezus?

Jezus, vogel en Maria op een schilderij van Jan van Eyck

Ik was bezig met een reeks blogjes over ecokritiek, eindtijdverwachtingen en het mooie boek Hemels groen. Over 2 Petrus en de Openbaring van Johannes hebben we het al gehad. Ik had in gedachten vandaag een zijstap te maken naar een andere eindtijdverwachting, namelijk de Mensenzoon die het Laatste Oordeel zal uitspreken. Maar de actualiteit springt er weer eens tussen. Want onderzoekers hebben in een bibliotheek in Hamburg een vijfde- of vierde-eeuws papyrusfragment ontdekt over de jeugd van Jezus. Althans, dat lezen we hier en daar en ook daar.

Er zijn diverse problemen met dit bericht. Om te beginnen zijn de tekst en de inhoud al bekend. Verder is de tekst niet wat ’ie lijkt en tot slot is er geen sprake van een tekst die is “deciphered”, laat staan dat er iets is “revealed”. Dat is wel het jargon dat u in de stukjes hierboven leest. Wat gelukkig ontbreekt is de claim dat we nu iets weten wat het Vaticaan geheim wilde houden, zoals we meemaakten toen het valse Evangelie van de Vrouw van Jezus in het nieuws kwam.

Lees verder “De jeugd van Jezus?”

Tweemaal vader

Maquette van de tempelcomplex in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

Nicolaas Matsier was vorig jaar zo aardig me zijn boek over het Oude en het Nieuwe Testament toe te sturen, Mooi boek, die Bijbel!, Het is een verzameling korte stukken over de joods-christelijke literatuur, waarbij Matsier vooral let op het literaire aspect. Vaak ziet hij de dingen heel scherp. Neem het volgende beroemde verhaal uit het Evangelie van Lukas:

Jezus’ ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem. Toen hij twaalf jaar was, maakten ze weer hun gebruikelijke pelgrimstocht. Na afloop van het feest vertrokken ze naar huis, maar Jezus bleef in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het wisten. In de veronderstelling dat hij zich bij het reisgezelschap bevond, reisden ze een hele dag voordat ze hem overal onder hun verwanten en bekenden begonnen te zoeken. Toen ze hem niet vonden, keerden ze terug naar Jeruzalem om hem daar te zoeken. Na drie dagen vonden ze hem in de tempel, waar hij tussen de leraren zat, terwijl hij naar hen luisterde en hun vragen stelde. Allen die hem hoorden stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden. Toen zijn ouders hem zagen, waren ze ontzet, en zijn moeder zei tegen hem: “Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.”

Maar hij zei tegen hen: “Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn vader moest zijn?”

Maar ze begrepen niet wat hij tegen hen zei. Hij reisde met hen terug naar Nazaret en was hun voortaan gehoorzaam. Zijn moeder bewaarde alles wat er met hem gebeurd was in haar hart. (Lukas 2.41-52; NBV21)

Lees verder “Tweemaal vader”

Geen plaats in de herberg

Het is bijna kerstmis. Het is zinvol in mijn reeks over het Nieuwe Testament een beroemde passage uit het Evangelie van Lukas te behandelen. De voorgeschiedenis – de volkstelling van Quirinius – veronderstel ik bekend. Jozef en zijn zwangere echtgenote Maria zijn aangekomen in Betlehem.

Geen plaats in de herberg

Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in doeken en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het gastenverblijf.

De laatste regel wordt vaak vertaald als “geen plaats in de herberg”. Dat heeft geleid tot het misverstand in het bovenstaande plaatje: dat een harteloze herbergier het echtpaar zou hebben geschoffeerd. Het is niet eens helemaal uit te sluiten. Betlehem lag in Juda, waar men de neus wat ophaalde voor de boerenkinkels uit Galilea.

Lees verder “Geen plaats in de herberg”

Kon Jezus lezen en schrijven? (2)

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

In het eerste stukje legde ik uit dat de evangeliën weinig beslissends zeggen over de vraag of Jezus kon lezen en schrijven. We zullen deze teksten verder laten rusten. Een andere aanpak is te kijken naar Jezus’ wereld en dan zijn er wel meer dingen te zeggen.

Een vrome timmerman

Het eerste is: Jezus kwam uit een religieus milieu. Dat weten we omdat zowel hijzelf als zijn familieleden heel sprekende namen hebben: een moeder Maria, een vader Jozef, een broer Jakobus, een broer Judas, en een verdere verwant Simon. Ik blogde er al eens over dat dit namen zijn met goede antecedenten in de eerste boeken van de Bijbel, waar u ze tegenkomt als Miriam, Jozef, Jakob, Juda, Simeon. De naam die wij weergeven als Jezus is dezelfde als die van de strijder Jozua.

In vrome kringen als deze was het gebruikelijk minimaal de oudste zoon naar school te sturen. De geletterdheid van de Joden was in de Oudheid spreekwoordelijk. Romeinse soldaten wisten daarom heel goed dat als je een Jood wilde pesten, je zijn boeken kapot moest maken. Dode-Zee-rollen met zwaardhouwen en reparaties bewijzen hoe gehecht Joden eraan waren.

Lees verder “Kon Jezus lezen en schrijven? (2)”

Henoch en de voorouders van Jezus

Een detail van de op Henoch terug te voeren “boom van Jesse” uit het Bachkovo-klooster in Bulgarije

Ik eindigde het vorige stukje, waarin ik benadrukte dat de evangelist Lukas probeerde de ontstane conflicten tussen de farizeeën en vroegste christenen te verbergen, met de vraag of dat alles bij Jezus’ geslachtslijst niet wat minder eentonig had gekund. Immers, Mattheüs heeft in zijn evangelie heel wat minder namen nodig om hetzelfde punt te maken en drukt zich bovendien een stuk beknopter uit. (Uiteraard zijn beide genealogieën fictief.)

Lukas heeft echter goede redenen om het namenbestand te vergroten: door Jezus van 76 voorouders te voorzien, behoort hij tot de 77e generatie sinds de schepping, en dat is geen toeval. Voor de goede verstaander had Lukas hier verwezen naar een profetie die was opgenomen in het Boek van Henoch. Daar heb ik het al een paar keer over gehad maar ik moet het toch eens netjes introduceren. Bij dezen.

Lees verder “Henoch en de voorouders van Jezus”

Lukas en de voorouders van Jezus

Zesde-eeuwse muurschildering van Lukas, gevonden in zijn zogenaamde graf in Efese (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Jezus … was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef, die de zoon was van Eli, de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Melchi, de zoon van Jannai, de zoon van Josef, de zoon van Mattatias, de zoon van Amos, de zoon van Naüm, de zoon van Hesli, de zoon van Naggai, de zoon van Maät, de zoon van Mattatias, de zoon van Semeïn, de zoon van Josech, de zoon van Joda, de zoon van Joanan, de zoon van Resa, de zoon van Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, de zoon van Neri, de zoon van Melchi, de zoon van Addi, de zoon van Kosam, de zoon van Elmadan, de zoon van Er, de zoon van Jozua, de zoon van Eliëzer, de zoon van Jorim, de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Simeon, de zoon van Juda, de zoon van Josef, de zoon van Jonan, de zoon van Eljakim, de zoon van Melea, de zoon van Menna, de zoon van Mattatta, de zoon van Natan, de zoon van David, de zoon van Isaï, de zoon van Obed, de zoon van Boaz, de zoon van Selach, de zoon van Nachson, de zoon van Amminadab, de zoon van Admin, de zoon van Arni, de zoon van Chesron, de zoon van Peres, de zoon van Juda, de zoon van Jakob, de zoon van Isaak, de zoon van Abraham, de zoon van Terach, de zoon van Nachor, de zoon van Serug, de zoon van Reü, de zoon van Peleg, de zoon van Eber, de zoon van Selach, de zoon van Kenan, de zoon van Arpachsad, de zoon van Sem, de zoon van Noach, de zoon van Lamech, de zoon van Metuselach, de zoon van Henoch, de zoon van Jered, de zoon van Mahalalel, de zoon van Kenan, de zoon van Enos, de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God.  (Lukas 3.23-38)

Geef maar toe: u hebt dit niet allemaal gelezen. Lukas 3.23-38, de geslachtslijst van Jezus van Nazaret, is een van de saaiste delen uit het Nieuwe Testament. Er is echter meer te beleven dan op het eerste gezicht lijkt, en dan bedoel ik niet dat deze opsomming de basis vormt voor de fenomenale middeleeuwse kunstwerken die bekendstaan als Boom van Jesse. Ga er even voor zitten want ik heb twee stukjes en ruim 2000 woorden nodig.

Lees verder “Lukas en de voorouders van Jezus”

Quirinius’ volkstelling

Grafsteen van Q. Aemilius Secundus, die namens Quirinius de bewoners van de Bekaavallei telde.

Ik onderbreek de reeks over de Joodse context van het Nieuwe Testament even met een Romeins uitstapje. Van het Lukasevangelie heb ik het eerste hoofdstuk al behandeld, waarin de engel Gabriël de geboorte aankondigt van Johannes de Doper en vervolgens Maria vertelt dat ze moeder zal worden. Gisteren kwamen de geboorte en besnijdenis van Johannes aan de orde. Een en ander onderbroken door een lied van Maria en een lied van Johannes’ vader Zacharia. Het tweede hoofdstuk plaatst ons echter in een volkomen Romeinse context. Het is een van de allerberoemdste teksten uit de Oudheid.

Quirinius

In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus dat er een volkstelling moest gehouden worden in heel zijn rijk. Deze volkstelling had voor het eerst plaats toen Quirinius landvoogd van Syrië was.

Lees verder “Quirinius’ volkstelling”