Romeins Nijmegen (3) Bloei en verval

Een Bacchus uit het badhuis (Stadhuis Nijmegen)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit blogje meetel. Dit is het derde; het eerste was hier.]

Bloeitijd

In de tweede eeuw bloeide Ulpia Noviomagus. Op het grafveld zijn prachtige barnstenen en kristallen voorwerpen gevonden die bewijzen dat in elk geval de elite het breed kon laten hangen. Oude schattingen hielden het erop dat het stadje zo’n 5.000 inwoners had; inmiddels is duidelijk dat het er fors meer waren, misschien wel 10.000. Met een legioenbasis ernaast was het al met al te groot om te worden gevoed vanuit het achterland, zelfs al verrees langs de Waal de ene boerderij na de andere. Graan en andere levensmiddelen moesten worden geïmporteerd, en de inscriptie van graanhandelaar Marcus Liberius Victor, die zijn producten aanvoerde vanuit het verre Henegouwen, is heel typerend.

Lees verder “Romeins Nijmegen (3) Bloei en verval”

Romeins Nijmegen (1) Ontstaan

Bataafse munt (Valkhof Museum, Nijmegen)

Ik ging naar Nijmegen om een badhuis te zien. Ik zag geen badhuis. Maar het was een geslaagd weekend. Deze week enkele blogjes, waar u ook het blogje over de Nijmeegse classicus Vincent Hunink bij mag rekenen. Maar eerst even iets over de geschiedenis van Romeins Nijmegen.

Oppidum Batavorum

In 19 v.Chr. werd in het oosten van de huidige stad een militaire basis ingericht (Hunerberg), die echter niet lang in gebruik is gebleven. Even oostelijker lag op het Kops Plateau een kleiner kamp, dat tientallen jaren functioneerde. De meest duurzame stichting lag echter in het huidige stadscentrum, waar een civiele nederzetting verrees, bewoond door migranten uit het Overrijnse die de geschiedenis in zijn gegaan als Bataven. Die naam betekent “bewoners van de Betuwe”, wat weer is afgeleid van *bat-agwiō, “vruchtbaar eiland” (tussen Waal en Rijn). De burgerlijke nederzetting heette Batavodurum of ook wel Oppidum Batavorum, wat allebei “Batavenburcht” betekent.

Lees verder “Romeins Nijmegen (1) Ontstaan”

Tranen om het Valkhof

Gezichtsmasker van een Romeinse helm (Valkhof Museum, Nijmegen)

Een jaar of zo geleden begeleidde ik een Duitse journalist die een stuk wilde schrijven over Romeins Nederland. Op zijn laatste dag belde hij me wakker: hij wilde eerder op pad, het was nog ver naar Beieren, en hij zou om half tien langsgaan in het Valkhof Museum in Nijmegen. Dat was problematisch omdat de conservator, die had beloofd de man te zullen rondleiden, niet aanwezig kon zijn voor elf uur. Ik beloofde mijn Duitse gast dat ik zo snel mogelijk naar Nijmegen zou sporen en dat ik hem in de tijd dat hij te vroeg voor zijn afspraak was, zou rondleiden over het Valkhof (met zijn mooie Ottoonse kapel voor Sint-Nicolaas). Dan had hij dat alvast gezien en kon hij na het museumbezoek meteen verder. Vanuit de trein belde ik de conservator, die zich daarna alle moeite getrooste om zijn onverwacht vroege gast een vervroegde rondleiding te geven.

Wat ik maar zeggen wil: de mensen van het Valkhof Museum zijn verschrikkelijk aardig. Met de mogelijke uitzondering van het Multatulihuis ken ik in Nederland geen vriendelijker museum. Een museum bovendien met een fenomenale collectie Romeinse voorwerpen. Wie in Nederland van de Oudheid houdt – en dat zijn er tienduizenden – heeft een zwak voor het Valkhof, en ik was dan ook geschokt toen ik gisteren in het NRC Handelsblad las over de moeilijkheden in het museum. Er waren al eerder berichten over problemen, maar nu het onder de kop “Ondergang dreigt voor Museum Het Valkhof in Nijmegen” werd uitgespeld, zonk pas echt bij me in hoe precair de situatie is.

Lees verder “Tranen om het Valkhof”