De Grote Piramide

De Grote Piramide

Het liefst zou ik eens bloggen over de piramiden, over wat de Egyptenaren daar zoal van dachten en over de vraag waarom ze die grafmonumenten überhaupt construeerden. Welbeschouwd zijn het immers de eerste gebouwen die de derde dimensie verkenden. Dat spreekt voor ons vanzelf maar was ooit een nieuwe gedachte. Daar ga ik ook nog weleens over schrijven, maar ik wil eerst een ander onderwerp behandelen: hoe de Grieken erover dachten. Ze beschouwden de Grote Piramide als een van de zeven wereldwonderen, en omdat ik de meeste al eens heb beschreven (een, twee, drie, vier, vijf) wil ik vandaag numero zes afvinken. Nummer zeven komt ook nog weleens.

Twee Griekse teksten zijn hierbij relevant: een vijfde-eeuwse beschrijving door Herodotos van Halikarnassos en een veel jongere door Diodoros van Sicilië.

Lees verder “De Grote Piramide”

Voor-westerse geschiedenis (10) zeevaart

De bark van koning Khufu

Begin vorig jaar publiceerde ik met classicus Hein van Dolen een vertaling van de fragmenten die we nog hebben van de Fenicische Geschiedenis van Filon van Byblos. Een van die passages, onderdeel van het lange Fragment 2, is een opsomming van uitvindingen waardoor de mens meer mans was geworden. Hier zijn enkele voorbeelden die betrekking hebben op de scheepvaart:

  • Ousoös pakte toen een boom, brak de takken ervan af en waagde zich als allereerste op zee.
  • Een van hen, Chousour, bekwaamde zich in het spreken, bezweren en profeteren. … Hij vond ook vishaak, lokaas, snoer en vlot uit, waarmee hij als eerste mens heeft gezeild.
  • De Tweelingen of Kabeiren, Korybanten of Samothrakiërs waren de uitvinders van het schip.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (10) zeevaart”

Tweemaal de Eerste Tussenperiode

Een grafmodel uit Henen-Nesut (Herakleopolis) (Nationaal Museum, Kopenhagen)

De geschiedenis van Egypte begint in de Naqada-tijd, met dat mooie rood-zwarte aardewerk, toen het land langzaam een eenheid werd. Ongetwijfeld heeft daarbij de scheepvaart op de Nijl een rol gespeeld. Rond 3000 v.Chr. ontstond ook het koningschap: het Palet van Narmer toont de vorst als overwinnaar, wat blijkbaar een belangrijke taak was van de vroege heersers. Die taak kaderde in een andere, nog belangrijkere koninklijke verantwoordelijkheid: het handhaven van Maät, ofwel orde en gerechtigheid. Verder representeerde de farao de mensheid tegenover de grote goden.

Hofcultuur

Zo iemand was meer dan een gewoon mens en zo iemand raakte je dus niet aan. Een hoveling die koning Khufu (Cheops) per ongeluk wél had aangeraakt, noteerde later opgelucht dat de vorst hem had toegestaan te blijven leven. Wat we hier feitelijk zien, is het ontstaan van een hofcultuur: een geritualiseerde levenswijze, waarin bepaalde handelingen waren toegestaan, andere handelingen waren verboden, en alle handelingen waren onderworpen aan regels. We zien het ook aan de hoftitels: de hovelingen hadden taken die alleen zij mochten uitvoeren. Niet dat anderen er niet competent voor waren, maar de rol was nu eenmaal aan iemand anders opgedragen. Een ritueel.

Lees verder “Tweemaal de Eerste Tussenperiode”

Piramide

De piramide van Cheops
De piramide van Cheops

Cairo, maandag 7 januari 2008. Ik ben voor het eerst in Egypte. We rijden naar de piramiden en ik zit naast de chauffeur. De weg maakt een bocht en ineens klopt er iets niet meer aan mijn uitzicht. Recht voor me zie ik een grauwe driehoek, vaag en ver weg. Zo enorm groot dat ik een “wauw” niet kan onderdrukken. Als je dingen door hun afstand vaag ziet, zijn ze meestal klein. Maar dit keer past de vaagheid niet bij de omvang.

Er zijn vier echt grote piramiden – ik bedoel met een inhoud van meer dan een miljoen kubieke meter. Twee daarvan zijn gebouwd door koning Snofru (de knikpiramide en de rode piramide in Dashur), de grootste werd in Giza gebouwd door diens zoon Cheops en daarnaast verrijst de piramide van diens kleinzoon Chefren. (Egyptologen hebben het over Sneferu, Khufu en Khafre.) Eerdere en latere piramiden waren aanzienlijk kleiner.

Lees verder “Piramide”