Het Comitium in Rome

Opgraving onder het Comitium

Wie de Senaatszaal verliet, kwam op het Comitium. Na de renovatie door Julius Caesar en Augustus was van het oorspronkelijke plein, dat ten tijde van de Republiek ruimte had geboden aan de Volksvergadering, weinig over. Destijds hadden om het ronde terrein, dat een doorsnede had van vijfentwintig meter, lage tribunes gestaan en eretekens voor verdienstelijke mensen en de profetessen die Sibillen werden genoemd. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere stuitte op een vermelding van nog twee beelden:

Ik heb ontdekt dat aan weerszijden van het Comitium beelden van Pythagoras en Alkibiades hebben gestaan, omdat de Delfische Apollo ons tijdens de Samnitische Oorlog gelastte op een opvallende plaats standbeelden op te richten van de machtigste en de verstandigste onder de Grieken. Ze hebben er gestaan totdat de dictator Sulla het Senaatsgebouw vergrootte tot op die plaats. Het is overigens wonderlijk dat de vroede vaderen Pythagoras hoger aansloegen dan Sokrates, die door dezelfde god toch als meest verstandige is aangewezen, dat ze Alkibiades verdienstelijker vonden dan zoveel anderen, en dat ze iemand hoger achtten dan Themistokles, die machtig én verstandig was.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 34.26.

Lees verder “Het Comitium in Rome”

Aischylos

Aischylos (Neues Museum, Berlijn)

Een man die gemarteld wordt. Niet even, maar zijn leven lang. Laat het gewoon even op je inwerken wat dat betekent. Je kunt je er geen voorstelling van maken. Maar dit is wel de stof van de Griekse mythologie: Prometheus, geketend aan een rots, die elke dag wordt aangevallen door een adelaar die zijn lever eruit rukt. En morgen gebeurt dat opnieuw. En overmorgen.

Over de helse straffen van Ixion en Tantalos zullen we het niet hebben. Maar dit is de stof van de Griekse mythologie. Die wel meer fraais heeft, zoals verkrachtingen door zwanen en stieren. Of door kentauren op je bruiloft. Myrrha die haar vader dronken voert om er seks mee te hebben. Oidipous die zichzelf de ogen uitsteekt. Niobe die al haar kinderen voor haar ogen vermoord ziet worden. Medeia die haar kinderen doodt. Erysichthon die zijn eigen kannibaal is. Herbergier Prokroustes die al zijn gasten doodt. Kronos die zijn kinderen opeet. Er zijn trigger warnings gegeven bij minder.

Lees verder “Aischylos”

De mijnen van Laurion

Een van de groeven van Laurion

Oude Grieken, economie en technologie. Over deze drie-eenheid waren historici lange tijd kort en duidelijk: daar hoefden ze niet veel aandacht aan te besteden, want van door technologie gedreven economische groei was niet of nauwelijks sprake geweest. Dat beeld is intussen bijgesteld, omdat men de economie in de Griekse Oudheid niet meer met die van moderne naties vergelijkt maar in zijn eigen context bestudeert. En dan kan men constateren dat bijvoorbeeld de lier, de katrol en de borgvertanding, die de basis vormden voor een kraan, Griekse technologische vindingen waren met economische gevolgen.

Tot nu toe had archeologisch onderzoek geen rol gespeeld bij de studie van de economische impact van technologische ontwikkeling in het antieke Griekenland. Een recent Belgisch proefschrift over de Laurion-zilvermijnen heeft daarin verandering gebracht.

Lees verder “De mijnen van Laurion”

Het Tempe-ravijn

Het ravijn Tempe

De Tempevallei is de diepe kloof tussen de bergen Olympos en Ossa, waar de snelle rivier Peneios zich een weg van Thessalië naar de Egeïsche Zee baant. Wat zo vaak een vallei wordt genoemd, is in feite maar 25 tot 50 meter breed, bijna 500 meter diep en tien kilometer lang. Het is een ravijn.

Er zijn prachtige kliffen en de vegetatie is lieflijk, zodat het niet verwonderlijk is dat het landschap altijd door dichters is geprezen: zo was er van Dion Chrysostomos een Ekfrasis (beschrijving). De tekst is helaas verloren gegaan.

De Grieken vertelden dat de god Apollo hier eens had geprobeerd de nimf Dafne aan te randen, maar dat ze was veranderd in een laurierboom. Apollo zou een loot vanuit de canyon hebben overgeplant naar de Kastalische Bron bij Delfi.

Lees verder “Het Tempe-ravijn”

De Lange Muren van Athene

Inscriptie over de reparatie van de Lange Muren van Athene (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Athene ligt een kilometer of zeven landinwaarts, wat het voordeel had dat de stad moeilijk van overzee viel aan te vallen: een vijand zou eerst over zee moeten komen, dan moeten ontschepen, vervolgens over land moeten oprukken en zichzelf moeten beschermen met cavalerie, wat weer betekende dat er ook duizenden paarden op de vloot moesten worden meegenomen. De Perzen hadden het in 490 v.Chr. geprobeerd, waren bij Marathon aan land gegaan maar waren niet toegekomen aan de opmars naar Athene.

Voor een vijandelijk landleger was het eenvoudiger. Dat hoefde maar een cordon om de stad te leggen om haar uit te hongeren, wat des te makkelijker was omdat er – vanaf de late zesde of vroege vijfde eeuw v.Chr. – meer Atheners waren dan door het omringende platteland konden worden gevoed. De stad was aangewezen op graanimporten van overzee. De Atheense staatsman Themistokles opperde daarom de bouw van “lange muren” naar de twee havens, Faleron en Peiraieus. Het duurde tot 460, toen het machtige Sparta de oorlog verklaarde aan Athene, eer de muren daadwerkelijk werden gebouwd, maar in 457 waren ze voltooid.

Lees verder “De Lange Muren van Athene”