De slag bij Kadesh (4)

Hittitisch-Egyptisch verdraag (Archeologisch museum van Istanbul)

[Laatste van vier blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië, maar er is nog een PS. Het eerste was hier.]

De strijd bij Kadesh was begonnen toen Hittitische strijdwagens de Orontes waren overgestoken, de Egyptische Ra-divisie in de flank hadden aangevallen en waren afgebogen naar het kamp van de Egyptische Amon-divisie, waar farao Ramses II zich bevond.

De strijd om het kamp

Zoals ik in het vorige blogje aangaf, kan het aantal Hittitische strijdwagens dat door de Ra-divisie heen brak, nooit groot zijn geweest, en toen die wagens aankwamen bij het Egyptische kamp, kon Ramses snel instructies geven voor een tegenaanval. In zijn eigen verslag beweert de Egyptische koning weliswaar dat er geen officier, geen wagenmenner, geen soldaat, geen schilddrager meer bij hem was, maar dat is onzin. Tegenover hooguit enkele honderden zware strijdwagens zette hij evenveel snellere strijdwagens en duizenden infanteristen. De Hittieten werden bedolven onder een regen van pijlen en hadden geen schijn van kans.

Lees verder “De slag bij Kadesh (4)”

De slag bij Kadesh (3)

Kadesh

[Derde van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

Farao Ramses II wilde de Egyptische invloed op de Syrische vazalkoningen vergroten, en had in Amurru al enig succes gehad. De Hittitische koning Muwatalli II had alle reden om verdere Egyptische expansie te beletten en trok daarom zuidwaarts. Behalve het leger dat hij had meegenomen uit zijn hoofdstad Hattusa, waren er contingenten uit Anatolische en Syrische steden en streken. Eén daarvan wordt in een Egyptische tekst aangeduid als Drdny, een groep die we ook kennen als een van de Zeevolken. Deze naam wordt wel gevocaliseerd als Dardanoi, wat in de Ilias de koninklijke familie is van Troje. Nee, ik beweer niet dat er bewijs is dat een Priamos, een Hektor of een Alexandros aanwezig is geweest in Kadesh, maar wel dat denkbaar is dat we hier twee echo’s horen van dezelfde naam uit dertiende-eeuws Noordwest-Anatolië.

Muwatalli’s krijgsplan

Hoe dat ook zij, Muwatalli bezette Kadesh, waar hij een Egyptische aanval verwachtte. Misschien verwachtte hij die vanuit Amurru in het westen, langs de Nahr al-Kabir, waar inderdaad de Egyptische Ne’arin waren geland. Misschien was Muwatalli’s krijgsplan dat hij wachtte tot het vijandelijke leger was samengetrokken, zodat in één groot, beslissend gevecht kon worden afgerekend met de vijand. Die zou dan weten dat de Hittitische legers oppermachtig waren. Hij bezette alvast de oostelijke oever van de Orontes, zodat de Egyptische troepen zich konden opstellen op de westelijke oever.

Lees verder “De slag bij Kadesh (3)”

De slag bij Kadesh (2)

Ramses II met de blauwe khepresh-oorlogskroon (Staatliche Sammlung für Ägyptische Kunst, München)

[Tweede van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

De Egyptisch-Hittitische Oorlog om Syrië kwam niet uit de lucht vallen. Ooit, in de vijftiende eeuw v.Chr., had Toetmoses III, de Egyptische legers tot aan de Eufraat gebracht en hij claimde te regeren over de hele Levant. Er zijn online nog volop landkaarten te vinden die Egypte en de regio tot aan de Eufraat een en dezelfde kleur geven, alsof het hele gebied behoorde bij één staat onder één vorst. Feitelijk ging het om een verzameling kleine en grote vazalstaatjes, die zo loyaal waren aan de farao als deze interesse toonde. Egyptologen hebben wel gemeend dat de Egyptische invloed afbrokkelde ten tijde van farao Echnaton, die meer bezig zou zijn geweest met religie dan met de buitengewesten, maar dit beeld is gebaseerd op het uit diens regeringstijd overgeleverde staatsarchief (de Amarna-brieven). Uit de tijd van zijn voorgangers hebben we zoveel documentatie niet, en vermoedelijk was hun greep op de regio even los.

Amurru

Een van de vazalstaatjes was Amurru, dat u moet zoeken in het noordwesten van Libanon, langs de Nahr al-Kabir. Deze stroom, die weliswaar “grote rivier” heet maar feitelijk nogal klein is, is belangrijk omdat hier een zeer goed begaanbare weg ligt van de zee naar het binnenland; deze doorgang tussen de bergen staat bekend als de “Homs Gap” en het strategisch belang werd nog eeuwenlang erkend. Zo bouwden de Kruisvaarders de Krak des Chevaliers om deze weg te bewaken. Aan het einde van deze corridor ligt de vruchtbare Orontesvlakte, met daarin de stad Kadesh.

Lees verder “De slag bij Kadesh (2)”

De slag bij Kadesh (1)

Hittitische oorlogsgoden, Yazilikaya

Een van de tradities op de Mainzer Beobachter is het vervolgverhaal rond kerst. Vorig jaar ging het over Cornelis de Bruijn en het jaar ervoor blogde Kees Alders over de Romeinse Stoa. In 2017 ging het over joodse retorica. Nogal vaak bestond het vervolgverhaal uit krijgsgeschiedenis, omdat dat genre zich goed leent voor een doorlopend verhaal: in 2022 blogde ik over de Makkabeeën, het jaar ervoor over Xenofons tocht naar Kounaxa, in 2018 behandelde ik de Tweede Punische Oorlog, in 2016 schreef ik over de speurtocht naar de Trojaanse Oorlog en in 2014 begon deze traditie met een overzicht van het Ardennenoffensief. (Dit vind ik nog altijd een van de betere delen van deze blog.) In 2015, 2019 en 2020 was er geen vervolgverhaal, en dit jaar behandel ik de slag bij Kadesh. Opnieuw krijgsgeschiedenis, opnieuw een onderwerp dat weinig heeft te maken met vrede op aarde. Maar soit.

De simpelste samenvatting: in de slag bij Kadesh, die plaatsvond in de eerste helft van de dertiende eeuw v.Chr., stond de Egyptische koning Ramses II tegenover de Hittitische koning Muwatalli II. De inzet van het gevecht was de heerschappij in de vallei van de rivier de Orontes. Wie de slag won, is niet helemaal duidelijk, en is eigenlijk ook niet zo belangrijk, want het feitelijke resultaat was dat de twee partijen leerden dat ze beter geen open veldslagen konden aangaan. Vijftien jaar later tekenden ze een vredesverdrag.

Lees verder “De slag bij Kadesh (1)”

De Bekaavallei

De Bekaavallei

Zo nu en dan haalt de Bekaavallei (wat je in het Libanees overigens uitspreekt als Be’aa) het Nederlandse of Belgische nieuws. En dat is meestal geen goed nieuws. Het betekent doorgaans dat Israëlische straaljagers stellingen hebben gebombardeerd van de Hezbollah, een door Iran bewapende en gesteunde sji’itische militie, die zich ten doel heeft gesteld een einde te maken aan de zionistische entiteit in Palestina. De Bekaavallei was al in de eerste jaren van de Libanese Burgeroorlogen het doelwit van zulke acties.

Van noord naar zuid

Zo is het ook vroeger geweest en zo zal het ook nog wel even zijn, want de Bekaavallei is van enig strategisch belang. Het is namelijk een belangrijke noord-zuid-verbinding. Ook heden ten dage is, zelfs wanneer er geen grenzen zouden zijn, de kustweg van Turkije naar Egypte moeilijk begaanbaar. De Libanonbergen reiken namelijk in het westen tot aan de zee. Daarom is, voor wie uit Turkije naar het zuiden reist, de weg door het binnenland, aan de oostelijke zijde van het gebergte, het eenvoudigste. Je reist dan als het ware door een sleuf, van de zee gescheiden door de Libanon, en van de Syrische woestijn gescheiden door de Antilibanon. Anders geformuleerd: de weg van Antiochië (het huidige Antakya) naar het zuiden loopt door een slenk. Feitelijk is de Bekaa het noordelijkste deel van de verzameling slenken die zich uitstrekt tot in Mozambique.

Lees verder “De Bekaavallei”

Kinalua

Koning Suppiluliuma van Kinalua (Archeologisch museum, Antakya)

De grens tussen Syrië en Turkije loopt als een min of meer rechte lijn van oost naar west, maar vlak voor de Middellandse Zee buigt ’ie ineens naar het zuiden en weer naar het westen. Alsof er ineens iets is weggezakt. Dat iets is vooral de stad Antiochië, gesticht rond 307 v.Chr., Er zijn in dit wegzaksel echter ook oudere nederzettingen. Een daarvan is Tell Tayinat, vanuit Antiochië bezien  iets stroomopwaarts aan de Orontes. Het stadje, dat ooit Kinalua heette, was al bewoond in de Vroege Bronstijd en zal wel hebben geprofiteerd van de handel tussen de kust en de verder naar het binnenland gelegen steden als Karchemiš, Aleppo en Mari.

Zoals op deze blog wel vaker verteld, raakte het Bronstijdsysteem na 1200 v.Chr. in de problemen (de “Zeevolken”). Het rijk van de Hittieten, waartoe Kinalua had behoord, ging ten onder. Een nabijgelegen havenstad als Ugarit werd verwoest en verlaten. Kinalua, dat veilig ver van de kust lag, profiteerde ervan en werd nu een belangrijke stad, waar koningen resideerden die regeerden over een vrij grote regio. Aleppo behoorde zeker tot dit IJzertijdkoninkrijk, mogelijk ook Hama, dat 200 kilometer zuidelijker lag.

Lees verder “Kinalua”

Pons van Tripoli

De zuidgrens van het graafschap Tripoli. Dromedarissen waden door de monding van de Nahr al-Kalb; de kaap erachter is nauwelijks te passeren (schets van Joseph Bonomi, 1834).

Ik vertelde al over de kruisvaarder Raymond van Saint-Gilles, die in het noorden van Libanon een graafschap voor zichzelf was begonnen. Toen hij in 1105 sneuvelde, ontbrak alleen de hoofdstad Tripoli nog, maar zijn zoon Bertrand wist die in te nemen. Daarvoor had hij zich weliswaar moeten verplichten tot leenhulde aan koning Boudewijn I van Jeruzalem, maar keizer Alexios I Komnenos in Constantinopel en emir Toghtekin van Damascus erkenden hem als zelfstandig. Tot zover was ik gistermorgen gekomen.

De jeugd van Pons van Tripoli

Graaf Bertrand bezweek op 3 februari 1112 aan een ziekte, waarna enkele voorname officieren het regentschap aanvaardden voor zijn minderjarige zoon Pons van Tripoli. Dus niet zijn moeder, zoals we zouden hebben verwacht. Het is jammer dat we niet veel meer weten over de regenten, want ze namen het cruciale besluit Pons op te laten nemen onder de ridders van prins Tancred van Hauteville in Antiochië. Dat komt als verrassing na het conflict in 1109, waarin Pons’ vader tegenover de Antiochenen had gestaan en zich had geplaatst onder bescherming van koning Boudewijn van Jeruzalem.

Lees verder “Pons van Tripoli”

Het ontstaan van het graafschap Tripoli

Qalat Sanjil: het kasteel van Tripoli.

Ik blogde een tijdje geleden over Raymond van Saint-Gilles, de Provençaalse kruisvaarder die in 1105 om het leven kwam terwijl hij Tripoli belegerde. De stad, zo vertelde ik toen, was onneembaar omdat Raymond geen vloot bezat, waardoor de Fatimiden uit Egypte de stad konden blijven bevoorraden. Op een enorme rots ten oosten van de stad had Raymond een kasteel gebouwd.

Hij had twee zonen, waarvan de een in het Nabije Oosten was maar nog een kleuter, terwijl de ander volwassen was maar in de Languedoc. Raymonds opvolger werd dus zijn achterneef Willem Jordan van Cerdagne, die zowel meerderjarig was als in het Midden-Oosten en er geen bezwaar tegen had op te treden als leider van het christelijke leger. Terwijl het beleg van Tripoli voortsleepte, deed hij invallen tot vér in de vallei van de rivier de Orontes en in april 1109 veroverde Willem Jordan Arqa in het noorden van het huidige Libanon. Tien jaar eerder hadden de Kruisridders de stad nog vergeefs belegerd. Eerder had hij ook Tartus in handen gekregen, nog verder naar het noorden, in het huidige Syrië.

Lees verder “Het ontstaan van het graafschap Tripoli”

Hellenistisch Armenië

Artashat/Artaxata (op de heuvels), hoofdstad van Armenië. De berg achteraan is de Masis, de zogenaamde Ararat

[Tweede van vier blogjes over de geschiedenis van Armenië in de Oudheid. Het eerste deel is hier.]

In 336 v.Chr. voerde de toenmalige Perzische gouverneur van Armenië, Artašata, een succesvolle staatsgreep uit. Eenmaal koning van Perzië nam hij de naam Darius aan, “de hersteller van het goede”, en erfde hij een oorlog tegen de Macedoniërs. Hun koning, Alexander de Grote, versloeg Darius en onderwierp het volledige Perzische rijk, maar Armenië lijkt in deze tijd onafhankelijk te zijn geworden.

De eerste Yervandiden

Van tijd tot tijd duiken de namen van Armeense leiders op in onze bronnen. Anders gezegd: de schijnwerper flitst een aantal keren achter elkaar aan. Zo vernemen we van een tweede Yervand. Deze zal nog door de laatste Perzische koning zijn aangesteld als gouverneur, kan een door Alexander gezonden generaal hebben weten af te weren en speelde na de dood van Alexander (323 v.Chr.) een rol in de burgeroorlogen tussen de Macedonische generaals.

Lees verder “Hellenistisch Armenië”

Epische strijd in de Bekaavallei

Humbaba (British Museum, Londen)

Van alle wezens uit het Griekse bestiarium is Medousa een van de bekendste. Ze was een zogenaamde gorgoon, een vrouw met slagtanden, slangenhaar en een blik die letterlijk kon doden. Het staat vast dat het monster is geïnspireerd door de iconografie van Humbaba, een even monsterlijk wezen dat wordt genoemd in het Epos van Gilgameš, het nationale gedicht van de Babyloniërs.

Over die Humbaba valt meer te vertellen. Hij bewaakte in het Libanongebergte de ceders der goden, maar had de pech dat Gilgameš en zijn vriend Enkidu hout nodig hadden. Een epische strijd volgde, waarin Gilgameš vrij onverwacht de steun kreeg van de zonnegod Šamaš, die door het sturen van allerlei stormwinden Humbaba zó verlamde dat deze een makkelijk doelwit vormde voor de wapens van Gilgameš.

Lees verder “Epische strijd in de Bekaavallei”