Cornucopia

Een vrouw uit Gandara met een cornucopia (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Onlangs zag ik in de supermarkt hoeveel soorten olijfolie leverbaar waren, en toen dacht ik aan overvloed en aan de “hoorn des overvloeds”: de cornucopia. Dit oude mythologische symbool is vanaf de Renaissance gedegradeerd tot decoratie, maar het bezit een diepere betekenis. Maar eerst de mythe.

Geitenhoorn

Over het ontstaan van de “hoorn des overvloeds” is weinig discussie. Hij stamt uit de Grieks-Romeinse mythologie. Het Latijnse cornucopia is een samentrekking van de woorden cornu (hoorn) en copia (voorraad) en het voorwerp heette in het oorspronkelijke Grieks Keras Amaltheias, de “hoorn van Amaltheia”. Dat was de geit die de jonge oppergod Zeus voorzag van melk. Toen één van haar hoorns afbrak vulde Zeus deze met allerlei rijkdommen en gaf hem aan de godin Tyche, de menselijke fortuin. Naast het roer (als richtinggever van het menselijk bestaan) en het “rad van fortuin” is de cornucopia een van de goddelijke attributen van Vrouwe Fortuna.

Lees verder “Cornucopia”

Het missorium van Theodosius

Het missorium van Theodosius (Archeologisch Museum, Mérida)

Als er ooit een expositie komt over de Franken, dan zou die kunnen beginnen met het missorium van Theodosius I, het voorwerp dat u hierboven ziet. Het illustreert het meervoudige keizerschap in het Laat-Romeinse Rijk. De naam van het voorwerp is, zoals zo vaak, even ingeburgerd als onjuist: een missorium is een schaal om je handen te wassen, maar dit is een schijf. De doorsnede is 75 centimeter en het voorwerp weegt ruim vijftien kilo. Het is gemaakt van zilver, met een vergulde rand.

Een inscriptie op de rand, zeg maar van 9:00 tot 3:00, helpt de interpretatie op weg:

D(ominus) N(oster) Theodosius perpet(uus) aug(ustus) ob diem felicissimum X;

Onze heer Theodosius, altijd keizer, wegens zijn gelukkige 10e verjaardag (van zijn troonsbestijging)

Lees verder “Het missorium van Theodosius”

Nilometer

Koptisch textiel met nilometer (Louvre, Parijs)

Egypte kende rustiger, minder bewogen tijden dan de vroege zevende eeuw na Chr. Er waren religieuze twisten over de naturen van Christus, waarover u het boek van Hulspas maar moet lezen; er waren echo-epidemieën van de grote Pest van een halve eeuw daarvoor; de Perzen veroverden het gebied; de Byzantijnen heroverden het; de Byzantijnse overheid probeerde haar uitleg van de christelijke tweenaturenleer op te leggen aan de Koptische bevolking; en toen de Arabieren kwamen met hun variant op het monotheïsme, onthaalden de Egyptenaren hen als bevrijders. En te midden van deze verwarring maakte iemand uit het stadje Antinoë het hierboven afgebeelde textiel. Volkomen traditioneel.

Bovenaan rechts ziet u de riviergod Nijl. Zoals alle riviergoden heeft hij een ontbloot bovenlijf, een baard en een cornucopia (hoorn des overvloeds). Hij heeft een gemalin, Euthenia, de personificatie van de overvloed, linksboven. In zekere zin het spiegelbeeld van de godheid zelf. Het oogt heel Grieks-Romeins, wat dit plaatst in een traditie van een slordig millennium, maar daar mag je in Egypte nog een millennium of twee toevoegen, want de Nijl werd vanouds dubbel en in spiegelbeeld afgebeeld. In het type afbeelding dat bekendstaat als sema tawy leggen twee Nijlgoden een knoop in een papyrusplant en verenigen zo de beide Egyptes. In Egypte waren dingen eigenlijk pas af als ze in tweevoud waren.

Lees verder “Nilometer”

Riviergod

De rivier Gichon (Qasr Libya)

Een van de aardige aspecten van de laatantieke kunst is de fusie van oude joodse en christelijke ideeën en klassieke vormen, zoals in het mozaïek hierboven, dat ooit was te zien in het museum van Qasr Libya in het noordoosten van Libië, waar de vondsten lagen uit twee van de kerken van de Byzantijnse stad Theodorias. Hoe de situatie nu is, weet ik niet, maar ik heb niet gehoord van oplaaiend geweld in die regio. Wel over religieus fanatisme, dus het muntje kan beide kanten op zijn gevallen.

Hoe dat ook zij, de kerkmozaïeken tonen het paradijs, met allerlei vogels en vissen, wilde en tamme dieren. Er zijn ook afbeeldingen van schepen die een haven binnenvaren, zoals mensen naar de kerk werden geacht te komen voor hun redding. Er zit ergens een pandoura spelende Orfeus (ofwel Christus, die eveneens afdaalde in de Onderwereld) en middenin is een mooie pauw, wiens staart de wederopstanding symboliseert. Orfeus is, zoals u weet, een klassiek motief; de pauw treffen we in de grafkunst – als ik het wel heb – voor het eerst aan op het mausoleum van keizer Hadrianus in Rome.

Je kunt twee kanten op met dit soort heidens-christelijke cross-overs. Sommige kunsthistorici zeggen: de heidense motieven zijn door de makers niet meer herkend als heidens en waren gewoon een bruikbaar motief. Denk hier ook aan de Babylonische horoscopen met Griekse zonnegod in de synagogen van Galilea. Het andere standpunt is dat je in die dagen heidens én christelijk tegelijk kon zijn. Wie zegt immers dat je slechts één religie tegelijk kunt hebben? Ik denk niet dat deze twee visies elkaar uitsluiten. Het zal allebei wel waar zijn, per stad en per kerkbezoeker verschillend.

Lees verder “Riviergod”