De ideale krant (2)

[Dit is het tweede deel van een stukje over de ideale krant. In het eerste schreef ik dat ik verlost wilde worden van columnisten en van verouderde frames. Ik wil een krant met onderzoeks- en datajournalistiek. Nu een woord over de wetenschaps- en boekenbijlagen.]

Gemiste kansen

Zoals gezegd: de kranten hebben de taken overgenomen van de weekbladen, maar eigenlijk zijn ze te algemeen om daarin echt goed te zijn. Niet dat er geen mensen zijn die het lifestyle-supplement of de reisbijlage doorbladeren, maar niemand zal ze even intensief lezen als de boeken- en wetenschapsbijlagen. Voor lifestyle en toerisme zijn websites geschikter en dat verklaart misschien de paradox waarom veel mensen de lifestyle-bijlage ongelezen weggooien terwijl de corresponderende webpagina’s van de kranten goed worden bezocht.

Ik zou wél graag een goede wetenschapsbijlage hebben, dikker dan de huidige. In de ideale krant zit bovendien in de wetenschapsredactie ook iemand uit de humaniora, want de geesteswetenschappen komen momenteel vooral aan bod als leveranciers van lollige weetjes en niet als de wetenschap die ze ook zijn.

Lees verder “De ideale krant (2)”

De ideale krant (1)

tweet

Het was zaterdag en je werd naast je geliefde wakker. Je haalde vers brood bij de bakker en de ochtendkranten bij de tabakszaak. Je bracht een groot deel van de dag lezend door, slechts onderbroken als je naar de supermarkt en de videotheek ging. Vaak had je zondag de krant nog niet uit. Zo gingen de dingen, dertig jaar geleden.

Ik kan daar met melancholie aan terugdenken maar ben realist genoeg om te weten dat die tijden nooit terug zullen komen. Rond 1993 begonnen de “thousand days that built the future” en sindsdien betrekken we het laatste nieuws in toenemende mate van het internet. De kranten hebben daarop gereageerd door zich toe te leggen op achtergrondinformatie, waarmee ze in feite doen wat de weekbladen traditioneel deden. Zeker in het weekend zijn de kranten én opinieblad én lifestyle-blad én wetenschapsblad én reistijdschrift en omdat ze dat allemaal tegelijk willen zijn, zijn ze noch opinieblad noch lifestyle-blad noch wetenschapsblad noch reistijdschrift. Wer alles verteidigt, verteidigt nichts.

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik me erger aan de oppervlakkigheid van de weekendkranten. Afgelopen donderdag twitterde ik wat balorig of we niet met een paar leuke mensen een krant konden oprichten zonder columnisten, met veel nieuws, zonder wijnclub of lifestyle-bijlage, met een positieve toon en met veel boekenrecensies van leuke recensenten. Dat heb ik geweten: zelden heb ik zoveel bijval gehad, zowel op Twitter als op Facebook en dan heb ik het nog niet over de e-mail. Dertig retweets is voor mij, opererend in de marge, heel veel. Laat ik dus eens wat uitgebreider beschrijven hoe een boeiende krant er volgens mij uit ziet.

Lees verder “De ideale krant (1)”

Zomaar een idee

De uil van Minerva (Vaticaanse Musea, Rome)

Over twee maanden zal mijn vriendin H. moeder worden. Ik denk niet dat iets aan het geluk van het jonge gezin zal afdoen, maar er is wel een probleempje. H. is nog niet zo lang geleden afgestudeerd en kan geen betaald werk vinden. Terwijl ze voor elke werkgever een droomkandidaat is: ze heeft niet één maar twee academische opleidingen gevolgd, waarvan één in het buitenland. Zo iemand wil je als werkgever in dienst hebben, maar een zwangere vrouw kan na afloop van een sollicitatiegesprek fluiten naar een tweede gesprek, laat staan naar een aanstelling. Ik begrijp ergens ook wel waarom dat zo is: een werkgever betaalt niet graag voor mensen die niet werken en als hij zoiets kan vermijden, zal hij dat doen. In een meer volmaakte wereld zou deze cynische argumentatie echter niet bestaan.

Het NRC Handelsblad plaatste onlangs een artikel over deze problematiek en spitste het toe op één groep: vrouwelijke wetenschappers die moeilijk een onderzoekssubsidie krijgen. In dit geval is de genoemde cynische argumentatie niet van toepassing, want die beurs is niet gekoppeld aan een bepaald aantal uren op kantoor maar aan een wetenschappelijk eindproduct. Dat vrouwen door de aard van de procedure worden achtergesteld, oogt als discriminatie. Ik schrijf “oogt” omdat de kwestie bij de rechter ligt. Dat is dan ook waarom het in de krant staat, want voor het overige is het vanzelfsprekend geen nieuws dat vrouwen het op de arbeidsmarkt lastig hebben.

Lees verder “Zomaar een idee”

Is er nog nieuws, deze zomer?

Vandaag weer eens een bijdrage in de onregelmatig verschijnende doch veelgelezen rubriek Het Is Weer Niet Veel Soeps In De Weekendkrant. Ooit trok ik echt uren uit voor de zaterdagbijlagen maar tegenwoordig ben ik er snel doorheen, al moet ik erbij zeggen dat ik tot dit weekend dacht dat De Volkskrant op zaterdag nog het meeste nieuws had.

Dit weekend moet ik mijn mening bijstellen. Afgelopen week lijkt de Volkskrant-redactie althans collectief door de warmte bevangen te zijn geweest, want de krant van gisteren was gewoon drie keer niks. Neem de doorgaans goede boekrecensies. Dit weekend zijn het er precies twee en dan tel ik nog ruim ook. Persis Bekkering bespreekt namelijk twee boeken die niet direct bij verschijning de erkenning kregen die ze verdienden. Oude boeken dus. Verder mag iemand vertellen over Tolstoj (ook oud), is er een beschouwing over romans en psychoanalyse en is er een stukje over de achterkanten van boeken. Nieuwe boeken krijgen nul aandacht.

Lees verder “Is er nog nieuws, deze zomer?”

De zaak Vermaning

U wilde al naar het Drents Museum om daar de beeldschone Iran-expositie te bezoeken en sinds zaterdag is er een tweede reden om naar Assen te gaan: de wat kleinere tentoonstelling “De zaak Vermaning”. Tjerk Vermaning (1929-1987) is misschien wel de beroemdste Nederlandse archeoloog van de twintigste eeuw en dat is niet zo best, want een deel van zijn vondsten was vervalst en hij heeft zijn bekendheid mede te danken aan een rechtszaak. Wie onechte oudheden verkoopt als echt, is immers een oplichter en daarvoor werd hij in 1977 veroordeeld. Een jaar later diende het hoger beroep: de rechter liet zich over de authenticiteit van de vervalsingen niet uit, maar redeneerde min of meer dat als de voorwerpen echt waren, Vermaning onschuldig was, en dat als ze vals waren, nog niet was bewezen dat de Drentse amateurarcheoloog ze zelf had vervaardigd.

Het was goed dat de rechter zich over de authenticiteit niet uitsprak, want daar gaat de rechter niet over. Een deel van de vondsten waarmee Vermaning “bewees” dat er tienduizenden jaren geleden Neanderthalers hadden geleefd in Drenthe, was echter wel degelijk vals. Of minimaal verkeerd geïnterpreteerd. De samenstellers van de tentoonstelling leggen op verschillende punten uit hoe archeologen dat kunnen weten. Zo bleek, toen een C14-monster werd genomen, het door Vermaning als Neanderthaler-schedeldak geïnterpreteerde voorwerp slechts een eeuw of drie oud. Op andere vondsten ontbrak de natuurlijke verwering van vondsten die eeuwenlang in de grond hebben gelegen.

Lees verder “De zaak Vermaning”

Recensie: Livius.Org

Nee, het is me niet in mijn bol geslagen, dat ik mijn eigen website ga recenseren, Livius.Org. Ik doe het bij wijze van experiment. De achtergrond is dat steeds meer mensen hun informatie halen van het internet, een medium dat veel voordelen biedt. Mijn Amerikaanse vriend Bill Thayer is bijvoorbeeld bezig de tekst van Diogenes Laertius online te plaatsen en daarbij kun je met één muisklik van de Engelse vertaling naar het Griekse origineel springen. Online-pagina’s zijn ook makkelijker doorzoekbaar dan die van een boek. Een ander voordeel van het wereldwijde web is dat je nooit ver verwijderd bent van illustraties, achtergrondinformatie of de abstracts van recente wetenschappelijke publicaties. Geen boek kan daar tegenop.

Ik heb al een paar keer geschreven dat een boek wél iets anders kan: in de ongedifferentieerde nevenschikking van online-informatie (©Kris Peeters) kan een boek orde aanbrengen. Voor ik een boek recenseer, kijk ik dus eerst, zoals ik al eens schreef, of het wel iets toevoegt. Niemand zit te wachten op wéér een biografie van een Romeinse keizer of wéér een vertaling van een Grieks toneelstuk. Allemaal al online aanwezig. Wat we daar niet hebben, zijn overzichtswerken als Holger Gzella’s De eerste wereldtaal.

Uit het enorme belang van het internet vloeit voort dat, als de boekenbijlagen van onze kranten relevant willen blijven, ze ook websites moeten gaan recenseren – al was het maar één website per week. Wat ik me daarbij voorstel, kan ik het beste tonen door mijn eigen site te bespreken. Geen zorgen, ik zal mijn eigen loftrompet niet steken. Nou ja, een beetje dan.

Lees verder “Recensie: Livius.Org”

Brief aan Peter Vandermeersch

Geachte heer Vandermeersch,

Afgelopen zaterdag zag het NRC Handelsblad, waar u hoofdredacteur bent, er anders uit dan de lezers gewend zijn en u nodigt hen uit u te laten weten wat ze goed en minder goed vinden aan de weekendeditie, die u ook typeert als de belangrijkste krant van de week.

“Sommige columns kregen een ander jasje, andere een nieuwe plek”, schrijft u, en omdat u waarde hecht aan de dialoog met de lezer, wil ik u bij wijze van antwoord zeggen: het was beter geweest de columns helemaal te schrappen. De krant is het medium niet voor columnistiek.

Lees verder “Brief aan Peter Vandermeersch”

Onderbuikgevoelens (2)

Zolang ik me kan herinneren vinden rechtse populisten – vraag me even niet om een definitie – dat er teveel geld gaat naar de publieke omroep en dat de markt het beter doet. Dat is onzin en dat weten opgemelde populisten ook. Als het gaat om een belangrijke zaak als het afsterven van het koraalrif maakt geen van de commerciële omroepen iets als dit en ook kunnen de diverse RTL-en geen follow-up geven als deze, dit of dat.

Dat neemt niet weg dat het politiek handig kan zijn te mopperen over de publieke omroep. Je praat de achterban wat naar de mond en behoudt zo het draagvlak om in onze vaderlandse coalitiepolitiek de concessies te doen die je nu eenmaal moet doen. Links partijen hebben om die reden een abonnement op het opheffen van parkeerplaatsen. Democratie gaat immers niet om goed bestuur maar om breed draagvlak.

Lees verder “Onderbuikgevoelens (2)”

Het proactieve Asterix-stukje

Over een week, op 19 oktober, verschijnt de nieuwe Asterix. Ik heb daar wat gemengde gevoelens bij. Dat is niet omdat ik niet van de stripverhalen houd, maar omdat ik nu al kan uittekenen dat ik benaderd zal gaan worden door journalisten die me vragen wat ik er als oudhistoricus van denk. Nu is het altijd leuk om op de radio te komen – deze pagina gaat terug op een radiocommentaar dat ik insprak vanaf een hotelkamer in Isfahan – en bovendien is het contact met journalisten altijd prettig ontspannen, maar ik vind het jammer dat elke Asterix aanleiding is tot vragen over de Oudheid. Daarmee doen we de strip tekort.

Zoals de Flintstones vooral een Amerikaanse familie zijn uit de jaren zestig, zo is Asterix een strip over de twintigste en eenentwintigste eeuw. Als Obelix in Asterix in Hispania aan het dorpshoofd vraagt “u wil dus óók weten waarom we vechten”, is de verwijzing naar de Vietnam-oorlog. Als de Galliërs in Asterix en het ijzeren schild voorwenden niet te weten waar Alesia ligt, is dat geen grap over Galliërs die niet willen weten dat ze zijn verslagen, maar over Vichy, waar dit album zich afspeelt. Asterix is gewoon veel geestiger als je de antieke achtergrond negeert en kijkt naar de eigen tijd.

Lees verder “Het proactieve Asterix-stukje”

Stel, je spreekt met de pers…

Jos Collignon, Volkskrant 2 december 2014

[Afgelopen maandag sprak ik in Gent over wetenschapsscepsis, de Oudheid en voorlichting. Ik legde uit wat ik op deze kleine blog al vaker heb verteld: de oudheidkunde moet zich professioneel, dus op drie niveaus, uitleggen. Zolang ze dat niet doet, zal ze zichzelf verder marginaliseren. Aan het einde van mijn praatje had ik nog wat tips voor oudheidkundigen die met de pers te maken krijgen. Misschien heeft ook iemand anders er wat aan: vijf dingen om te doen en vijf dingen om te laten.]

Lees verder “Stel, je spreekt met de pers…”