Geliefde boeken: The Marsh Arabs

Sir Wilfred Thesiger (1910-2007) wordt algemeen gezien als een van de laatste van de grote romantische ontdekkingsreizigers. Hij was een typisch vertegenwoordiger van het koloniale Engeland: geboren in Aden, vader bevriend met de latere keizer van Ethiopië, Haile Salassie, opgeleid in Eton en Oxford, niet goed in studeren maar wel in boksen, en een verwoed jager. Zijn hele leven bewonderde hij het ongerepte en oorspronkelijke. Hoe harder de levensomstandigheden, des te beter zijn de mensen, was zijn romantische opvatting.

Daarom zijn bedoeïenen de nobelste Arabieren, zo laat hij in zijn Arabian Sands (1959) merken. Het boek beschrijft Thesiger’s reizen met bedoeïenen in het Empty Quarter (Rub al Khali woestijn) in het zuiden van Saoedi-Arabië in de jaren veertig.

Een wolk komt opzetten, er valt regen, mensen leven; de wolk waait over zonder regen, en mensen en dieren sterven. In de woestijnen van Zuid-Arabië ontbreekt het ritme van de seizoenen, er is geen opkomst en verval van vitaliteit, alleen lege ruimte waar slechts de verandering van temperatuur markeert dat de maanden verstrijken. Het is een bitter dor land, onbekend met zachtheid of gemak. Toch hebben hier sinds de vroegste tijden mensen gewoond.

Aldus de beroemde openingszin in mijn Nederlandse vertaling van het boek (1993).

Lees verder “Geliefde boeken: The Marsh Arabs”

Het huis van Abraham in Ur

Het huis van Abraham, Ur

Daar ben ik toch eigenlijk wel jaloers op, op de paus. Mijn vriendin en ik hebben al anderhalf jaar het voornemen naar Irak te gaan, een land waar ik beroepshalve allang geweest had moeten zijn. Maar ja, u weet hoe warm het is en hoe ver, en ik kan eraan toevoegen dat het ook niet goedkoop is en dat je het beste een groepje kunt samenstellen.

Juist toen dat begon te lukken en er een goede kans was dat we behalve Bagdad tenminste twee van de drie grote regio’s  – de Assyrische hoofdsteden in het noorden, het Babylonische zuiden en het sji’itische westen – konden bezoeken, kwam de corona. Wat een reis naar Irak zou zijn werd dus een reis naar Rome werd een weekje Limburg werd uiteindelijk een bezoek aan het Thermenmuseum in Heerlen. Waren we maar paus geweest.

Lees verder “Het huis van Abraham in Ur”

Een wonderlijk altaar uit Hatra

Altaar uit Hatra (Museum van Bagdad)

Wat een raar ding, dit – eh, hoe zal ik het noemen? – altaar uit Hatra, de hellenistische stad in het noorden van Irak. Het is misschien het beste het te bekijken van onder naar boven. Onderaan bevindt zich een grijswit, marmeren, vierkant huisje met nissen. Dit huisje, omgeven door acht pilaren, is in feite het model van een heiligdom. In de vier nissen staan goddelijke figuren, zoals een adelaar: een gebruikelijk soort afbeelding in deze contreien, meestal uitgelegd als het voertuig van de ziel.

Op zeven van de zuilen staan – wat lastig te herkennen – standaards afgebeeld, min of meer zoals op dit reliëf. De standaards representeren de hemelgoden: aan de ene zijde (links achter, voor ons onzichtbaar) zijn dat de Maan en Mercurius; aan de zijde op de foto zijn dat Venus, de Zon en Mars; aan de rechterzijde Jupiter en Saturnus. De achtste zuil, helemaal achteraan, is onversierd.

Lees verder “Een wonderlijk altaar uit Hatra”

Het oudst-bekende verhaal van de wereld (7)

Reliëf uit Khorsabad van een heldhaftige figuur, vaak geïdentificeerd met Gilgamesj (Louvre, Parijs; voor volwassenen is er deze afbeelding)

[Voor het laatst is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgamesj nog niet kennen. Het staat u vrij het verhaal voor te lezen aan een achtjarige. Het eerste deel was hier.]

Gilgamesj had gehoopt dat Ut-Napisjtim en Emzara hem hadden kunnen vertellen hoe ook hij onsterfelijk had kunnen worden, maar dat was op niets uitgelopen. Hij begreep dat hij voor niets helemaal was gereisd tot voorbij de randen van de aarde. Maar toch – hij wilde zo graag onsterfelijk zijn.

Ut-Napisjtim probeerde hem nog één keer uit te leggen dat ook hij, de machtige koning van Uruk, ooit zou sterven. “Weet je wat?” zei Ut-Napisjtim, “Dood zijn is een beetje zoals slapen. Probeer eens of je zeven dagen en zes nachten wakker kunt blijven. Dan ontdek je wel dat onsterfelijk zijn zo eenvoudig niet is.”

Lees verder “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (7)”

Het oudst-bekende verhaal van de wereld (6)

Een mudhif, een gastenhuis, zoals de “Moeras-Arabieren” al eeuwen bouwen.

[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgamesj nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen. Het eerste deel was hier.]

Toen zijn vriend Enkidu was overleden, was koning Gilgamesj van Uruk bang geworden dat hij ook dood zou gaan. Dus ging hij op zoek naar de enige mensen die ooit onsterfelijk waren geworden, Ut-Napisjtim en Emzara. Zij hadden lang geleden de Grote Overstroming overleefd en woonden sindsdien voorbij de rand van de wereld. Misschien ontvingen ze Gilgamesj in een huis zoals hierboven, gemaakt van riet. Zulke gastenhuizen maakten ze in Irak vroeger en nu nog altijd.

Ut-Napisjtim vertelde aan Gilgamesj dat de goden op een kwade dag hadden besloten de wereld onder water te zetten. De allereerste mensen hadden allemaal slechte dingen gedaan en daarom hadden de goden besloten dat ze opnieuw wilden beginnen, zonder de slechte mensen. De goden spraken af dat ze het geen mens zouden zeggen.

Lees verder “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (6)”

Het oudst-bekende verhaal van de wereld (4)

[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgamesj nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen; zondag rond ik af. Het eerste deel was hier.]

Nadat ze de cederbomen hadden omgehakt en een vlot hadden gemaakt, voeren koning Gilgamesj en zijn vriend Enkidu weer terug naar de stad Uruk. Enkidu stond aan het roer en Gilgamesj stond vooraan, met het hoofd van Humbaba. Het was een enorme reis: als je de landkaart pakt, zie je dat ze begonnen in het land dat nu Libanon heet en dat ze toen eerst naar het noorden voeren, door Syrië, dat ze daarna het vlot en de bomen over het land moesten dragen door wat nu Turkije heet, dat ze toen de rivier de Eufraat bereikten en daarover verder gingen, opnieuw door Syrië en toen nog een stuk door Irak. De Eufraat stroomde langs Uruk, dus ze hoefden het vlot en de bomen niet nog een keer op hun schouders mee te dragen.

Toen ze in Uruk kwamen, was iedereen blij, vooral Ninsun, de buffelgodin die ook de moeder was van Gilgamesj. Van het hout maakten ze mooie kamers in het paleis. Alle mensen keken naar Gilgamesj en Enkidu en dachten: “Wat een stoere mannen zijn dat, dat ze zo ver hebben gereisd, een monster hebben verslagen en het beste hout van de wereld naar onze stad hebben gebracht.” En het waren niet alleen mensen die vol bewondering keken naar de twee vrienden.

Lees verder “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (4)”

Het oudst-bekende verhaal van de wereld (2)

Uruk

[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgamesj nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen; zondag rond ik af. Het eerste deel was hier.]

In het zuiden van Irak lag een grote stad. Die heette Uruk. Nog nooit was er een plek geweest waar zoveel mensen bij elkaar woonden. Dat kun je tegenwoordig nauwelijks voorstellen want er is eigenlijk niets meer van Uruk over. Hierboven heb je een foto: stof en zand. Ik denk dat over vijfduizend jaar ook van Amsterdam of Antwerpen niet zoveel meer over zal zijn.

In het paleis van Uruk woonde koning Gilgamesj. Zijn moeder was de godin Ninsun, de godin die de waterbuffels beschermde, en Gilgamesj was dan ook zo sterk als een buffelstier. Als het oorlog was, liep hij voor de soldaten uit om als eerste op de vijand af te gaan; als het leger terug marcheerde naar Uruk, liep hij achteraan om zijn soldaten te beschermen. Vechten kon hij dus als de beste, maar helaas deed hij dat ook in de stad zelf. Hij sloeg de mannen, hij viel de vrouwen lastig. En niemand kon er wat aan doen, want Gilgamesj was heel sterk en hij was de koning.

Lees verder “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (2)”

Het oudst-bekende verhaal van de wereld (1)

De rivieren Tigris (links) en Eufraat (rechts) komen samen

[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgamesj nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen.]

Toen je opa en oma werden geboren, had je nog geen tablets, geen computers en geen televisie. Je opa en oma hebben meegemaakt dat die werden uitgevonden. De opa en oma van je opa en oma hebben de eerste vliegtuigen zien vliegen. En de opa en oma van de opa en oma van je opa en oma hebben de eerste fietsen en treinen zien rijden. Alle dingen zijn een keer voor het eerst bedacht.

Dus heel, heel lang geleden was er eigenlijk nog niets uitgevonden. De oermensen woonden in grotten, want ze hadden nog geen huizen. Ze gingen op jacht, maar veel meer dan stokken en netten hadden ze niet. Maar ze waren wel slim en ontdekten de dingen één voor één. Ze leerden hoe ze wilde geiten en koeien moesten temmen. Ze bedachten dat je boer kon worden en een boerderijtje kon bouwen. Ze leerden potten bakken en weven. Ze ontdekten hoe je kaas en wijn kon maken en ze ontdekten het wiel en de ploeg. Ze gingen dingen ruilen met andere mensen: “Als ik van jou vier vissen krijg, krijg je van mij een stuk kaas.”

Lees verder “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (1)”

Sint-Joris, uitgewist

Sint-Joris (Mar Behnam-klooster)

Mar Behnam is een christelijke heilige uit Adiabene, een antiek koninkrijk in wat ooit Assyrië had geheten en tegenwoordig Koerdistan heet. In de vierde eeuw n.Chr. is hij om het leven gebracht door de Sasanidische koning Shapur II, die u misschien kent als de tegenstander van de Romeinse keizer Julianus de Afvallige. In de twintigste eeuw werd Sint-Behnam vooral vereerd door moslims en door de christenen die worden getypeerd als monofysitisch, West-Syrisch, oosters-orthodox of miafysitisch: een hele catalogus van namen – ik schreef er al eens over – waarvan de Kopten en Armeniërs het bekendst zijn.

Het graf van de heilige Behnam is in een klooster, even ten noorden van Mosul aan de Tigris, dat wordt beheerd door de Syrisch-katholieke kerk, en dat zijn dan weer monofysitische christenen die het gezag van de paus respecteren. Deze wat complexe achtergrond maakte het klooster tot een natuurlijk doelwit van de zogenaamd Islamitische Staat: niet alleen werden hier relikwieën vereerd van een heilige terwijl een mens alleen God mag vereren, het waren ook nog christenen die eigenlijk pro-westers waren. Hét probleem van christenen in het Midden-Oosten is immers dat ook het gehate, imperialistische Europa christelijk is.

Lees verder “Sint-Joris, uitgewist”

Een herontdekte zonnegod

Tablet van Šamaš uit Sippar (British Museum, Londen)

Het bovenstaande reliëf uit Sippar in het noorden van Babylonië is misschien wel een van de bekendste kunstvoorwerpen uit het oude Mesopotamië. Niet zonder reden. Het is gebaseerd op de gulden snede en treft ons dus als harmonieus.

Onder een baldakijn zit de zonnegod Šamaš (een naam die gewoon “zon” betekent) met in zijn hand een korte scepter en een ring. Beide zijn machtssymbolen; ik herinner me hoe de tweede lange tijd “ring of power” werd genoemd, tot die Tolkienfilms die uitdrukking voorzagen van onbedoelde bijbetekenissen, zodat wetenschappelijke jargontermen ineens populair werden (farshiang, kydaris). Deze Achaimenidische Ahuramazda en dat Sasanidische investituurreliëf zijn andere voorbeelden.

Lees verder “Een herontdekte zonnegod”