Hypothetische geschiedschrijving

Turgot, vertegenwoordiger van de hypothetische geschiedschrijving

Weinig denkers hebben zo’n grote invloed gehad op het wetenschappelijk denken als Isaac Newton. Zijn tijdgenoten waren danig onder de indruk van zijn methode, waardoor de wijsgeren van de achttiende eeuw, de Verlichtingsfilosofen, probeerden een vergelijkbare wetenschappelijkheid te betrachten bij hun analyse van het intrigerende verschijnsel mens.

Hypothetische geschiedschrijving

Ze beschouwden de Middeleeuwen als de tijd waarin was getoond hoe het niet moest. De mensen zouden onvrij zijn geweest, hun denken beheerst door autoriteiten en knellende dogma’s, met misère als gevolg. De Oudheid gold daarentegen als ideaal. Vrije burgers van vrije steden hadden toen de grondslagen gelegd van de beschaving en een welvarende staat. Deze bewondering betekende echter niet dat de Verlichters alles geloofden wat de classici, historici en antiquariërs beweerden. Vaak deelden ze de pyrronistische kritiek – een Voltaire publiceerde een Pyrrhonisme de l’histoire – en liever dan zich te verliezen in de details van de traditionele oudheidkunde, schiepen ze een alternatief: de hypothetische geschiedschrijving.

Lees verder “Hypothetische geschiedschrijving”

Hoezo Zondeval?

Sinds de Zondeval kruipen slangen door het stof

Mijn vrienden zijn op een leeftijd waarop ze kinderen krijgen. Het blijft me verbazen hoe peuters de ene vaardigheid na de andere ontwikkelen. En steeds zeggen mijn vrienden hetzelfde: “je kunt ze wel iets verbieden, maar ze begrijpen gewoon niet wat ‘dat mag niet!’ betekent”. Moreel bewustzijn, dat ontwikkelen kinderen pas later. Ouders kunnen dingen eigenlijk pas verbieden als hun kinderen begrijpen dat het verkeerd is iets verbodens te doen.

Hetgeen ons brengt bij een verbod uit Genesis 2.

God bracht de mens in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. Hij legde hem het volgende verbod op: “Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.” (Genesis 2.15-17; NBV21)

Lees verder “Hoezo Zondeval?”

Jagende leeuw

Leeuw bejaagt man (Viminacium-museum, Pozarevac)

Ik beken dat de bovenstaande foto, die ik maakte in het Viminiacium-museum te Pozarevac (in het oosten van Servië), niet van een overdonderend hoge kwaliteit is, maar het is wel een aardige afbeelding om te behandelen in mijn reeks museumstukken. Het is namelijk wel een gek plaatje: meestal is het de ruiter die op de leeuw jaagt, hier jaagt de leeuw op de ruiter. Wat is hier aan de hand?

Het is in elk geval geen vergissing, al zijn fouten natuurlijk nooit helemaal uit te sluiten (kijk maar). Dat ik deze optie dit keer toch uitsluit is omdat deze schildering ooit deel uitmaakte van een sarcofaag en aan de tegenoverliggende zijde dezelfde afbeelding is te zien: daar achtervolgt een wild beest, wellicht een beer maar dat deel is beschadigd, een andere ruiter. Eén vergissing zou mogelijk zijn maar twee is teveel.

Lees verder “Jagende leeuw”

Hermeneuse

Schleiermacher (links)

In de vierde of derde eeuw v.Chr. schreef een anoniem gebleven joodse auteur de tekst die bekendstaat als het Boek der wachters, waarin hij enkele verhalen uit Genesis navertelt, bewerkt en uitbreidt. Eén van die verhalen is dat over de “zonen der goden” (Genesis 6.1-4), die verliefd werden op de dochters van de mensen. De auteur van het Boek der wachters verandert deze vervaarlijk naar polytheïsme riekende “zonen der goden” in engelen en vertelt hoe zij de mensen allerlei slechtigheid leerden, zoals wapens, alchimie, sieraden en cosmetica, overspel, astrologie en misleiding.

De mensheid lijdt hieronder maar wordt op bovennatuurlijke wijze bevrijd. Zoals ik al eens eerder vertelde, wordt de leider van de opstand, Azazel, bestraft doordat hij zeventig generaties gevangen zit in een met rotsen afgesloten kuil in een woestijn. Met deze mythe, die ik in samenvatting bepaald geen recht doe, verklaart het Boek der wachters hoe het kwaad in de wereld is gekomen. Van een “zondeval” die zou hebben plaatsgevonden toen Adam en Eva ondanks een goddelijk verbod aten van de “boom van kennis van goed en kwaad” had de auteur van het Boek der wachters niet gehoord. Sterker nog, niet één auteur van een tekst in de joodse Bijbel leest het Paradijsverhaal als een verhaal over de eerste zonde.

Lees verder “Hermeneuse”