Het zoroastrisme

De kosmologie van het zoroastrisme als rotsreliëf. Rechts vertrapt Ahuramazda de duivel Angra Mainyu, links vertrapt Ardašir I zijn tegenstander Artabanos IV .

De Gatha’s, die ik in het vorige stukje introduceerde, vormen slechts een deel van de Avesta, en taalkundigen herkennen de jongere delen. De belangrijkste innovatie van het latere zoroastrisme is dat Zarathuštra’s volgelingen De Leugen personaliseerden. In verschillende teksten, geschreven in een taal die even oud lijkt als die van de Gatha’s, krijgt het kwaad een naam: Angra Mainyu, “de vijandige geest”. Hij geldt als leider van de demonen en in het Scheppingsverhaal plaatst hij tegenover alles wat goed is steeds iets slechts. De Geist der stets verneint staat in jongere teksten ook bekend als Ahriman.

Onuitgewerkt monotheïsme

Dat twee kosmische machten, de scheppende kracht Ahuramazda en de anti-kracht Angra Mainyu, tegenover elkaar staan, leidt tot de vraag of de laatste door de eerste is geschapen. In voor ons iets herkenbaarder jargon: schiep god de duivel? Wilde het goede het kwade? Het lijkt erop dat de vroegste zoroastriërs deze concepten, die zij als eersten ontwikkelden, nog niet volledig hadden doordacht.

Lees verder “Het zoroastrisme”

Langs de Zijderoute (2)

De Zijderoute van Teheran richting Mashhad, niet ver van Ahuan

Ik blogde al eerder over het Iraanse deel van de Zijderoute en vertelde toen dat het een zandloperachtige corridor was tussen Teheran, waarvandaan diverse wegen naar het westen lopen, en Mashhad, waar de wegen naar China en India beginnen. De kaliefen van de Umayyadische dynastie (r.661-750) begrepen het strategische belang en zorgden ervoor dat deze weg in islamitische handen zou blijven, wat betekende dat er geld werd besteed aan versterkte nederzettingen. Uit deze tijd dateert de moskee van Damghan, die ik al noemde.

De oostelijke gebieden dienden echter ook om lastige opposanten naartoe te sturen, en die waren er volop. Het standaardbeeld is dat de islam in de eerste eeuw van zijn bestaan worstelde met de vraag wie de leider moest zijn, wat ertoe leidde dat er enerzijds soennieten waren die het gezag van de Umayyadische kalief in Damascus erkenden en dat er anderzijds sjiieten waren die meenden dat het familiehoofd van de afstammelingen van de profeet, de imam, het oppergezag bezat. Dat is althans het top-down-verhaal.

Lees verder “Langs de Zijderoute (2)”