MoM | Er is geen jaar nul (en dat doet ertoe)

Als keizer Trajanus net zo leergierig was geweest als Alexander de Grote had ik dit blogstukje vandaag niet hoeven schrijven. Toen Alexander de stad Babylon veroverde, liet hij zijn wetenschappelijk adviseur (vrijwel zeker Kallisthenes) inventariseren wat daar aan interessante informatie in de bibliotheken lag. Daarbij behoorde een grote hoeveelheid astronomische waarnemingen en de beste benadering van het zonnejaar die de wereld tot dan toe had gezien. Binnen een jaar had Alexander de Griekse kalenders laten aanpassen: ze waren niet langer gebaseerd op de Cyclus van Meton maar op die van Kallippos. Ook de Canon van Ptolemaios gaat op deze culturele roofbuit terug. En het idee van een wereldbibliotheek, zoals later toegepast in Alexandrië.

Maar Trajanus was dus niet zo leergierig en zo kwam het dat een belangrijke uitvinding die de Babylonische geleerden in de tussentijd hadden gedaan, de nul, niet bekend werd in het westen tot Gerbert van Aurillac en Fibonacci die in de Volle Middeleeuwen introduceerden. Hierdoor telt onze jaartelling, die vorm kreeg in de zesde eeuw n.Chr., vooruit (het jaar één, het jaar twee, het jaar drie…) en achteruit (één voor Christus, twee voor Christus…). Zo werkten alle antieke kalenders met een vast beginpunt. De ellende is dat als je vlot wil rekenen, optellen en aftrekken dus, een jaar nul wel makkelijk zou zijn. Astronomen hebben dan ook een alternatieve jaartelling waarin ze wel een nul hebben. Het jaar dat u en ik kennen als één voor Christus is dus het astronomische jaar nul en het jaar 480 v.Chr. is -479.

Lees verder “MoM | Er is geen jaar nul (en dat doet ertoe)”

Er is er een jarig

Frankfurt

Het eerste stukje van het nieuwe jaar: ik wens u het allerbeste.

En ik begin het nieuwe jaar met een stukje over een zegening die ik vandaag tel: de Europese samenwerking. Die is geen panacee voor alle kwalen, maar wel degelijk nuttig, en dan denk ik vandaag vooral aan de invoering van de gemeenschappelijke munt. Dat die fantasieloos euro moet heten is omdat politici écu te Frans vonden klinken, wat alweer aangeeft hoezeer het een gedrocht is, beklonken in de politiek. En zoals we de afgelopen jaren hebben gezien was het monetair beleid niet zelden eveneens een gedrocht. Ik denk bijvoorbeeld dat Griekenland dwaas is geweest maar dat de bestraffing excessief was. Dat alles wil niet zeggen dat ook het bestaan van de euro een gedrocht is.

Waarom kregen we de euro ook alweer? Niemand zat er werkelijk op te wachten – zeker de bankiers niet. Het besluit over te schakelen op één munt was zuiver politiek: de twee Duitslanden wilden zich na 1989 verenigen, en Frankrijk, dat begreep politiek en economisch overvleugeld te zullen worden, eiste controle over de Duitse mark. De euro was een dappere uitruil en alleen al hierom verdienen Kohl en Mitterand een standbeeld. Wie er meer over wil weten, moet The Road to European Monetary Union van André Szász maar lezen.

Lees verder “Er is er een jarig”

Grieks toneel

Lange Niezel 25, Amsterdam

Ongetwijfeld zijn er dikke boeken over onderhandelingsstrategieën geschreven. Die heb ik er niet op nageslagen, maar ik wil er desondanks – dat is bloggers eigen – iets over kwijt. Dit stukje gaat namelijk niet over onderhandelen, maar dat merkt u zo.

Je hebt, denk ik, twee soorten onderhandelingen. Soms is het doel duidelijk, bijvoorbeeld als de prijs van een product moet worden vastgesteld: de één vraagt honderd euro, de ander biedt tachtig, en na wat loven en bieden worden ze het eens over negentig. In andere gevallen zijn de onderhandelingen echter niet zo symmetrisch. De partijen hebben het dan over verschillende dingen. Dat is het geval bij de onderhandelingen tussen Griekenland en zijn crediteurs.

Lees verder “Grieks toneel”

Ach, Europa

Frankfurt

“Je kunt geen gemeenschappelijke munt hebben zonder gemeenschappelijk beleid”, zegt de voorzitter van de Europese raad, Herman Van Rompuy, gisteren in Trouw. Dat haal je de koekoek, zou je zeggen: het was immers de bedoeling dat economische integratie zou leiden tot gemeenschappelijk beleid.

Voor de jongere lezertjes: tijdens de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk – en dit kunnen jullie nalezen in de redactionele commentaren van bijvoorbeeld de verzetskrant Het Parool – dat de toekomst behoorde aan de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, dat de Europese mogendheden hun koloniale rijken zouden kwijtraken en dat ze hun welvaart alleen zouden kunnen wederopbouwen door een grote interne markt te scheppen. Dat betekende onvermijdelijk dat Duitsland, als machtigste land van het continent, zou moeten worden ingekapseld in nieuwe bestuurlijke structuren.

Lees verder “Ach, Europa”

Eurodiffusie, denariusdiffusie

eurodiffusie

Ik moest afgelopen zaterdag in de avondwinkel wat boodschappen afrekenen, zocht naar wat kleingeld, legde het neer en zag een muntje dat ik nog nooit eerder had gezien. Er stond geen rij achter me, dus ik nam het op en vroeg de kassière of zij wist waar het vandaan kwam. Dat bleek Malta te zijn.

Het muntje zal hier wel zijn gekomen in de portemonnee van een toerist. Ik denk althans niet dat een Maltese visser het heeft achtergelaten op Sicilië en dat het geldstuk vervolgens met een reeks transacties naar Napels en Rome via Milaan en München naar Frankfurt en Brussel en uiteindelijk Amsterdam is gekomen. Het zijn twee manieren waarmee munten zich verspreiden: enerzijds met grote sprongen, als een toerist of een vrachtwagenchauffeur munten meeneemt, anderzijds geleidelijk, door een proces van duizenden en duizenden transacties. Het eerste proces verklaart waarom we munten uit verre landen vrij snel wel eens hebben gezien, het tweede proces verklaart waarom inmiddels ruim 80% van de munten in onze portemonnee afkomstig is uit het buitenland. Het plaatje hierboven is afkomstig van de website Eurodiffusie.nl.

Lees verder “Eurodiffusie, denariusdiffusie”

Ethos en gotspe

Frankfurt

Een paar maanden geleden blogde ik over de wijze waarop men in de Oudheid meende dat je een boodschap het meest effectief kon overbrengen. De Griekse filosoof Aristoteles onderscheidde drie aspecten: ethos, pathos en logos. Logos wil zeggen dat een verhaal een kop en een staart moet hebben. Daarover is zoveel te vertellen – denk aan alle redenatiefouten – dat ik er niet over zal bloggen.

Ik blogde destijds over pathos, dat je rekening houdt met het publiek, en dan vooral de emoties. De overheidsvoorlichting bij het referendum over het EU-verdrag in 2005 was een voorbeeld van hoe het niet moest. Men speelde in op angst, met als dieptepunt een filmpje van de VVD met treinen die naar Auschwitz vertrokken. Het werkte averechts want de burger liet zich geen angst aanjagen.

Lees verder “Ethos en gotspe”

Euro-bijnamen

Frankfurt

Belangwekkend nieuws: er zijn geen bijnamen voor de euro, zo lees ik, en dat zou duiden op een geringe aanvaarding van de munt. Maar zo simpel is het niet. Daarvoor zijn bijnamen te vaak gemanipuleerd geweest. Ik denk dat mensen een hekel hebben gekregen aan bijnamen en daarom de dingen die hen dierbaar zijn, niet meer zo aanduiden.

Het oudste mij bekende geval van manipulatie dateert van alweer enige tijd geleden. De mensen moesten gaan bijbetalen voor hun medicijnen: elke keer twee gulden vijftig. Je kreeg een kaart waarop een stempel werd gezet, en als die vol was, was het maximum bereikt en kon je verder de medicijnen zonder bijbetalen krijgen. Er was nogal wat verzet tegen, want de maatregel trof vooral de laagste inkomens. Die stempelkaart werd van ’s rijkswege aangeduid als “de knakenkaart”, om net te doen alsof het volk deze maatregel zou hebben aanvaard. Ik herinner me ook de “zalmsnip”, genoemd naar de minister.

Lees verder “Euro-bijnamen”