Na de inwijding van Constantinopel regeerde Constantijn nog zeven jaar. Jaren waarin hij oorlogen voerde aan de grens, het muntstelsel herzag en wetten uitvaardigde. Die begunstigden het christendom, maar geen van zijn beslissingen was gericht tegen de oude culten. Ook begon hij zijn opvolgers in te werken. Uit zijn huwelijk met Fausta had hij drie zonen, die na zijn dood de macht zouden overnemen. Het feit dat ze christelijke leraren kregen zegt veel over de opvattingen van hun vader.
In juli 335 vierde Constantijn zijn tricennalia, het begin van zijn dertigste regeringsjaar. Alleen keizer Augustus had langer geregeerd. Aan het einde van dat jaar, in de zomer van 336, sprak bisschop Eusebios de traditionele feestrede uit – een andere aanwijzing dat de christenen niet langer slechts werden getolereerd, maar konden rekenen op belangrijke posities in het openbare leven.
Constantijnsvicennalia, het feest van zijn twintigste regeringsjaar, eindigden in Rome. In deze jaren bouwde hij op de Vaticaanse heuvel in het westen de Sint-Pieter, terwijl hij op de Esquilijn in het oosten de Sint-Jan van Lateranen liet bouwen in een oud keizerlijk paleis. In het zuiden verrees de Sint-Paulus buiten de Muren. De bouw van deze christelijke basilieken leent zich voor tweeërlei uitleg: het is denkbaar dat Constantijn bescheiden aan de randen van de stad bouwde en het christendom niet wilde opdringen aan de bewoners van Rome; het is echter eveneens denkbaar dat hij de kerken plaatste op heuveltoppen om de mensen in te peperen dat het christendom had gezegevierd. Zoals meestal is er geen eenduidig antwoord.
Een extra residentie
Andere bouwprojecten uit deze jaren waren de Grafbasiliek in Jeruzalem en de Geboortekerk in Betlehem. Ook de forten langs de oostgrens werden versterkt. Het voornaamste bouwproject was echter de extra residentie, die bekend is komen staan als Constantinopel. Het ritueel waarmee de bouw in 324 was begonnen was heidens geweest. Sindsdien waren er nieuwe stadsmuren gebouwd en op 11 mei 330 werd de residentie plechtig ingewijd, opnieuw met een grotendeels heidens ritueel. Bij die gelegenheid werd ook het nieuwe forum in gebruik genomen, dat was aangelegd rond een porfieren zuil met daarop een beeld van de zonnegod. Het had de gelaatstrekken van Constantijn.
We hebben al een groot deel van de regering van keizer Constantijn gevolgd: de jaren 306-325. Hij zou nog twaalf jaar aan de macht zijn, die gekenmerkt worden door degelijk beleid en steeds christelijker beleid. Dit is het moment om eens een balans op te maken van wat we weten over Constantijns bekering.
Zekerheid valt niet te krijgen, maar hij kan heel goed in Grand iets hebben waargenomen dat hem de indruk gaf de uitverkorene te zijn van Apollo Grannus, de genezende zonnegod. Dat visioen kwam op het perfecte moment, toen hij wist dat hij niets meer van Galerius en de andere tetrarchen mocht verwachten. Sindsdien stapelde het ene succes zich op het andere, te beginnen met de bliksemcampagne tegen Maxentius. In de daaropvolgende jaren raakte Constantijn steeds meer bij het christendom betrokken, deels doordat christenen als Lactantius hem beschouwden als geestverwant, deels door de Synode van Arles en andere vragen die hij te beantwoorden kreeg.
Munt van Constantijn de Grote, kort na de oorlog tegen Licinius: bovenaan Constantijns veldteken, op de banier de portretten van Constantijns drie zonen (Bodemusem, Berlijn)
In de vorige blogjes beschreef ik hoe keizer Constantijn sinds zijn visioen in 310 de zon was gaan vereren, maar open was gaan staan voor christelijke ideeën. De doorbraak zou weleens te maken gehad kunnen hebben met een oorlog tegen Licinius. Het was niet hun eerste conflict – u slaat mijn boek Het visioen van Constantijn er maar op na – maar het was wel het eerste dat Constantijn zou brengen naar gebieden met veel christenen: Klein-Azië, Syrië en Egypte. Door sympathie te tonen voor het christendom, kan Constantijn verdeeldheid hebben willen zaaien tussen zijn tegenstanders.
Ten oorlog
Feit is dat hij het initiatief tot de oorlog nam. Hij vaardigde het zojuist genoemde besluit van mei 323 uit in Sirmium op de Balkan, op weg naar het verwachte strijdtoneel, en bracht de winter door in Thessaloniki, waar hij een vloot bouwde. Zoals altijd opereerde zijn leger snel: in de lente van 324 viel hij Thracië binnen, het enige deel van Europa waar Licinius nog heerste. Na een gewonnen veldslag sloeg Constantijn in juli het beleg op voor Byzantium, terwijl zijn vloot, gecommandeerd door zijn zoon Crispus, de zeewegen blokkeerde. Licinius trok zich terug in Azië, werd daar opnieuw verslagen, vluchtte naar Nikomedeia, capituleerde en eindigde in verzekerde bewaring te Thessaloniki, waar Constantijn hem enkele maanden liet doden.
In de voorafgaande blogjes heb ik verteld dat Constantijn de Grote in 310 brak met de andere Romeinse bestuurders, de tetrarchen, door te beweren een visioen te hebben gehad van de zonnegod. Later zou hij dit lichtvisioen zelf in christelijke zin interpreteren, maar we hebben daarvoor geen enkele aanwijzing uit de jaren tussen 310 en 313. Maar wat gebeurde er daarna, waardoor werd Constantijn uiteindelijk wél christelijk?
Arles
Hij werd het christendom binnengezogen. Een Romeinse keizer moesten wetten uitvaardigen en regels stellen. Dat gebeurde improviserenderwijs. Nadat Constantijn en Licinius bijvoorbeeld in Milaan waren overeengekomen dat de christenen compensatie verdienden voor de schade uit de vervolgingsjaren, ontdekten ze dat er in Karthago twee rivaliserende bisschoppen waren. Ik heb daarover al eens geblogd: eerst stelde Constantijn een commissie in onder leiding van de bisschop van Rome, toen die een beslissing nam die een van de Karthaagse partijen niet zinde, organiseerde Constantijn de synode van Arles, waar hij zelf overigens niet aanwezig was.
Het christendom lijkt Constantijn op dit moment, het jaar 314, nog niet te hebben geïnteresseerd. Licinius had in zijn oostelijke provincies de meeste christenen; Licinius had het Edict van Milaan in het oosten uitgevaardigd; het cruciale initiatief lag bij Licinius. Niet bij Constantijn. Maar het voldongen feit lag er. Zelfs als Constantijn geen bijzondere religieuze ervaring had gehad die zijn beleid richting had kunnen geven, zou hij voortaan regels moeten stellen met betrekking tot het christendom. Het hoorde bij zijn vak. Hij was nu eenmaal keizer.
In mijn vorige blogje legde ik uit waarom Lactantius’ beschrijving van Constantijns overwinning bij de Milvische Brug – met een droom en een overwinning-brengend teken – niet te lezen is als bewijs voor zijn christelijke overtuiging. Er is echter nog een ander probleem. Ongeacht de betekenis van wat er op de schilden geschilderd is geweest, is de voorafgaande droom verzonnen. Ik heb daarover al eens eerder geblogd, maar het kan geen kwaad het in deze reeks nog eens te vertellen. Het blijkt uit wat Lactantius nog meer vertelt.
Na zijn beschrijving van de slag bij de Milvische Brug meldt hij dat Constantijn en Licinius elkaar in februari 313 in Milaan ontmoetten om de bruiloft te vieren tussen Licinius en Constantijns halfzuster Constantia. Profiterend van het feit dat Licinius in het westen was, rukte diens rivaal Maximinus Daia op naar Bithynië, het gebied rond Lactantius’ woonplaats Nikomedeia en naar het daar tegenover gelegen Byzantium.
Terwijl Constantijn in Italië oorlog voerde tegen Maxentius stonden in het oosten Licinius en Maximinus Daia tegenover elkaar. De inzet: de verdeling van de gebieden waarover de overleden Galerius had geregeerd. Lactantius’ in 313 gepubliceerde De dood van de vervolgers biedt een verslag van de gebeurtenissen.
De auteur is geïnteresseerd in Gods rechtvaardige straffen, niet in de historische feiten. Dat is te merken. Het wreekt zich in het onderstaande citaat meteen aan het begin: in zijn beschrijving van de slag bij de Milvische Brug klopt bijvoorbeeld de datum niet (27 in plaats van 28 oktober). Ook overdrijft Lactantius de sterkte van Maxentius’ leger. Opmerkelijk is verder zijn bewering dat Maxentius de Sibyllijnse Boeken zou hebben laten raadplegen, een collectie orakels die de Romeinse autoriteiten uitsluitend raadpleegden bij religieuze aangelegenheden. Dat Maxentius deze zou hebben geconsulteerd in een militaire crisis suggereert dat Lactantius de verleiding niet kon weerstaan een grap te maken over een dubbelzinnig orakel. De vertaling hieronder komt uit Het visioen van Constantijn (2018) en is gemaakt door mijn coauteur Vincent Hunink.
Het beslissende gevecht vond plaats bij de Milvische Brug, even ten noorden van Rome, waar de Via Flaminia de Tiber kruist. De datum: 28 oktober 312, op de kop af zes jaar na Maxentius’ staatsgreep. Een redenaar vertelde later, in het jaar 313, dat Maxentius de rivier overstak en zijn leger bevel gaf de troepen van Constantijn op te wachten met de Tiber in de rug. Deze riskante opstelling suggereert dat Maxentius de loyaliteit van zijn manschappen wantrouwde: hij liet hun geen mogelijkheid zich uit de strijd terug te trekken en dwong hen dapper te vechten. Vreemd is het niet, want Constantijn had de oorlog feitelijk op de Povlakte al gewonnen.
Een andere auteur, de historicus Zosimos, vermeldt dat de strijd losbarstte toen Constantijns ruiters Maxentius’ cavalerie versloegen en dat daarna de infanterie slaags raakte. Onder de verdedigers waren aarzelend vechtende soldaten uit Rome zelf, misschien inderhaast gelichte rekruten, terwijl andere troepen uit Maxentius’ leger juist fanatiek streden, maar geen partij waren voor Constantijns ervaren leger. Toen Maxentius zag dat de nederlaag zich aftekende probeerde hij over de rivier terug te keren naar de stad, maar hij verdronk toen de brug instortte. Zijn hoofd zou later, op een speer gestoken, door Rome worden rondgedragen. De redenaar die dit alles vertelt, wijst erop dat een echte vent om het leven zou zijn gekomen door het zwaard of de speer van een dappere krijger – Maxentius’ verdrinkingsdood bewees zijn lafheid.nootPanegyrici Latini XII(9).16.2-18.3; Lactantius, De dood van de vervolgers 44.8-9; Panegyrici Latini IV(10).27.5-31.4; Eusebios, Kerkgeschiedenis 9.9.1-7 ; Aurelius Victor, De keizers 40.23; Eutropius, Samenvatting 10.4.4; Afstamming van Constantijn 12; Zosimos, Nieuwe geschiedenis 2.16.2-17.1.
In de vorige blogjes vertelde ik hoe Constantijn de Grote n.a.v. een visioen – wat dat ook geweest moge zijn – besloot te breken met de andere heersers in het Romeinse Rijk. Het overlijden van keizer Galerius, die net de christenvervolging had beëindigd, zette de verhoudingen op scherp. In de oostelijke provincies probeerden Licinius en Maximinus Daia zich meester te maken van een zo groot mogelijk deel van Galerius’ bezittingen. Geen van hen kon winnen, terwijl in de westelijke provincies Constantijn en Maxentius zich nu ook vrij voelden voor een rondje landjepik.
Geen van de rivalen kon het echter winnen van de drie andere. Er zouden coalities gesloten moeten worden. De verloving van Constantijns zus Constantia met Licinius, de heerser op de Balkan, markeerde de totstandkoming van het eerste bondgenootschap. Omdat Maxentius in Italië zich nu bedreigd zag vanuit het noordwesten en noordoosten, verbond hij zich met Maximinus Daia. De eerste alliantie was sterker dan de tweede, want Constantijn had in de voorgaande jaren de Franken verslagen en de Rijngrens versterkt, terwijl Licinius de Donaugrens had verzekerd. Deze twee keizers konden zich dus storten in een burgeroorlog zonder dat hun grenssectoren gevaar liepen. Daia daarentegen ondervond problemen aan de grens met Armenië en kon weinig bijstand verlenen aan Maxentius. Die stond er dus alleen voor toen Constantijn in het voorjaar van 312 de Alpen overstak.
Constantijn baseerde zijn macht op zijn troepen en op een netwerk in westelijk Europa dat hij had geërfd van zijn vader Constantius I Chlorus: de bestuurders van Gallische provincies en steden, officieren van de Britse legers en van de Rijnlegers, priesters van de diverse culten, bondgenoten onder de Franken en andere Germaanse groepen. Al die mensen moeten die dag in 310 in Trier, toen de feestredenaar vertelde dat Constantijn de uitverkorene was van de zonnegod Apollo, de implicatie hebben begrepen: dat hun keizer de Tetrarchie en haar goden had afgewezen.
Sommigen zullen hebben geconcludeerd dat Constantijn uit was op oorlog met Galerius, Licinius en Maximinus Daia. Anderen zullen hebben tegengeworpen dat zo’n campagne Constantijns flanken zou openleggen voor een aanval vanuit Italië, waar Maxentius nog altijd aan de macht was. Lag het niet voor de hand eerst de Alpen over te trekken?
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.