Een nieuw blad van Codex Sana’a 1?

Het nieuwe blad (foto Mohsen Goudarzi; Ahmed Shaker heeft een andere foto)

Eerst maar even dit. Je hebt middeleeuwse handschriften en middeleeuwse handschriften. Als we even afzien van hun kwaliteiten als materieel object (hoe is het vervaardigd, is het geïllustreerd, is het professioneel geschreven?), wordt de waarde bepaald door de inhoud van de tekst. Om eens iets te noemen: als handschrift B is overgeschreven van handschrift A, is handschrift B minder belangrijk dan handschrift A (“elimineerbaar”).

Eén van de absolute topstukken is de Codex Sana’a 1. Die is in 1972, toen een lekkend dak restauratie noodzakelijk maakte, ontdekt in een afgesloten vertrek bij een van de bibliotheken van de Grote Moskee van Sana’a in Jemen. Dat is een van de oudste moskeeën ter wereld: het staat vast dat ze tussen 705 en 715 is uitgebreid en ze dus daarvóór moet zijn gesticht. In de eeuwenlang vergeten, afgesloten kamer werden 15.000 oude islamitische teksten gevonden en misschien was het vertrek wel wat de joden een geniza noemen: een opslagruimte van religieuze geschriften die te versleten zijn voor gebruik maar die je uit respect toch ook niet weggooit.

Lees verder “Een nieuw blad van Codex Sana’a 1?”

Allat, de vrouw van Allah

Allat (Museum van Aleppo)

Mijn reeks museumstukken heb ik altijd bedoeld om dingen te tonen die interessant zijn. Er moet een verhaaltje over te vertellen zijn. Als ze mooi zijn, is het meegenomen, maar het is niet mijn eerste opzet. Dit reliëf van de Arabische godin Allat is er een voorbeeld van. De ruwe zwarte steen (basalt uit de Hauran) is moeilijker tot verfijnde sculptuur om te zetten dan bijvoorbeeld marmer, maar de beeldhouwer heeft iets fraais gemaakt.

Allat  (اللات) betekent gewoon “godin”, zoals Allah gewoon “god” betekent. De gelijkenis van de twee namen suggereert dat we, zoals gebruikelijk in de Semitische wereld, te maken hebben met een normaal godenechtpaar, zoals Baäl en zijn Astarte of JHWH en zijn Asjera. In de Koran wordt Allat genoemd met Al-’Uzza en Manat als een van de drie godinnen die in Mekka bij de Kaäba werden vereerd en die een steen des aanstoots vormden voor Mohammed. De cultus beperkte zich echter niet tot het Arabische Schiereiland: Herodotos kende “Alilat” en stelde haar op gezag van een Perzische zegsman gelijk aan de liefdesgodin Afrodite (Historiën 1.131.3).

Lees verder “Allat, de vrouw van Allah”

Oude koran, jonge islam

Negende-eeuwse Koran (Museum van islamitische kunst, Teheran)

Arabieren, dat waren die nomaden uit het zuiden. Soms migreerde een stam naar het noorden, en die vestigde zich dan in de grensprovincies van het Romeinse Rijk of in Mesopotamië, waar de Perzen de macht hadden. Voor Romeinen en Perzen waren de Arabische stammen nuttige militaire bondgenoten en dat was dat. Geen Romein of Pers verdiepte zich in de Arabische cultuur, maatschappij of religie. De Arabieren waren marginaal. Althans, zo was het rond 630.

Twintig jaar later strekte het rijk van kalief Othman zich uit van Tunesië tot Afghanistan. Het Perzische Rijk bestond niet langer, het Romeinse was gehalveerd. De Grieks-Romeinse cultuur was ten einde gekomen, de islamitische beschaving ontluikte.

Lees verder “Oude koran, jonge islam”

Het oudste manuscript van de Koran

Callibratiecurve voor M1572.
Callibratiecurve voor M1572, het manuscript van de Koran uit Birmingham.

Wat? Een manuscript van de Koran uit ongeveer 568-645?! Met een stevige kans dat het al was geschreven vóór het traditionele begin van het optreden van de profeet Mohammed? Ik las het bericht op de BBC met enig wantrouwen, maar het lijkt te kloppen. Mijn goede vriend Richard zocht het voor u uit.

***

Wie dergelijk nieuws een beetje bijhoudt – ik dus niet, mijn goede vriend Jona wees me er op – weet dat gisteren de Universiteit van Birmingham bekend heeft gemaakt dat ze het oudste fragment van de Koran ter wereld hebben ontdekt. Het bericht daarover op de website van de BBC brengt het althans als een “ontdekking” en niet zo’n kleintje ook: de bibliotheek van de Universiteit van Birmingham bleek in bezit van een oud Koranmanuscript dat met de koolstofmethode is gedateerd en dat nu het oudst bekende Koranfragment blijkt te zijn. Volgens de journalisten is er 95% kans dat het nieuw ontdekte fragment uit de periode 568-645 stamt. Dat is zelfs nog iets ouder dan het tot dusverre als oudst bekend staande fragment uit Sanaa in Jemen, dat – met 95% kans – uit de periode 578-669 dateert. Het is bovendien geen palimpsest, maar een nog geheel intacte tekst.

Lees verder “Het oudste manuscript van de Koran”

Hulspas’ Mohammed (1)

hulspas_mohammed_en_het_ontstaan_van_de_islamHet is bijna cliché: stukjes over de historische Mohammed beginnen met een verwijzing naar de negentiende-eeuwse Franse geleerde Ernest Renan, die ooit schreef dat de islam was ontstaan en gegroeid “in het volle licht der geschiedenis”. Hij vergiste zich. Hij zag over het hoofd dat de bronnen over het optreden van de profeet Mohammed zijn geschreven door mensen die niet langer waren geïnteresseerd in de opvattingen van de persoon over wie ze schreven, maar in de op hem teruggrijpende religie.

Dat is niet hetzelfde, zoals een vergelijking met het christendom leert. Jezus en Mohammed meenden allebei dat ze leefden in een Eindtijd, en zoals u weet is die nog altijd niet aangebroken. Ook al was de Eindtijd voor de betrokkenen de kern van de zaak, voor de gelovigen ligt dat anders. Het christendom is daarom het geloof in Jezus maar niet het geloof van Jezus. Evenzo geloven moslims andere dingen dan hun profeet. De geloofsinhoud is veranderd en dat proces van verandering loopt door tot op de dag van vandaag: de gelovigen leven in een veranderende wereld en zoeken in de gevarieerde traditie van hun godsdienst naar bruikbare elementen.

Lees verder “Hulspas’ Mohammed (1)”

Weggepoetste informatie (2)

Koranfragment (Institut du monde arabe, Parijs)

[In het op 1 juli te verschijnen boek van wetenschapsjournalist Marcel Hulspas, Mohammed en het ontstaan van de islam, noemt hij een oud Koranmanuscript dat op een ongebruikelijke wijze was gedateerd. Mijn goede vriend Richard Kroes ontdekte dat dat geen toeval was: de vreemde presentatie moet de lezer weg houden van vreemde ideeën. Hij schetste gisteren hoe de Koran is overgeleverd in verschillende reciteerwijzen, de twintig qira’at.]

Die qira’at wijzen op een zekere geschiedenis. Die twintig zijn namelijk alleen de canonieke, erkende reciteerwijzen. Er zijn er meer bekend en in de islamitische literatuur zijn daarnaast vele citaten te vinden van passages die afwijken van de erkende teksten. Vaak zijn dat citaten uit korans die in het bezit zouden zijn geweest van directe volgelingen van Mohammed. Die exemplaren zouden uiteindelijk verloren zijn gegaan tijdens één van de meest ingrijpende hervormingen waar de islamitische traditie herinneringen aan bewaart: het vaststellen van een standaardtekst van de Koran onder de derde kalief Othman (r. 644-656) ten koste van alle andere teksten, die moesten worden verbrand.

Lees verder “Weggepoetste informatie (2)”

Weggepoetste informatie (1)

Koranmanuscript

[Een tijdje geleden stuurde Marcel Hulspas me de PDF van zijn boek Mohammed en het ontstaan van de islam, dat op 1 juli zal verschijnen. Ik zal daar nog over bloggen, want het is een interessant boek dat uw aandacht verdient. Over de in het boek behandelde problematiek leest u hier meer.

Bij het lezen van Hulspas’ boek viel me een detail op: de koolstofdatering van een oud Koranmanuscript was in de door hem geraadpleegde literatuur op een ongebruikelijke manier gepresenteerd. Het maakte voor Hulspas’ betoog geen verschil, maar ik was benieuwd wat hier werd weggemoffeld. Mijn goede vriend Richard Kroes ging op onderzoek uit en ontdekte hoe misleidend ook eerlijke wetenschappers soms over de islam schrijven. Dat Hulspas, ondanks niet altijd even goede wetenschappelijke informatie, toch een goed boek heeft gepubliceerd, is des te prijzenswaardiger.]

Lees verder “Weggepoetste informatie (1)”

Timboektoe (3)

Zomaar een oude Koran, niet uit Timboektoe overigens maar uit Teheran

Ik heb in de vorige post uitgelegd dat de oude manuscripten in Timboektoe werelderfgoed zijn en dat ze, ook als u geen belang stelt in onderzoek naar afwijkende reciteerwijzen van de Koran of de geschiedenis van westelijk Afrika, bewaard dienen te blijven. Ik eindigde met een verwijzing naar het bericht dat de manuscripten waren vernietigd.

Dat viel gelukkig mee. Er liep al een tijdje een project om het materiaal te bewaren en te digitaliseren, en het blijkt dat bijna alle teksten al in veiligheid waren gebracht. Dat roept echter de vraag op waar zo’n bericht vandaan komt.

Lees verder “Timboektoe (3)”

Timboektoe (2)

Zomaar een oud handschrift, niet uit Timboektoe (Vaticaanse Bibliotheek, Rome)

Ik vertelde in de vorige post dat er in Timboektoe informatie ligt die nergens anders beschikbaar is. Maar hoe belangrijk is die? Ik had ooit een Nigeriaanse geliefde, die spinnijdig kon worden om het gemak waarmee Europese historici het konden hebben over “the people without history” (de titel van een boek dat overigens probeerde de balans recht te zetten). Voor haar was de geschiedenis van West-Afrika een halszaak. Een alleszins begrijpelijk standpunt, maar we moeten eerlijk erkennen dat niet iedereen evenveel waarde hecht aan dat onderwerp, zoals het u ook vrij staat geen belang te stellen in de precieze recitatiewijze van de Koran.

Lees verder “Timboektoe (2)”

Timboektoe (1)

Een Koran uit Djenné (Wereldmuseum, Leiden)

De oude wereld kennen we op verschillende manieren. Als mensen inscripties of archieven van papyrusrollen hebben nagelaten, beschikken we over hun eigen handschrift. Andere teksten zijn overgeleverd omdat latere generaties ze voldoende de moeite waard vonden om ze over te schrijven en, als het afschrift sleets werd, opnieuw over te schrijven. En opnieuw. En opnieuw. Omdat daarbij fouten werden gemaakt, moeten moderne geleerden die antieke teksten willen lezen, zoveel mogelijk oude handschriften bestuderen om vast te stellen wat het origineel kan zijn geweest.

De methode staat bekend als de Lachmannmethode en het aardige is dat het meer dan eens is voorgekomen dat de reconstructie van een tekst, toen later een papyrusvondst werd gedaan, correct bleek te zijn. Het is dus een methode waarvan de betrouwbaarheid empirisch is bevestigd.’

Lees verder “Timboektoe (1)”