De duivel bouwt een kerk

Twee leeuwenkoppen op de deur van de Dom in Aken

Aken, de residentie van de in de Middeleeuwen welhaast legendarische Karel de Grote, is de stad waar ooit de Duitse koningen, als de keurvorsten een beslissing hadden genomen, werden gekroond. Later ging de vorst dan naar Italië om zich door de paus te laten kronen tot keizer. Het was natuurlijk wel de bedoeling dat de Akense kerk waar de koningskroning plaatsvond, er een beetje leuk uitzag en daar wilde het stadsbestuur wel voor zorgen. Het probleem: er was nauwelijks geld. De leden van de raad waren dus beslist geïnteresseerd toen een vreemdeling aanbood de financiering van het project op zich te nemen.

De vreemdeling die de raadszaal betrad, ging opvallend gekleed en iedereen begreep dat hij inderdaad rijk genoeg was. Ik stel me voor dat er over en weer complimenten zijn uitgewisseld en dat na deze inleidende opmerkingen het ontbrekende bedrag zal zijn genoemd. De vreemdeling zal toegezegd hebben het op tafel te leggen, maar stelde één voorwaarde: hij wilde de ziel hebben van de eerste die de nieuwe kerk zou betreden. Het was, zoals u hebt begrepen, der Teufel höchstpersönlich.

Lees verder “De duivel bouwt een kerk” →

De ring van Polykrates

Gevelsteen (Sint-Luciënsteeg, Amsterdam)

Misschien kent u het verhaal van het vrouwtje van Stavoren, dat is overgeleverd door de gebroeders Grimm. Simpel samengevat – en dus ontdaan van de charmante details die het maken tot een echt verhaal – komt het erop neer dat een steenrijke dame onheil krijgt aangekondigd en haar ring in zee werpt met de woorden “ik zal net zo min arm worden als deze ring ooit wordt teruggevonden!”, waarna de ring wordt aangetroffen in de maag van een vis en de vanzelfsprekend slechte afloop onvermijdelijk volgt.

Het sprookjesmotief van de ring in de vissenmaag is welbekend. In de Aarne-Thompson-index van folkloristische motieven is het nummer 736a. Een klassieke variant is het verhaal van Polykrates, dat wordt verteld door Herodotos van Halikarnassos, die Polykrates typeert als de immer succesvolle alleenheerser van Samos, die honderd schepen heeft met vijfduizend roeiers en duizend boogschutters. Op een dag krijgt Polykrates advies van zijn vriend Amasis, de koning van Egypte. Hier is een deel van die brief, in de vertaling van Hein van Dolen:

Lees verder “De ring van Polykrates” →

Het proactieve Valentijnsdag-stukje

Lupercalia (Archeologisch museum, Sousse)

[Binnenkort is het Valentijnsdag en je zult zien dat weer iemand zal beweren dat dat eigenlijk een oud-Romeins vruchtbaarheidsfeest is. De klassieken moeten per se relevant worden gemaakt, desnoods met alternatieve feiten. Er is echter geen verband tussen het Romeinse en het christelijke feest, zoals mijn Amerikaanse vriend William P. Thayer, de webmaster van LacusCurtius, in een proactieve gastbijdrage uitlegt.]

Lupercalia en Valentijnsdag

Pogingen zoals deze, deze en deze om de oud-Romeinse Lupercalia (15 februari) in verband te brengen met de christelijke Valentijnsdag (14 februari) zijn verdacht. De gelijkstelling van de twee illustreert vooral een twintigste-eeuwse neiging om een liefdesfeest af leiden van antieke vruchtbaarheidsculten. Er is ondertussen geen draad bewijs voor een dergelijk verband.

Vaak wordt beweerd dat paus Gelasius (r.494-496) Valentijnsdag in de vijfde eeuw instelde, maar dat is niet waar: wat hij wél deed was een lange, strenge brief schrijven (Brief 100, Aan Andromachus) waarin hij de gelovigen het vieren van de Lupercalia verbood. Die brief noemt geen Valentinus.

Lees verder “Het proactieve Valentijnsdag-stukje” →

Zwarte Piet (bis)

Ik blogde gisteren over de opvattingen van Quinsy Gario over Zwarte Piet. Het probleem daarmee is dat hij essentialistisch denkt: wat in het verleden op een bepaalde manier in elkaar stak steekt ook nu nog zo in elkaar. Als in de vijftiende eeuw rond twaalf uur ’s middags de kerkklokken werden geluid om op te roepen tot strijd tegen de Turken, en als de kerkklokken nog steeds beieren rond het middaguur, dan zou dat, in de redenatiewijze van Gario, nog steeds aanzetten tot haat. Dat hij niet ziet dat zowel Zwarte Piet als de Turkenklok inmiddels folklore zijn, illustreert vooral dat we grote problemen hebben met ons geschiedenisonderwijs.

Dat ik het oneens ben met Gario wil echter niet zeggen dat ik ontken dat er Nederlands racisme bestaat. Het plaatje hierboven vind ik uitgesproken onaardig – en dan druk ik me voorzichtig uit. Lees verder “Zwarte Piet (bis)” →

Zwarte Piet

Ooit – het moet 1995 zijn geweest – leidde een vriendelijke pater mijn toenmalige geliefde en mij rond door de Romeinse catacomben. Hij wees een muurschildering aan waarop Christus en een heilige waren te zien. De wand was niet egaal, zodat Christus stond op een naar achteren buigend deel van de muur, terwijl de heilige iets naar voren leek te komen. De pater ontwaarde daarin een wonderschone theologie, namelijk dat Christus altijd een stapje terugdeed om mensen te laten schitteren.

Dat het meer had te maken met de oneffenheid van de wand, en niets meer was dan een leuk verzinsel, is helemaal niet erg. De pater maakte een pastoraal punt en de informatie die hij overdroeg sprak zijn toehoorders aan.

Lees verder “Zwarte Piet” →