Joodse literatuur (1): het begin

Koning Jehu van Israël onderwerpt zich aan Salmanasser van Assyrië (British Museum, Londen)

Een chronologisch overzicht van de joodse literatuur, ik heb het daar wel vaker over gehad, en u vindt hier al een beredeneerd verhaal. Het kan echter ook in meer detail en met verwijzingen naar andere teksten. Hieronder is zo’n overzicht, en later vandaag heb ik een heus leesrooster. Maar eerst enkele aantekeningen.

Eén, ik heb de Wet van Mozes (de Tora, de Pentateuch, de eerste vijf boeken van de Bijbel…) buiten beschouwing gelaten. Daarover bestaat eindeloos veel discussie. Er zijn geleerden die de eindredactie pas in de derde eeuw v.Chr. plaatsen. De kern van Deuteronomium (de hoofdstukken 12-22 en 26) is echter rond 620 v.Chr. geschreven.

Twee, sowieso zijn alle pogingen omstreden om de joodse literatuur te dateren.

Lees verder “Joodse literatuur (1): het begin”

Archeomagnetisme, of: de Bijbel misbruikt

Beth Shean

Intrigerend bericht, onlangs, dat het mogelijk was gebleken het verloop van antieke veldtochten te reconstrueren door middel van archeomagnetisme. Dat is een dure manier om te zeggen dat sommige archeologische resten aanwijzingen bieden voor wat ooit de richting en sterkte van het aardmagnetisch veld zijn geweest. IJzerdeeltjes in aardewerk kunnen zich bij hoge temperaturen gaan gedragen als kleine kompasnaaldjes en zich zó neerleggen dat ze een aanwijzing vormen voor de richting en intensiteit in een bepaalde periode. Ik had lang geleden weleens van die methode gehoord maar was het half vergeten. Het wetenschappelijke artikel suggereerde nu dat er voldoende precisie mogelijk was om antieke militaire operaties beter te begrijpen.

Indien waar, zou het belangrijk zijn. Conflictarcheologie is namelijk een van de punten waar de archeologie haar beperkingen ontgroeit. Ik schreef er al eens over. De archeologie documenteert meestal de longue durée, zeg maar ontwikkelingen met een duur van minimaal een kwart eeuw. In de conflictarcheologie bereikt de archeologie echter zo nu en dan de nauwkeurigheid van le temps évènementiel ofwel gebeurtenissen waarvan we de duur uitdrukken in uren en dagen. De archeologische reconstructie van militaire operaties kan helpen de versplintering van de oudheidkunde te overbruggen. Alle reden om geïnteresseerd te zijn!

Lees verder “Archeomagnetisme, of: de Bijbel misbruikt”

Wereldrijk Assyrië

Assyrische soldaten branden een Arabisch dorp plat (Vaticaanse Musea, Rome)

Zoals ik al aangaf behandelen De Blois en Van der Spek in hun handboek, Een kennismaking met de oude wereld, eerst de Levantijnse IJzertijdrijkjes en daarna de grote oosterse rijken. Ik attendeerde er al op dat die laatste zijn te beschouwen als één rijk met diverse dynastieën. Dus een Assyrische, een Babylonische, een Achaimenidisch Perzische, een Seleukidische, een Parthische, een Sassanidisch Perzische en een Arabische periode. Er was veel organisatorische en culturele continuïteit, zelfs als de elite steeds een andere, eh, “heersende etnoklasse” was. Dat laatste was een jargonterm om te vermijden dat we moeten schrijven dat dynastieën uit voortdurend andere volken de macht van elkaar overnamen, maar ik voor mij heb niet het idee dat we met deze term veel verder komen.

Assyrië

Over Assyrië is veel te zeggen en dat heb ik hier vier jaar geleden al gedaan in de aanloop naar de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De Blois en Van der Spek noemen dat de Assyriërs de moeilijke twaalfde eeuw v.Chr. redelijk hadden doorstaan. In de strijd met de Aramese en Neohittitische staatjes in Syrië in het westen bouwden ze een steeds beter leger op. Dat de Assyriërs als eersten het ijzer redelijk wisten te bewerken, leek mij vermeldenswaard maar De Blois en Van der Spek noemen het niet. Misschien hecht ik er ook wel teveel waarde aan. Het eindresultaat is in elk geval onomstreden: in de loop der tijd werden wat eens vazalstaten waren geweest provincies. In de IJzertijd verenigde het Nabije Oosten zich tot één grote staat.

Lees verder “Wereldrijk Assyrië”

De IJzertijd

Relief van koning Warpalas van Tuwanuva (Archeologische Musea van Istanbul)

Het handboek van De Blois en Van der Spek waarover ik elke week blog, Een kennismaking met de oude wereld, gaat na de behandeling van de IJzertijd in de Levant (de Aramese en Neo-Hittitische stadstaatjes, de Fenicische havens, Israël en Juda) over naar het oosterse wereldrijk. Met die parapluterm, waarover zo meteen meer, bedoel ik de opeenvolging Assyrië, Babylonië, Achaimenidisch Perzië, Seleukiden, Parthen, Sassanidisch Perzië, het Kalifaat van Damascus en het Kalifaat van Bagdad. Na algemene hoofdstukken over religie en economie van het Nabije Oosten, verleggen de auteurs hun aandacht naar het westen, naar Griekenland en daarna Rome.

Anatolië en Centraal-Eurazië

Dit is een wat conventionele indeling en dat is op zich niet erg. Zoals gezegd: een handboek moet iets zijn om over te discussiëren. Toch wil ik er – en hier begint dus de discussie – op wijzen dat dit weinig recht doet aan het onderzoek van de afgelopen halve eeuw. Dat betreft in de eerste plaats de IJzertijdrijken van Anatolië. Dus staten als Tarhuntassa, Tuwanuva, Malida en Tabal, de beide Ciliciës, Urartu, Frygië en Lydië. De Blois en Van der Spek behandelen dit nu allemaal nogal stiefmoederlijk. (Een boek dat de recente inzichten samenvat is Christian Mareks Geschichte Kleinasiens in der Antike [2010], verschenen in dezelfde reeks als Pohls boek over de Avaren en Meiers boek over de Grote Volksverhuizingen.)

Lees verder “De IJzertijd”

Israël en Juda

Jeruzalem, “Large Stone Structure”: dit is vrijwel zeker niet het paleis van koning Salomo, maar dat roeptoeteren archeologen wel de wereld in.

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek,  Een kennismaking met de oude wereld, heb ik al aangegeven dat er na de crisis van de twaalfde eeuw v.Chr. grote veranderingen optraden in het Nabije Oosten. De Bronstijd was voorbij, de IJzertijd begon, en omdat ijzer overal te vinden is, werden kleine politieke eenheden levensvatbaar. Je hoefde niet langer aangesloten te zijn op de grote handelsnetwerken voor tin en koper om toch mee te kunnen doen. Ik heb de Aramese en Neohittitische staatjes in Syrië al genoemd, de Feniciërs eveneens, dus we gaan wat zuidelijker: Israël en Juda.

Die kennen we! We hebben immers de Bijbel, met het grote narratief van de Deuteronomistische Geschiedschrijver. We lezen over de Richteren, over de opkomst van de monarchie ten tijde van de profeet Samuël, over de tragische koning Saul, over koning David, over koning Salomo, over de splitsing van het rijk en over de twee koninkrijken. Israël lag in het noorden, had Samaria als hoofdstad en hield het uit tot 724 v.Chr., toen de Assyriërs het overnamen. Jeruzalem was de hoofdstad van het zuidelijke rijkje Juda, dat in 587 of 586 v.Chr. werd geliquideerd door Nebukadnezzar van Babylonië. Duidelijk verhaal.

Lees verder “Israël en Juda”

Sisak

Šešonq (Sisak) in Karnak, omringd door de namen van de veroverde steden (© Wikimedia Commons | gebruiker Olaf Tausch)

Tijd voor weer een stukje over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld. Zoals u weet zijn handboeken alleen maar een basis voor het echte onderwijs. In de colleges leert de student dat het niet zo is als de handboekstof, of dat het genuanceerder ligt, of dat het volslagen raaskalderij is, of de onverwachte bevestiging van het tegendeel, dat precies datgene is waarover de docent een grundlegende studie heeft gepubliceerd. Whatever. Vandaag een zinnetje dat mooi illustreert dat een handboek niet bedoeld is als meest complete behandeling.

De situatie: door de Zeevolken-crisis is het Bronstijdsysteem in elkaar gestort. Het gaat overal wat minder maar in sommige gebieden blijven orde & gezag & schrijfcultuur bestaan. Egypte is na de ondergang van de Twintigste Dynastie weliswaar verdeeld geraakt, en Libische potentaten nemen de macht over, maar ook in de “Derde Tussentijd” bestaat nog wel enig legitiem gezag. De koningen van de Eenentwintigste en Tweeëntwintigste Dynastie zijn zeker geen schlemielen. Dat bewijst bijvoorbeeld Šešonq I, die regeerde van 943 tot 922 v.Chr.

Lees verder “Sisak”

Messias (2)

Munt van Bar Kochba. Let op de ster.(British Museum, Londen)

In mijn eerste stukje vertelde ik dat het Joodse messias-concept een concreet, in dit ondermaanse uitvoerbaar programma was: een koning uit het huis van David die beter zou regeren dan koning Alexandros Yannai. Ik wees er ook op dat in het christendom, waarin messiaanse ideeën verstrengeld zijn geraakt met Eindtijdverwachtingen, de messias is gelijkgesteld aan de Mensenzoon die het Laatste Oordeel komt vellen, maar dat deze combinatie in het jodendom zeldzaam is. Ze is bij mijn weten alleen bekend uit de Gelijkenissen van Henoch.

Welke ideeën waren gebruikelijk in het Jodendom? Dat is zo simpel nog niet gezegd. We weten dat de stroming der sadduceeën alleen de Wet van Mozes erkende als geïnspireerd. Hoewel daarin een belangrijke tekst is opgenomen die messiaans zou worden geduid (Numeri 24.17-19; zie hieronder), is het alleszins mogelijk dat de sadduceeën niets van messianisme moesten hebben. Bij alvast één belangrijke groep joden circuleerden de ideeën dus vermoedelijk niet. De vraag waarmee deze alinea opende, is daarom zo makkelijk niet te beantwoorden. We zullen ons maar beperken tot de diverse teksten en ons onthouden van speculaties over de vraag of ze een gebruikelijk standpunt weergaven.

Lees verder “Messias (2)”

De historiciteit van koning David

De Mesha-stele (Louvre, Parijs)

Een van de grote oudheidkundige problemen is dat van het asymmetrische bewijs. Wat doe je als de geschreven bronnen iets anders suggereren dan het bodemarchief? Er zijn twee strategieën. De maximalist gaat ervan uit dat de bron betrouwbaar is, tenzij het tegendeel wordt bewezen. De Medische hoofdstad Ekbatana was een stad met zeven muren, tenzij we de stad opgraven en constateren dat er maar één muur was. Julius Caesar moordde een stam uit bij de samenvloeiing van Rijn en Maas, tenzij we de resten van opgemeld bloedbad op een ander punt opgraven.

De omgekeerde positie staat bekend als minimalisme. De geschreven bron geldt als fictie, tenzij we archeologisch bewijs vinden dat haar bevestigt. Het zevenmurig Ekbatana is een sprookjesmotief, tenzij we zeven muren opgraven. Caesar moordde geen stam uit, tenzij we het slagveld op de juiste plek vinden.

Beide posities zijn onhoudbaar omdat we te weinig data hebben. We weten niet waar Ekbatana in de IJzertijd heeft gelegen – wat is opgegraven, is veel jonger – en als we op de samenvloeiing van Waal en Maas enorme hoeveelheden botmateriaal vinden uit de eerste eeuw v.Chr., zouden we ook het kamp van Caesar willen vinden plus, als het even kan, een slingerkogel met het nummer van een van de relevante legioenen. Door de genoemde dataschaarste is de discussie over deze twee strategieën lastig én uitdagend. Het zou het beste uit de wetenschap boven kunnen halen maar het maximalismedebat is in de Nederlandse oudheidkunde te ruste gelegd. Als archeologen écht in discussie moeten met historici en andersom, is er in de Nederlandse wetenschap ineens weinig waarheidsliefde. Er is weinig wil tot weten. De ambitie om je eigen vak te overtreffen, is afwezig. Gelukkig hebben we Israël.

Lees verder “De historiciteit van koning David”

Archeologisch nieuws (ja, echt!)

De zuidelijke stallen van Megiddo zijn een voorbeeld van een bouwwerk dat eerst ten tijde van Salomo werd gedateerd, maar jonger leek te zijn. Of misschien is het toch weer anders.

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, ben ik momenteel in Leeuwarden duizenden digitale foto’s online aan het plaatsen die mijn zakenpartner, enkele vrienden en ik de afgelopen vijftien jaar hebben gemaakt. Het is allemaal nog even wennen, maar mijn geadopteerde woonplaats is prettig ontspannen en ik werk hier met plezier. Als ik straks wat sneller kan werken en als ik wat geluk heb, dan is over drie maanden zo niet de hele dan toch een fors deel van de verzameling online beschikbaar voor iedereen die er gebruik van wil maken, bijvoorbeeld via de websites van Tresoar, Vici, het Rijksmuseum van Oudheden of Livius. (Hoewel ik daarnaar link, is er nu nog niets te zien van de fotocollectie.)

Omdat ik én met deze lekkere klus bezig ben én nog wat aan het Friese leven moet wennen – waar is in Leeuwarden om tien uur ’s avonds een supermarkt open? – is er weinig tijd om het nieuws te volgen, maar gelukkig attendeerde Kees Huyser van het NIKHEF, die ook de landkaarten maakte voor Het visioen van Constantijn, me op een artikel dat me anders misschien was ontgaan: “Fluctuating radiocarbon offsets observed in the southern Levant and implications for archaeological chronology debates”. Dit lijkt belangrijk nieuws over de archeologie van het Nabije Oosten.

Lees verder “Archeologisch nieuws (ja, echt!)”

Assyrisch fort

Assyrische gebouwen in Megiddo

De Assyriërs legden de grondslagen voor wat we het oosterse wereldrijk zouden kunnen noemen: één staat die de hele Vruchtbare Halve Maan verenigde. De gelegde fundamenten zijn daarna solide gebleken: ook nadat de Assyrische heerschappij ten onder was gegaan – Nineveh viel in 612 v.Chr. – bleef de eenheid bewaard, zij het onder Babylonische heerschappij. Later namen de Achaimenidische Perzen, Alexander de Grote en diens opvolgers de macht over.

Hoe bouwden de Assyriërs dat rijk? Grote, professionele legers om te beginnen. Gecalculeerde wreedheid ook, want dat demoraliseerde potentiële vijanden. Deportaties. Een efficiënte bureaucratie, die bijvoorbeeld verdragen op schrift stelde. Capabele bestuurders. En natuurlijk ook garnizoenen in de onderworpen gebieden. Garnizoenen die we archeologisch terugvinden. Eén voorbeeld ziet u hierboven: Megiddo.

Lees verder “Assyrisch fort”