Domitianus (15): Het Capitool

Lamp met afbeelding van de Jupitertempel op het Capitool (Allard Pierson, Amsterdam)

In het jaar 80 werd Rome getroffen door een grote brand. Cassius Dio schrijft:

Juist toen keizer Titus in Campanië was om de catastrofe in ogenschouw te nemen die dat gebied had getroffen, verspreidde een grote brand zich over grote delen van Rome. De vlammen verteerden de tempel van Serapis, de tempel van Isis, de Saepta, de tempel van Neptunus, het Badhuis van Agrippa, het Pantheon, het Diribitorium, het theater van Balbus, het theater van Pompeius, de Porticus van Octavia met alle boeken, en tempel van Jupiter op het Capitool en alle omliggende tempels. De ramp leek geen menselijke, maar een bovennatuurlijke oorsprong te hebben.

Dit keer geen vervolging dus van een groep menselijke zondebokken. Toen Domitianus een jaar later de macht van zijn broer overnam, erfde hij een verwoeste stad. Dat bood hem een mogelijkheid om een enorm deel van de stad te herbouwen. Het gaat om de vlakke zone binnen de bocht van de Tiber. Het heette destijds het Marsveld en is het deel van Rome dat altijd bewoond is gebleven. De gebouwen van Domitianus zijn allemaal vervangen door Barokgebouwen. (De meeste van de heuvels waarop Rome is ontstaan, zijn in de Middeleeuwen verlaten. Ze zijn pas weer in gebruik genomen toen na 1870 woonruimte nodig was voor de ambtenaren van het nieuwe koninkrijk Italië.)

Lees verder “Domitianus (15): Het Capitool”

Domitianus (6): Door Isis gered

Isispriesters op een muurschildering uit Herculaneum (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

De naargeestige apotheose van het Vierkeizerjaar was de inname van Rome door de troepen van Vespasianus in december 69. Er waren straatgevechten, Vitellius en zijn aanhangers waren gedood, maar niet nadat zij zich hadden vergrepen aan de verwanten en vrienden van Vespasianus. Onder leiding van Vespasianus’ broer Flavius Sabinus hadden zij asiel gezocht in de tempel van Jupiter op het Capitool. Tacitus schrijft in de Historiën (vertaald door Vincent Hunink):

De Vitellianen breken binnen, maken alles een warboel van bloed, ijzer, vlammen. Een handvol echte soldaten … waagt strijd, wordt overhoopgestoken. Flavius Sabinus, die ongewapend is en geen aanstalten maakt tot vluchten, omsingelen ze, evenals consul Quintius Atticus. … De rest ontglipte op allerlei manieren, sommigen in slavenplunje, anderen gedekt door trouw van beschermelingen, verborgen tussen bagage. Er waren er die het Vitelliaanse herkenningswacht woord opvingen, het dan zelf vroegen of gaven, brutaliteit diende hun tot schuilplaats.

Het zou niet goed aflopen met Sabinus en Atticus. Maar er was nog iemand die zich schuilhield op het Capitool.

Lees verder “Domitianus (6): Door Isis gered”

Een goocheltruc in de Verenigde Staten

Iedereen weet het nu: in de Verenigde Staten is het Capitool bestormd door aanhangers van Trump. De twitterende klasse twist over de vraag of we de bestormers moeten aanduiden als terroristen. De twitterende klasse trekt in Nederland parallellen met boeren die met tractors inrijden op overheidsgebouwen. En de twitterende klasse maakt zich druk om foto’s als bovenstaande.

En dat, lieve mensen, is precies de bedoeling.

Ik heb zo’n vermoeden dat, terwijl iedereen kijkt naar dit soort mediagenieke types, iets minder mediagenieke mensen op de kamers van de volksvertegenwoordigers zijn geweest. Ik zou er niet van opkijken als die hebben gezocht naar compromitterend materiaal. Of dat ze compromitterend materiaal hebben achtergelaten. Computerinbraken sluit ik evenmin uit.

Lees verder “Een goocheltruc in de Verenigde Staten”

De ganzen van het Capitool

De ganzen van het Capitool (reliëf uit het museum van Ostia)

Een van de oudste data uit de Romeinse geschiedenis die we precies kennen is 18 juli 387 v.Chr., de dag waarop de Romeinen aan het riviertje Allia, even ten noorden van hun stad, een nederlaag leden tegen een leger van Gallische Senonen. Het kan ook 386 zijn geweest en misschien is dat iets plausibeler om een reden die ik zo zal uitleggen.

Wat die Galliërs daar deden, is onbekend, al staat vast dat ze enkele maanden later in dienst waren van Dionysios, de alleenheerser van Syracuse. Dat deze contact met ze heeft gelegd via een bevriende Griekse stad aan de Adriatische Zee, ze als huurlingen in dienst heeft genomen en ze heeft gevraagd om, als ze toch naar hem op weg waren, ook even het land van de langzaam steeds belangrijkere stad Rome te plunderen, en dat ze daarbij wat succesvoller waren dan voorzien, is denkbaar. De Romeinse traditie houdt het er overigens op dat de Galliërs op zich niets tegen de Romeinen hadden maar dat een Romeinse gezant de furor Gallicus over zijn stad afriep door het volkenrecht te schenden.

Lees verder “De ganzen van het Capitool”

Marcus Aurelius

Ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius (Capitolijnse Musea, Rome)

De eerste keer dat ik in Rome was, in oktober 1982, wachtte me op het Capitoolplein een teleurstelling: het ruiterstandbeeld van keizer Marcus Aurelius was weg. Een lege sokkel, daarmee moesten we het doen. Het monument was zwaar aangetast door luchtvervuiling en moest worden geconserveerd – iets wat geen volk ter wereld zo goed kan doen als de Italianen.

Aangetast: in feite was het een wonder dat het beeld überhaupt de twintigste eeuw had gehaald. Terwijl we letterlijk tienduizenden marmeren beelden hebben uit de oude wereld, zijn er nauwelijks beelden van brons. Ze moeten er destijds echter ook bij duizenden zijn geweest: een aardige aanwijzing bood de expositie “Van hun voetstuk” vorig jaar in het Nijmeegse Valkhof, waarbij in kaart werd gebracht welke bronzen standbeeldresten er benoorden de Alpen waren – en dat waren er, zo ontdekten de betrokkenen, verbluffend veel. De meeste beelden zijn echter verloren: we hebben slechts fragmentjes over of kennen alleen de sokkel. Het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius is een unicum, dat we uitsluitend te danken hebben aan het feit dat de Middeleeuwers dachten dat dit beeld de christelijke keizer Constantijn voorstelde. Daarom werd het niet omgesmolten om er bommen en granaten van te maken.

Lees verder “Marcus Aurelius”