Romeins Lycië

Het theater van Patara

[Dit is het laatste van vijf blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

Na 168 v.Chr. was Lycië (landkaart) weliswaar onafhankelijk, maar het behoorde wel tot de Romeinse invloedssfeer. Echt onafhankelijk was het niet. Het kreeg te lijden tijdens de Eerste Mithridische Oorlog (89-85), toen koning Mithridates VI van Pontos alle Romeinse bezittingen in Klein-Azië aanviel. Toen de oorlog voorbij was, reorganiseerde Rome de politieke landkaart.  Diverse steden in het binnenland, zoals Oinoanda, hoorden voortaan bij Lycië. Faselis werd weliswaar nog een tijdje bezet door de Cilicische Piraten, maar die vormden geen partij voor de Romeinse generaal Pompeius de Grote, die in 67 v.Chr. het Nabije Oosten opnieuw reorganiseerde.

Een paar jaar later bezocht de Romeinse politicus Cicero Lycië en beschreef het gebied als een “Griekenland”. Dit suggereert dat de bovengenoemde fantastische verhalen inmiddels algemeen werden beschouwd als nauwkeurige beschrijvingen van de begindagen. De Romeinse politicus merkte ook op dat de Lyciërs, als ze aan het einde van hun toespraken zijn, dichtbij het zingen komen.noot Cicero, Orator 18.57.

Lees verder “Romeins Lycië”

Lucius Cornelius Sulla (1)

De zogenaamde “Sulla” (Glyptothek, München)

De problemen waarmee de Romeinse Republiek in het laatste kwart van de tweede eeuw v.Chr. werd geconfronteerd, waren na de eindeloze reeks consulaten van Gaius Marius niet langer beheersbaar. De republiek was uit balans gebracht door een man die voor het bestel te machtig was geworden. Een van de meest acute kwesties was de relatie tussen de Romeinen en de door hen achtergestelde Italische bondgenoten, die tot een gewelddadige uitbarsting kwam in 91 v.Chr.

Bondgenotenoorlog

Het conflict staat bekend als de Romeinse Bondgenotenoorlog. Rome moest het opnemen tegen een federatie van oud-bondgenoten, die zich in een nieuwe staat hadden georganiseerd met als hoofdstad Capua. Ze hadden eigen magistraten, sloegen eigen munten en waren – kortom – een anti-republiek. Luuk de Blois en Bert van der Spek, de auteurs van Een kennismaking met de oude wereld (waarover ik ’s donderdags blog), schrijven:

Lees verder “Lucius Cornelius Sulla (1)”

Spartacus (2)

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de eerste eeuw v.Chr.

[Derde van vier stukjes over de slavenopstand van Spartacus. Het eerste was hier.]

Twee consuls in actie

Het volgende jaar begreep de Senaat hoe ernstig deze oorlog was. Volgens Appianus voerde Spartacus nu het bevel over zo’n 70.000 man, en hoewel we niet weten waarop de Grieks-Romeinse geschiedschrijver dit cijfer baseert, kunnen we er zeker van zijn dat de rijke landeigenaren in de Senaat zich realiseerden dat ook hun slaven konden vluchten. Daarom gaven de senatoren de beide consuls, Lucius Gellius Publicola en Gnaeus Cornelius Lentulus Clodianus, opdracht op te treden tegen de bendes van Spartacus.

Volgens Appianus had Spartacus de winter gebruikt om wapens te vervaardigen. Zijn leger moet het platteland van Campanië hebben beheerst. Het was zijn plan om de Apennijnen over te steken en naar het noorden te trekken, zodat zijn mensen konden terugkeren naar Gallië, Germanië of de Balkan. Het zou moeilijk zijn 70.000 mensen uit Italië weg te leiden. Het was noodzakelijk om in gescheiden colonnes op te trekken.

Lees verder “Spartacus (2)”