Hunebed van de dag: D2 (Westervelde)

Hunebed D2 bij Westervelde

Er gaan natuurlijk dagen voorbij zonder dat u denkt aan hunebed D2, maar het is werkelijk het op tien na noordelijkste hunebed in Nederland. Het is acht meter lang en drie meter breed, dus niet opvallend groot. Ik heb er weinig over te vertellen, want de kelder van het monument is nooit wetenschappelijk onderzocht. En maar de helft van dit hunebed is over, want men heeft geprobeerd het te slopen (net als D14 en D44).

Net als hunebed G1, dat bij een doodijsgat lag, ligt ook hunebed D2 bij een meertje. Meer precies: het ligt bij een pingoruïne. Dat wil zeggen dat hier in een van de ijstijden een heuvel met een kern van ijs heeft gelegen. Toen het ijs smolt, bleef het gesmolten water achter en ontstond een ronde krater. Ook hunebed D35 ligt naast een pingoruïne. Blijkbaar hadden de hunebedbouwers een voorliefde voor dit soort meertjes.

Lees verder “Hunebed van de dag: D2 (Westervelde)”

Hunebed van de dag: D8 (Anloo-Noord)

Hunebed D8 bij Anloo

Hunebed D8 is het op negen na noordelijkste hunebed in Nederland. Het is het middelste van drie van zulke monumenten: van west naar oost D7 – D8 – D9. Er lijkt hier een weg te hebben gelegen en er zijn prehistorische karrensporen gevonden. Die hebben overigens niets te maken met de hunebedbouwers, want die leefden tussen 3350 en 2750 v.Chr. en het oudst-bekende wiel uit onze contreien wordt zo rond 2400 v.Chr. gedateerd. Uiteraard kan dat beeld nog veranderen.

Hunebed D8 ligt in het bos, ten zuiden van de heide waaraan ook D7 ligt. D8 is bijna acht meter lang en is 4½ meter breed. Ik ben er niet lang geweest want er hing een dreigende onweersbui in de lucht. Bovendien was het terrein maar gedeeltelijk toegankelijk wegens archeologisch onderzoek, waarover ik niets meer heb kunnen ontdekken. Het had in elk geval geen betrekking op het hunebed, maar vrijwel zeker op een van de grafheuvels in de omgeving.

Onweer op komst

Wijnand van der Sanden meldt in de Gids voor de hunebedden dat een van die grafheuvels de sinistere naam Galgenberg heeft. Hij weet ook te vertellen dat er nog twee andere hunebedden zijn geweest langs de oude weg van Anloo naar Zuidlaren, die bij hunebed D8 de route D7 – D8 – D9 kruist. Verderop langs die weg, ten zuiden van Anloo, ligt hunebed D11.

De kelder van D8 is niet wetenschappelijk onderzocht, maar er schijnt in de achttiende eeuw aardewerk gevonden te zijn, dat er niet heel trechterbekerig uitzag. Het is in de vroege negentiende eeuw nog gezien door Caspar Reuvens, de grondlegger van de Nederlandse archeologie, maar het is onbekend waar het is gebleven.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

Google Earth: hier. Bezocht op 9 augustus 2021, fietsend van Assen naar Groningen.

Naschrift 7 oktober

Aha, dat archeologisch onderzoek. Dat had dus hiermee te maken.

Hunebed van de dag: D7 (Schipborg)

Hunebed D7 bij Schipborg

Het op acht na noordelijkste hunebed in Nederland, hunebed D7, vond ik het moeilijkst om te vinden. De eerste keer kwamen we vanaf hunebed D10 en het dorpje Schipborg en stuurde de Google Maps ons over een voetpad letterlijk en figuurlijk het bos in. Het was 20 december 2020, zo’n beetje de kortste dag van het jaar, en we besloten dat we maar terug moesten gaan naar Assen. Het was al donker maar we waren gelukkig op tijd om daar nog limoncello te kopen.

De tweede keer had ik meer succes, al had ik ook dit keer wat moeite met het vinden van het monument. Het “valt niet altijd meteen op”, noteerde trouwens Herman Clerinx in 2017 in Een paleis voor de doden. En de website Hunebedden.nl heeft het over het meest afgelegen hunebed in Drenthe.

Lees verder “Hunebed van de dag: D7 (Schipborg)”

Hunebed van de dag: D9 (Annen)

Hunebed D9 bij Annen

Even ten zuidoosten van de rotonde die het centrum vormt van het dorpje Annen ligt hunebed D9. Het op zeven na noordelijkste hunebed van Nederland heeft de twijfelachtige eer ooit te hebben gediend als fietsenstalling. Een foto daarvan is te zien op de website Hunebedden.nl. In 2010 werd een echt fietsenrek geplaatst.

Hunebed D9 is het derde laatste van de reeks D7 (Schipborg) – D8 (Anloo) – D9, die op gelijke afstand lagen langs wat een oost-west lopende prehistorische weg geweest zou kunnen zijn. Het Annense hunebed is niet groot. Het was zeven meter lang en 2½ breed, en daarvan staat nog maar de helft. Van Giffen, die in 1952 onderzoek deed naar dit monument, identificeerde de plaatsen waar de verdwenen stenen hebben gestaan en gaf de plaatsen aan met beton. Zie de foto hieronder.

Lees verder “Hunebed van de dag: D9 (Annen)”

Hunebed van de dag: D5 (Zeijen)

Hunebed D5 bij Zeijen

Ik zou de waarheid geweld aandoen als ik schreef dat hunebed D5, het op zes na noordelijkste hunebed in Nederland, opvallend is. Het is maar 7½ meter lang en 2½ meter breed en ligt bovendien in een kuil. Bijna verborgen. De hunebedbouwers legden er vanzelfsprekend een dekheuvel overheen, maar die is er niet meer. In Een paleis voor de doden schrijft Herman Clerinx:

In 1857 heeft een handelaar de dekheuvel van dit hunebed laten afgraven om het monument te kunnen betreden en de vloerkeien te verwijderen om ze te verkopen. De poortzijstenen van het hunebed zijn eveneens zoek, áls ze er ooit zijn geweest.

Archeologisch onderzoek zou de afdrukken van eventuele zijstenen van het portaal kunnen vaststellen, maar dat is niet uitgevoerd. Eigenlijk is hunebed D5 een beetje een trieste boel.

Lees verder “Hunebed van de dag: D5 (Zeijen)”

Hunebed van de dag: D6 (Tynaarlo)

Hunebed D6 bij Tynaarlo

Het op vijf na noordelijkste hunebed in Nederland, hunebed D6, was het eerste dat ik zag. Althans als volwassene. Ik zou mijn ouders tekort doen als ik niet vermeldde dat ze hun kinderen D49 (de Papeloze Kerk) hebben getoond, het hunebed bij Schoonoord waarover ik al eerder blogde. Maar dat is inmiddels bijna een halve eeuw geleden. Tynaarlo was het eerste Trechterbekergraf dat ik als volwassene zag.

Ik had Simone Mooij zaliger nagedachtenis opgezocht en had besloten naar Assen te fietsen. Waarom ik de kortste weg niet nam weet ik niet meer. Misschien was het wel om eens een hunebed te bekijken. In elk geval fietste ik langs het spoor zuidwaarts en viel me de Hunebedstraat op. Meteen naast de weg zag ik het monumentje. Het was een gelukkige eerste kennismaking, want hunebed D6 is piekfijn bewaard.

Lees verder “Hunebed van de dag: D6 (Tynaarlo)”

Hunebed van de dag: D1 (Steenbergen)

Hunebed D1 bij Steenbergen

Hunebed D1, het op vier na noordelijkste hunebed in Nederland, bleek in gebruik als klimrek voor kinderen. Althans toen wij er waren. Ik kon de familie geen ongelijk geven: het is een fijne plaats om te picknicken.

Het grafmonument ligt wat hoger op wat Van der Sanden in zijn Gids voor de hunebedden aanduidt als “een deels verstoven dekzandhoogte”. Ik weet niet precies wat dat betekent, maar zanderig is het er zeker en het hunebed ligt ook wat hoger dan de ernaast gelegen onverharde weg. Het monument, dat ongeveer 11 ½ meter lang is en 3½ breed, is nooit wetenschappelijk onderzocht, dus wie weet wat we er nog te weten kunnen komen over de Trechterbekercultuur.

Lees verder “Hunebed van de dag: D1 (Steenbergen)”

Hunebedden van de dag: D3 en D4 (Midlaren)

Hunebedden D3 en D4 bij Midlaren

De hunebedden D3 en D4, samen ook wel de Hunenborg genoemd, het “reuzenkasteel”, kwamen als een verrassing. Niet door de afmetingen: D3 is bijna vijftien meter lang en vier meter breed, D4 is met 10¾ meter wat korter maar is met 4½ meter wel weer wat breder. De hunebedbouwers maakten er niet iets speciaals van dit keer. Het verrassende is enerzijds dat ze in elkaars verlengde staan. Niet dat ze elkaar aanraken, maar ze zijn duidelijk op elkaar afgestemd en dat is uniek.

De grootste verrassing van de hunebedden D3 en D4 is echter hun locatie. Ik kwam van Midlaren aanfietsen over het Hunebedpad, dus ik moest in de buurt zijn, maar nergens zag ik een wijd veld met wat boompjes, wat meestal de plek is voor zo’n Trechterbekergraf. Het enige wat ik zag was een groepje boerderijen. Pas langzaam begon me te dagen dat ik door smal pad tussen twee heggen moest om tussen de boerderijen te komen. Daar stonden de twee hunebedden, onder een paar prachtige eikenbomen. D3 is de westelijke en ligt het verste van de weg; u ziet het hierboven. D4 is de oostelijke en de eerste die je ziet. Zie de foto hieronder.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D3 en D4 (Midlaren)”

Uruk, een oeroude stad

Uruk, met de ziggurat van Inanna

Uruk, dat in de Bijbel Erech en tegenwoordig Warka heet, was al in het vierde millennium een belangrijke stad in Zuid-Irak. Het was hier dat Arnold Nöldeke de aardewerkchronologie vaststelde waarover ik vorige week al blogde. Wat u zich rond 3200 v.Chr. bij zo’n grote stad moet voorstellen: iets met een oppervlakte van 250 hectare. Ter vergelijking: dat is een fractie meer dan het gebied dat in Rome was omsloten door de Serviaanse Muur (246 hectare) en fors meer dan de Amsterdamse Grachtengordel (198 hectare).

Uruk was al bewoond in de ‘Ubaid-periode (strata XVIII-XIII). Toen was het nog een groot dorp aan de Eufraat. De verstedelijking kwam in het vierde millennium op gang in de naar deze opgraving vernoemde Uruk-tijd (strata XI-VI). In de daarop volgende Jemdet Nasr-periode (strata V-III) was het al wel een echte stad, een van de eerste ter wereld. (Een mooi reliëf van een leeuwenjacht en de beroemde Warka-vaas, waarover ik binnenkort blog, stammen uit deze tijd.) De Eanna, de tempel van de liefdesgodin Inanna, was in de Vroegdynastieke tijd (Uruk II-I) een van de voornaamste religieuze centra van Mesopotamië. Het is de oudst-bekende vindplaats van wat bekendstaat als cone mosaic, een soort mozaïek van gekleurde kegeltjes.

Lees verder “Uruk, een oeroude stad”

Hunebed van de dag: G1 (Noordlaren)

Hunebed G1 bij Noordlaren

Het op één na noordelijkste hunebed in Nederland, hunebed G1, staat ook wel bekend als de Steenberg. In het Gronings is dat natuurlijk zoiets als Stainbarg. Dat is een gebruikelijke naam voor zo’n monumentaal Trechterbekergraf. Volgende week blog ik over een Drents dorp dat naar een hunebed Steenbergen is genoemd.

We weten dit keer iets over het landschap waar de hunebedbouwers hun grafmonument neerzetten, want in het westen kronkelde de Drentsche Aa en in het oosten de Hunze. Op de landtong daartussen woonden dus mensen. Ze hadden hun akkers vlakbij een klein rond meertje, dat is ontstaan toen een gletsjer zich terugtrok (een “doodijsgat”). Er zijn meer hunebedden bij zulke meertjes, zoals D2 en D35, die liggen bij pingoruïnes.

Lees verder “Hunebed van de dag: G1 (Noordlaren)”