Het late Romeinse Rijk

Diocletianus en Maximianus, de architecten van het late Romeinse Rijk (Bode Museum, Berlijn)

Ik gaf u gisteren een overzicht van de Tetrarchie: twee keizers, de augusti, die als co-managers samenwerkten met hun kroonprinsen, de caesares. Ik vertelde al dat het Romeinse Rijk, dat in theorie altijd een eenheid bleef, in twee helften uiteen begon te vallen: een Griekstalige met oude steden en een Latijntalige, waar de urbanisatie minder grondig was. Er zijn overigens nog volop momenten geweest waarop er slechts één augustus was die heerste over beide rijkshelften. Maar wat, afgezien van het bestuurssysteem, veranderden de twee augusti Diocletianus en Maximianus?

De curiales

De Crisis van de Derde Eeuw had aanzienlijke schade achtergelaten. Niet overal op elk moment evenveel, en sommige streken (zoals de Maghreb) kwamen er juist beter vanaf, maar grosso modo waren de omstandigheden niet bepaald geweldig. In Een kennismaking met de oude wereld wijzen Luuk de Blois en Bert van der Spek erop dat de lokale elites het hard voor de kiezen hadden gekregen. Deze mensen, die we aanduidden als curiales, stonden in elke stad met hun persoonlijke vermogen borg voor allerlei gemeentelijke uitgaven em de vaste belastingafdracht . Hun probleem was dat enerzijds de kosten van bijvoorbeeld het onderhoud van een stadsmuur constant waren terwijl de centrale overheid meer geld nodig had om een vergroot leger te financieren, terwijl anderzijds de steden kampten met bevolkingsafname, en dus minder belastingbetalers.

Menig bestuurder zocht een manier om aan de lasten te ontsnappen. Uit Keulen is een voorbeeld – iets jonger dan de Tetrarchie – van iemand die verklaarde dat hij Joods was en dus geen Keulenaar. Keizer Constantijn oordeelde dat hij toch lid was van de curiales. (Het geval is interessant omdat het toont dat nog in de vierde eeuw mensen vonden dat een Jood een burger was van Jeruzalem.) Een andere ontsnappingsweg was het aanvaarden van een positie in het provinciaal bestuur, wat weliswaar betekende dat je je eigen stad verliet, maar wel belastingvoordelen opleverde.

Een zwaar beschadigde fresco uit Piazza Armerina toont twee in purper gehulde keizers aan weerszijden van een standaard met de vier portretten van de tetrarchen

Bestuurslagen

En er waren veel, veel meer mensen nodig in het provinciaal bestuur. Deels doordat er meer provincies waren, deels doordat deze bestuurslaag enkele taken overnam van de overbelaste steden. In Keulen is het paleis van de gouverneur nog altijd te bezoeken onder het huidige raadhuis: een machtig gebouw, waar tientallen, ja honderden ambtenaren dagelijks aan het werk moeten zijn geweest. En dat voor een kleine provincie als Germania Secunda, zoals Germania Inferior nu heette.

Omdat er nu zo veel provincies waren, werden ze geclusterd in diocesen: de Britse provincies vormden bijvoorbeeld één diocees, net als de provincies van Iberië of de Maghreb. Of Egypte of Italië of Syrië of Illyrië. Zo waren er nu al met en stuk of vijf, zes bestuurslagen: de gemeentes maakten deel uit van verkleinde provincies, die samen een diocees vormden, waarvan er enkele een prefectuur vormden, waarvan er twee een rijkshelft vormden. De laatantieke bureaucratie was overeenkomstig complex en bood emplooi aan duizenden ambtenaren.

 

Der spätantike Zwangsstaat?

En dat alles dus vooral omdat het belastingsysteem verfijnder was dan voordien. Tegelijk werd het muntstelsel herzien. In de derde eeuw was het zilvergeld de facto opgehouden te bestaan. Gouden munten, ooit betrekkelijk zeldzaam, vormden voortaan de ruggengraat van het monetaire stelsel. De Tetrarchie versnelde de “vergulding” van de economie, maar pas ten tijde van Constantijn werd de definitieve vorm gevonden. Een snoeihard edict op de maximumprijzen was Diocletianus’ instrument om de inflatie te doen verdwijnen, maar dat lijkt niet te zijn gelukt.

Het Prijsedict van Diocletianus (Ptolemaïs)

Er was een kadaster waarop de opbrengst van elke akker stond genoteerd. Ambtenaren actualiseerden dit kadaster op gezette tijden. Om er zeker van te zijn dat de families van boeren en ambachtslieden hun belastingplicht niet ontweken, werden de beroepen erfelijk gemaakt. Het kon dus niet gebeuren dat een boerderij of werkplaats geen belasting meer opbracht omdat de heer des huizes met pensioen ging.

De reeks keizerlijke wetten en rescripten waarmee de beroepen erfelijk werden gemaakt en vervolgens de boeren aan hun land werden gebonden, is eindeloos. Dit was het begin van de middeleeuwse horigheid, zoals de auteurs van Een kennismaking met de oude wereld terecht constateren.

Lang heeft men aangenomen dat het Prijsedict en de maatregelen betreffende erfelijke beroepen een spätantike Zwangsstaat documenteerden, waarin alles draaide om maximalisatie van de belastingopbrengsten. Maar de dwang kon en werd op allerlei manieren ontweken. Een man kon in dienst gaan. Later was ook de kerk een manier om van positie te wisselen. En je kon ambtenaar worden. Vermoedelijk was de sociale mobiliteit groter dan ooit. Het veelvoud aan maatregelen bewijst slechts dat de augusti een probleem identificeerden. Ondanks het grote ambtelijke apparaat was het dus maar de vraag of dit probleem werkelijk werd aangepakt.

Ereboog voor de tetrarchen, Sbeitla

Het leger

Over het leger wil ik het later nog eens hebben. Ik wijs er nu alleen op dat het wellicht groter is geweest dan in de Vroege Keizertijd – maar daarover bestaat discussie – en dat Diocletianus grensversterkingen liet aanleggen. Ten tijde van Constantijn de Grote ging men hiermee verder. Het is, zoals Edward Gibbon observeerde, niet altijd mogelijk de maatregelen van de Tetrarchen en Constantijn te scheiden.

De twee rijkshelften en vier prefecturen van het late Romeinse Rijk (uit het handboek)

Het landkaartje in het boek van De Blois en Van der Spek bevat een fortuinlijke fout als het de grens van het Romeinse Rijk ten oosten van de Rijn legt. Dat suggereert dat de Franken deel uitmaakten van het imperium. En eigenlijk is dat correct. De Romeinse legers wierven eeuwenlang soldaten bij de buren en het woord imperium slaat niet altijd op een territoriaal begrensde ruimte. Het is meer een invloedssfeer, waar in de Vroege Keizertijd de Bataven en Friezen bij hoorden, die manschappen leverden aan het Romeinse leger, en waar in de Late Oudheid de Franken bij hoorden.

Tot zover voor vandaag. U zult een vermoeden hebben welk aspect van de Tetrarchie ik zondag zal behandelen.

 [Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]


Meditrina

februari 22, 2018
Dood in Mainz
Dood in Mainz

oktober 18, 2011
Deel dit:

6 gedachtes over “Het late Romeinse Rijk

  1. Ben Van Aarle

    Geboeid door prijsedict van Diocletianus (en waarom het uiteindelijk niet goed lukte kennelijk). Prijsregulering een van mijn intellectuele preoccupaties momenteel, m.n. energiemarkt. Verschillende efficiency/equity arguments dat je dat toch zou moeten doen volgens mij als overheid. Liefst enige flexibiliteit en eenvoud inbouwen. Foto lijkt iets met prijzen in dierenhandel (of voedselprijzen?) van doen te hebben als ik het goed interpreteer. Belastingssysteem en -moraal ongetwijfeld van groot belang voor Romeinse overheidsfunctioneren. Parallelen met huidige wereld ongetwijfeld legio, bv discussie hoe multinationals te belasten.

  2. “Dit was het begin van de middeleeuwse horigheid, zoals de auteurs van Een kennismaking met de oude wereld terecht constateren.”

    Is dat wel zo? Ik heb altijd begrepen dat deze erfelijkheid weer helemaal was verdwenen onder de Germaanse opvolgstaten en pas veel later werd heringevoerd. Dit gebeurde veel kleiner, vanuit een militaire afhankelijkheid van een lokale landheer die daar plichten tegenover ging stellen, niet vanwege een van bovenaf opgelegd edict om de staatsinkomsten te garanderen.

    Dus zonder continuïteit kun je dat niet stellen.

  3. “Het landkaartje in het boek van De Blois en Van der Spek bevat een fortuinlijke fout als het de grens van het Romeinse Rijk ten oosten van de Rijn legt”

    En in Hongarije ten noorden van de Donau. Gewoon enthousiast ingekleurd 😉

    1. O, het is absoluut slordig. Maar het is leuk de Franken eens binnen de Romeinse grenzen te zien. Eigenlijk zou een kaart van het Romeinse Rijk naar buiten toe vager moeten worden, als het ware uitstralen, en dan zou er bijvoorbeeld een gradueel verloop moeten zijn vanaf de Maas over de Rijn tot aan de Elbe. Waarbij dan gebieden “binnen” het Rijk, zoals Isaurië, ook lichter gekleurd zouden zijn.

      Zo wordt meer recht gedaan aan het feit dat het “imperium” een invloedssfeer was en geen territoriaal afgebakende staat.

Reacties zijn gesloten.