Velleius Paterculus (2)

Republikeinse officier (Louvre)
Republikeinse officier (Louvre)

[Deze week recycle ik de inleiding die ik in 2012 schreef voor Vincent Huninks vertaling van de Geschiedenis van Rome van de Romeinse auteur Velleius Paterculus. De Nederlandse titel is Van Troje tot Tiberius en het e-boek is nog leverbaar. Het eerste deel is hier. Vandaag: Velleius’ verleden.]

Toen de angst voor Karthago was weggenomen en de concurrent om de macht was verdwenen, verliet men het pad van de deugd en ging men over tot het tegendeel, en dat niet stap voor stap maar halsoverkop. De oude levensstijl werd opgegeven en verruild voor een nieuwe.

Zo begint Velleius Paterculus het tweede deel van De geschiedenis van Rome. Anders dan antieke historici, die halve moralisten waren, onthouden moderne oudhistorici zich zoveel mogelijk van waardeoordelen. Toch zien ook zij in de tijd waarin Karthago werd verwoest, het midden van de tweede eeuw v.Chr., een verandering in de Romeinse samenleving. In de voorgaande vijftig jaren was de Senaat terughoudend geweest met buitenlandse veroveringen, maar nu ineens veranderde het beleid: in 148 werd Macedonië geannexeerd en twee jaar later volgden Griekenland en het huidige Tunesië. Door steden als Korinthe en Karthago met de grond gelijk te maken, werd de wereld getoond wie er de baas was.

Lees verder “Velleius Paterculus (2)” →

Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (4)

De zelfmoord van de Dacische koning Decebalus op de Zuil van Trajanus

[Dit is het vierde deel van een beschouwing over Macht zonder grenzen van Fik Meijer. Het eerste deel leest u hier.]

Mijn bezwaar tegen Macht zonder grenzen van Fik Meijer is, zoals ik in het eerste deel aangaf, tweeledig: zijn beheersing van de oudheidkundige methoden schiet tekort en hij bezit te weinig kennis van de feiten. Van een hoogleraar verwacht je meer kwaliteit. Ik heb, denk ik, nu wel voldoende onderbouwd dat er methodische fouten zitten in Meijers boeken, die ertoe leiden dat u een verkeerd beeld krijgt van de oude wereld. Dit is moeilijk te repareren. Dat ligt anders bij ’s mans tekortschietende kennis van bij oudhistorici algemeen bekende feiten. Hier is het probleem meer dat simpele verbeteringen niet worden doorgevoerd. Alvorens daarop in te gaan echter een passage die niet in de twee genoemde categorieën valt.

Pseudowetenschap

De definitie van pseudowetenschap is notoir lastig en daarom heb ik ooit de term “kwakgeschiedenis” gemunt om claims te typeren die verder gingen dan methodisch verantwoord was, maar bleven binnen de grenzen van het fysisch mogelijke. Er is een verschil tussen enerzijds Tom Holland, die eeuwenlange continuïteiten postuleert zonder het benodigde bewijs te kunnen leveren, en anderzijds Immanuel Velikovsky of Erich von Däniken, die dingen claimen die in strijd zijn met de natuurwetten.

Lees verder “Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (4)” →