Koning van de vier windstreken

Sumerisch echtpaar (Museum van Bagdad)

Ik blog de laatste tijd over het handboek waarmee ik in mijn eerste jaar aan de universiteit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Vandaag een aanvulling waarvan ik denk dat die belangrijk is.

Vroege Staat

Wat we in het vierde en derde millennium hebben gezien, is de groei van een stamsamenleving, waarin verwantschap de belangrijkste vorm van organisatie was, naar een maatschappij die we, met een woord van Henri Claessen, zouden kunnen typeren als “vroege staat”. Het tweede woord is hierbij eigenlijk wat misleidend, want in het bedoelde samenlevingstype vallen staat, koninklijke familie en hofhouding samen. Zoals ik al eens aangaf (maar ik weet niet meer waar), hebben we in het oude Egypte te maken met een één hof, dat zijn middelen van overal betrekt en zo een groot gebied beheerst, en is het verkeerd dit als een koninkrijk te zien. Dat is negentiende-eeuws. Voor Mesopotamië en Perzië geldt hetzelfde.

Lees verder “Koning van de vier windstreken”

Klimaatcrisis, 2200 v.Chr.

Stofstorm in het noorden van Mesopotamië

In een eerder stukje in mijn reeks over het handboek oude geschiedenis dat ik, in een recente herdruk, aan het lezen ben, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, wees ik erop dat als het boek nu zou zijn opgezet, er geen gescheiden behandeling zou zijn geweest van Egypte in het derde millennium en Mesopotamië in het derde millennium. De Vroege Bronstijd, zoals we deze periode ook wel noemen, veronderstelde handel in tin en netwerken die zich uitstrekten over duizenden kilometers. Hoewel in de twee genoemde regio’s voor ons leesbare schriftsystemen zijn ontstaan die voor ons begrijpelijke talen documenteren, was het Nabije Oosten onderdeel van één groot, vroeg wereldsysteem.

Hypercoherentie

Een systeem dat hypercoherent was geworden. U herinnert zich die term uit de complexiteitstheorie nog van de kredietcrisis van 2008 of kunt haar kennen uit het fijne boek van Eric Cline over het einde van de Late Bronstijd, 1177 BC. Het komt erop neer dat als alles met elkaar vervlochten is, een ramp in één onderdeel onvermijdelijk gevolgen heeft voor de andere delen. Je zou willen dat een van de onderdelen ongeschonden overeind bleef, als een anker voor de andere, maar in een hypercoherent systeem ontbreekt dat. Dat was niet alleen de situatie aan het einde van de Late Bronstijd, maar ook in de tweeëntwintigste eeuw v.Chr.

Lees verder “Klimaatcrisis, 2200 v.Chr.”

Mesopotamië in het derde millennium

Koning Maništušu van Akkad; kopie van een in de Ištartempelk in Nineveh gevonden portret. Het origineel is in Bagdad; deze kopie komt uit het British Museum in Londen.

In mijn reeks naar aanleiding van het handboek waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, vandaag een stukje over het derde millennium in het Nabije Oosten. De verdeling die de auteurs aanbrengen in paragrafen over enerzijds Egypte en anderzijds de Sumeriërs en Akkadiërs – dat is een erfenis uit de tijd dat oudheidkundigen alleen deze twee culturen kenden en dan vooral uit teksten.

Het plaatje is nu helemaal anders. De archeologie documenteert de Vroege Bronstijd in een veel grotere regio. De handel in tin zorgde voor contacten en ideeënuitwisseling, waardoor netwerken ontstonden van Oezbekistan tot Mesopotamië en van de Atlantische kusten tot Egypte. Jiroft is een belangrijke nederzetting in Iran en het BMAC is een van de fascinerendste beschavingen die is herkend sinds De Blois en Van der Spek de eerste versie van hun handboek naar de drukker brachten. De nadruk die zij leggen op de twee traditionele “oerculturen” is niet verkeerd – die twee culturen schreven tenminste – maar ik vermoed dat als ze hun boek nu zouden opzetten, ze één hoofdstuk zouden maken waarin het geheel van culturen zou worden behandeld.

Lees verder “Mesopotamië in het derde millennium”

“Naar alle kanten het Rijk vergroot” (2)

Ktesifon

[Vandaag het tweede van vier blogs over de veldtochten van keizer Septimius Severus (r.193-211), die het Romeinse Rijk bracht tot zijn grootste omvang. Dat dit onder Trajanus zou zijn gebeurd is vooral propaganda van Mussolini. Het eerste deel is hier.]

De verovering diende om de welvarende provincie Syrië meer veiligheid te bieden, aangezien deze door de Eufraat alleen slecht werd beschermd. De verovering van Mesopotamië was dus een defensieve maatregel. In dit licht moet ook de tweede Parthische veldtocht van Severus worden gezien: in 197/198 voer hij de Eufraat af naar de Koninklijke Kanalen, de verbinding tussen Eufraat en Tigris op het punt waar deze rivieren elkaar halverwege Irak even naderen. Herodianos schrijft (in de vertaling van M.F.A. Brok):

De troepen van Severus ontscheepten zich en plunderden het land. Alle vee dat hun in de weg kwam dreven ze weg om hun voedselvoorraad aan te vullen en de dorpen waar ze door kwamen staken ze in brand. Na korte tijd bereikten ze bij hun opmars Ktesifon, waar de koning der koningen resideerde. De Romeinse soldaten overvielen de volkomen verraste Parthen, vermoordden iedereen die hun in de weg kwam en plunderden de stad. Alle vrouwen en kinderen namen ze mee als krijgsgevangenen. De koning zelf was gevlucht met een groepje ruiters en zo konden de Romeinen zich ook van zijn schatkamers meester maken. Ze roofden alle sieraden en kostbaarheden en begonnen toen aan de terugtocht. (Herodianus 3.9)

Lees verder ““Naar alle kanten het Rijk vergroot” (2)”

Twee soorten mensen

Imam Ali

Het kan geen westerling, reizend door een land met een overwegend islamitische bevolking, ontgaan dat daar allerlei Engelstalige slagzinnen zijn: soms staan ze op de muren geschilderd, soms zijn het spandoeken, soms is het een bord langs de weg. En het zijn altijd spreuken die je wil horen. “Als een reiziger in een islamitisch land schade lijdt, moeten de islamitische autoriteiten deze volledig vergoeden,” was lange tijd te lezen op een schilderijtje dat hing in vrijwel alle hotels in de Islamitische Republiek Iran. De uitspraak werd toegeschreven aan een van de heilige imams.

In Pakistan zag ik op een militair gebouw een citaat van Aristoteles: “We zijn vrienden van Plato maar nog meer zijn we vrienden van de waarheid.” Klinkt nobel, tot je je realiseert dat “waarheid” hier wordt opgevat als al-haqq, een van de negenennegentig namen van God. Je wordt daarna wat sceptisch over zulke mooie spreuken, vooral als je ze natrekt en ontdekt dat de context weleens een andere uitleg biedt. Zonder onaardig te willen zijn of te twijfelen aan de oprechtheid van de Iraanse hotelier die een medereiziger daadwerkelijk compenseerde voor verloren geld: veel van die spreuken lijken gericht op westerse bezoekers en tonen wat sociaal wenselijk is.

Lees verder “Twee soorten mensen”

“Naar alle kanten het Rijk vergroot” (1)

De boog van Septimius Severus op het Forum Romanum

Een van de opvallendste monumenten op het Forum in Rome is de ereboog van keizer Septimius Severus. Als u er niet vertrouwd mee bent, zult u misschien de filmscène uit Roman Holiday kennen waarin Gregory Peck een slapende Audrey Hepburn vindt en een taxi voor haar belt; de ereboog is steeds zichtbaar op de achtergrond. Hoewel de reliëfs van dit monument in de twintigste eeuw zwaar te lijden hebben gehad van de zure regen, is het opschrift nog goed te lezen:

Ter ere van Imperator Caesar Lucius Septimius, zoon van Marcus, Severus Pius Pertinax Augustus, vader des vaderlands, overwinnaar van de Arabische Parthen, overwinnaar van de Adiabenische Parthen, opperpriester, in het elfde jaar van zijn bevoegdheid als volkstribuun, elfmaal uitgeroepen tot Imperator, driemaal consul, proconsul […] omdat hij met zijn bijzondere talenten de staat intern heeft hersteld en naar alle kanten het Rijk heeft vergroot; geschonken door Senaat en Volk van Rome.

Lees verder ““Naar alle kanten het Rijk vergroot” (1)”

Mosul en Nineveh

Mosul

Vandaag bezoek paus Franciscus, die momenteel een vierdaags bezoek aan Irak brengt, onder meer Mosul, waar hij een gebed zal uitspreken voor de slachtoffers van de strijd tegen de zogenaamd Islamitische Staat. Het zal ongetwijfeld uit het oogpunt van veiligheid een van de meest spannende locaties van zijn reis zijn. IS mag dan officieel verslagen zijn, in de praktijk plegen aanhangers van IS nog altijd aanslagen in wat eens hun zelfbenoemde kalifaat was.

In juni 2019 bezocht ik met een internationale groep het noorden van Irak om te zien wat er na de val van IS over was van de oude Assyrische sites. Dat was, zoals bekend, niet veel. Uiteraard stond Nineveh in Mosul ook op het programma. Nineveh ligt in het deel van Mosul dat de strijd redelijk goed heeft overleefd. De bewoners hadden het ogenschijnlijk normale leven weer opgepakt en dat deel van de stad lag er vredig bij. De oude binnenstad echter, aan de andere kant van de Tigris, was een totaal ander verhaal.

Lees verder “Mosul en Nineveh”

Abraham uit het Ur der Chaldeeën

Ur, met op de achtergrond de ziggurat

Het zal moeilijk te missen zijn: de paus is momenteel in Irak. Op de zaterdag waarop dit stukje online gaat zal hij in Najaf een ontmoeting hebben met de invloedrijke grootayatollah Ali al-Sistani, het “navolgenswaardig voorbeeld” (marja) voor sji’ieten in Irak, Libanon en Iran. Daarna reist hij – ik bedoel de paus – door naar Ur. Ik blogde al eens over het zogenaamde huis van Abraham, die door alle drie grote monotheïstische religies wordt beschouwd als voorvader.

De verhalen in Genesis zijn goed genoeg maar we hebben geen idee wanneer de man leefde. Het is ook eigenlijk de verkeerde vraag. Er is een keer een man Abraham geweest – de naam moet immers ergens vandaan komen – die voldoende interessant was om te onthouden en waarover men verhalen begon te vertellen. En verhalen aan toe te voegen die bij hem pasten. Hetzelfde geldt voor Isaak en Jakob, in Genesis gepresenteerd als zijn zoon en kleinzoon. Het drietal staat bekend als de aartsvaders.

Lees verder “Abraham uit het Ur der Chaldeeën”

Geliefd boek: The ruins of Nineveh and Babylon

Twee lamassu’s uit Nineveh

Austen Henry Layard vertrok in augustus 1849 vanuit (toen nog) Constantinopel om opnieuw opgravingen te doen in Nineveh en Nimrud. Zijn verslag van deze periode is vastgelegd in Discoveries among the ruins of Nineveh and Babylon (1853) en vormt een fascinerende aaneenschakeling van beschrijvingen van zijn ontdekkingen, waaronder de beroemde Assyrische reliëfs waarvan hij sommige zelfs nog in kleur heeft gezien en de lamassu’s (een woord wat door Layard overigens niet wordt gebruikt; hij spreekt over het algemeen van “winged bulls”) alsmede van zijn ontmoetingen met de lokale stammen. Ook verhaalt Layard uitgebreid en enthousiast over de inborst en gebruiken van de bedoeïenen.

Broederschap

Een opmerkelijk voorbeeld van wat Layard zoals vertelt, vormt het bestaan van een “rediff”, een persoon uit een, bij voorkeur, vijandige stam met wie een strijder een broederschap vormt. Deze broederschap over en weer vormt een bescherming als beide stammen in oorlog raken. De strijder wordt dan, ondanks de oorlog, beschermd door de familie van de rediff en andersom, familie en vrienden van de rediff zijn beschermd tegen geweld bij de familie van de krijger. Een hele praktische maatregel om eventuele onderhandelingen te vergemakkelijken en geweld te voorkomen. De krijger en zijn rediff zijn onafscheidelijk, en de plaats van de rediff tijdens het reizen is op de achterhand van de dromedaris waar hij zich met hoog opgetrokken benen vastklemt aan het zadel. Wellicht dankt de rediff zijn naam aan deze plek: het Arabische woord radif betekent onder meer “bil”.

Lees verder “Geliefd boek: The ruins of Nineveh and Babylon”

Geliefd boek: The Marsh Arabs

Sir Wilfred Thesiger (1910-2007) wordt algemeen gezien als een van de laatste van de grote romantische ontdekkingsreizigers. Hij was een typisch vertegenwoordiger van het koloniale Engeland: geboren in Aden, vader bevriend met de latere keizer van Ethiopië, Haile Salassie, opgeleid in Eton en Oxford, niet goed in studeren maar wel in boksen, en een verwoed jager. Zijn hele leven bewonderde hij het ongerepte en oorspronkelijke. Hoe harder de levensomstandigheden, des te beter zijn de mensen, was zijn romantische opvatting.

Daarom zijn bedoeïenen de nobelste Arabieren, zo laat hij in zijn Arabian Sands (1959) merken. Het boek beschrijft Thesiger’s reizen met bedoeïenen in het Empty Quarter (Rub al Khali woestijn) in het zuiden van Saoedi-Arabië in de jaren veertig.

Een wolk komt opzetten, er valt regen, mensen leven; de wolk waait over zonder regen, en mensen en dieren sterven. In de woestijnen van Zuid-Arabië ontbreekt het ritme van de seizoenen, er is geen opkomst en verval van vitaliteit, alleen lege ruimte waar slechts de verandering van temperatuur markeert dat de maanden verstrijken. Het is een bitter dor land, onbekend met zachtheid of gemak. Toch hebben hier sinds de vroegste tijden mensen gewoond.

Aldus de beroemde openingszin in mijn Nederlandse vertaling van het boek (1993).

Lees verder “Geliefd boek: The Marsh Arabs”