Even wat reclame. Dus u hoeft niet verder te lezen als u daar geen zin in hebt.
***
In het voorjaar organiseer ik meestal reizen naar het Midden-Oosten. Afgelopen voorjaar stonden Libanon en Jordanië op het programma, maar u weet al waarom die niet zijn doorgegaan en waarom dat volgend jaar vermoedelijk zo zal blijven. In plaats daarvan organiseer ik (samen met V-incentive in Haarlem) twee reizen door West-Europa: naar de Provence en naar Beieren.
Omdat ik een reis aan het voorbereiden ben naar de Provence, fris ik vandaag mijn kennis eens op van een stad die ik hoop aan te doen: Nîmes, het antieke Nemausus. De stad lag in het zuiden van de vallei van de Rhône, aan de rand van de Cevennen, en was de hoofdstad van de Gallische stam van de Volcae. De stad was vernoemd naar een oude godheid die dus ook Nemausus heette en werd vereerd bij een heilige bron in de stad. De tempel functioneerde ook nog in de Romeinse tijd.
De Romeinen verwierven dit deel van Gallië tijdens de Tweede Punische Oorlog, maar ontwikkelden het gebied pas een kleine eeuw later, rond 118 v.Chr. Toen verhardden en verbeterden ze de weg naar Spanje, de Via Domitia. Volgens de Grieks-Romeinse geograaf Strabon was de weg “makkelijk te bereizen in de zomer, maar in de winter en lente erg modderig door rivierwater”. Dit kan betrekking hebben op allerlei delen van de weg, en ook op de weg bij Nîmes, waar de wateroverlast van de Rhône een geducht probleem vormde.
De Caesarkop uit Arles (Musée Départemental Arles Antique)
In het zuidoosten van Frankrijk zijn de afgelopen decennia een paar zeer interessante musea bijgekomen. Zo is er het in 2015 geopende Musée des Confluences, bij de plek in Lyon waar de Rhône en de Saône samenkomen. Het museum
neemt ons mee terug naar onze oorsprong, bevraagt het functioneren van onze samenlevingen, hun relatie tot de dood en roept de vraag op van onze plaats in de levende wereld.
Of het deze, mijns inziens nogal megalomaan geformuleerde doelstelling waarmaakt heb ik zelf nog niet waar kunnen nemen.
Een tweede museum waarvoor ik al eerder aandacht vroeg, is het Musée de la Romanité in Nîmes, inhoudelijk buitengewoon fraai opgezet en ook architectonisch een wonderschone aanvulling op de toch al zo mooie stad Nîmes. Alleen al een bezoek aan de ‘rooftop’ (ja: zo staat het er echt in de Franse website van het museum) is de moeite meer dan waard, vanwege het uitzicht over de oude binnenstad van Nîmes en – vooral – het zeer goed geconserveerde Romeinse amfitheater, waar het zo’n beetje aan grenst.
In het zuiden van Gallië, tussen de Alpen tot ongeveer halverwege de Atlantische Oceaan, lag de Romeinse provincie Gallia Narbonensis. In dit gebied huisden diverse Gallische stammen, die onderling soms slaags raakten, soms vrede sloten, bondgenootschappen aangingen en die weer opbraken als het ze beter uitkwam. Met name vanuit het noorden werd er grote druk op het grondgebied van Narbonensis ervaren, terwijl de min of meer van Rome onafhankelijke Griekse kolonie Massilia (Marseille, overigens eeuwenlang een bondgenoot van Rome) de verschillende Gallische stammen alhier dwong om grondgebied af te staan tijdens de oorlogen, ten faveure van o.a. Pompeius.
Helvii
De hier wonende Gallische stammen onttrokken zich aan de Gallische Opstand van 52 voor Chr. en met name de Helvii – die ten westen van de Rhône woonden, in de huidige Ardèche – lieten zich door Caesar gebruiken om hem te ondersteunen tegen de machtige Vercingetorix. Caesar nam dat de Helvii in dank af. Toen Massilia zich achter Pompeius schaarde en Caesar deze Griekse kolonie onder de voet liep, werden de trouwe Helvii weer in het bezit gesteld van eerder door de Massilianen op hen veroverde grondgebied.
Voor mij zijn markten openbare ruimtes om te kijken, te ruiken, te proeven, te luisteren, een praatje te maken en natuurlijk ook om boodschappen te doen. Sommige markten in het buitenland heb ik in de loop der jaren zo vaak bezocht dat ik de dynamiek van die markten goed ken. Op de Turkenmarkt, zoals hij in de Berlijnse volksmond heet, in Kreuzberg was er bijvoorbeeld altijd een groot aanbod van Turks brood waar ook niet-Turkse Berlijners gretig op afkwamen. Tegenwoordig zijn er veel stoffen in de aanbieding. De drukke Parijse markt in Belleville is maar weinig veranderd. Londen kende een morsige markt in de wijk Brixton met Afrikaanse en Caribische groenten, fruit en vis, soms werden alleen de koppen aangeboden. De vele slagers rondom de markt verkopen uitsluitend halalvlees. De laatste keer dat ik er was zag de markt er opgepoetst uit met een onveranderd aanbod.
Een belangrijke bron van inspiratie bij mijn bezoeken aan markten is altijd het boek dat de Franse antropologe Michèle de la Pradelle (1944-2004) publiceerde over een vrijdagmarkt in een Franse provinciestad. In het Frans verscheen het in 1996, en in 2006 werd de bewerkte, Engels vertaling als Market Day in Provence gepubliceerd. Het boek bevat subtiele observaties en interpretaties van marktgedrag.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.