De deurklopper van Reuvens

De deurklopper van Reuvens

In 1818 werd Caspar Reuvens benoemd tot bijzonder hoogleraar Archeologie aan de Universiteit Leiden. De nieuwe leerstoel werd door de minister A.R. Falck omschreven als De kennis der oudheid, opgehelderd uit de overgeblevene gedenkstukken. De meest aangewezen plek voor deze leerstoel was Leiden, alwaar voor dit vak de meeste hulpmiddelen voorhanden zijn. Deze laatste zin verwees naar de circa 150 klassieke oudheden uit het legaat Papenbroek, die sinds 1745 in de orangerie van de Hortus Botanicus stonden opgesteld.

In de ogen van de jonge hoogleraar was deze collectie een aardig begin, maar nog lang niet genoeg om het predicaat ’s Rijks Museum waardig te zijn. En dat was zijn streven. In zijn oratie De Laudibus Archaeologiae (‘Over de lof der archeologie’) schetste hij een museum, dat de klassieke wereld tot uitgangspunt had, maar waarin ook de materiële culturen te zien waren, waarmee de Grieken en Romeinen in aanraking waren gekomen óf die door hen beïnvloed waren. En dus was er plaats voor Egyptische en Perzische oudheden, Keltische en Germaanse objecten en zelfs boeddhistische en hindoeïstische beelden uit India en Nederlands-Indië. Dit systeem sloot de archeologie van Noord- en Zuid-Amerika uit; die zou later in de negentiende eeuw aan bod komen, onder invloed van gewijzigde inzichten omtrent culturele beïnvloeding.

Lees verder “De deurklopper van Reuvens”

Was Hadrianus in Voorburg?

Hadrianus als heerser van de hele wereld (Altes Museum, Berlijn)

[Er loopt, om zo te zeggen, een weg van de oudheidkundige data naar de feiten. Onderzoekers hebben geschreven teksten en materiële resten en etnografische vergelijkingen; die combineren ze zo logisch als mogelijk; en zo bepalen ze wat ooit het geval is geweest. Vaak vergeten onderzoekers echter welke weg hun voorgangers hebben afgelegd. Of ze negeren het gewoon. Of ze denken dat, omdat iedereen het ergens over eens is, het wel waar zal zijn. De weg naar de data raakt zo uit beeld en achterliggende aannames raken vergeten.

Eerder deze week attendeerde ik op twee aldus veronderstelde feiten: dat de Drususgrachten in Nederland zouden hebben gelegen en dat Hadrianus in Voorburg zou zijn geweest, dat laatste puur omdat de stad naar hem genoemd was. Bij dat laatste schreef ik dat ook Tom Buijtendorp dit in zijn boek De vergeten stad zonder extra onderbouwing aanneemt. Hij schreef me dat hij in zijn proefschrift al schreef dat de naam Forum Hadriani geen bewijs vormt voor de aanwezigheid van de keizer en dat hij daarom in dat proefschrift andere aanwijzingen had genoemd. In De vergeten stad was daarvoor geen ruimte.

Lees verder “Was Hadrianus in Voorburg?”

Vergeten aannames: Voorburg

[Tweede deel van een stuk over op geschreven bronnen gebaseerde aannames in de archeologie van Romeins Nederland. Het eerste was hier.]

Forum Hadriani

Zoals gezegd: elk wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op aannames die een onderzoeker niet allemaal kan controleren maar die onjuist zijn kunnen. Dat is een algemene kwestie. Neem het nieuwe boek van Tom Buijtendorp, De vergeten stad. Die stad is Voorburg, dat in de Romeinse tijd Forum Hadriani heette.

Lang geleden heeft iemand geopperd dat die naam betekende dat Voorburg was gesticht door keizer Hadrianus. Dat is onzin. Romeinse gemeentes die een beetje stroop wilden smeren, vernoemden zich naar de keizerlijke familie. Ik heb weleens gewezen op de Andalusische stad Sabora, die zich vernoemde naar de familie van keizer Vespasianus zonder dat de beste man zelfs maar plannen had Spanje te bezoeken. U vindt de relevante inscriptie hier. Dat Hadrianus in Voorburg is geweest, valt niet af te leiden uit de naam.

Lees verder “Vergeten aannames: Voorburg”

Grenzen trekken

Inscriptie met FINES VICI, “grens van het dorp” (Archeologisch Museum, Rindern)

Het Romeinse Rijk bestond uit provincies die weer waren onderverdeeld in kleinere eenheden. Normaal gesproken waren dat stadstaten (bijv. Athene of Capua), maar de verovering van Gallië schiep een probleem: hier waren geen stadstaten. De Romeinen losten dit vrij simpel op – ik laat in het midden of ze dat bewust deden – door de onderworpen Gallische stammen op te vatten als stadstaten, waarbij dan een van de plaatselijke nederzettingen werd getypeerd als de eigenlijke stad en de rest als het territorium van die stad. De ambiguïteit van het woord civitas, dat zowel stad als stam als gemeente kon betekenen, maakte dit des te eenvoudiger.

Waar lagen de grenzen van de gemeenten, van de voormalige stammen, van de zogenaamde stadstaten? Om dat vast te stellen gebruiken oudheidkundigen een foefje, de Thiessenpolygonen, vernoemd naar de Amerikaanse meteoroloog Alfred H. Thiessen (1872-1956). Hieronder heb ik een voorbeeld, waarbij het eerste plaatje de rivieren toont met bekende stedelijke knooppunten uit de Lage Landen. Bovenaan, onder de Rijn, liggen Voorburg, Nijmegen, Xanten en uiteindelijk rechts Keulen, onderaan liggen van links naar rechts Kassel, Bavay en Tongeren.

Lees verder “Grenzen trekken”

Stedelijke rechten

Agrippa, de stichter van Nijmegen (Altes Museum, Berlijn)

Ik had er eigenlijk niet over willen bloggen, maar het onderwerp dook in vier dagen drie keer op: wat is de oudste stad van Nederland? Die vraag leeft nogal in Maastricht (dat ooit toeristen lokte met de slagzin “Maastricht staat op zijn Romeinse verleden”), in Nijmegen (dat elk decennium een ander stichtingsjaar heeft en in Tongeren (waar alle bewijs bestaat uit een inscriptie die niemand ooit heeft gezien).

De eeuwige negentiende eeuw

Als ik het goed zie, is het in feite een negentiende-eeuws discussie. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is er te weinig informatie over de oude wereld en spelen de vooronderstellingen van de oudheidkundige een belangrijke rol bij de interpretatie van de schaarse data. Dat is de aard van het vak, maar als je niet oppast neem je de vooronderstellingen van je voorgangers over. En dat lijkt hier te zijn gebeurd: in de negentiende eeuw ging men ervan uit dat er zoiets was geweest als Romeins stadsrecht, zoals dat in de Middeleeuwen ook had bestaan.

Lees verder “Stedelijke rechten”

Grenzen

Marcus Aurelius (Liebieghaus, Frankfurt)

Een tijdje geleden kreeg ik het vererende verzoek advies te geven aan een documentairereeks over de Romeinen in de Lage Landen tijdens de regering van Marcus Aurelius (r.161-180). Het is leuk daar als historicus bij te zitten, want over die periode hebben we veel archeologische vondsten, maar nauwelijks bronnen. Het ligt dus voor de hand álle teksten te gebruiken die je kunt vinden, en ik heb dus geneusd in allerlei obscure teksten om te zien of er iets bij zat. Dat is leuk.

De andere betrokken hebben er ook plezier in. Zou het niet aardig zijn, opperde iemand, om gebruik te maken van de Overpeinzingen die de keizer zelf heeft geschreven? Is het niet geweldig een voice-over te laten vertellen wat de keizer dacht over een bepaald onderwerp dat in de documentaire aan bod komt?

Lees verder “Grenzen”

Het kanaal dat alles veranderde

Corbulo (Louvre, Parijs)

De Romeinen hadden in 40 een begin gemaakt met de ontwikkeling van het gebied aan de monding van de Rijn. Hiervandaan wilden ze Groot-Brittannië gaan veroveren. Daarbij zou een deel van het Rijnleger worden ingezet, en omdat er nu minder troepen lagen langs de Rijn, gelastte keizer Claudius de verantwoordelijke bevelhebber in deze sector, Corbulo, te kiezen voor een defensieve strategie. Uit deze tijd dateren de eerste wachttorens en permanente fortificaties van de limes, de permanente grens van het Romeinse Rijk.

Om dit alles te bouwen, was meer materiaal nodig dan aan de Rijn werd geproduceerd: recht hout en natuursteen bijvoorbeeld, en graan voor de garnizoenen. Aanvoer over de Rijn was moeilijk, omdat de bouwers van de forten daar eveneens materiaal nodig hadden. Transport over de woelige zee was ook uitgesloten, en dus was het noodzakelijk een waterweg aan te leggen die de nieuwe forten aan de Rijnmonding verbond met de Maas. Dat maakte de aanvoer van bouwmaterialen en graan uit het zuiden eenvoudiger. Zonder kanaal geen grensverbetering.

Lees verder “Het kanaal dat alles veranderde”