Aanslag op de letteren

Ze ogen wat saai maar boeken kunnen ook zonder hype gewoon heel interessant zijn.

Een tijdje geleden werd De Nederlandse Boekengids aangekondigd. Ik vind het een leuk initiatief. Ik heb het vooraf gesteund en zal het met meer dan gemiddelde belangstelling volgen, maar ik beken dat het debuut niet was wat ik ervan had gehoopt. Begrijp me niet verkeerd: het is fantastisch dat we in ons taalgebied een tijdschrift krijgen dat voor ons wil zijn wat de New York Review of Books en de Times Literary Supplement zijn voor het Engelse taalgebied. Het kwam alleen in het eerste nummer niet uit de verf. Ik had gehoopt op tegendraadse stemmen, op auteurs die ik nog niet kende, maar daar waren Maxim Februari, Frans Saris en Willem Otterspeer weer. Het eerste nummer bood vooral meer van wat je toch al leest. En dat mag. Een tijdschrift begint maar één keer en de redactie mag ervoor kiezen op veilig te spelen.

Ik zou dit niet hebben aangestipt – je moet een tijdschrift niet afrekenen op zijn eerste nummer – als ik het niet symptomatisch vind voor het hele boekenvak. Het is elke keer meer van hetzelfde. En deze decembermaand is het extra troosteloos, nu alle kranten en tijdschriften ons doodgooien met eindejaarslijstjes.

Lees verder “Aanslag op de letteren” →

Ruttes Romeinse Rijk

rutte

Gisteren maakte de Leidse historicus Mark Rutte de voorlopig domste opmerking uit zijn loopbaan. Konden we zijn onwetendheid over de Hollandse Schouwburg nog afdoen als een moment van verstrooidheid aan het einde van een persconferentie, een opmerking in een interview is weldoordacht. De geïnterviewde herleest het immers en als hij minister-president is, heeft hij ook nog mensen die er even naar kijken. Rutte heeft willens en wetens aan de vooravond van het Nederlandse voorzitterschap van de EU in de Financial Times “on record” willen gaan met zijn opmerking dat Europa óf de migrantenstromen moet indammen óf ten onder zal gaan zoals het Romeinse Rijk.

Dit is om twee redenen fout. De eerste daarvan is dat de Germaanse stammen die zich in de vierde en vijfde eeuw in het Romeinse Rijk vestigden, opgingen in de plaatselijke bevolking. Het is een van de verdiensten van de twintigste-eeuwse archeologie dat ze het idee weerlegde dat Rome door volksverhuizingen ten onder is gegaan. De immigranten – groepen van hooguit enkele tienduizenden Germanen op een bevolking van tientallen miljoenen Romeinen – zijn geassimileerd.

Lees verder “Ruttes Romeinse Rijk” →

Treinleed

Ik zou het zoveelste stukje kunnen gaan schrijven over het falende openbaar vervoer. Vanmorgen zou het beginnen met de onmogelijkheid bij Amsterdam CS een plek voor mijn fiets te vinden, het daardoor missen van mijn trein, vervolgens een alternatieve sneltrein die zóveel vertraging had dat de stoptrein – in NS-newspeak “sprinter” – aantrekkelijker leek, om te constateren dat de stoptrein pas mocht vertrekken ná de vertraagde sneltrein. En dit in een novembermaand waarin ik al eens een overstap miste doordat de trein het betreffende station maar oversloeg en waarin ik meemaakte dat ik überhaupt niet thuis kwam en een hotel moest nemen.

Ik heb al eens geschreven waarom de dooddoener “dan had je maar eerder van huis moeten gaan” niet klopt. Het is een capaciteitsprobleem dat alleen te vermijden valt door echt uren eerder weg te gaan. Een analogie is de ochtenspits op de snelweg: je komt niet eerder op kantoor door eerder weg te gaan, want je staat evengoed in de file. Ik sluit niet uit dat we binnenkort een overheidsvoorlichtingscampagne krijgen “vermijd de file, om vier uur uit de veren” of “uitgeslapen in de trein”.

Lees verder “Treinleed” →

Bij ons in het dorp (5)

station

Ik heb er ruim twee jaar geleden al eens over geblogd, over de kronkels waarmee een fietser moet slalommen om vanaf het centrum van Amsterdam te komen bij de veerpont naar Noord. Daarin komt – en ik claim niet dat het kwam door mijn stukje – nu verandering: er is een tunnel onder het station gemaakt. De onderdoorgang is vandaag geopend en ik verwacht dat het een verbetering zal zijn.

En toch, hoe dorps kan Amsterdam zijn. Zie de foto, die ik donderdagmorgen maakte. Dit is de zuidelijke ingang van de tunnel, naast de fietsenstalling. Die vluchtheuvel is verstandig, want het gaat hier heel, heel druk worden met fietsers, forenzen en toeristen.

Lees verder “Bij ons in het dorp (5)” →

#JeSuisTriste

Toen onze grootouders op De Dam een monument oprichtten voor de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog, bepaalden ze ook dat de dodenherdenking zou bestaan uit twee minuten stilte. Ze wisten helaas uit ervaring dat mensen, geconfronteerd met geweld, te verward zijn om iets zinvols te zeggen.

Mag ik daarom voorstellen dat iedereen de Twitter even laat wat ze is en dat politici zich, al is het maar voor deze ene keer, onthouden van commentaar? Gewoon, tot maandag. En dan mogen jullie doorgaan met de schuld geven aan multiculti’s, aan Bush en Cheney, aan “de” islam. Whatever. Maar niet tijdens de dodenherdenking.

Oudheidkundige prietpraat

De riviergod Acheloös; bronsje uit Tarquinia dat verder niet zoveel met dit stukje heeft te maken maar wel uit de juiste stad komt. Nu te zien in de Villa Giulia, Rome.

Twee jaar geleden werd in Tarquinia in Italië een mooi Etruskisch graf gevonden. Het had alles om een goed verhaal te vertellen, zoals een nog bewaard grafmaal (zie foto). Mooi, zou je denken, maar nee, het was nog niet spectaculair genoeg. De opgravers identificeerden het graf meteen als dat van een prins van koninklijke bloede en een familielid, misschien wel een broer, van de vijfde koning van Rome, Tarquinius Priscus.

In Italië wordt namelijk alles wat wordt opgegraven toegeschreven aan een uit de bronnen bekend persoon. Klaarblijkelijk zijn de aannames van de Italiaanse archeologie dat alle personen die ooit hebben bestaan, in onze bronnen staan vermeld, en dat archeologie geen bewijs kan leveren dat onafhankelijk is van geschreven bronnen. Als classici en oudhistorici het potentieel van de archeologie zo slecht begrijpen, lach je erom, maar in Italië zijn het de archeologen zelf en dat is om te huilen.

Lees verder “Oudheidkundige prietpraat” →

Hypocrisie

Van de econoom Keynes wordt verteld dat hij, toen hij wat vaker met politici te maken kreeg dan voordien, zijn ervaringen samenvatte met de woorden dat politici minder hypocriet waren dan hij altijd had gedacht. Ze waren namelijk oprecht overtuigd van de onzin die ze uitsloegen. Ik zal u van dit inzicht geen voorbeelden geven, want die kunt u zelf ook bedenken.

Deze wil ik u echter niet onthouden. Een Kamermeerderheid, zo meldt De Speld de Nu.NL, vindt dat het Kabinet en de KNVB naar de FIFA moeten stappen om het geld terug te eisen dat Nederland rond 2010 heeft uitgegeven toen het zich met België kandidaat stelde om in 2018 de WK-voetbal te organiseren. De implicatie is dat de mensen in Nederland in 2010 nog niet zouden hebben geweten dat de FIFA corrupt was.

Lees verder “Hypocrisie” →

Een halve maatregel

Het bericht is al een paar dagen oud: de voltallige redactie van het wetenschappelijke tijdschrift Lingua is opgestapt uit protest tegen het beleid van uitgever Elsevier. De achtergrond is dat de redactieleden vinden dat de artikelen beter toegankelijk moeten zijn.

Gelijk hebben ze. Maar het is wel een beetje laat.

Lees verder “Een halve maatregel” →

Fietsers voorrang

“Dames en heren, fietsen hebben voorrang.”

Alsof reizen met de trein nog niet erg genoeg is.

Op maandagavond strandde ik in Arnhem: iemand had zelfmoord gepleegd op het spoor bij Wolfheze en het alternatief dat de NS aanboden (omreizen via Nijmegen en Den Bosch, met de nachttrein van Utrecht naar Amsterdam) zou hebben betekend dat ik mijn bed niet voor drie uur zou zien. Dus nam ik een hotel in Arnhem, waar ik de avond afrondde met het mailen van mensen met wie ik dinsdagochtend afspraken had.

Lees verder “Fietsers voorrang” →

How do they know?

apm
Halbe en ik (foto Wim Hupperetz)

Gisteren werd uw vanaf nu favoriete oudheidkundige tijdschrift, Ancient History Magazine in het Allard Piersonmuseum officieel gepresenteerd. De uitgever, Rolof van Hövell, hield een toespraakje over het belang van historische kennis en de ambitie van Karwansaray Publishers een platform te zijn voor de uitwisseling van ideeën. Daarna verzorgde ik een rondleiding door het blad en tot slot overhandigden Josho en ik de eerste exemplaren aan Wim Hupperetz (de directeur van het museum en onze gastheer) en aan Wim Weijland (de directeur van het Rijksmuseum van Oudheden). Welke Wim het eerste eerste exemplaar heeft gekregen en welke het tweede eerste exemplaar, mogen ze zelf uitmaken.

Pieter Stroobach maakte foto’s, die later nog online komen, maar de bovenstaande foto is er alvast: dit ben ik tijdens de door mij verzorgde rondleiding door het blad. Meer in het bijzonder leg ik hier uit dat we aan het einde een rubriekje “How do they know?” hebben, waarin we uitleggen wat oudheidkundigen nou eigenlijk doen. Dat wordt namelijk zelden uitgelegd. In dit nummer: met welke technieken stellen oudheidkundigen vast dat een papyrus echt is? Volgend keer: een stuk van Casper Porton over de uitspraak van het Latijn. Later: eliminatie, de koolstofmethode, het verschil tussen spreek- en schrijftaal, en zo voort en zo verder.

Lees verder “How do they know?” →