Het Akitu-festival

Tablet over Akitu (Louvre, Parijs)

Akitu is de oeroude naam voor het nieuwjaarsfeest in het oude Nabije Oosten. Al in het derde millennium v.Chr. vierden de Sumeriërs het feest van het zaaien van gerst. Dat was aan het begin van de eerste maand van het jaar, dat wil zeggen in maart/april. In de Babylonische kalender  heette die maand Nisannu – uw agenda zou u kunnen vertellen dat morgen (en eigenlijk al vanavond) 1 Nisan is op de joodse kalender. De Babyloniërs spraken ook wel van rêš šattim, “de kop van het jaar”.

In de grote stad Babylon, waarover we de meeste informatie hebben, had de bevolking vrijaf. De festiviteiten vonden plaats op twee locaties: in de tempel van de oppergod Marduk, de Esagila, en in het “Nieuwjaarshuis” benoorden de stad. Behalve Marduk stond ook zijn zoon Nabu, de god van de wijsheid, centraal.

Lees verder “Het Akitu-festival”

Beschermde grafrovers

Het graf met de wolfskop (© foto B.S.Szmoniewski)

In 2022 ontdekte archeologe Valentina Voinea in het dorp Cheia in de Roemeense regio Dobruja (tussen de Donau en de Zwarte Zee) een Romeinse grafheuvel. Gedateerd rond 150 na Chr. en met een doorsnee van wel vijfenzeventig meter, bestond de inhoud uit twee graven. De overledenen waren waarschijnlijk Romeinen die tijdens de Romeinse kolonisatie van deze regio naar dit gebied waren gekomen.

Het eerste graf

Beide graven zijn interessant. Het ene bestond uit een houten kist met daarin het lichaam van de overledene en grafgiften. Het lichaam was, zoals in de regio gebruikelijk, ter plaatse verbrand, zoals blijkt uit de sterke verbranding van de muren en de bodem van de put. Vervolgens werd de put bedekt met houten planken en gedempt.

Lees verder “Beschermde grafrovers”

Trobrianders en de Obeliskentempel van Byblos

De Obeliskentempel in Byblos

De Obeliskentempel is vermoedelijk het bekendste heiligdom van Byblos. Het is, zoals ik al eerder vertelde, de herbouw van de L-vormige tempel, en de herkomst van de naam hoef ik niet uit te leggen. De Obeliskentempel is in de hellenistische of Romeinse tijd herbouwd; in het latere heiligdom zijn sommige van de oeroude obelisken hergebruikt.

Even drie losse opmerkingen, voordat ik het filmpje op u loslaat. Primo, zijn deze kleine obelisken slechte imitaties van Egyptische voorbeelden? Nee. Om te beginnen zijn die supergrote Egyptische obelisken, die nu vaak staan op pleinen in Europa, veelal jonger dan de stenen uit Byblos. Maar het is ook verkeerd om te zeggen dat iets een imitatie is. De mensen in de Levant waren niet dom. Ze namen elementen uit andere culturen over om te laten functioneren binnen hun eigen cultuur. Vergelijk het met cappuccino: geen Italiaan zal op het idee komen die na de ochtend nog te drinken, maar dat wij dat wel doen, wil nog niet zeggen dat wij een slechte imitatie presenteren.

Lees verder “Trobrianders en de Obeliskentempel van Byblos”

De Kastalische Bron

De Kastalische Bron

De Kastalische bron in Delfi bevindt zich niet in het eigenlijke heiligdom van Apollo zelf, maar een eindje vóór de hoofdingang tot het tempelcomplex. Volgens Euripides’ toneelstuk Ion gingen de bezoekers van het orakel eerst naar deze bron om zich ritueel te reinigen. Het wassen van het haar was daarbij voldoende. Alleen moordenaars moesten zich van top tot teen wassen.

Het bronwater diende ook om de tempel van Apollo te besprenkelen. Het kwam van de twee rotsen die bekend stonden als de Faidriades en stortte zich als een beekje naar beneden, om zich onder Delfi te voegen bij de rivier de Pleistos. Volgens de Griekse schrijver Pausanias was het water heerlijk van smaak.

Lees verder “De Kastalische Bron”

Taurobolium

Laatantiek stierenoffer (Forum Romanum)

In zijn Peristephanon beschrijft de Romeinse dichter Prudentius (348-413) een merkwaardig offer dat bekendstaat als taurobolium. Onze auteur vertelt dat bij dit ritueel de hogepriester, in een gewaad van purper, afdaalde in een kuil die was afgedekt met een rooster. Andere priesters doodden daarboven met een heilige speer een stier, waarna een ware regen van bloed neerdaalde op de hogepriester. Die klom vervolgens weer naar boven terwijl omstanders hem, goor als hij was, op toejuichingen onthaalden.

Prudentius rondt deze beschrijving af met de opmerking dat als zo honderd stieren werden geofferd, een zogeheten “hecatombe”, de ingewandenschouwers bijna letterlijk zwommen in het bloed. Dat wil ik best geloven, want runderen hebben inderdaad nogal wat bloed in het lichaam. Niet voor niets zeggen we dat iemand bloedt als een rund.

Lees verder “Taurobolium”

Somno iussus

Een inscriptie uit het heiligdom van Andesina (Archeologisch Museum, Grand)

Ik blogde gisteren over een archeologe die nogal makkelijk naar een conclusie toe aan het redeneren was. Ze voegde bijvoorbeeld een letter toe aan een inscriptie en liet andere mogelijke toevoegingen onvermeld. Vandaag hebben we een soortgelijk voorbeeld: de bovenstaande inscriptie uit de derde eeuw, gevonden in Grand.

De woorden middenin zijn goed te lezen: somno iussus. Iemand heeft iets gedaan na een bevel in een droom. Het woord erboven kan alleen [tri]bunus zijn, een officier. Daarboven zijn de onderkanten van enkele letters te lezen, die ons in staat stellen de naam van de tribuun te reconstrueren, Consinius. Met toevoeging van drie letters die we niet goed kunnen duiden komen we dus op

…nno Consinius
tribunus
somno iussus

Lees verder “Somno iussus”

Een macaber ritueel uit Urartu

Herbegravingsurn uit Urartu (Erebuni-museum, Yerevan)

Zo tussen 860 en 600/525 v.Chr. behoorden het oostelijk deel van Turkije, het noordwesten van Iran en het huidige Armenië tot een koninkrijk dat bekendstaat als Urartu. In de Bijbel wordt het enkele keren aangeduid als Ararat. Dat niet duidelijk is hoe en wanneer dit rijk ten onder is gegaan, komt doordat de eigen inscripties nogal stereotiep zijn terwijl de voornaamste buitenlandse vijand, Assyrië, in 612 van het podium verdween en niets meer had te melden over zijn noorderbuur.

Rond 520 v.Chr. maakte het gebied deel uit van het Perzische Rijk, en we weten niet hoe dat zo is gekomen. Teksten zijn er dus nauwelijks en het bodemarchief is onoverzichtelijk. In een opgraving als Çavustepe (even ten oosten van Van in Turkije) is bijvoorbeeld een dubbele verwoestingslaag aangetroffen, waarvan de oudste wordt gedateerd in de late zevende eeuw v.Chr. en de vijand (aan de hand van Skythische pijlpunten) wordt geïdentificeerd met de Skythen. Daarna is er nog een tweede laag die we niet kunnen plaatsen. Elders is het beeld anders en het totaalbeeld is ronduit onduidelijk. Als moderne boeken de Skythen verantwoordelijk stellen voor het einde van Urartu, is dat geen vereenvoudiging maar een claim iets te weten wat niet te weten valt.

Lees verder “Een macaber ritueel uit Urartu”

De eerste hoofdwet van de archeologie

qumran_bath1_1
Een voorbeeld van de Eerste Hoofdwet van de Archeologie: deze structuur in Qumran werd geïdentificeerd als een ritueel bad, maar bleek een bassin te zijn waarin pottenbakkersklei werd gezuiverd.

Een tijdje geleden plaatste ik foto’s online van het prachtige gebouw, opgegraven in de Iraanse stad Bishapur, dat bekendstaat als de “tempel van Anahita”. Dat was een watergodin die we kennen uit verschillende oud-Iraanse teksten en u moet voor plaatjes maar even op deze link klikken. Het monument bestaat uit een vierkante vijver, omgeven door een soort trottoir, waar een gang omheen loopt. Je kunt er alleen komen door eerst een trap af te gaan, want het ligt een paar meter onder de grond. Misschien omdat het anders niet mogelijk was water uit de rivier hierheen te leiden.

In feite hebben we geen idee of het werkelijk een tempel was en weten we ook al niet of het heiligdom – áls het dus een heiligdom was – was gewijd aan Anahita. Uit heel Iran is namelijk niet een tempel voor deze godheid bekend. Een ander bouwwerk dat “tempel van Anahita” wordt genoemd, een enorm terras bij Kangavar, is alleen maar zo genoemd omdat het is opgegraven in de buurt van een paar bronnen en omdat een tekst een tempel van Artemis vermeldt in deze omgeving. Het monumentale bouwwerk in Bishapur lijkt er bepaald niet op. Anahita lijkt ook niet op Artemis, trouwens.

Lees verder “De eerste hoofdwet van de archeologie”

Damnatio memoriae

Moedwillig kapot geslagen beeld van Aquilia Severa (Nationaal Museum, Athene)

Een van de wonderlijke gewoontes uit de oude wereld is de verwijdering uit de openbare ruimte van namen en standbeelden van mensen die in ongenade waren gevallen. Soms met paradoxale gevolgen: we weten bijvoorbeeld veel over de Egyptische koning Echnaton omdat zijn opvolgers zijn monumenten lieten slopen en de stenen opnieuw gebruikten, waarbij de oorspronkelijke hiërogliefenteksten niet meer zichtbaar waren. Ze waren eeuwenlang beschermd tegen de wind, zodat we ze uitstekend kunnen lezen. Ik zat eerder deze week te kijken naar een piekfijn bewaard portret van de Romeinse prinses Julia, die in ongenade was gevallen. Iemand heeft haar hoofd van een standbeeld gehakt en begraven – en ervoor gezorgd dat een vrouw die vergeten moest worden, na vele eeuwen juist heel herkenbaar is.

Waarom de oude volken dit deden? Wellicht speelt een rol dat bij veel halfgeletterde volken – en de overgrote meerderheid van de mensheid in de Oudheid was analfabeet – aan teksten een bepaalde magische betekenis wordt toegekend. Vernietig iemands portret of kras zijn naam weg, en je maakt hem machteloos. Los daarvan moet het een manier zijn om je af te reageren:

Lees verder “Damnatio memoriae”

Substituutkoning

Assyrische ekst met het ritueel van de substituut-koning (British Museum)
Assyrische tekst met het ritueel van de substituutkoning (British Museum)

Een van de ergste voortekens die men in de Oudheid kende, was een maansverduistering. Toen de Atheners Syracuse belegerden, dorsten ze een evacuatie die hen in veiligheid had kunnen brengen, niet aan, zodat het hele leger uiteindelijk in krijgsgevangenschap raakte. Dat men maansverduisteringen zo serieus nam, zal te maken hebben gehad met het feit dat iedereen ze kan waarnemen: zieners kunnen niet net doen alsof er niets aan de hand is. Zeker omdat het enige tijd duurt voor de aardschaduw over de maan is getrokken. De kans dat niemand het zag was nul.

In het oude Mesopotamië wisten de mensen zeker dat een maansverduistering duidde op de dood van een koning, en wel binnen honderd dagen. Het aardige is dat dit altijd klopt. Probeer het maar eens: binnen honderd dagen na een maansverduistering is er altijd wel ergens een vorst die overlijdt of een president die wordt vervangen. Er zijn namelijk nogal veel staatshoofden en er is nogal wat natuurlijk verloop, maar als je niet de benodigde kennis van de kansleer hebt, krijg je al snel het idee dat het voorteken echt blijkt te kloppen.

Lees verder “Substituutkoning”