Alexander de Grote in Memfis

De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)

In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.

Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.

Lees verder “Alexander de Grote in Memfis”

M7 | Macedonië na Alexander

De Zon van Vergina, verondersteld dynastiek symbool van Macedonië (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Een geschiedenis van Macedonië na Alexander de Grote begint met de dynastie die er tot 168 v.Chr. de scepter zwaaide: de Antigoniden, waarover ik het al eens heb gehad en die ik nu oversla. De Romeinen veroverden het gebied, splitsten het eerst in vieren en annexeerden het kort daarna definitief. In 146 volgden de verwoesting van Korinthe en de inlijving van Griekenland. Het zuidelijke Balkanschiereiland was zo deel geworden van de Romeinse wereld. En zoals overal was dat de wereld waarin de Griekse cultuur zich verspreidde.

De verdwenen taal

Hadden de Macedoniërs in de tijd van Filippos en Alexander nog Macedonisch gesproken naast het Noordwest-Grieks, in de Romeinse tijd helleniseerden ze helemaal. De weinige resterende sporen van het Macedonisch kennen we uit Griekse woordenboeken uit de keizertijd: woorden als sarissa (lans), abagna (roos) en peliganes (raad van ouden) zijn wel Indo-Europees maar niet Grieks. Die woordenboeken waren nodig omdat het Macedonisch inmiddels voor Grieken nog onbegrijpelijker was dan in de vierde eeuw, toen al tolken nodig waren.

Lees verder “M7 | Macedonië na Alexander”

Symboolpolitiek

De “zon van Vergina” op een gouden schijfje uit Pydna (Archeologisch museum, Thessaloniki)

In 1977 ontdekte de Griekse archeoloog Manolis Andronikos bij het Noord-Griekse dorp Vergina het magnifieke koningsgraf dat sindsdien wordt toegeschreven aan Filippos II van Macedonië, die vooral bekend is als de vader van Alexander de Grote. Het is maar de vraag of Filippos er werkelijk ligt; ik denk zelf van wel, maar de theorie dat het in feite gaat om Alexanders halfbroer Filippos III Arridaios, is serieus te nemen. Een andere vraag betreft het symbool dat op verschillende voorwerpen uit de graven is te zien: is het een ster of een zon, en wat representeert ze? Het heeft zeker iets met het antieke gebied Macedonië te maken, en ik voor mij houd het voor een dynastiek symbool, maar zeker is het allerminst. Het is in elk geval prachtig en ik zie de azuurblauwe vlaggen met het gouden teken graag wapperen in de Griekse zon.

In 1991 viel Joegoslavië uiteen en het eveneens Macedonië genaamde zuiden van dat land werd onafhankelijk. Als vlag nam het de Zon van Vergina, en dat leidde tot een diplomatieke rel zonder weerga. De Grieken waren woest over het misbruik van het “eeuwenoude Griekse symbool”. In Noordwest-Europa haal je daarover je schouders op: het symbool was pas veertien jaar bekend. En al zou het eeuwenoud zijn, wat dan nog? Dat de Nederlandse leeuw ergens in een Romeins park staat, vinden wij amusant, en geen Belg heeft er ooit aanstoot van genomen dat ons nationale dier zich eveneens verheft boven het slagveld van Waterloo.

Lees verder “Symboolpolitiek”