Het Akitu-festival

Tablet over Akitu (Louvre, Parijs)

Akitu is de oeroude naam voor het nieuwjaarsfeest in het oude Nabije Oosten. Al in het derde millennium v.Chr. vierden de Sumeriërs het feest van het zaaien van gerst. Dat was aan het begin van de eerste maand van het jaar, dat wil zeggen in maart/april. In de Babylonische kalender  heette die maand Nisannu – uw agenda zou u kunnen vertellen dat morgen (en eigenlijk al vanavond) 1 Nisan is op de joodse kalender. De Babyloniërs spraken ook wel van rêš šattim, “de kop van het jaar”.

In de grote stad Babylon, waarover we de meeste informatie hebben, had de bevolking vrijaf. De festiviteiten vonden plaats op twee locaties: in de tempel van de oppergod Marduk, de Esagila, en in het “Nieuwjaarshuis” benoorden de stad. Behalve Marduk stond ook zijn zoon Nabu, de god van de wijsheid, centraal.

Lees verder “Het Akitu-festival”

De tien invloedrijkste antieke teksten

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een tijdje geleden blogde ik over de wijze waarop oudheidkundigen documenteren  hoe Domitianus’ toepassing van de Fiscus Judaicus op ons nog steeds invloed uitoefent. Hoe er, met andere woorden, vormende werking uitgaat van de antieke samenleving op de hedendaagse. Nog anders gezegd: een enkele keer is de Oudheid relevant voor onze samenleving.

Invloed en inspiratie

Ik kreeg n.a.v. dat blogje de vraag of er meer voorbeelden waren. Ja. Die zijn er. Zie mijn boekje Vergeten erfenis. Daarin toon ik enkele structurerende elementen. Toen ik onlangs een paar dagen quarantaine in acht moest nemen, heb ik bovendien filmpjes gemaakt over antieke teksten die op zich misschien niet invloedrijk zijn, maar wel aspecten van de antieke samenleving documenteren waarvan vormende werking uitgaat. De trouwe lezers kennen die teksten al, want ik heb er eerder over geblogd: deel een, deel twee, deel drie, deel vier.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten”

Vertalingen en vertalingen

Even een heel kort stukje. Antieke bronnen worden al sinds jaar en dag in het Nederlands vertaald. Classici hebben daarbij duidelijke vormen, ontstaan in de gymnasiale praktijk. Hun vertalingen waren bedoeld voor mensen die al veel van de antieke wereld wisten. Daarom legden en leggen vertalers vrij weinig uit.

Degenen die oosterse teksten moeten ontsluiten, moeten veel meer uitleggen over de oude wereld. Dat levert interessante boeken op, zoals we zien in de zevenentwintigste aflevering in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”.

 

Ziggurat

Ur, ziggurat

Het handboek waarover ik elke week een keer blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, bevat een tekening van de ziggurat ofwel tempeltoren waarvan u hierboven een foto ziet. Ziggurats zijn het Mesopotamische equivalent van de Egyptische piramiden: grote kunstmatige vierkante bergen van steen. Ze zijn ook ruwweg even oud: ergens in het vroege derde millennium werd begonnen met de constructie van deze monumenten. Anders dan een piramide, die een vorstengraf is, is een ziggurat een tempel; en terwijl de bouw van de piramiden al na twee eeuwen over zijn hoogtepunt was (letterlijk) en rond 1640 v.Chr. helemaal ophield, gingen de Sumeriërs, Elamieten, Akkadiërs, Babyloniërs, Assyriërs de volken op de Iraanse hoogvlakte door met de bouw van tempeltorens tot in de Seleukidische tijd. De foto hierboven toont een hellenistisch monument.

Het woord ziggurat is afgeleid van ziqqurratu, Akkadisch voor “oprijzend gebouw”. Sommige van deze monumenten rezen inderdaad hoog. De tempeltoren die bekend staat als Etemenanki (“Huis van het fundament van de hemel op aarde”) in Babylon was 92 meter hoog. Nog groter was het heiligdom van de god Anu te Uruk, gebouwd in de derde of tweede eeuw v. Chr. De best bewaarde tempeltoren staat in Choga Zanbil in Elam, het huidige Khuzestan in Iran.

Lees verder “Ziggurat”

Hesiodos’ Theogonie

Een scène uit de Theogonie op het schathuis van de Sifniërs (museum van Delfi)

Een tijdje geleden blogde ik over een boek over Noordse mythologie. Er was iets vreemds aan de hand met dat boek, want de auteur gaf eerst aan dat de verhalen ooit los van elkaar verteld waren geweest, waarna ze het materiaal doodleuk presenteerde als één groot samenhangend narratief, te beginnen met de scheppingsmythologie en dan via wat mythen over goden naar de sagen over de helden van weleer. Ik constateerde dat de schrijfster het IJslandse materiaal had gepast in de mal van de Griekse mythologie. Een prokroustesbed.

Eigenlijk is dat niet helemaal waar. Ook de Grieken vertelden hun verhalen als losse eenheden. De Odyssee toont hoe dat moet zijn gegaan als we horen hoe een bard tijdens een banket een verzoeknummer krijgt te horen: vertel over het Trojaanse Paard! In elk geval bij dat diner werd maar één verhaal voorgedragen. Wat ik eigenlijk had moeten schrijven is dat de Griekse mythologie en sagen, hoe die ook werden doorgegeven, een samenhangend geheel vormden en dat we deze samenhang kennen. De sleutel is één tekst, de onweerstaanbare Theogonie van Hesiodos, waarvan net een prettige Nederlandse vertaling is verschenen van de hand van classicus Ronald Blankenborg.

Lees verder “Hesiodos’ Theogonie”

Continuïteit en relevantie

Eergisteren en gisteren schreef ik over teksten die aspecten illustreren van de oude wereld die hun invloed lange tijd hebben doen voelen. De labels uit graf U-j in Abydos tonen het begin van de schrijfkunst, waarvan ik het belang niet hoef toe te lichten. De wetten uit Ešnunna vertegenwoordigen een alternatief voor gewoonterecht, namelijk codificatie, waarop wij voortbouwen. Enuma Eliš bood een model voor nogal wat latere mythologie, die wij weliswaar achter ons hebben gelaten, maar die eeuwenlang invloedrijk is geweest. De Gatha’s illustreren de vervlechting van religie en ethiek, die voor vele gelovigen nog altijd actueel is. De Ilias documenteert onze norm dat privileges verplichten én onze zin voor het tragische.

Maakt dit alles de bestudering van de Oudheid relevant? Dat is alleen vol te houden, geloof ik, als je aanneemt dat dingen in hun ontstaansfase puur en zuiver zijn en dat je de kern van een verschijnsel het beste begrijpt door de oorsprong te bekijken. Mij lijkt dat baarlijke nonsens. De eerste wetten zijn niet zuiverder dan latere en je begrijpt de aard van wetgeving ook niet beter als je de tabletten uit Ešnunna bekijkt. Hooguit begrijp je beter welke bezorgdheden mensen ertoe brachten informele rechtsvinding te vervangen door een meer geformaliseerde praktijk. Dat is leuk om te weten, maar maakt het niet meteen relevant.

Lees verder “Continuïteit en relevantie”

De tien invloedrijkste antieke teksten (2)

Tyfon op een kruikje (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Alvorens verder te gaan met mijn overzicht van teksten die facetten van de oude wereld illustreren met invloed op latere samenlevingen, wil ik nog even herhalen wat invloed is. Iets is invloedrijk als er vormende werking van uitgaat. Het zorgt ervoor dat we iets doen of vinden tenzij we ons daartegen verzetten. Ik herhaal deze definitie omdat invloed vaak wordt verward met inspiratie. Inspiratie is echter het tegendeel van invloed: we noemen iets inspirerend als we er bewust aansluiting bij zoeken. Het is datgene wat we niet als vanzelf doen.

Ik heb in het eerste deel drie teksten genoemd de labels uit graf U-j bij Abydos vertegenwoordigen het begin van de schrijfkunst, de wetten van Ešnunna tonen dat je rechtsregels kunt vastleggen en de Ilias draagt zowel een esthetische als een ethische norm uit die we nog altijd erkennen.

4 Het begin van de tijd

Nummer vier is de Babylonische tekst die bekendstaat als Enuma Elisj.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten (2)”

Ugaritische mythologie

De god Ilu ofwel El, gezeten op zijn troon, in gesprek met de koning van Ugarit. (Museum van Aleppo)

De Syrische havenstad Ugarit, gelegen tegen de Turkse grens aan, bloeide in de Late Bronstijd en ging ten onder in de chaotische eerste helft van de twaalfde eeuw v.Chr. De crisis wordt doorgaans geassocieerd met migrerende “Zeevolken” maar was veel complexer dan dat. Eric Cline houdt het er in zijn leuke boek 1177 op dat het Bronstijdsysteem instortte doordat er teveel interne samenhang was ontstaan, waardoor problemen die op één punt ontstonden, elders ook voelbaar werden, en vele kleine crises elkaar konden versterken tot een wereldcatastrofe.

De archeologen die Ugarit opgroeven, troffen daar duizenden kleitabletten aan, die de polytheïstische godsdienst bleken te documenteren van de toenmalige Levant of, zoals het destijds heette, Kinahhu. Dat is het bijbelse Kanaän. De Ugaritische godenwereld bleek die te zijn waarin het joodse monotheïsme was ontstaan. Anders gezegd, door de vondsten in Ugarit begrijpen we meer van de rivalen van het jodendom, zoals de culten voor Baäl en Asjera.

Lees verder “Ugaritische mythologie”

Enuma elisj

Soms ontdek je een boek dat je al jaren had moeten kennen maar om een of andere reden niet bent tegengekomen. De Nederlandse vertaling van het Babylonische Scheppingsverhaal Enuma elisj is zo’n boek: terwijl ik het gedicht ken en tegelijk met vertaalster Selma Schepel gestudeerd moet hebben, kende ik dit in 2002 verschenen boek niet tot ik het aantrof in een antiquariaat.

Het verdiende beter dan de ramsj, want dit is een fijn boek. Deels doordat de antieke tekst interessant en belangrijk is, deels doordat Schepel verstandige redactionele keuzes heeft gemaakt. De enige keuze die, met de kennis van nu, verkeerd uitpakt, is dat ze de slisklank die bekendstaat als sjin, weergeeft als /sj/, zoals in de titel. Daarmee is een woord online, waar de internationale transcriptiesystemen overheersen, niet makkelijk terug te vinden, maar ik weet niet of dat in 2002 al voldoende duidelijk was. Maar verder is Schepels boek echt de moeite waard.

Lees verder “Enuma elisj”