
In het voorjaar van 334 v.Chr. stak Alexander de Grote de Hellespont over van Europa naar Azië: zijn oorlog tegen het Perzische Rijk was begonnen. Of beter: zijn rol in het conflict was begonnen, want de strijd was al eerder losgebarsten en er was al een Macedonische strijdmacht in Azië aanwezig. Gecommandeerd door de oude generaal Parmenion had die aanzienlijke successen geboekt, maar de Perzische legers hadden hem teruggedreven. Met 10.000 man was zijn leger slechts een voorhoede geweest van een hoofdmacht die, door de moord op koning Filippos en de troonsbestijging van Alexander, vertraagd aankwam. Evengoed had Parmenion een bruggenhoofd geschapen, zodat Alexanders leger makkelijk kon oversteken.
Zijn leger telde 48.000 man. Daar kwam naar schatting nog zo’n 16.000 man ondersteunend personeel bij, zodat in totaal 64.000 mensen deelnamen aan de Aziatische campagne. Ter vergelijking: het leger waarmee Julius Caesar in 58 v.Chr. begon aan de verovering van Gallië telde ongeveer 34.000 legionairs. Veel van Alexanders manschappen zouden niet terugkeren: ze sneuvelden of bleven achter in een van de garnizoenssteden die Alexander in het oosten zou stichten.



Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.