De Proto-Indo-Europese godsdienst

Mjölnir (Zweeds Historisch Museum, Stockholm)

Binnenkort is in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over de Bronstijd. Het leek me, zoals ik al eerder schreef, een aardig idee de toenmalige samenleving te beschrijven aan de hand van de taal. Dit Bronstijderfgoed biedt immers een fantastisch venster op een van de toenmalige samenlevingen: de Yamnaya-cultuur in het huidige Oekraïne. Die is gedeeltelijk te reconstrueren aan de hand van de gedeelde woordenschat van latere volken, die het schrift beheersten. De redenering is hierbij dat als iets het geval is geweest in én de Proto-Indo-Europese samenleving rond 3000 v.Chr. én de schrijvende samenlevingen, het eveneens het geval moet zijn geweest in de tussenliggende Bronstijdsamenlevingen.

Vader Hemel

Zo kunnen we ook uitspraken doen over de religie van de Bronstijd. Die was, om te beginnen, polytheïstisch. Iets preciezer: men vereerde – voor zover de documentatie reikt – vooral hemelgoden, en dan vooral Vader Hemel. Die heet in het Grieks Zeus Pater, in het Latijn Ju-piter, in het Indisch Dyaus Pitar. Het tweede element betekent vader, het eerste element, *Dyeus, is afgeleid van een werkwoord dat zoiets als “stralen” of “schijnen” betekent. Datzelfde werkwoord ligt aan de basis voor het woord voor god, dat in het Latijn deus is, in het Indisch devas, in het Keltisch dewos, in het Hittitisch šiuš en in het Gotisch teiws. Het Griekse theos lijkt er weliswaar op maar heeft een andere herkomst.

Lees verder “De Proto-Indo-Europese godsdienst”

Gustaf Kossinna (2)

Hallstatt-voorwerpen uit de Elzas (Palais Rhodan, Straatsburg)

Gustaf Kossinna, over wie ik zojuist al blogde, zou tegenwoordig gelden als een van de grootste archeologen aller tijden, als zijn opvattingen verder hadden gestaan van die van de Nazi’s. Het was in zijn tijd gebruikelijk aan te nemen dat niet alleen de Germanen, maar ook de sprekers van de Proto-Indo-Europese taalfamilie afkomstig waren van de Noord-Duitse Laagvlakte. De Germanen stonden daarom het dichtst bij de oorsprong en bezaten daardoor een etnische zuiverheid die elders afwezig was. Zo was Brittannië door invasies van allerlei volken (Belgen, Romeinen, Vikingen, Normandiërs) verworden tot een etnische smeltkroes, terwijl in Gallië Keltische, Romaanse en Germaanse elementen samenkwamen. De Germanen waren daarentegen raszuiver gebleven. Dacht men.

Nobele Germaanse wilden

Hun raszuiverheid maakte – nog steeds volgens Kossinna – de Germanen biologisch superieur. Bovendien hadden ze een superieure taal, die hen in staat stelde creatiever te zijn dan andere volken: een eigenschap die tot dan toe meestal was toegeschreven aan de Grieken. Wie met de nobele Germaanse barbaren contact maakte, meende Kossinna, raakte daardoor verrijkt.

Lees verder “Gustaf Kossinna (2)”

Het Spainkbos in Apeldoorn

De grote grafheuvel in het Spainkbos in Apeldoorn

Het Spainkbos in Apeldoorn is een piepklein parkje in de richting van de Loolaan, een van de mooie boulevards van de Veluwestad. Tot nog niet zo heel lang geleden was dit parkje het paradijs voor mountainbikers. Ze konden er lekker crossen over het licht geaccidenteerde terrein. Daaraan kwam in 2006 echter een einde toen archeologen vaststelden dat de hellinkjes in feite vier oeroude graven waren.

Zoals u op de bovenstaande foto ziet, zijn er sindsdien lage houten hekjes omheen gezet. Nodig was het eigenlijk niet. Toen de fietsers hoorden op welke grond ze reden, waren ze zelf al op zoek gegaan naar een andere plek. De jeugd van tegenwoordig heeft gewoon verantwoordelijkheidsgevoel.

Lees verder “Het Spainkbos in Apeldoorn”

Seriatie

Seriatie van Bronstijd-bijlen (Grand Curtius Museum, Luik)

Onder de Place Saint-Lambert in Luik is het Archéoforum, waar de resten van een Romeinse villa zijn te zien en voorwerpen vanaf de Late Steentijd tot op heden. Even verderop is het historisch museum Grand Curtius, dat een mooie archeologische collectie heeft uit oostelijk Wallonië, uitgebreid met voorwerpen uit andere delen van Europa. Beide instellingen zijn modern en mooi, en als u toch in Luik bent moet u er zeker heen, maar ik beken dat je wel veel van de Oudheid moet houden om er speciaal voor naar Luik te gaan. Tongeren is in dit opzicht aantrekkelijker. Waar ik in het Grand Curtius echter heel blij van werd, was dat er uitleg was van een seriatie.

Archeologen graven dingen op en de oudere voorwerpen liggen doorgaans onder de jongere. Als je maar genoeg materiaal hebt, kun je een ontwikkeling vaststellen. Op de foto hierboven loopt die van links naar rechts en op de foto’s die ik hieronder zal tonen, is – eigenlijk heel ergerlijk – het oudste boven en het jongste onder. Eerst de bijl die op de foto boven links is te zien: een vuurstenen bijl uit het Late Neolithicum. Dit voorwerp, een Flint Rechteckbeil, is afkomstig uit Denemarken.

Lees verder “Seriatie”

De vaart der volkeren (2): Montelius

Oscar Montelius (©Stockholms Stadsmuseum)

Ik vertelde gisteren hoe de archeologie een op Turgot en De Condorcet teruggaand model van de menselijke geschiedenis, waarin de vooruitgang centraal stond, benutte om de oudheidkundige vondsten te interpreteren. In de negentiende eeuw werd de empirische basis van de theorie steeds verder verbreed en ik ben niet op de hoogte van serieuze wetenschappelijke tegenwerpingen.

De eerste echte synthese werd in de late negentiende eeuw opgesteld door de Zweed Oscar Montelius, over wiens betekenis ik al eens eerder schreef. Hij onderscheidde (niet als eerste) drie tijdperken, waarin de mensheid achtereenvolgens stenen, bronzen en ijzeren werktuigen had gebruikt. De tijdperken vielen niet helemaal samen met de drieslag wildernij – barbarij – beschaving waar ik het gisteren over had, maar het idee van vooruitgang zit er wel in.

Lees verder “De vaart der volkeren (2): Montelius”