Het teken van Jona (2)

Jona (Catacomben van Callixtus, Rome)

[Tweede deel van een blog over het Teken van Jona. Het eerste deel was hier.]

De bedoeling

Er zijn, zoals gezegd, verschillende mogelijkheden om “het teken van Jona” te duiden:

  • een door de profeet gegeven waarschuwing voor de verwoesting van een stad,
  • de door Jona ontvangen les dat de heidenen zo beroerd niet waren
  • de boodschap dat je je maar niet tegen Gods opdrachten moest verzetten.

Lees verder “Het teken van Jona (2)”

Het teken van Jona (1)

Jona en de grote vis (Sarcofaag, Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Een van de vragen rond de jaarwisseling was wat het “teken van Jona” was, dat door drie evangelisten wordt genoemd. Er liggen hier diverse problemen. Om te beginnen wat “van” hier betekent. Is dat het teken dat de profeet Jona gaf (de aankondiging van de verwoesting van Nineveh), de les die hij leerde (dat de heidenen tot inkeer konden komen) of het teken dat hij zelf voor de gelovigen vormde (dat je je niet moet verzetten tegen een goddelijke opdracht)? Bedenk hierbij: er was destijds geen vastgestelde canon van de Bijbel. Er kunnen best verhalen hebben gecirculeerd over Jona die de eindredactie niet hebben gehaald. Dat maakt de uitleg voor ons extra lastig.

De tweede vraag: waarom vertellen de evangelisten er verschillend over? Dit brengt ons naar de discussie over de bron Q. Derde vraag: wat is de (Galilese) context van de passage? Pas als we dat allemaal weten, kunnen we bekijken wat is bedoeld. Tip van de sluier: we weten het niet precies, maar de strekking is duidelijk. Kortom, stof genoeg.

Lees verder “Het teken van Jona (1)”

De prioriteit van Marcus

We weten niet wat het “teken van Jona” was. (Soumela-klooster)

Dat de eerste drie evangeliën met elkaar verwant zijn, wisten de christelijke kerkvaders al. Augustinus meende dat Marcus een uittreksel was van Matteüs en om die reden staat Marcus in uw bijbel meteen na Matteüs. Negentiende-eeuwse oudheidkundigen verklaarden de overeenkomst anders: Matteüs en Lukas zouden Marcus hebben bewerkt. Dit is feitelijk niet meer dan een aanname. Die groeit op een gegeven moment uit tot consensus en versteent daarna tot feit.

De prioriteit van Marcus, zoals het heet, blijft echter een hypothese. Zoals al onze kennis. En er zijn ook wel tegenvoorbeelden te noemen, waar je denkt: nee, het is Marcus die hier de bewerking uitvoert, niet Matteüs en Lukas. Hier zijn vier passages.

Lees verder “De prioriteit van Marcus”

Wat is het breken van een alabastron?

Parfumbol ofwel alabastron (Altes Museum, Berlijn)

[Het Nieuwe Testament bevat een verhaal over een vrouw die een albasten flesje breekt en de inhoud uitgiet over het hoofd van Jezus. Eh, albast? Is dat geen steensoort? Mijn goede vriend Richard Kroes legt uit hoe het zit.]

Breken?

Toch blijft het vreemd dat de vrouw het alabastron, een cosmeticaflesje dus, breekt, een detail dat alleen Marcus vermeldt. Je kunt het flesje toch gewoon openen? Tenzij breken en openmaken hetzelfde zijn: “openbreken” dus. Dat is nu net het geval met één type cosmeticaflesje dat we kennen uit de eerste eeuw na Chr. Onder archeologen staat dit type bekend als “Isings vorm 10”, genoemd naar de oudheidkundige die ze als eerste heeft beschreven. We spreken ook wel van “parfumbollen”: glazen bollen zo groot als een mandarijn. Isings-10-flesjes zijn bekend uit de hele Romeinse wereld.

Lees verder “Wat is het breken van een alabastron?”

Wat is een “alabastron”?

Albasten flesje (Archeologisch museum, Zadar)

[Het Nieuwe Testament bevat een verhaal over een vrouw die een albasten flesje breekt en de inhoud uitgiet over het hoofd van Jezus. Eh, albast? Is dat geen steensoort? Mijn goede vriend Richard Kroes legt uit hoe het zit.]

***

Bierfles

Soms hebben onopvallende gebruiksvoorwerpen in een antieke tekst – of eigenlijk: elke literaire tekst – een functie. Wij herkennen die functie echter niet altijd omdat we niet dezelfde materiële cultuur hebben als de schrijvers. Gebruiksvoorwerpen verschillen nu eenmaal per cultuur. Daarom herkennen wij niet meteen wat het albasten flesje symboliseert dat de evangelist Marcus vermeldt.

Toen hij in Betanië in het huis van Simon – degene die aan een huidziekte had geleden – aanlag voor de maaltijd, kwam er een vrouw binnen. Ze had een albasten flesje bij zich dat gevuld was met zeer kostbare, zuivere nardusolie. Ze brak het flesje open en goot de olie uit over zijn hoofd. (Marcus 14.3; NBV21)

Lees verder “Wat is een “alabastron”?”

Exorcisme

Genezing van een blinde (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Ooit dineerde ik in Griekenland bij een familie thuis en toen het tijd werd af te ruimen, nam ik het tafellaken om het vanaf het balkon uit te kloppen. Mijn gastvrouw kwam ietwat lacherig op me af: “Dat hoeft niet, kruimels in de tuin trekken boze geesten aan”. Het was mijn eerste kennismaking met het Mediterrane volksgeloof in geesten. Een geloof dat ook in de oude wereld is gedocumenteerd. Bisschop Synesios van Kyrene, een heel geleerd en rationeel man, was er zeker van dat een moordenaar zich het beste kon aangeven om zich te laten executeren, opdat zijn geest niet zou blijven rondspoken. Ik neem zonder bewijs aan dat het geloof in geesten sinds de Oudheid via de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd continu aanwezig is geweest.

Alledaags antiek exorcisme

Dat ook Jezus boze geesten uitdreef, lijkt me een feit. Wat daarbij de empirische werkelijkheid is geweest, is niet belangrijk. Ik wil u best wel trakteren op wat obligaat gegemeenplaats over dat geesten niet bestaan en dat mensen met een geestelijke ziekte wellicht rust vonden bij Jezus’ charismatische persoonlijkheid, en wie weet is dat waar, maar aangezien de betrokkenen al een millennium of twee dood zijn, is het opstellen van een medische status nogal lastig. Ik laat die vraag, even onbeantwoordbaar als oninteressant, verder onbesproken. Wat te weten valt, is alleen dat zijn tijdgenoten dachten dat Jezus geesten kon uitdrijven.

Lees verder “Exorcisme”

De genezing van de verlamde (1)

Reconstructie van een antiek huis met een plat dak (Museumpark Orientalis, Berg en Dal)

Ik heb al vaker aangegeven dat het Nieuwe Testament is geschreven in een wereld met een ander waarheidsbegrip. Waar wij van een bewering vaststellen of ze waar is door te kijken of ze correspondeert met de feiten, keek men in de Oudheid of ze leek op soortgelijke beweringen. In voorindustriële samenlevingen heeft men immers de middelen niet om beweringen te toetsen. In het antieke wereldbeeld deden bijzondere mensen bijzondere dingen, want dat bleek uit elk bekend verhaal. Men vertelde dus dat de Romeinse keizer lammen kon laten lopen en blinden kon laten zien (vgl. Suetonius, Vespasianus 7.2). En het Nieuwe Testament vertelt zulks dus over Jezus.

Ik heb ook al vaker aangegeven hoe we zo’n anekdote moeten bekijken. Eén, we kijken hoe ze is overgeleverd. Twee, er zijn authenticiteitscriteria waarmee we voorbij de overlevering kijken naar wat er feitelijk gebeurd kan zijn.

De genezing van de verlamde

De anekdote is twee keer overgeleverd: één keer door de evangelist Johannes, één keer door de drie andere evangelisten (de synoptische evangeliën). De laatsten zullen we als eersten behandelen.

Lees verder “De genezing van de verlamde (1)”

Het voorhangsel in de tempel

Een cherub uit Tell Halaf (Louvre, Parijs)

In mijn zondagse reeks over het Nieuwe Testament vandaag een bekende scène uit het Lijdensverhaal.

Jezus slaakte een luide kreet en blies de laatste adem uit. En het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot onder in tweeën. (15.37-38; NBV21)

De parallelpassage in Matteüs (27.51-53) voegt nog een aardbeving en de opstanding van de rechtvaardigen toe, terwijl Lukas een zonsverduistering vermeldt (23.44-45). Ik laat de natuurwonderen wat ze zijn; het gaat me om het voorhangsel. Uit Exodus 26 weten we dat het binnen de tabernakel – en, naar men aanneemt, binnen de tempel – hing en diende om het Heilige te scheiden van het Heilige der Heiligen. Het was gemaakt van karmozijnrode, blauw- en roodpurperen wol, voorzien van een patroon van cherubs. Dat zijn de traditionele, gevleugelde wachters van allerlei goddelijke zaken. Zie boven voor een voorbeeld.

Lees verder “Het voorhangsel in de tempel”

De Syro-Fenicische vrouw

Maaltijd met hond (Nationaal Museum van Bosnië, Sarajevo)

Iedereen wel eens een antieke bron leest, ontwikkelt voorkeuren. Sommige auteurs blijven je boeien, sommige verhalen blijven je intrigeren. Zoals deze passage uit het Evangelie van Marcus 7.24-30 (NBV21).

Exorcisme

Jezus vertrok naar de omgeving van Tyrus. Daar nam hij zijn intrek in een huis, en hoewel hij niet wilde dat iemand dat te weten zou komen, lukte het hem niet onopgemerkt te blijven. Integendeel, er kwam al meteen een vrouw die over hem gehoord had naar hem toe, en zij viel voor zijn voeten neer. Ze had een dochter die door een onreine geest bezeten was. Deze vrouw was van Syro-Fenicische afkomst en geen Jodin; ze smeekte hem om bij haar dochter de demon uit te drijven. Hij zei tegen haar: “Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om het brood voor de kinderen aan de honden te voeren.”

De vrouw antwoordde: “Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.”

Hij zei tegen haar: “Omdat u dit zegt … Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.”

En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn.

Lees verder “De Syro-Fenicische vrouw”

Kon Jezus lezen en schrijven? (2)

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

In het eerste stukje legde ik uit dat de evangeliën weinig beslissends zeggen over de vraag of Jezus kon lezen en schrijven. We zullen deze teksten verder laten rusten. Een andere aanpak is te kijken naar Jezus’ wereld en dan zijn er wel meer dingen te zeggen.

Een vrome timmerman

Het eerste is: Jezus kwam uit een religieus milieu. Dat weten we omdat zowel hijzelf als zijn familieleden heel sprekende namen hebben: een moeder Maria, een vader Jozef, een broer Jakobus, een broer Judas, en een verdere verwant Simon. Ik blogde er al eens over dat dit namen zijn met goede antecedenten in de eerste boeken van de Bijbel, waar u ze tegenkomt als Miriam, Jozef, Jakob, Juda, Simeon. De naam die wij weergeven als Jezus is dezelfde als die van de strijder Jozua.

In vrome kringen als deze was het gebruikelijk minimaal de oudste zoon naar school te sturen. De geletterdheid van de Joden was in de Oudheid spreekwoordelijk. Romeinse soldaten wisten daarom heel goed dat als je een Jood wilde pesten, je zijn boeken kapot moest maken. Dode-Zee-rollen met zwaardhouwen en reparaties bewijzen hoe gehecht Joden eraan waren.

Lees verder “Kon Jezus lezen en schrijven? (2)”