Manemos, een grote onbekende

Wijding aan Manemos (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Ik blog regelmatig over antieke religie en die stukjes eindigen nogal eens met de constatering dat we iets niet weten. Waarom Psyche op een dromedaris rijdt, waarom Hercules Magusanus vroeger gold als de Hercules van Magusa en nu als syncretisme: dat werk. Ik wil morgen schrijven over het raadsel hoe het christendom in Egypte is aangekomen. Bij elk van deze vragen is de kern van de problematiek dezelfde: we hebben te weinig informatie. En de data die we hebben, zijn ambigu.

Het onbekende platteland

Wat we wél weten: iets over de staatsculten, iets over filosofische visies op het goddelijke, iets over systematiseringen als “de twaalf Olympische goden”. Over de echte godsdienst van de normale Grieken, Babyloniërs, Kelten, Romeinen, Egyptenaren, Syriërs weten we daarentegen vrijwel niets. Welke oogstfeesten hadden ze? Hoe sloten de opvattingen van de “little tradition” van het platteland aan bij de “great tradition” van de stedelijke elites? Welke familieleden voltrokken welke rituelen? Vereerden ze überhaupt goden en zo ja, wat waren dat van bovennatuurlijke krachten?

Lees verder “Manemos, een grote onbekende”

De berg van licht: Elagabal

Wijding aan Elagabal uit Augsburg; de man die deze inscriptie liet maken, Gaius Julius Avitus Alexianus, was de grootvader van keizer Heliogabalus.

Elagabal zal voor menigeen een bekende onbekende zijn. Dankzij romans als Louis Couperus’ De berg van licht kunt u hem kennen als oosterse godheid. Verder is hij niet heel bekend. En hij laat zich ook slecht kennen, al staat vast dat het voornaamste heiligdom was in de Syrische stad Emesa, het huidige Homs. De oudste vermelding is een Palmyreense stèle uit de eerste eeuw na Chr., die een Aramese naam weergeeft die “god van de berg” zou betekenen. De berg in kwestie zal wel de citadel van Emesa zijn geweest.

Omdat Emesa in de eerste eeuw na Chr. een Arabischsprekende stad was, mogen we aannemen dat een god met een Aramese naam ouder is dan de Arabische aanwezigheid. Lange tijd golden de Arabieren inderdaad als immigranten, maar de afgelopen kwart eeuw is door de bestudering van tienduizenden inscripties duidelijk geworden dat ze al in de Vroege IJzertijd leefden in Syrië en Jordanië. Evengoed moet de verering van Elagabal oeroud zijn. Berggoden waren in Anatolië en de Levant al sinds de Hittitische Bronstijd bekend. Men beeldde zulke godheden vaak af met adelaars – net als Elagabal in de Romeinse tijd.

Lees verder “De berg van licht: Elagabal”

De geboorte van Afrodite

De baetyl van Afrodite in Oud-Pafos

Eind volgende week begint in het Rijksmuseum van Oudheden de expositie “Cyprus. Eiland in beweging”. Ik was gisteren in het museum en mocht even achter de schermen kijken. Ik zag al enkele prachtige voorwerpen en ik verklap geen geheim als ik u zeg dat de catalogus er ook piekfijn uitziet. Wat u vermoedelijk niet zult zien, is de baetyl uit Oud-Pafos.

Een baetyl is een grote steen die religieuze eerbewijzen krijgt omdat er een godheid in zou wonen. De naam, afgeleid van het Semitische Beth-El, betekent dan ook “huis van god”. Het gebruik stamt uit het oosten: er waren bijvoorbeeld baetyls in de Fenicische havensteden Byblos en Tyrus. In het Syrische Emesa, het huidige Homs, werd de zonnegod Elagabal vereerd als een kegelvormige zwarte steen die werd beschermd door een adelaar, de Syrische zonnevogel. Van deze steen werd gezegd dat ze uit de hemel was komen vallen, wat de gedachte heeft doen postvatten dat het een meteoriet zou kunnen zijn geweest. Dat vertelde men ook van de steen die tijdens de Tweede Punische Oorlog van Pessinos in Turkije naar Rome werd overgebracht en die niets minder zou zijn dan de godin Kybele zélf. In onze tijd is er vanzelfsprekend de Zwarte Steen in Mekka.

Lees verder “De geboorte van Afrodite”

Apollonios van Tyana (7)

Julia Domna (Louvre, Parijs)

[Dit is het zevende van twaalf stukjes over de antieke charismatische wijze Apollonios van Tyana, die ik presenteer ter gelegenheid van de verschijning van de door mijn vriendin Simone Mooij gemaakte vertaling van FilostratosLeven van Apollonios. Het eerste stukje is hier.]

Tot nu toe hebben we de bronnen over Apollonios behandeld waarvan het bestaan aannemelijk kon worden gemaakt door middel van teksten buiten het Leven van Apollonios. Steeds bleken Filostratos’ bronnen te bestaan en niemand heeft ooit beweerd dat de teksten van Moiragenes of de Brieven van Apollonios niet hebben bestaan. Dat ligt anders voor De resten uit de ruif van Apollonios’ discipel Damis van Nineve, die Filostratos ter hand zouden zijn gesteld door keizerin Julia Domna met het verzoek de tekst zó te bewerken dat het voor fatsoenlijk Grieks kon doorgaan.

Hoewel dit alleszins plausibel klinkt, zijn de meeste onderzoekers ervan overtuigd dat de memoires van de Assyriër een verzinsel zijn van Filostratos. Er is geen extern bewijs dat deze tekst en deze auteur hebben bestaan. Er is inderdaad iets te zeggen voor de hypothese dat “Damis” een vervalsing is en het is verontrustend dat juist uit de pythagorese filosofische traditie nogal wat vervalste “oude” teksten bekend zijn. De mogelijkheid dat Damis een vervalsing is, wil echter niet zeggen dat ze dit ook feitelijk is. Laten we eens verder kijken.

Lees verder “Apollonios van Tyana (7)”

Humor

Humor op een gevelsteen (Prinseneiland 49a, Amsterdam)

Ik geloof dat Nederlanders liever beschuldigd zouden worden van diefstal of brandstichting dan van het feit, dat ze geen humor zouden hebben. Niet dat Nederlanders opvallend grappig zijn. Zeker, we hebben een eigen traditie van cabaret en de televisie biedt voor iedereen wat, maar of het meer is dan in andere landen, of dat onze traditie voor ons belangrijker is dan voor anderen, ik heb geen idee.

Evenmin zou ik kunnen aangeven of er een specifiek soort Nederlandse humor bestaat. Ik herinner me een speelfilm waarin een achttiende-eeuwse Fransman vertelt dat hij Londen heeft bezocht, en dat de mensen daar hele korte verhaaltjes vertellen die niet waar zijn en dat ze daar dan vreselijk om kunnen lachen. Na enige discussie komt men er dan achter dat die Engelse moppen zoiets zijn als esprit. Ik zou niet op die manier een specifieke karaktertrek kunnen noemen van de Nederlandse humor.

Lees verder “Humor”

Moppen over Homs

Gezien in Homs: de PR-campagne voor president Assad (geïnspireerd op Harvey Dent)

Komt een Homsi in een elektronicawinkel in Aleppo. “Mag ik deze televisie van u?”, vraagt hij.

“Die verkoop ik niet aan jou, domme Homsi,” zegt de verkoper.

De man uit Homs vraagt zich af hoe de verkoper kan weten waar hij vandaan komt, en begrijpt dat het zijn accent moet zijn. De volgende dag gaat hij opnieuw naar de winkel, neemt de televisie weer naar de kassa, en imiteert de Aleppijnse tongval. “Mag ik deze televisie van u?”.

“Die verkoop ik niet aan jou, domme Homsi.”

Omdat de man uit Homs toch graag een televisie wil kopen, gaat hij naar een spraakleraar, om te leren meer op iemand uit Aleppo te lijken. Daarna gaat hij opnieuw naar de winkel.

“Mag ik deze televisie van u?”.

“Die verkoop ik niet aan jou, domme Homsi,” zegt de winkelier, “en zet nu die wasmachine terug.”

Subtiel is anders, maar het is een mop van de soort die ze in Syrië vertellen. De bewoners van Homs gelden daarin als uitgesproken dom, en gelukkig kunnen ze daar zelf ook om lachen. Of konden daar om lachen, want de laatste tijd valt er om Homs en zijn bewoners niet zo heel erg veel te lachen.

Lees verder “Moppen over Homs”