Joods Irak

Graf van Ezechiël in Khifl

De omgeving van Jeruzalem is voor het jodendom de allerbelangrijkste regio, maar Irak is een goede tweede. Sinds de Babylonische koning Nebukadnezzar rond 587 v.Chr. de Joodse elite afvoerde naar het oosten, leefden er Joden in het Tweestromenland. Ook toen ze mochten terugkeren, bleven er Joden in Babylonië. Daar blogde ik al eens over. Steden als Nippur en Nehardea golden als belangrijke centra voor joodse religieuze studie.

Er moet in Irak ook een tempel zijn geweest. Die staat namelijk vermeld op een kleitablet dat bij mijn weten nog niet is uitgegeven. Dat de Bijbel het heiligdom niet noemt, behoeft geen verbazing: de samenstellers beschouwden Jeruzalem als enige plaats waar aan Jahweh geofferd mocht worden, en zwegen de concurrentie liever dood. De joodse tempel in Elefantine blijft ook onvermeld.

Lees verder “Joods Irak”

Hatra & The Exorcist

Hatra

Ik schreef al: voor een stukje over Hatra geldt als genreconventie dat het incompleet is als niet ergens staat vermeld dat het begin van de beroemde horrorfilm The Exorcist hier is opgenomen. Hier ziet u dat begin…

… en hieronder gaat het verder met de aankomst van Max von Sydow. En het wordt meteen spooky met vechtende honden en een beeld van de Assyrische demon Pazuzu. Dat heeft nooit echt in Hatra gestaan, al vind ik de Nergal die er wel vereerd is geweest ook knap eng.

Lees verder “Hatra & The Exorcist”

Kort Irakees (9): Faisal II

Een mooi portretje hierboven: Faisal II, kleinzoon van de Faisal die met Lawrence of Arabia Jordanië, Syrië en Irak bevrijdde, en zoon van koning Ghazi van Irak. Die kwam in 1939 bij een auto-ongeluk om het leven, zodat de kleine Faisal hem moest opvolgen, een paar weken voor zijn vierde verjaardag. De foto hierboven zal niet heel veel later zijn gemaakt en toont de kind-koning in een traditioneel Arabisch gewaad. Tot zijn achttiende verjaardag in 1953 traden enkele familieleden op als regent en ook daarna had hij machtige adviseurs.

Lees verder “Kort Irakees (9): Faisal II”

Hatra

De buitenmuur rond de stad en de binnenmuur rond het heiligdom van Hatra

De naam “Hatra” is Aramees en betekent waarschijnlijk zoiets als “omheining”. Het moet verwijzen naar de muur (temenos) rond de tempel van de zonnegod Šamaš. De Hatrenen zelf noemden de stad Beit Elaha, “huis van god”. Er is geen bewijs voor bewoning van de plaats vóór de Parthische tijd (c.140 v.Chr. – c. 225 n.Chr.), al kunnen verscheidene beelden uit de daaraan voorafgaande eeuw dateren, toen het gebied behoorde tot het Seleukidische Rijk.

Gelegen tussen enerzijds de vruchtbare vlakten van Assyrië in het oosten en de vallei van de Eufraat in het westen, was Hatra een belangrijk handelscentrum, vergelijkbaar met Palmyra. Handel was destijds vaak gecentreerd rond heiligdommen – denk aan de Wierookroute over het Arabische Schiereiland – en ook de tempel van Šamaš zal zo hebben gefunctioneerd. Hatra had hierdoor contacten met de hele wereld. Het verbaast niet dat er allerlei mensen woonden: afstammelingen van de oude Assyriërs en Babyloniërs, Arameeërs uit Syrië, Griekse en Macedonische veteranen, Iraniërs, en dit alles onder een Arabische dynastie. Hatra geldt daarom als de eerste Arabische stadstaat, maar je mag de vraag stellen wat daarmee is bedoeld.

Lees verder “Hatra”

De troonzaal in Babylon

Binnenplaats van het paleis in Babylon, met rechts de doorgang naar de troonzaal

Je kunt niet zinvol over de Oudheid schrijven als je de oude landen niet hebt bezocht. Het helpt te weten dat je vanaf de Kerameikos, waar Perikles een beroemde toespraak heeft gehouden, de Akropolis kunt zien liggen. Wat geldt voor Griekenland, geldt voor Irak. Ik ben blij dat ik in Babylon heb gelopen door de (grotendeels gereconstrueerde) zalen van het paleis van Nebukadnezzar (r.605-562). Hier spelen twee beroemde verhalen uit de Oudheid, namelijk dat over het Feest van Belsassar en dat over de substituutkoning.

Feest van Belsassar

Belsassar is een historisch figuur: de zoon en zaakwaarnemer van koning Nabonidus (r.556-539), die enkele jaren niet in Babylon was. Volgens het Bijbelverhaal zaten Belsassars gasten behoorlijk te pimpelen en gebruikten ze daarbij de gouden bekers uit de tempel in Jeruzalem. In de nieuwe Nieuwe Bijbelvertaling:

Lees verder “De troonzaal in Babylon”

Kort Irakees (8): Borsippa

Je weet zeker dat bezoekers aan Irak je een keer zullen zeggen dat de enige zekerheid in Irak is dat je geen zekerheid hebt. Wat op de ene dag nog een duidelijk reisprogramma lijkt, kan de volgende dag totaal anders zijn. Plekken waar de paus dit voorjaar op bezoek is geweest, zijn enerzijds prachtig opgeknapt en aangepast voor bezoekers. In Ur betekent dat dat delen die in 2019 nog toegankelijk waren, nu afgesloten zijn. Soms ontmoet je archeologen, zoals in Hatra, Nineveh en Girsu, die er merkbaar plezier in hebben je rond te leiden. (Noot: in Uruk pleurden ze de halve site op slot, alsof wetenschappers de voornaamste belanghebbenden zouden zijn). Het museum in Bagdad, dat een enorme subsidie kreeg om open te zijn voor bezoekers, is inderdaad open geweest om te tonen dat het Gilgameš-tablet terug in Irak was en toen weer gesloten. En overal waar je komt vind je iets dat je niet had verwacht maar dat leuk is. Zoals in Borsippa. Of Birs Nimrud, zoals de moderne naam is.

Borsippa

We gingen naar Borsippa om  de ziggurat te zien, een plomp monument waar je allerlei tichels ziet liggen, gestempeld met spijkerschriftinscripties. Het monument is, net als de minaret van Samarra, weleens genoemd geweest als de Toren van Babel. Ernaast ligt de tempel Ezida, gewijd aan de god van de wijsheid en schrijfkunst, Nabu. Kortom: we liepen er met plezier rond, te meer omdat de ruïne van de tempeltoren in gebruik bleek als speeltuin. Sommige mensen skiën van een berg af, hier renden de kinderen van een kunstmatige berg tichels naar beneden.

Lees verder “Kort Irakees (8): Borsippa”

Kort Irakees (7): Voetbal in Khorsabad

Voetbal in Khorsabad

Oké, ons bezoek aan Khorsabad was niet helemaal wat we ervan hadden gehoopt. De residentie van de Assyrische koningen is in de loop der tijden nogal eens verplaatst – van Aššur naar Nimrud naar Khorsabad naar Nineveh naar Harran en dan sla ik er nog een paar over – en  ik dacht dat Khorsabad boeiend zou zijn, maar het viel eerlijk gezegd nogal tegen.

Elke ruïne hier verandert langzaam in zand, want men bouwde huizen en paleizen uit tichels. Bakstenen veronderstellen brandhout en dat is hier zeldzaam. Dus ook Khorsabad, de door Sargon II in 713 v.Chr. gebouwde en enkele jaren na zijn dood in 705 verlaten hoofdstad, is een verzameling zandheuvels. Maar waar je in Nippur of Borsippa in het zand nog wel het een en ander kunt herkennen, lukt dat in Khorsabad alleen met moeite.

Lees verder “Kort Irakees (7): Voetbal in Khorsabad”

Ktesifon

Een iwan (schaduwboog) van het Parthische/Sasanidische paleis

Ik schreef gisteren over de Macedonisch-Grieks-Syrisch-Babylonische stad Seleukeia, die in de tweede eeuw v.Chr. gezelschap kreeg van Ktesifon. Die nieuwe stad was gebouwd door de Parthische koningen die vanaf het midden van de tweede eeuw v.Chr. de macht hadden in het huidige Irak. Er is een theorie – niet per se juist – dat Ktesifon staat op een oudere stad, Opis. Die stad lag namelijk ook in de omgeving van de samenvloeiing van Tigris en Diyala. En net als Ktesifon lag ook Opis aan de weg die Susa in Elam verbond met het Assyrische kerngebied en de hoofdsteden van Anatolië.

Parthische residentie

De Parthen, afkomstig uit het noordoosten van Iran, hadden een westelijke hoofdstad nodig. Daarom verplaatsten ze het regeringscentrum van Seleukeia naar de tegenoverliggende, oostelijke oever. De nieuwe residentie heette Tyspwn, waar de Grieken Ktesifon van maakten. Vanaf 129 v.Chr. was het de winterresidentie van de Arsakidische dynastie. Het is onduidelijk wanneer Ktesifon de belangrijkste Parthische stad werd, maar wel staat vast dat het een van de grootste steden in de antieke wereld was. Er is weinig van over. Tichelsteen vervalt uiteindelijk tot zand. Dat de bakstenen gebouwen van de Romeinen de tand des tijds beter doorstonden, wil niet zeggen dat ze in het oosten geen rivalen hebben gehad.

Lees verder “Ktesifon”

Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia

Beeldje van een rustende vrouw uit Seleukeia (Metropolitan Museum, New York)

In de twee stukjes van gisteren heb ik geschreven over Mesopotamië in de tijd na Alexander de Grote: een stad als Babylon bleef gewoon bestaan, Alexander vernieuwde Charax, en zijn opvolgers stichtten eveneens nieuwe steden. Een daarvan was Seleukeia, gesticht door Seleukos Nikator. De stichtingsdatum is onbekend, maar het moet zijn geweest na de Babylonische Oorlog (311-309 v.Chr.). De jaren 308-304 wijdde Seleukos aan oostelijke veldtochten, zodat de stichting alleen in de tweede helft van 309 en na 304 kan hebben plaatsgevonden.

Stad van het koningschap

In spijkerschriftbronnen heet Seleukeia de hoofdstad van het rijk (al šarruti, “stad van het koningschap”). De stad lag tegenover het oude Opis, niet ver van de plek waar een belangrijk kanaal de Tigris verbond met de Eufraat. De ruïnes van Seleukeia zijn geïdentificeerd in Tell Umar, ongeveer dertig kilometer ten zuiden van Bagdad, en zestig ten noorden van Babylon, dat een deel van zijn inwoners naar de nieuwe stad zag verhuizen.

Lees verder “Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia”

Hellenistisch Babylon

Beeldje van een kind uit Babylon, eerste of tweede eeuw n.Chr. (Louvre, Parijs)

Alexander de Grote had het Perzische Rijk, met inbegrip van Babylonië, onderworpen en er was een nieuw dynastie aan de macht gekomen: de afstammelingen van Alexanders kolonel Seleukos Nikator, de Seleukiden. Alexander had diverse nieuwe steden gesticht, zoals Charax.

Grieks Babylon

Maar oude steden als Babylon bestonden ook nog en we weten dat er allerlei bouwactiviteiten waren. Ze staan in allerlei kleitabletten vermeld. Zo werd er tot in de jaren 280 gewerkt aan de Etemenanki, de tempeltoren naast de Marduktempel Esagila. We lezen bijvoorbeeld dat de Seleukidische kroonprins Antiochos zelfs olifanten gebruikte om het puin te verwijderen.

Lees verder “Hellenistisch Babylon”