Vragen rond de jaarwisseling (1)

Oud-Perzische inscripties in Gandj Nameh

Net als vorig jaar, toen u me een stuk of veertig vragen toestuurde, gebruik ik in 2023 de laatste blogjes van het jaar om uw vragen te beantwoorden. Het zijn er nu wat minder, maar ze zijn even leuk. Vandaag vier vragen over taal. Hier zijn de eerst twee antwoorden.

Hoe zit het met de taal/talen van de Avesta? Is dat Perzisch in zijn verschillende stadia?

Ik ben geen linguïst en heb in mijn kaartenbak ook geen specialist van de oostelijke Indo-Europese talen. Maar ik verbeeld me dat ik er wel iets van weet. Om te beginnen is er dus een oostelijke verspreiding van de Indo-Europese talen geweest, die we Indo-Iraans noemen. In de tweede helft van het tweede millennium v.Chr. moet die in Centraal-Eurazië gesproken zijn geweest. Zeg maar binnen de ruimte van de Andronovo-cultuur. Die groep is in tweeën uiteengevallen – ik beschreef het hier – en sommige mensen trokken naar India en andere naar Iran.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (1)”

Zarathuštra, India en Iran

Een moderne afbeelding van Zarathuštra

Een simpele vraag: wanneer leefde Zarathuštra? Er zijn twee antwoorden die elkaar uitsluiten, maar voor ik die geef eerst even: wie was Zarathuštra?

Antwoord: een profeet uit Baktrië die we kennen uit een reeks gedichten die deel uitmaken van het heilige boek van de Perzen, de Avesta. De gedichten in kwestie, de Gatha’s, zijn geschreven in een Iraanse taal die ouder is dan de rest van de Avesta en ik geloof niet dat iemand ooit heeft betwijfeld dat dit Fremdkörper is geschreven door Zarathuštra zelf. Een leven van deze profeet, gebaseerd op die poëzie en op wat latere legenden, vindt u hier. Samenvatting: hij heeft een openbaring gehad, begreep dat de goden – Ahuramazda voorop – wilden dat de mensen correct dachten, correct spraken en correct handelden.

Dat klinkt logisch maar het was nogal een innovatie om ethiek te verankeren in religie. Denk aan Homeros, die de goden laat stelen, overspel laat plegen, laat liegen, laat vechten en moorden. Om goed denken, goed spreken en goed handelen te bevorderen kent de op Zarathuštra teruggaande religie, het zoroastrisme, een vrij uitgebreide theologie over een hiernamaals waarin de gelovige wordt beoordeeld en mag rekenen op óf helse straffen óf het paradijs. Die straffen duren totdat de wereld zich hernieuwt: er is een eeuwige kosmische wederkeer. Ook het dualisme, waarin tegenover God een duivel staat, komt uit deze sfeer. De monotheïstische godsdiensten bouwen hierop voort en ik wijs ook nog even op Azazel, een joodse demon die eigenlijk Iraans is.

Lees verder “Zarathuštra, India en Iran”

Aardewerk, grijs (maar niet saai)

“Gray ware” (Nationaal Museum, Teheran)

Echt mooi is de pot hierboven niet. Grauw aardewerk, niks speciaals. Zelfs de archeologische jargonnaam is slaapverwekkend saai: gray ware. Maar dit spul is interessanter dan het lijkt, al vergt het wat uitleg. Gray ware wordt vooral gevonden in het noordoosten, noorden en noordwesten van het huidige Iran en dateert uit de Vroege IJzertijd. Het vervangt ouder aardewerk, dat mooier gedecoreerd is.

De vindplaatsen zijn steeds weer hetzelfde. Deze kom komt bijvoorbeeld uit Khurvin, op een uitloper van het Elburz-gebergte even ten westen van Teheran, en dat geldt ook voor andere vindplaatsen: elke keer gaat het om gebieden aan de rand van de Iraanse hoogvlakte waar bergstroompjes en artesische bronnen het mogelijk maken vee te weiden. Je zult dit aardewerk dus niet snel vinden in heuvelforten of in gebieden die overwegend geschikt zijn voor akkerbouw. Kortom: gray ware documenteert veetelers en omdat het een nieuw soort aardewerk is, mogen we aannemen dat het gaat om een groep migranten.

Lees verder “Aardewerk, grijs (maar niet saai)”

Perzische bisschoppen

Een schaakspel dat ik ooit in Isfahan zag: links Saladin, rechts Kruisridders.
Een schaakspel dat ik ooit in Isfahan zag: links Saladin, rechts Kruisridders.

Een vriend van me is dol op schaken en grapte ooit dat hij op vakantie ging naar Palermo om daar de Siciliaanse partij te bestuderen. Ik heb hem ervan weten te overtuigen dat hij ook mee moest naar Iran, “naar het Schaaketymologisch Instituut”. Het schaakspel komt immers uit het oude Perzië, en woorden als “schaken”, “mat” en “rokeren” zijn dan ook Perzisch (shah, “koning”; māt, “uitwegloos”; rukh, “toren”). Ik denk dat in het Schaaketymologisch Instituut veel Perzische tapijten liggen, zoals herdersmatten en lopers.

Een loper heet in het Engels “bishop”, en ook dat woord is te danken aan de oude Perzen, al is het niet aan onze taal toegevoegd als schaakterm, maar via een andere weg, namelijk via episkopos: een Grieks woord dat zou kunnen worden vertaald als “toe-kijker”. Voordat het een kerkelijke term was, was episkopos de aanduiding van de inspecteurs in het Atheense imperium.

Lees verder “Perzische bisschoppen”