De veerkracht van het Romeinse Rijk

Theodosius II (Bodemuseum, Berlijn)

Eén van de kwesties die tot vervelens toe terugkeren, is die van de zogenaamde val van het Romeinse Rijk. Wanneer mensen daarover beginnen, gaat het eigenlijk steevast over de verdwijning van het keizerlijk gezag in westelijk Europa. Dat proces vertrok zich in de loop van de vijfde eeuw na Chr. Maar dat is natuurlijk maar het halve verhaal. In het oosten van de Romeinse wereld bleef het keizerlijk gezag bestaan. Jeroen Wijnendaele wijdde een tijdje geleden op Twitter een draadje aan de veerkracht (resilience) van het Oosten.

1. Ten eerste: er waren nooit afzonderlijke West-Romeinse en Oost-Romeinse rijken. Er was slechts één Romeins Rijk, zelfs na 395 na Chr. Wel waren er twee regeringen. Oxford-historicus Fergus Millar beschreef dit terecht als de “tweelingregimes” van het Rijk.

2. De eenheid van de twee delen blijkt uit documenten als de Notitia Dignitatum (waarin sprake is van westelijke en oostelijke “delen”), en nog meer uit het wetboek dat keizer Theodosius II opstelde en met zijn neef Valentinianus III afkondigde voor het hele Romeinse Rijk, de Codex Theodosianus. Dat gezegd hebbende, er waren verschillen.
Lees verder “De veerkracht van het Romeinse Rijk”

Laatantiek Andalusië

Pegasos (Archeologisch Museum, Córdoba)

De invloedrijkste Romein uit Romeins Andalusië, waarover ik gisteren blogde, zal Hosius wel zijn geweest. U heeft nog nooit van hem gehoord, maar deze bisschop van Córdoba was de religieuze adviseur van keizer Constantijn (r.306-337). Hij heeft hem niet alleen begeleid bij zijn eerste kennismaking met het christendom, maar hem er ook van overtuigd – en dit was beslissend – dat wie Christus vereerde, alléén Christus mocht vereren, en dat er slechts één correcte wijze was. Dat Christus als godheid erkend zou worden, was nooit een Romeins probleem; dat je andere goden afwees, staat bekend als proto-orthodox, en het stond niet in de sterren geschreven dat deze specifieke vorm van christendom dominant zou worden. Evenmin was het vanzelfsprekend dat christenen zich zouden uitputten in het vinden van de meest correcte formulering van een orthodoxie.

Hosius’ invloed op het latere christendom was dus groot. Het is misschien geen toeval dat de man die dit christendom uiteindelijk doorduwde, keizer Theodosius I (r.378-395) eveneens afkomstig was uit Spanje. Ook de eerste christen die om zijn geloofsovertuiging door mede-christenen werd gedood, Priscillianus, was een Spanjaard.

Lees verder “Laatantiek Andalusië”

Heliogabalus (7): henotheïsme

Heliogabalus (privé-collectie)

[Dit is het voorlaatste van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]

Tempelprostitutie, (zelf)castratie, dierentuinen en (heel misschien) mensenoffers behoorden tot de Syrische cultus van Elagabal. Het is aannemelijk dat de auteurs van onze geschreven bronnen deze praktijken verkeerd hebben begrepen en benutten om de keizer gruwelijker te presenteren dan hij was. Desondanks resteert de vraag hoe Heliogabalus’ daden passen in de cultus in het algemeen. Tempelprostitutie en castratie waren aspecten van de cultus van specifieke godinnen – wat was hun relatie tot Elagabal, wat was het grote geheel?

Er is wel aangenomen dat er in de derde eeuw een tendens naar monotheïsme bestond. Zo’n tendens valt ook in de religieuze hervormingen van Heliogabalus te ontwaren. Het is zelfs mogelijk te denken dat de cultus van Elagabal later, via de zonnecultus van keizer Aurelianus en Constantijn de Grote, de weg bereidde naar het christendom. Dat wil niet zeggen dat Heliogabalus de architect van het monotheïsme was. In Emesa werden ook andere goden aanbeden en, zoals we hebben gezien, negeerde Heliogabalus die niet. Het is niet zo dat de keizer alle andere goden wilde vernietigen om alleen zijn eigen god te vereren.

Lees verder “Heliogabalus (7): henotheïsme”

Het Forum van Trajanus

het Forum van Trajanus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het Drents Museum in Assen is momenteel een mooie expositie over het oude koninkrijk Dacië, zeg maar Roemenië. Rond het begin van onze jaartelling was dat een machtige staat, die het de Romeinen bij tijd en wijle knap lastig maakte, mede doordat de koning dankzij enkele goudmijnen altijd huurlingen kon aantrekken. Voor keizer Trajanus waren die goudmijnen voldoende reden om het gebied te annexeren. Er waren twee campagnes voor nodig, maar in 106 na Chr. was de oorlog voorbij.

Nu moest iedereen in Rome het ook nog zien, en dus zette de zegevierende keizer zijn krijgsgevangenen in om een nieuw forum aan te leggen: het Forum van Trajanus, met daarnaast de Markthallen van Trajanus. De architect was Apollodoros van Damascus, die eerder een beroemde brug over de Donau had gebouwd. Het complex, volgens onze bronnen een van de mooiste bouwwerken in Rome, was voltooid in 112. De combinatie van oorlogsvoering en bouwwerken illustreert vooral het door oudhistorici als fantasieloos getypeerde beleid van deze keizer.

Lees verder “Het Forum van Trajanus”

De Europese canon (1-5)

Tijdens keizer Septimius Severus, wiens ereboog u hier ziet, bereikte het Romeinse Rijk zijn grootste omvang

Een tijdje geleden stelde ik een Europese historische canon voor van tweeënveertig vensters en nodigde ik u uit toevoegingen te doen en verbeteringen te suggereren. Tussen vandaag en de Europese verkiezingen van 6 juni zal ik in elf blogjes de uitkomst aan u presenteren: steeds vijf vensters en daarnaast een stukje waarin ik de keuzes verantwoord. Bedenk wel: een canon een didactisch hulpmiddel, geen in steen gehouwen waarheid. Een canon heeft meer te doen met wetenschapscommunicatie dan met wetenschap. Wie liever een canon van de geschiedwetenschap leest, vindt die hier.

Ter zake nu.

Het Romeinse Rijk

Periode: Tot de zesde eeuw / tot 1453

In het krachtige en welvarende Romeinse Rijk, dat rond 202 na Chr. zijn grootste omvang bereikte, woonde ongeveer een derde van de wereldbevolking. Hoe vitaal de toenmalige cultuur was blijkt wel uit het feit dat het imperium bleef bestaan tot 1453 (later meer) terwijl de voornaamste Romeinse talen – het Grieks, het Latijn en het Aramees – nog springlevend zijn.

Lees verder “De Europese canon (1-5)”

Het einde van de Oudheid

Toen Romulus Augustulus in 476 werd afgezet, was Julius Nepos nog steeds de officiële keizer van het West-Romeinse Rijk (Bodemuseum, Berlijn)

Het handboek van Luuk de Blois en Bert van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, eindigt met een beschouwing over het einde van de Oudheid. Die begint met de opmerking dat het een onmogelijke taak is het einde van het behandelde tijdperk te markeren. Elke periodisering, zo schrijven de auteurs, heeft immers iets onnatuurlijks. Ze geven ook aan dat het jaartal 500 na Chr. alleen maar de gewoonlijke keuze is, en behandelen dan diverse mogelijkheden.

Politiek en religie

Wie kijkt naar de politiek, kan kiezen voor het einde van het Romeinse Rijk, maar dan deugt 500 niet. In plaats daarvan zou je 1453 moeten kiezen, als Mehmet de Veroveraar de laatste Romeinse hoofdstad Constantinopel inneemt. Het einde van het West-Romeinse Rijk in 476 is ook al een rare keuze, schrijven de auteurs, want feitelijk stelde dat politiek al een tijdje niet meer zo veel voor, terwijl de ideologie van de ene wereldheerser nog bleef bestaan. Dus wat wilde het afzetten van Romulus Augustulus zeggen? De Arabische veroveringen in de zevende eeuw vormden volgens de schrijvers wél een belangrijke politieke breuk. Ze geven althans geen redenen waarom het belang van dit proces genuanceerd zou moeten worden. Ik denk: terecht.

Lees verder “Het einde van de Oudheid”

De Boog van Constantijn

De Boog van Constantijn, zuidzijde

Het is de Week van de Klassieken: een ongezochte aanleiding om aandacht te besteden aan een van de beroemdste monumenten van Rome. De boog van Constantijn dus, niet ver van het Colosseum. Niet alleen is de boog beroemd, ze is ook een van Romes interessantste monumenten. Al in de zestiende eeuw wist de Italiaanse kunstenaar Giorgio Vasari (die van de kunstenaarsbiografieën) dat de boog reliëfs bevatte uit oudere monumenten.

De boog is opgericht in 316. Op 25 juli van dat jaar brak Constantijns tiende regeringsjaar aan en deze decennalia, zoals dat dubbele lustrum heette, moesten gevierd. Tot de geschenken die de keizer bij de feestelijkheden uitdeelde, behoorde onder meer de fenomenale Leidse Constantijncamee. Omdat de Romeinen vierden dat er allerlei moois was bereikt, is dit dus geen triomfboog maar een ereboog.

Lees verder “De Boog van Constantijn”

Het platonisme en het christendom

Plato (Glyptothek, München)

In mijn donderdagse reeks over het handboek van Luuk de Blois en Bert van der Spek, zijn we inmiddels aangekomen bij de doorbraak van het christendom. Daar gaan we het zo meteen ook over hebben, maar eerst toch even

iets urgenters

Namelijk de petitie tegen de sluiting van een oudheidkundig instituut. Het  is alweer de vierde dit jaar, dat pas twee-en-een-halve maand oud is. Dit keer gaat het om oude talen in Cardiff en de petitie is hier.

Lees verder “Het platonisme en het christendom”

C17 | Constantijn de Mythograaf

Constantijn de Grote (Capitolijnse Musea, Rome)

[Laatste van een reeks blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Ik vertelde in een eerder blogje al dat bisschop Eusebios de feestrede hield bij Constantijns dertigste regeringsjubileum. De toen gehouden toespraak vormde een basis voor het Leven van Constantijn, dat Eusebios in 339 publiceerde. Op dat moment regeerden Constantijns zonen, wier bewind was begonnen met het opruimen van de nodige verwanten. Burgeroorlog hing in de lucht en het was geen uitgemaakte zaak dat de christenvervolgingen definitief behoorden tot het verleden. Het is tegen deze achtergrond dat Eusebios het Leven van Constantijn schreef en de titelheld neerzette als voorbeeld voor toekomstige machthebbers. Zolang zij christelijk bleven konden ze rekenen op goddelijke steun.

Dat de biografie gedeeltelijk teruggaat op een lofrede betekent dat Constantijn vooraf met de bisschop van Caesarea heeft gesproken, zoals hij ook de Redenaar van 310 instructies had gegeven. Eusebios vermeldt zo’n gesprek en het is aannemelijk dat wat de bisschop schreef, de goedkeuring van Constantijn zelf heeft gehad.

Lees verder “C17 | Constantijn de Mythograaf”

C16 | De visioenen van Constantijn

De fresco van het visioen van Constantijn de Grote in de Stanze van Rafael is gebaseerd op een reliëf uit de Boog van Constantijn.

[Het voorlaatste van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Ik rondde mijn vorige blogje af met de constatering dat Constantijn bij zijn dood kon terugzien op een uitzonderlijk succesvolle regering. Dat ook een aanzienlijk deel van de bevolking Constantijn zo zag, valt af te leiden uit het grote aantal verhalen dat al tijdens zijn leven de ronde deed over zijn visioen.

Zoals ik op deze blog wel vaker vertel, werd in de Oudheid vrijwel alle informatie mondeling overgedragen. Wildgroei was dan ook de gewoonste zaak van de wereld. Het visioen van Constantijn is alleen uitzonderlijk omdat de oudheidkundige én de oorspronkelijke gebeurtenis kent uit de lofrede van 310 én beschikt over diverse bronnen om de verdere verspreiding te documenteren. Het veelvoud suggereert dat het verhaal populair was en dat veel mensen ervan overtuigd waren geraakt dat hun keizer inderdaad de uitverkorene was van een hogere macht.

Lees verder “C16 | De visioenen van Constantijn”