De IJzertijd

Relief van koning Warpalas van Tuwanuva (Archeologische Musea van Istanbul)

Het handboek van De Blois en Van der Spek waarover ik elke week blog, Een kennismaking met de oude wereld, gaat na de behandeling van de IJzertijd in de Levant (de Aramese en Neo-Hittitische stadstaatjes, de Fenicische havens, Israël en Juda) over naar het oosterse wereldrijk. Met die parapluterm, waarover zo meteen meer, bedoel ik de opeenvolging Assyrië, Babylonië, Achaimenidisch Perzië, Seleukiden, Parthen, Sassanidisch Perzië, het Kalifaat van Damascus en het Kalifaat van Bagdad. Na algemene hoofdstukken over religie en economie van het Nabije Oosten, verleggen de auteurs hun aandacht naar het westen, naar Griekenland en daarna Rome.

Anatolië en Centraal-Eurazië

Dit is een wat conventionele indeling en dat is op zich niet erg. Zoals gezegd: een handboek moet iets zijn om over te discussiëren. Toch wil ik er – en hier begint dus de discussie – op wijzen dat dit weinig recht doet aan het onderzoek van de afgelopen halve eeuw. Dat betreft in de eerste plaats de IJzertijdrijken van Anatolië. Dus staten als Tarhuntassa, Tuwanuva, Malida en Tabal, de beide Ciliciës, Urartu, Frygië en Lydië. De Blois en Van der Spek behandelen dit nu allemaal nogal stiefmoederlijk. (Een boek dat de recente inzichten samenvat is Christian Mareks Geschichte Kleinasiens in der Antike [2010], verschenen in dezelfde reeks als Pohls boek over de Avaren en Meiers boek over de Grote Volksverhuizingen.)

Ik denk in de tweede plaats aan de steppenomaden. Zeg maar de Kimmeriërs en de Skythen. Ook die komen er bekaaid vanaf. (Voor wie meer wil lezen: zie het lastige maar solide boek van Cunliffe.) In de huidige opbouw van Een kennismaking met de oude wereld ligt de nadruk wel erg op de gebieden waar men kon schrijven; de nomaden van Centraal Eurazië zijn met deze prioritering van de filologie boven de archeologie automatisch marginaal.

Je kunt à la Beckwith een ander perspectief kiezen, waarin je centrum en periferie verwisselt. Dus dat je focust op degenen die oost en west verbonden en dat je de schrijvende volken beschouwt als de sedentaire periferie. Ik vind dit een verhelderende omkering. Niet dat dit de nieuwe en enige en absolute waarheid is. Intuïtief leg ook ik de nadruk op de schrijvende volken. Maar dit alternatieve perspectief had in een handboek best in een kader gekund.

Continuïteit

Bon. Er zijn dus andere thema’s om te behandelen en alternatieve perspectieven. Een handboek moet ergens de zaken vereenvoudigen en De Blois en Van der Spek maken daarbij dus een traditionele, filologische keuze. Een andere vereenvoudiging betreft het oosterse wereldrijk. Zoals gezegd: het begint met de Assyriërs, daarna kwamen de Babyloniërs en de Perzen, daarna Alexander de Grote. De Blois en Van der Spek merken op

… dat de rijken die na Alexander ontstonden, qua structuur veel leken op de voorgaande rijken en dat de culturen van Voor-Azië en Egypte onder Grieks-Macedonische overheersing voortleefden.

Continuïteit dus. De visie dat er één rijk is met steeds een andere, etnisch gedefinieerde elite, is al te vinden in de Bijbel: “Door onrecht, geweld en hebzucht wordt de heerschappij van volk naar volk doorgegeven,” zoals Jezus Sirach het formuleert.

Dat levert een heel ander beeld van Mesopotamië op dan we hebben van China. Daar verdelen we de geschiedenis over de diverse dynastieën (Zhou, Han, Tang…), waardoor we het idee houden dat er één rijk is. Of Egypte, waar de dynastieën nummers hebben. Zo geef je meer erkenning aan de culturele continuïteit dan als je het ene volk na het andere opvoert.

Ook hier kun je een andere keuze maken. Er is geen foute of goede keuze. De enige foute keuze is die waardoor geen discussie ontstaat.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

8 gedachtes over “De IJzertijd

  1. Bert van der Spek

    De meest voorkomende kritiek op ons handboek is dat er te veel namen en jaartallen in staan. In 1982 deed Harry Pleket nog mee aan dit boek. Hij wilde (na de invoering van de propedeuse) een zeer kort handboek van maximaal 100 pagina’s. Harry vond dat de geschiedenis van het Nabije Oosten 7 pagina’s verdiende. Luuk en ik overschreden die grens en Harry trok zich terug. Zijn boek is er toch gekomen: Pleket, Singor en Versnel, Korte maatschappijgeschiedenis van de antieke wereld, 1983, hetzelfde jaar waarin onze eerste druk verscheen. Het had toch nog 149 bladzijden (ons boek toen 250). Plekets boekje is echt heel aardig en leerzaam, maar volkomen ongeschikt als introductie (Kennismaking) met de oude wereld. Het is alleen leuk als je al wat van de oudheid weet. Het boek is een vroege dood gestorven en wordt nergens meer gebruikt. De geheel vernieuwde 7e editie van ons handboek heeft inmiddels 350 pp. Dit is echt het maximum gezien de zeer beperkte tijd die in de studie der geschiedenis beschikbaar is voor de oudheid. In de studie der GLTC is het niet beter. Het is in de loop der tijd alleen maar minder geworden. Toen het boek uitkwam boden we naast het handboek aan de eerstejaars een verdiepingscollege aan met 10 onderwerpen, waarin de studenten bronnen lazen en een paar artikelen die die bronnen op verschillende wijze interpreteerden. Dat gaf dan stof voor discussie. Allemaal wegbezuinigd. De academie wordt steeds meer een schooltje. Je moet dus keuzen maken. Als je iets gaat vertellen over Cilicië, Kizzuwatna en Frygië, moet je andere dingen schrappen. Ik heb wel eens in een interview gezegd: de meeste tijd bij het schrijven van een handboek gaat zitten in het schrappen. Schrappen, schrappen, schrappen. We waren als auteurs tegen mooie beschouwingen over economie en sociologie in de oudheid zonder raamwerk. Wij hebben geprobeerd een raamwerk te maken (ziet er inderdaad traditioneel uit, maar dat kan niet anders), en enige verdiepende stukjes te schrijven, o.a. over economie. De verdieping moet komen in de werkcolleges. Ik zei vaak tegen de studenten: in het handboek worden zekerheden geleverd (leer ze vooral goed), maar in de werkcolleges gaan we er tegenaan schoppen. Maar als je het raamwerk niet hebt, kun je geen enkel wetenschappelijk artikel met vrucht lezen. Je kunt geen artikel lezen als je op elke bladzij elke geografische naam, persoonsnaam, politieke entiteit of jaartal moet opzoeken in Wikipedia (of een of ander dik handboek). Dat raamwerk biedt dit handboek, met alle nadelen van dien. En elke keuze is discutabel. Dat zeker. I killed many darlings.

    1. Ben Spaans

      Ergens in 1993 of zo brandde Pleket zijn eigen boek ook nog eens totaal af in een hoorcollege (op het onderwerp van de antieke economie). Aparte man.
      Was ook nog eens geschokt dat het met een HBO-propedeuse mogelijk was naar de universiteit te gaan.
      Nou ja, niet iedereen mislukt aan de universiteit die daar op die manier binnenkwam…

      1. Als je een nonfictieboek schrijft, is het verouderd op de dag dat je het manuscript afrondt. Zelf afbranden is misschien wat vreemd, maar het is wel eerlijk. De schrijver kent de zwakke punten het beste.

        Ik heb HBO-ers naar de universiteit zien komen die het goed deden, maar het waren er niet veel.

  2. Robbert

    Het (midden-)oosterse wereldrijk als hetzelfde, voortgaande rijk door de eeuwen heen onder andere heersers. Interessante insteek. Maar China en Egypte hadden continuiteit van taal en schrift.

    1. Karel van Nimwegen

      Die continuïteit van taal en schrift was er in Mesopotamië ook: het Akkadisch en het spijkerschrift.

      1. Er was in de Assyrische tijd wel een switch van Akkadisch als spreektaal naar Aramees. In het Perzische Rijk was Akkadisch kanselarijtaal. Akkadisch bleef als schrijftaal overigens in gebruik. De laatste spijker moet ergens in de tweede of derde eeuw n.Chr. zijn geschreven.

  3. Robbert

    Ja. OK. Mesopotamie als Egypte ong 3000 jr.
    Maar ik dacht ook aan het “oosterse wereldrijk” dat Jona aanduidt tm het Kalifaat van Bagdad.
    Schiet me nu te binnen dat je het idee dan kunt doortrekken tm de Ottomanen, als je Perzie eraf haalt.

  4. Ben Spaans

    Het Perzische rijk was qua omvang echt van een andere orde dan de op Mesopotamië gebaseerde rijken daarvoor.

Reacties zijn gesloten.