Turkse TV (4) Ertuğrul

Ertuğrul

Resurrection: Ertuğrul is geproduceerd door Bozdağ Film van Mehmet Bozdağ, een grote naam op het gebied van historische films en TV in Turkije. De serie gaat over Ertuğrul, ook wel Ertoğrul (met de titel Ertuğrul Ghazi), de vader van Osman I Ghazi, de stichter van het Ottomaanse Rijk.

In 1227 erfde hij het gezag over de Kayı-stam van de Oğuzen na de dood van zijn vader, Süleyman Şah. Süleyman Şah (sjah of shah) viel tijdens een vlucht voor een Mongoolse aanval en het oversteken van de Eufraat in het water en kwam zo aan zijn eind. Zijn zoon Ertuğrul kreeg de gebieden rondom Karaca Dağ, een berg nabij Angora (nu Ankara) van Ala ed-Din Kay Qubadh I, de Seljukische sultan van Rum. Later ontving hij ook nog, samen met de omringende gronden, het dorp Söğüt, dat later de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk zou worden.

Lees verder “Turkse TV (4) Ertuğrul”

Turkse TV (3) Manzikert

Het slagveld bij Manzikert

De Slag bij Manzikert was een militair conflict dat plaatsvond op vrijdag 26 augustus 1071 in het uiterste oosten van het Byzantijnse Keizerrijk, nabij Manzikert (het huidige Malazgirt), ten noorden van het Van-meer. Een Byzantijns leger, aangevoerd door keizer Romanos IV Diogenes, vocht tegen een leger van het Seljukenrijk onder aanvoering van de al genoemde sultan Alp Arslan. De strijd eindigde in een nederlaag voor de Byzantijnen en de gevangenneming van de keizer.

In de jaren na deze veldslag veroverden de Seljuken het grootste deel van Anatolië. De nederlaag ondermijnde de autoriteit van de Byzantijnen in Klein-Azië en Armenië en markeerde het begin van het einde voor het Byzantijnse Rijk als een militair levensvatbare staat.

Lees verder “Turkse TV (3) Manzikert”

Turkse TV (2) Malik Shah

Malik Shah

Uyanış: Büyük Selçuklu, Awakening: Great Seljuk, is een Turkse historische dramaserie en richt zich op het leven van Malik Shah I en zijn zoon, Ahmad Sanjar. De serie vertelt het verhaal van de structuur van het Seljukenrijk, politieke gebeurtenissen en hoe het een islamitische staat werd.

Jalal ad-Dawlah Malik Sjah I was de sultan van de Seljuken van 1072 tot 1092. Onder zijn bewind bereikte het Seljukenrijk het toppunt van zijn macht en reikte het van Khorasan in het noordoosten van het huidige Iran, tot de Golf van Iskenderun. Alhoewel hij tot een Turks volk behoorde, is zijn naam een combinatie van de Arabische en Perzische woorden voor koning. Hij veroverde geheel Klein-Azië, nadat zijn voorganger Alp Arslan, waarover ik gisteren blogde, de Byzantijnen al had verslagen in de Slag bij Manzikert in 1071. De Seljuken bereikten zo ook de Bosporus en vormden daarmee een directe bedreiging voor Constantinopel.

Lees verder “Turkse TV (2) Malik Shah”

Turkse TV (1) Alp Arslan

Alp Arslan

Alparslan: Büyük Selçuklu, Alparslan: Great Seljuk is een Turkse historische actieserie, waarin veel veldslagen worden uitgevochten. Het is de prequel van Uyanış: Büyük Selçuklu, Awakening: Great Seljuk (later meer daarover). De serie toont de politieke gebeurtenissen, veldslagen en oorlogen gedurende de regering van Alp Arslan als sultan van het Seljukische Rijk.

Muhammed Alp Arslan (ca. 1029/1030-1072) was de tweede sultan van de dynastie van de Seljuken en achterkleinzoon van Seljuk, de stichter van de dynastie. Zijn geboortenaam is Muhammed Bin Davud Cagri. Hij kreeg de naam Alp Arslan door zijn militaire dapperheid en het betekent “dappere leeuw”. Hij regeerde van 1063 tot 1072.

Lees verder “Turkse TV (1) Alp Arslan”

Een andere kant van geschiedenis

Bellini’s portret van Mehmet II de Veroveraar

Geruime tijd geleden vroeg Jona Lendering mij om een stukje te schrijven over Turkse historische tv-series en films. Dat heeft lang geduurd, omdat ik telkens weer in de verleiding kwam te kijken hoe het ook al weer ging met een van mijn favoriete hoofdpersonen en/of acteurs. Maar nu is mijn verhaal er. Het is, met negentien afleveringen een lang verhaal geworden. Dat past: de series zijn ook lang.

De andere kant van een stuk geschiedenis

Meer dan dertig jaar geleden kwam ik het boek Rovers, christenhonden, vrouwenschenners: de kruistochten in Arabische kronieken (Les Croisades vues par les Arabes, 1983) tegen. Het is een soort kroniek of ooggetuigenverslag van de Kruistochten, geschreven door Amin Maalouf, een Frans-Libanees schrijver en voormalig journalist. Het zette mij stevig aan de andere kant van dat stuk van de geschiedenis, om zo te zeggen.

Lees verder “Een andere kant van geschiedenis”

Het Humboldtmuseum of de uitvinding van de timocratie (2)

Het beeld van Spes in het huis van Wilhelm von Humboldt in Tegel, Bertel Thorvaldsen, ca. 1817

[Dit is het laatste van twee blogjes over het kasteel Tegel van Wilhelm von Humboldt. Het eerste was hier.]

Net als een klassieke tempel is het kasteel van  Wilhelm von Humboldt kasteel bedoeld als een plaats van transformatie, waarbij het werkelijke een symbool wordt van het hogere. Daarbij is er geen verschil tussen zijn kunstfilosofie en zijn Bildungsfilosofie. “Zichzelf zo tot een symbool van het universum te herscheppen, dat zou de hoogste opgave van de mensheid zijn”: het is een gedachte die “sinds langere tijd mijn lievelingsidee is en voor mij de sleutel van al wat bestaat”.

Het ging Humboldt om de

betrokkenheid op een bovenaardse wereld, die elk naar de aard van zijn geest op een zinnelijke of meer vergeestelijkte wijze, letterlijk of symbolisch kon beschouwen.

Lees verder “Het Humboldtmuseum of de uitvinding van de timocratie (2)”

Het Humboldtmuseum of de uitvinding van de timocratie (1)

Tegel, het kasteel van Wilhelm van Humboldt, litho door Alexander Duncker

Tussen 1820 en 1824 liet Wilhelm von Humboldt zijn familieslot in Tegel verbouwen tot een klassieke tempel en het eerste oudheidkundige museum. Je kunt zowel met stenen als met woorden bouwen, schreef hij in een sonnet, en meer nog dan zijn teksten illustreert het gebouw zijn ideaal van klassieke Bildung (“zelfvorming”, maar ook “hogere cultuur”).

De verantwoordelijke architect was Karl Friedrich Schinkel (1781-1841), bekend van imposante Berlijnse gebouwen met lange rijen zuilen: de Neue Wache op Unter den Linden (1818), het Schauspielhaus (1819-1821) en het Altes Museum (1825-1830). Schinkel was bezig om de hele stad te veranderen in een “Athene aan de Spree” en was de aangewezen man om ook Humboldts huis een classicistische makeover te geven.

Lees verder “Het Humboldtmuseum of de uitvinding van de timocratie (1)”

De Duivelsbrug van Ginneken

De Duivelsbrug van Ginneken

Onverklaarbare zaken worden in het volksgeloof vaak als bovennatuurlijk gezien. Mensen schrijven ze dan graag toe aan een van de twee uitersten op dit gebied: god dan wel de duivel. Of iets dat daar aan onaardse wezens tussenin zit. Vreemd genoeg kon dit zowel positief als negatief uitpakken: we kennen uitdrukkingen als “duivels goed” maar ook “godsgruwelijk”. Van de Italiaanse violist en componist Niccolò Paganini werd beweerd dat zijn vioolspel zó virtuoos was dat hij wel een pakt met de duivel gesloten moest hebben om zo duivels goed te kunnen spelen. Zulke duivelse aspecten, zowel positief als negatief, komen we ook tegen in het begrip “duivelsbrug”.

Duivelsbruggen

Hoewel duivelsbruggen minder bekend zijn dan bijvoorbeeld witte wieven, komen ze in de folklore zó veel voor dat er een aparte categorie voor is in het classificatiesysteem van Aarne-Thompson-Uther. We hebben het in de regel over stenen, gewelfde bruggen, gebouwd in Europa tussen pakweg 1000 en 1600 na Chr., waarbij vaak sprake is van een destijds uitzonderlijke bouwkundige prestatie. Maar op die verhalen zijn varianten.
Lees verder “De Duivelsbrug van Ginneken”

De antieke boogharp

Een boogharp, afgebeeld in het graf van Nakht; hier op een door Claude Bassier gemaakte kopie in met museum van Limoges.)

Het andere type antieke harp was de boogharp. De klankkast van zo’n harp was gemaakt van schildpad, overtrokken met een trommelvel, of gemaakt van uitgehold hout in de vorm van een lepel.noot Als bijzondere vorm van de boogharp heb ik wel de klompharp aangetroffen, dus een houten Hollandse klomp met een stuk bezemsteel met een paar snaren, huisvlijt voor kinderen. Een beroemde afbeelding is die in het graf van Nakht, een hoveling van farao Amenhotep II (r.1427-1401).

We zien hoe een jonge vrouw met de vingers een harp bespeelt met de lengte van haar lichaam, en niettemin slechts twaalf snaren. De klankkast is een uitgehold blok hout met een steel, waardoor het een lepelmodel heeft. De blinde harpspeler in het graf van  blinde harpspeler in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden bespeelt een afwijkend model van de boogharp met acht snaren, geen hoekharp.

Lees verder “De antieke boogharp”

De antieke hoekharp

Reconstructie van een hoekharp uit Ur, met dertien snaren; de aanhechting van de arm aan de klankkast is verstevigd. (©British Museum, Londen)

De oudste dateerbare harp is een zogeheten hoekharp uit ongeveer 2600 v.Chr., gevonden in de koninklijke graven van Ur door Leonard Woolley. Zo’n hoekharp had een met dierenhuid bespannen doos als klankkast, meestal gemaakt van hout, maar ook ander materiaal komt voor. De klankkast van dit dertiensnarige instrument was horizontaal, terwijl de arm omhoog stak.

Uit dezelfde periode dateert de Cycladische harpspeler uit het vorige blogje. Deze hoekharp wordt bespeeld door een zittende man met de harp op zijn knie. Daar is de klankkast verticaal. De snavelachtige versiering aan de bovenkant lijkt op die van de harp op de vaas van de Peleusschilder hieronder.

Lees verder “De antieke hoekharp”