Het proactieve Kerststukje

Gustave Doré, De geboorte van Jezus

Als een misverstand over de Oudheid er eenmaal is, gaat het nooit meer weg. Wie de Oudheid goed wil uitleggen, moet dus niet alleen zo accuraat mogelijke informatie verspreiden maar er ook voor zorgen dat misverstanden niet ontstaan. Is het daarvoor te laat, zoals vaak het geval is, dan moet hij zien de verspreiding te bemoeilijken.

Zoals vandaag. Binnenkort is het namelijk kerstmis en de christelijke feestdagen zijn altijd een moment waarop de media snelle kopij zoeken, journalisten niet verder kijken dan hun neus lang is en er nogal wat onzin de wereld in wordt gepompt. Wellicht helpt dit stukje de schade in de perken te houden.

Heeft Jezus überhaupt wel bestaan?

Niets uit het verre verleden is helemaal zeker, maar bij een normale toepassing van de historisch-kritische methode is het antwoord ja. U leest er hier meer over.

Was de Ster van Betlehem een werkelijk hemelverschijnsel?

Jan-Pieter van de Giessen, de beheerder van een christelijke website over de Bijbel, heeft een reeks mogelijkheden samengevat: hier. Zelf zou ik het interpreteren als een literair motief. Er was een paar jaar geleden ook een symposium in Groningen, waarover Govert Schilling een goed stuk schreef.

Is Jezus geboren in het jaar 1?

Nee. Toen hij werd geboren was (volgens de evangelist Matteüs) koning Herodes nog in leven en die is overleden in de winter van 5/4 v.Chr. Jezus zal dus rond 5 v.Chr. zijn geboren. Onze jaartelling is bedacht in de vroege zesde eeuw (ná Christus uiteraard) en veronderstelt het verkeerde beginjaar.

Organiseerden de Romeinen echt volkstellingen waarbij mensen naar hun vaderstad moesten?

Vermoedelijk niet. Het verhaal in het evangelie van Lukas kan echter wel een kern van waarheid bevatten. Als de Romeinen een kadaster opstelden, kan het heel goed zijn geweest dat Jozef, ook al woonde hij in Nazaret, naar Betlehem afreisde – mits hij daar land bezat. Maar dit is een hypothese.

Verwachtten de joden een messias?

Niet alle joden. De joden die wél een messias verwachtten, verschilden van mening over de aard van diens optreden: een krijger, een wijsheidsleraar, een priester. In elk geval een mens, in elk geval iemand die Israël zou herstellen – al liepen over de aard van het herstel de meningen ook alweer uiteen. Het is goed gedocumenteerd in de Dode Zee-rollen. In het milieu waaruit Jezus voortkwam, lijkt de messias echter gelijkgesteld te zijn geweest aan de Mensenzoon, de bovennatuurlijke persoon die het Laatste Oordeel zou uitspreken.

Is de stamboom van Jezus echt?

De stambomen in de evangeliën van Mattheüs en Lukas spreken elkaar tegen, maar zijn dan ook niet bedoeld om letterlijk te worden genomen. Over de stamboom in Lukas leest u hier meer.

Is die 25 december-datum niet ontleend aan de cultus van Mithras?

Nee. Maar ik kan hierop geen antwoord geven. Het allerslechtste artikel over de Oudheid dat dit jaar – uitgerekend tijdens de Week van de Klassieken – de kranten haalde, wordt momenteel op universiteiten gebruikt om studenten te trainen in het vinden van blunders. Ik ga het antwoord dus niet verklappen.

25 gedachtes over “Het proactieve Kerststukje

  1. Persoonlijk vind ik een stukje dat begint met:

    “Wie de Oudheid goed wil uitleggen, moet dus niet alleen zo accuraat mogelijke informatie verspreiden maar er ook voor zorgen dat misverstanden niet ontstaan.”

    en eindigt met:

    “Maar ik kan hierop geen antwoord geven.”

    en:

    “Ik ga het antwoord dus niet verklappen.”

    niet erg sterk. Het is natuurlijk leuk dat studenten nu allemaal dat beroerde Trouw-artikel gaan fileren, maar wat hebben de in dit stukje gehekelde journalisten daaraan? Als ik het wel heb zijn de ideeën van Franz Cumont over Mithras al sinds de jaren 70 door de academische wereld verlaten, maar kennelijk is de kennis van de universiteiten nog steeds niet doorgesijpeld naar de media. Dat gaat denk ik niet veranderen als je bij de vraag over de 25 december-datum alleen ‘nee’ zegt, zonder verdere uitleg, ja als je zelfs expliciet zegt dat je die uitleg niet gaat geven.

    1. Ik denk dat je het te zwaar opvat. Ik denk dat een journalist die het leest én een journalistiek geweten heeft (dus niet Stijn Fens van Trouw, die de medewerker van het Allard Pierson-museum die hem over Mithras te woord stond, dingen in de mond heeft gelegd die hij niet heeft gezegd), nu begrijpt dat Mithras een besmet onderwerp is. Dat is voldoende voor de journalist. Mocht het toch onvermijdelijk zijn, dan weet hij welke universiteit hij moet bellen.

      Of het Allard Pierson Museum, waar ze geschoffeerd zijn door Trouw, dat rectificatie heeft geweigerd.

      1. Een beetje een ontwijkende reactie. De eerste link in het bovenstaande stukje gaat naar een ander stukje waarin kort en kernachtig wordt uitgelegd waarom het aannemelijk is dat Jezus bestaan heeft. Ik zie niet in waarom je niet een soortgelijk stukje zou kunnen maken over Mithras en 25 december. “Nee. Maar ik kan hierop geen antwoord geven.” is in elk geval niet erg behulpzaam.

  2. H.J.Vrielink

    Ik verwijs je wat census, kadastrering, belastinginning et cetera door naar de Oxyrhinchus papyri, Digesten, Codex Iustinianus en zo. Dit soort Censi vond zeker plaats. In het geval van Augustus na Actium zelfs vrij logisch. (hoeveel geld hebben we eigenlijk). Informatie over belastingheffing werd geloof ik ook vermeld in Josephus Joodse Antiquiteiten.

    1. Erik Hofmans

      Dit is wel een érg globale reactie. Waarop je doelt mbt de Oxyrhinchus papyri, is mij niet duidelijk, maar wat betreft de ‘Digesten, Codes Justinianaus en zo’ meen ik mij te herinneren dat die een paar eeuwen na de geboorte van JC tot stand zijn gekomen.

  3. Ben Spaans

    Het punt is niet dat de Romeinen belasting hieven en daarvoor censussen/volkstellingen konden organiseren. Het punt is dat de Romeinen niet rond het begin van de jaartelling mensen zouden dwingen om naar een plek af te reizen waar vermeende voorouders 1000 jaar te voren zouden hebben gewoond, de reden waarom volgens Lucas Jozef als afstammeling van David naar Bethlehem zou hebben moeten gaan.

  4. jacob krekel

    Kent u het geboorteverhaal van Johan Cruijff? Die werd op zondagmiddag om 14.15 geboren in de Meer, net naast de zijlijn. Hij maakte al een paar heel eigenwijze geluidjes, en de manier waarop hij zijn benen bewoog beloofde iets heel bijzonders.
    Zo moet u ook de twee geboorteverhalen van Jezus lezen, en niet neuzelen over reizen en census, dat heeft er allemaal niets mee te maken,
    Lucas en Mattheus hebben beide het probleem dat Jezus uit Nazareth (of Kapernaum) kwam, maar dat Micha profeteerde dat de Messias uit Bethlehem zou komen. Ze lossen dat op verschillende manieren op. Bij Mattheus woont de familie al in Bethlehem en vlucht later – als de jongen al een jaar of twee is – via Egypte naar Galilea. Lucas bedenkt een reis en geeft daarvoor een reden. (ik dacht te weten dat onder Claudius ook echt een volkstelling is gehouden, je kunt de ingrediënten voor je verhalen maar het best een beetje realistisch maken) Jezus is dus in Nazareth geboren, maar Christus in Bethlehem.
    Geboorteverhalen waren in de oudheid niets bijzonders, en wie anno nu daar een journalistiek of feitelijk verslag van gaat maken, mist de pointe

    1. Ben Spaans

      Nee, dit geboorteverhaal van JC is niet bekend.

      Het is veel te gemakkelijk om te zeggen, ‘ach die geboorte verhalen zijn nooit bedoeld om letterlijk (=serieus) te worden genomen.’

      ‘Je kunt de ingrediënten voor je verhalen maar het best een beetje realistisch maken’, hmm, schot in de roos voor mythici. Beetje mee uitkijken.

  5. Manfred

    “wordt momenteel op universiteiten gebruikt om studenten te trainen in het vinden van blunders. Ik ga het antwoord dus niet verklappen”

    Ah joh, kan best, die studenten lezen dit blog toch niet 😉

  6. Ik kan natuurlijk blijven klagen dat Jona geen antwoord geeft op de vraag over 25 december, maar ik kan ook zelf een poging wagen. Zie hieronder. Aanvullingen en correcties zijn welkom.

    Is die 25 december-datum niet ontleend aan de cultus van Mithras?

    Nee. In de Romeinse wereld was 25 december van oudsher de dag van de winterzonnewende, de kortste dag van het jaar. In zijn Historia Naturalis legt de Romeinse auteur Plinius de Oudere uit dat deze zonnewende (‘bruma’ in het Latijn) valt op de achtste dag voor de kalendae van de maand januari. Volgens de Romeinse manier van tellen kom je dan uit op 25 december. De Romeinen waren een volk van boeren, en voor hen waren de seizoenen met verschijnselen als de winter- en zomerzonnewende en de equinox van groot belang. Plinius schreef zijn opmerking over de winterzonnewende dan ook in het achttiende boek van zijn Historia Naturalis, dat over landbouw gaat.

    De datum van 25 december was dus van oudsher belangrijk in de Romeinse wereld. De datum is ook sterk gekoppeld aan de cultus van Sol Invictus, de Onoverwinnelijke Zon. 25 december wordt traditioneel gezien als de geboortedatum van deze zonnegod. Zijn grote tempel in Rome, gebouwd in opdracht van keizer Aurelianus, werd op 25 december 274 ingewijd. De Romeinen kenden toen al lang een verering van de (of: een) zonnegod. Keizer Vespasianus liet de Colossus van Nero bijvoorbeeld omvormen tot een standbeeld van de zonnegod Sol, die op zijn beurt vermoedelijk weer was afgeleid van de Griekse godheid Helios.

    In de derde eeuw kreeg de zonnecultus een boost met het op het toneel verschijnen van de Severijnse dynastie. Keizer Septimius Severus, zelf afkomstig uit Leptis Magna in Afrika, was getrouwd met een Syrische vrouw, wier vader hogepriester van de zonnegod Elagabal (‘god van de berg’) was. Diens heiligdom was gevestigd in het Syrische Emesa (tegenwoordig Homs). De cultus van Elagabal werd ook in Rome geïntroduceerd onder keizer Elagabalus (218-222), zelf ook hogepriester. Als we de bronnen moeten geloven drong deze keizer zijn geloof aan de Romeinen op. Na de moord op de gehate keizer was het dan ook snel afgelopen met de cultus van Elagabal (de restanten van diens tempel zijn nog op de Palatijn te zien), maar de verering van een zonnegod bleef aanwezig of werd opnieuw geïntroduceerd door de genoemde Aurelianus. Hoe precies de relatie was tussen Sol, Elagabal en Sol Invictus weten we eigenlijk niet zo goed.

    Een belangrijk document in dit verband is de zogenaamde Chronograaf van 354, een soort Romeinse versie van Wikipedia toegeschreven aan de schrijver en kalligraaf Filocalus. Het jaar 354 is interessant, omdat het zich ongeveer halverwege bevindt tussen de officiële erkenning van het Christendom door het Edict van Milaan in 313 en de vestiging van het Christendom als staatsgodsdienst in de jaren 390. De Chronograaf bevat zowel seculiere als religieuze informatie. Naast de verjaardagen van de keizers en lijsten met consuls vinden we er ook een kalender – de zogenaamde Filocaliaanse kalender – waarin de achtste dag voor de kalendae van de maand januari (25 december dus) de geboortedag van de Invictus wordt genoemd (N·INVICTI).

    Het is interessant deze kalender, het zesde deel van de Chronograaf, te leggen naast het twaalfde deel ervan, dat gaat over de sterfdagen van martelaren. Hier wordt voor 25 december (VIII kal. Ian.) vermeld: NATVS CHRISTVS IN BETLEEM IVDEAE, oftewel Christus geboren in Bethlehem in Judea. Het is de oudste vermelding van de geboorte van Christus op 25 december, en daarmee tevens een sterke indicatie dat deze datum voor kerstmis al midden vierde eeuw vrij algemeen geaccepteerd was onder christenen. Het leggen van de link met Sol Invictus is erg aantrekkelijk, al kan strikt genomen natuurlijk niet bewezen worden dat van rechtstreeks kopiëren sprake is.

    Maar hoe pas Mithras nu in dit verhaal? Het korte antwoord is: helemaal niet. De cultus van Mithras was een mysteriecultus, alleen toegankelijk voor ingewijden die uitsluitend man mochten zijn. Eigenlijk weten we maar heel weinig over de Mithrascultus. Wat zich in de mithraea afspeelde was in principe geheim, de weinige schriftelijke bronnen die we over de cultus hebben zijn van christelijke tegenstanders en voor de rest moeten het doen met het interpreteren van reliëfs en fresco’s die niet altijd even duidelijk zijn. Waar sommigen dus beweren dat het Christendom van de Mithrascultus kopieerde, is het grappig om op te merken dat de tweede-eeuwse christelijke apologeet Justinus de Martelaar nu juist het tegenovergestelde beweerde: die nare Mithrasvereerders zouden de eucharistieviering van de christenen hebben gejat.

    Een belangrijke naam in de wetenschappelijke bestudering van de Mithrascultus is Franz Cumont (1868-1947), een Belgische archeoloog en historicus. Hij veronderstelde dat 25 december de geboortedag van Mithras was en zo was de link met kerstmis snel gelegd. Cumonts veronderstelling was echter niet meer dan dat: een veronderstelling. Er is geen enkel bewijs voor, geen enkele antieke bron noemt 25 december als geboortedag van Mithras en Cumonts theorieën zijn feitelijk sinds de jaren 70 van de vorige eeuw verlaten, ook door zijn aanvankelijke volgelingen. Het ligt veel meer voor de hand te veronderstellen dat de aanhangers van de Mithrascultus zelf een link probeerden te leggen met de officiële cultus van Sol Invictus. Dat was immers een staatscultus, algemeen geaccepteerd. De cultus van Mithras werd, als mysteriecultus met een behoorlijke aanhang onder het soldatenvolk, door de autoriteiten met argusogen gevolgd en hooguit gedoogd. We weten dat Mithras in inscripties altijd als ‘sol invictus Mithras’ wordt aangeduid, dus de link met de officiële cultus is vrij sterk. Tegelijkertijd is duidelijk dat Mithras niet de genoemde zonnegod zelf is. Op reliëfs wordt hij immers vaak náást de zonnegod afgebeeld. Die zonnegod rijdt dan in vierspan of zit met Mithras aan de dis.

    Dat de datum van 25 december van de Mithrascultus is afgeleid, is dus niet aannemelijk. Net zomin als veel andere circulerende verhalen over de invloed van de Mithrascultus aannemelijk zijn. Zo wordt wel beweerd dat het woord ‘mijter’ (μίτρα in het Grieks) is afgeleid van Mithras (Μίθρας). Wie een beetje Grieks kent, ziet al dat dat taalkundig niet klopt, en bovendien is het woord μίτρα veel ouder. Ook zult u wel de bewering tegenkomen dat aanhangers van Mithras een kruisteken op hun voorhoofd hadden. Die bewering is gebaseerd op een passage bij de kerkvader Tertullianus, die in zijn De Praescriptione Haereticorum echter helemaal niet specifiek een kruisteken noemt. Het door hem gebruikte werkwoord ‘signare’ kan ieder denkbaar teken beteken. De figuur op de Grote Ludovisi sarcofaag, die u in Rome kunt bewonderen in het Palazzo Altemps, heeft bijvoorbeeld een X op zijn voorhoofd. Volgens sommige historici moet de overledene dus wel een aanhanger van Mithras zijn geweest, al is het bewijs nogal dunnetjes.

    Tot slot, als u iemand hoort beweren dat zich onder de Nederlands-Hervormde Kerk te Elst een mithraeum bevindt, dan weet u dat u de auteur niet serieus hoeft te nemen. Waar de claim vandaan komt, weet ik niet. Maar het gaat bij de genoemde kerk toch echt om de resten van twee Romeinse tempels die waren gewijd aan Hercules Magusanus, de voornaamste god van de Bataven.

    1. Dirk

      Is het mogelijk dat Mithras, hoewel samen met de zonnegod afgebeeld, toch als één met de zonnegod werd beschouwd? Ik vergelijk dan met christelijke iconografie van de Drie-eenheid.

      1. Niet onmogelijk, maar ik vrees dat we te weinig materiaal over Mithras hebben om zo’n conclusie hard te maken. Mithras wordt trouwens ook vaak afgebeeld met de maangodin (Luna) in een tweewielige wagen of bij het banket, dus die speelt ook een rol in het verhaal.

  7. A. Minis

    Messalia heeft al uitvoerige toelichting gegeven (petje af!). De blunders van Stijn Fens zijn talrijk en de studenten zullen er weinig moeite mee hebben, als ze bijv. Walter Burkert “Ancient Mystery Cults” ter hand nemen. Maar goed, Jona wil ze het gras niet voor de voeten wegmaaien.
    Toch nog wat kleinigheden over de identificatie van Mithras met de zon.
    In Hugh Bowden ” Mystery Cults” leest men: (….) Mithras himself is (….) the sun itself: the god’s name is Deus Sol Invictus Mithras.” (p.187).
    En op p. 188: “He (Mithras) chases the bull, which is associated with the moon, and eventually catches and kills it”
    (………..)
    Finally, after killing the bull, he shares a meal with the sun god, seated on the carcas of the bull. This last scene adds some complexity to the understanding of Mithras’s identity: he is a companion of the sun god, but he is himself also the sun.”
    Burkert merkt op dat Mithras al ”at an early date” wordt vereenzelvigd met de zon, maar dat ze op afbeeldingen gescheiden blijven (p.83).
    Over de maan zegt Burkert: (..)the identification of the bull and the moon seems secondary again: it does not exhaust the meaning of the sacrifice” (p.83).

    Dat Trouw geen rectificatie heeft willen geven is stijlloos. En dat terwijl die krant ellenlange stukken publiceert over de integriteit van de redactie.

    1. Dat Trouw niet heeft gerectificeerd NADAT ZE EEN MUSEUMMEDEWERKER DINGEN IN DE MOND HEBBEN GELEGD DIE HIJ NIET HEEFT GEZEGD is in feite goed voor een klacht bij de Raad voor de Journalistiek en het is onbegrijpelijk dat het museum die klacht niet heeft ingediend.

      1. Als er verder niemand aanwezig was bij het gesprek tussen Fens en de medewerker, dan is het helemaal niet zo onbegrijpelijk. Fens zal volhouden dat de medewerker het wel heeft gezegd, en dan is het zijn woord tegen dat van de medewerker. Ik heb jaren geleden helaas een soortgelijke ervaring gehad. Ik wil niet zeggen dat alle journalisten deugnieten zijn, maar het is wel verstandig te bedingen dat je het artikel mag lezen en corrigeren voordat het wordt gepubliceerd. Of om audio-opnamen te maken.

    1. Ik zag het. Maar eerlijk is eerlijk: geen Mithras.

      Die 336 is gebaseerd op het verzamelwerk dat bekendstaat als de “Kalender van 354”. Eén onderdeel gaat over de martelaren en dateert uit 336. Daarin wordt de geboorte van Christus op 25 december vermeld.

      1. Zeker, deel 12 van de Chronograaf die ik hierboven al noemde. Het is mij echter niet geheel duidelijk hoe vervolgens de sprong van 354 naar 336 wordt gemaakt. De redenering is kennelijk dat in de lijst martelaren van deel 12 geen martelaren ná 336 worden genoemd. Maar wie is dan de ‘laatste martelaar’ die wél in de lijst staat? Voor zover ik kan overzien, gaat het voornamelijk om vroege martelaren, martelaren uit de jaren 250 en martelaren onder Diocletianus. Wat zie ik over het hoofd?

        1. Je ziet niks over het hoofd: je identificeert het zwakke punt in de redenering. Maar dit is, zwak als het is, ongeveer de status quaestionis. Vermoedelijk was 354 een verstandiger formulering geweest, ook in de krant.

          Toch zou ik hier de fiolen van mijn toorn niet over uitgieten, al was het maar omdat ik een fles drank zou hebben kunnen opentrekken omdat de Volkskrant de Mithras-kaap heeft weten te ronden zonder erop te pletter te lopen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s