Akousilaos en Ferekydes

Kleio, muze van de geschiedschrijving (Landesmuseum, Trier)

Omdat het oude Sparta werd geregeerd door twee koningen, waren er ook twee koninklijke families, waarvan iedereen wist dat ze teruggingen op de halfgod Herakles. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vermeldt hun stambomen als hij de twee Spartaanse koningen introduceert die streden tegen de Perzen, Leonidas en Leotychidas.noot Herodotos, Historiën 7.204 en 8.131.

Het grappige is dat beide lijsten achttien generaties lang zijn. Dat is iets te mooi om waar te zijn. Weliswaar moet de afstand tussen twee historische koningen en hun gedeelde voorouder, legendarisch of niet, in jaren gelijk zijn, laten we zeggen 18×30=540 jaar, maar menselijkerwijs loopt het aantal generaties na zoveel tijd niet meer synchroon. Dit is een verdraaid sterke aanwijzing dat er iets niet klopt. Een andere aanwijzing is dat volgens Herodotos de Trojaanse Oorlog acht eeuwen voor zijn tijd had plaatsgevondennoot Herodotos, Historiën 2.53.  en dat Herakles dáár voor had geleefd, wat betekent dat die achttien generaties zo’n halve eeuw lang moesten zijn geweest.

Lees verder “Akousilaos en Ferekydes” →

Literaire quiz (14)

Viermaal Napoleon

Ooit wilde ik dat deze blog een algemeen karakter zou hebben, maar het is steeds meer een Oudheidblog geworden. Dat laat onverlet dat ik zo nu en dan schrijf over andere belangwekkende zaken, zoals de cultuurmoord die Marc Chagall heet, het Ardennenoffensief of Amsterdamse verkeerspaden. Vandaag voel ik me dus vrij een oude reeks te hernemen: de literaire quiz.

Ik toonde dan een foto en liet u raden naar welk beroemd literair werk ik verwees. Een beetje pedant was dat wel. Alsof ik zo verschrikkelijk belezen was. Maar goed, u zult bij een tv-quiz ook wel niet denken dat de quizmaster al die dingen zelf weet, dus vooruit: vanavond stel ik een nieuwe vraag. Hierboven staan vier beeldjes en ik kan u – dit is een belangrijke aanwijzing – verklappen dat er nog twee stonden in de etalage van een winkel in de Brusselse binnenstad.

Lees verder “Literaire quiz (14)” →

Poëzie: het onontdekte land

Orfeus (Museum van Antiochië)

Het onontdekte land

We zijn maar met zijn drieën
Een barre tocht van het Thracische zand
Over de Donau naar het verre Westen
Over de Dnjepr en de Oostzee
Naar het onontdekte land

Donderende kolken
Van licht verstoken tij
Niemand kan zeggen wat ongezegd moet blijven
Of ontdekken wat onontdekt moet blijven
Zittend in een zonnetje op een bankje aan het IJ

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Het Victorielied (3): Pieter ’t Hoen, Burger van Frankryk

Pieter ’t Hoen

[Het laatste van Saskia Sluiters drie blogjes over de Patriottentijd. Het eerste was hier.]

Toets de naam ’t Hoen in op de website Wiewaswie en je vindt er honderden. Purmerend, Alblasserwaard, Rotterdam, Haarlem, Delft, Amsterdam: ’t Hoen, ’t Hoen en nog eens ‘t Hoen. Toch is er eigenlijk maar een die voor de “Burger van Frankrijk” in aanmerking komt, en dat is de Utrechtse patriot Pieter ’t Hoen. Ook hier ben ik weer schatplichtig aan iemand die diep in een aspect van ’t Hoens veelkleurige leven is gedoken: P.J.H.M. Theeuwen Pieter ’t Hoen en de post van den Neder-Rhijn (1781-1787). Een bijdrage tot kennis van de Nederlandse geschiedenis in het laatste kwart van de achttiende eeuw (Uitgeverij Verloren).

Pieter ’t Hoen

Pieter ’t Hoen werd op 18 oktober 1744 in de in Catharinakerk in Utrecht Nederduits Gereformeerd gedoopt. Zijn vader Reinier handelde in kruidenierswaren en kaas. Pieters moeder heette Johanna Hendrika Masman. Het gezin was niet onbemiddeld en Pieter kreeg een prima opleiding aan de Latijnse Hiëronymusschool. Het was de bedoeling geweest dat hij dominee zou worden.

Lees verder “Het Victorielied (3): Pieter ’t Hoen, Burger van Frankryk” →

Het Victorielied (2): Willem V

Willem V

[Tweede van Saskia Sluiters drie blogjes over de Patriottentijd. Het eerste was hier.]

“eenen gedugten en vooral actieven vijand”

De achttiende eeuw werd geplaagd door een groot aantal oorlogen. De ene was nog niet uitgewoed of de volgende stond alweer op uitbreken, en uiteraard kreeg de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden daar ook een deel van mee. De schatkist had er dermate onder te lijden dat er in geen tijden meer was geïnvesteerd in het leger en de oorlogsvloot. Integendeel: er was alleen maar op bezuinigd. Vandaar dat de Republiek nauwelijks een vuist kon maken toen ze in 1780 voor de vierde keer in oorlog met Engeland geraakte.

Voorheen was Frankrijk de gevaarlijkste vijand geweest. Langzamerhand was de dreiging echter naar Engeland verschoven. Dit bracht stadhouder Willem V (1748-1806) in een lastig parket, want de dynastieke banden van het Oranjehuis met Engeland waren innig. Willem II, III en IV hadden ieder een telg uit het Engelse koningshuis als bruid gehad. De moeder van stadhouder Willem V was de Engelse prinses Anna van Hannover. Hijzelf was getrouwd met prinses Frederica Sophia Wilhelmina, ofwel Wilhelmina van Pruisen (1751-1822). Ze was de dochter van August Willem van Pruisen, uit het huis Hohenzollern, en Louise Amalia van Brunswijk-Wolffenbüttel. De Frederik Willem van Pruissen op de titelblad van het Victorie-lied was haar broer. Ferdinand van Brunswijk was een volle neef van Wilhelmina. Net als Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolffenbüttel, de voogd en opvoeder van Willem V, die nog tot in 1784 als een soort schaduw-stadhouder fungeerde. Willem V volgde de adviezen van ‘Dikke Ernst’ meestal blind op.

Lees verder “Het Victorielied (2): Willem V” →

Het Victorielied van 1792

Het Victorielied

“Neem maar mee”, zei de vriend, terwijl hij me een mapje overhandigde. Er zat van alles in: deel twee van een vaderlandse geschiedenis voor het lager onderwijs van D. Prop, een lijst met koosjere producten uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, een socialistische studie over de arbeidsverhoudingen tijdens het graven van het Noordzeekanaal uit 1976, een EHBO-boekje… Van alles en nog wat. Er zat ook een pamfletachtig geschriftje uit MDCCXCII bij. 1792. Dat had natuurlijk onmiddellijk een belletje moeten doen rinkelen. Maar zoals dat gaat: er waren ander zaken aan de orde en in de drukte van alledag kwam het mapje op een stapel te liggen. Daar kwam ik het onlangs weer tegen.

Het Victorie-lied voor Frederik Willem Koning van Pruissen en Ferdinand Hertog van Brunswijk door ’t Hoen, Burger van Frankrijk, is een doorlopend, sarcastisch hekeldicht van vierentwintig pagina’s – twaalf bladen dus – gevat in een pamflet van 13 x 20 x 0,2 cm en gedrukt op stevig lompenpapier. ’t Hoen gaat er met gestrekt been in:

Lees verder “Het Victorielied van 1792” →

Jehan de Mandeville

Jehan de Mandeville

Weinig lectuur zo leuk als een goed reisverhaal. Dat vonden de mensen in de Oudheid al – men leze de Odyssee van Homeros. De betrouwbaarheid was echter anders dan we zouden verwachten. De grens tussen een in principe betrouwbaar reisverslag en een mogelijk totaal verzonnen reisverhaal was vloeiend. Dat maakt voor ons zo’n verhaal natuurlijk alleen maar interessanter.

Middeleeuwse reisverhalen

Eén van de bekendste middeleeuwse reisverhalen is de Navigatio sancti Brendani abbatis, het negende- of tiende-eeuwse verhaal over een Ierse abt die een reis maakte over de Atlantische Oceaan. (Er is een vertaling van de Latijnse tekst door Vincent Hunink, maar er is ook een middelnederlandse bewerking van de Reis van Sente-Brandane.) Hoewel het niet onmogelijk is dat een Brandaan ooit zo’n reis heeft gemaakt, is het overgeleverde verslag weinig realistisch. Zo vindt Brandaan een pratend reuzenhoofd op het strand, verjaagt een hert in de wolken een draak en meert hij aan op een eiland dat een vis blijkt te zijn.

Lees verder “Jehan de Mandeville” →