Het graf van Alexander de Grote

Alexandrië, waar het graf van Alexander de Grote was (Jerash)

Zo nu en dan krijg je een uitnodiging om iets leuks te komen doen en zo nu en dan blijkt dat nóg leuker dan je verwachtte. Vorige maand kreeg ik een telefoontje van de mensen van BNR, of ik zin had een podcast te maken over de speurtocht naar het graf van Alexander de Grote. U voelt al aankomen dat die podcast inmiddels klaar is en inderdaad ga ik u straks een linkje geven. Maar eerst iets anders.

Een onwetenschappelijke vraag

Welbeschouwd is de speurtocht naar het graf van Alexander namelijk een raar onderwerp. Ik heb weleens geschreven hoe absurd het is dat de Spanjaarden op zoek gingen naar de stoffelijke resten van Cervantes. Welke vraag wilden ze beantwoorden? Of hij echt één arm had? Dat is geen grafschennis waard. En de Quichot wordt er niet grappiger door. Laat staan origineler. Er staat wetenschappelijk niets op het spel en voor zover er toeristisch belang is, moet dat wijken voor het recht op grafrust. Nog absurder was het voorstel van het Nederlandse Tweede-Kamerlid Ronald van Raak, die meende dat we het graf van Johan van Oldenbarnevelt maar moesten openen. De politiek gaat niet over archeologie. Daarvoor zijn erfgoedinstellingen.

Lees verder “Het graf van Alexander de Grote”

Koperen Jubileum

Bij een koperen jubileum hoort natuurlijk koper, zoals dit mineraal uit het MIM in Beiroet.

Aanstaande zondag bestaat de Mainzer Beobachter 12½ jaar. Het koperen jubileum. Medio volgende maand gaat het 6000e stukje online (dit is het 5955e). In totaal heb ik ruim vier miljoen woorden geschreven. De blog heeft meestal tussen de 3000 en 3500 bezoekers per dag, terwijl zo’n 1700 abonnees mijn krabbels ontvangen per mail. Er zijn ruim 50.000 reacties. Er zijn andere auteurs, die ongeveer een tiende van de kopij voor hun rekening nemen. Verschillende mensen hebben elkaar leren kennen via de reageerpanelen. Er groeit, zoals dat heet, een community.

Daar ben ik trots op. Al weet ik dat het maar de vraag is of al die bezoekers en al die abonnees al die blogjes ook lezen. Of de blog, in het licht van de eeuwigheid, heel erg veel zin heeft, is ook zo’n vraag.

Lees verder “Koperen Jubileum”

De niet-Alexander-podcast

Alexander (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Een tijdje geleden kreeg ik een even aardig als vleiend mailtje. Een mij nog onbekende Filip Zweifel vertelde me dat hij, nadat hij mijn boek over Alexander de Grote had gelezen, een reeks podcasts was gaan maken over de ondergang van het Perzische wereldrijk. Zou ik het leuk vinden om eens aan te schuiven?

Dat hoefde hij me geen twee keer te vragen. Mijn liefde voor Vlaanderen is algemeen bekend en dit was een ongezochte gelegenheid ook de Mithras-expositie te bezoeken. Zo was ik vorige week dus in België, waar ik ook het museum van Nijvel eindelijk heb bezocht, met de vondsten uit Liberchies.

Lees verder “De niet-Alexander-podcast”

Hannibal-podcast

Philip Dröge, de auteur van bewonderde boeken als Tambora, Moresnet, Pelgrim, De republiek Groningen en Moederstad, interviewde me onlangs over Hannibal in de Alpen. Terwijl het buiten pijpenstelen goot, voerden wij een leuk gesprek over Hannibal, over Alpen en over olifanten, afdwalend naar de actualiteit van de dag, zoals de aan fraude grenzende publicatie Het verraad van Anne Frank.

Als u de podcast beluistert – hij duurt ongeveer drie kwartier – hoort u dus twee mensen met belangstelling voor geschiedenis, sprekend over hoe je dat verleden eigenlijk kennen kunt. Met als rode draad dat mensen blijkbaar niet kunnen aanvaarden dat sommige dingen niet te kennen zijn. En dat ze ook niet gekend hoeven worden. Dat betreft lokaalpatriotten die per se willen dat Hannibal door hun dorp is gekomen. Het betreft ook wetenschappers die, zonder én de teksten én het materiële aspect van het verleden te overwegen, pretenderen wetenschap te  kunnen bedrijven. En gemeenschapsmiddelen verspillen aan een overbodige vraag.

Lees verder “Hannibal-podcast”

Indiana Jones

“You call this archaeology?” Voor iedereen die zich bezighoudt met de Oudheid – en echt, ik moet de eerste uitzondering nog ontmoeten – is Indiana Jones een guilty pleasure. Hij is natuurlijk geen echte archeoloog maar wie er nooit van droomt te ontsnappen aan de sleur van alle dag, werpe de eerste steen. Minimaal dit kan bovendien vóór Indiana Jones worden gezegd: de films leveren een groot aantal toepasbare citaten op, zoals het goedgeluimde “You call this archaeology?” als je een collega wil behoeden voor een vergissing.

Los daarvan stelt dr Jones zich op het standpunt dat oude voorwerpen in een museum behoren, controleerbaar voor de wetenschap en ontsloten voor iedereen, en dat ze niet behoren te worden verkocht aan privécollecties. Dat lijkt vanzelfsprekend maar wie kijkt naar de papyrologische schandalen van de laatste jaren – het valse Evangelie van de Vrouw van Jezus, de leugens over de Sapfo-fragmenten, het eerste-eeuwse Marcusfragment waar we nooit meer van vernamen, de vijf valse Dode Zee-rol-fragmenten, de valse Artemidorospapyrus – kan alleen constateren dat de problemen steeds opnieuw worden veroorzaakt doordat onderzoekers de wetenschappelijke gedragscodes negeren. Nu wil ik niet beweren dat Jones die gedragscodes tot in de puntjes naleeft, maar het punt dat je zonder volledige transparantie geen begin van wetenschap hebt, is tot hem doorgedrongen.

Lees verder “Indiana Jones”